Themas
Landen
Begrippen
Documenten
Recente publicaties
Vragen & Antwoorden
Toelichting bij UVRM
MRE in Vlaanderen
Organisatie Informatie Educatie Links Contact Sitemap Zoeken

VRAGEN & ANTWOORDEN
ivm mensenrechten

Algemeen

Verdragen en verklaringen

Eigenschappen van mensenrechten

De praktijk

En ik?

Bronnen

ALGEMEEN

Wat verstaat men precies onder mensenrechten?

Mensenrechten zijn die rechten die voor élk mens van fundamenteel belang zijn om een waardig (veilig en vrij) leven uit te bouwen.
Omdat ze zo belangrijk zijn, hebben wereldwijd verschillende overheden en internationale organisaties mensenrechten opgetekend in allerlei verklaringen, verdragen en wetteksten. Toch betekent dit helemaal niet dat alle rechten van de mens alomtegenwoordig zijn of overal als even waardevol worden aanzien. De individuele en collectieve rechten van miljoenen mensen staan nog steeds op losse schroeven. Discriminatie, machtsmisbruik, bedreigingen en oorlogen zijn nog steeds dagdagelijkse realiteit. Daarom is het belangrijk dat mensenrechtenorganisaties acties blijven ondernemen om (overheden aan te moedigen) schendingen van de mensenrechten te voorkomen en zeker niet onbestraft te laten.

Over welke rechten spreken we hier?

Gewoonlijk worden de mensenrechten opgedeeld in drie groepen.

De eerste groep zijn die rechten die vallen onder de noemer ‘klassieke mensenrechten’. Dit zijn voornamelijk de rechten en vrijheden die de Franse Déclaration des droits de l’homme et du citoyen van 1789 en een aantal grondwetten uit de 19de eeuw vermelden. Deze burgerlijke en politieke rechten houden onder andere het recht op leven, vrijheid en veiligheid, het recht op vrijheid van slavernij en foltering, het recht op deelname aan de politiek, het recht op een eerlijk proces en de fundamentele vrijheid van denken, geweten, godsdienst, mening en meningsuiting in.

Tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw werd de nadruk gelegd op de rechten op gelijkheid. Deze economische, sociale en culturele rechten vormen de tweede groep en bevatten onder meer de volgende rechten: het recht op werk, het recht op gelijke betaling voor gelijk werk, de vrijheid om zich te verenigen in vakbonden, het recht op een voldoende hoge levensstandaard, het recht op onderwijs en het recht om deel te nemen aan het culturele leven.

Tot de derde groep behoren de solidariteitsrechten. Dit zijn collectieve rechten die vooral belangrijk werden na de Tweede Wereldoorlog zoals het recht op vrede, op ontwikkeling, op een gezond leefmilieu, op communicatie en op het beheer van eigen hulpbronnen.

Daarnaast bestaan er nog een aantal andere normen en rechtstelsels die een relatie hebben met de mensenrechten. Voorbeelden hiervan zijn het militair recht, het oorlogsrecht en de gedragscodes van diverse beroepsgroepen.

VERDRAGEN EN VERKLARINGEN

Welke zijn de belangrijkste verklaringen en verdragen in verband met mensenrechten?

De meeste documenten zijn online te bekijken op de website van het Studie en Informatiecentrum Mensenrechten van de Universiteit van Utrecht.

- De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM): pdf-file, 48 K.
- Het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten: pdf-file, 136 K.
- Het Internationaal Verdrag inzake Economische Sociale en Culturele Rechten: pdf-file, 92 K.
- Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK): pdf-file, 96 K.
- Het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden
- Het Europees Sociaal Handvest

Wat is de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens?

De Tweede Wereldoorlog toonde duidelijk aan tot wat voor gruweldaden de mens in staat is. Om hieruit lessen te trekken en ervoor te zorgen dat dergelijke dingen nooit meer kunnen gebeuren, werd in 1945 door de regeringen die Hitler overwonnen hadden de Verenigde Naties (VN) opgericht. De VN wilden de internationale vrede en veiligheid promoten, vriendschappelijke samenwerking tussen staten en sociale vooruitgang promoten, betere levensstandaarden voor iedereen en respect voor de mensenrechten bevorderen. Alle 51 (oorspronkelijke) lidstaten verklaarden dat vrede onder volkeren gekoppeld is aan eerbied voor de mensenrechten. Daarom werd er een commissie opgericht die de mensenrechten nauwkeurig diende te omschrijven. Omdat er met zoveel verschillende culturen rekening moest gehouden worden, duurde het enkele jaren voor het werk klaar was. Op 10 december 1948 werden de 30 artikelen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) door de Algemene Vergadering goedgekeurd als het ‘gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken ideaal’.

Elk jaar wordt op 10 december het aannemen van de verklaring herdacht als de Dag van de Rechten van de Mens.

Download de UVRM. (pdf-file)

Wat zijn het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten en het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten?

Hoewel de invloed van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) niet kan onderschat worden, is het geen juridisch bindende tekst. Daarom werd de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties (VN) ook gevraagd om de rechten uit de UVRM in een – voor die staten die het verdrag ratificeren – juridisch bindende vorm te gieten, zodat schendingen van één van de mensenrechten aangeklaagd én bestraft kunnen worden.
Uiteindelijk werd beslist niet één, maar twee verdragen op te stellen. Enerzijds een Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten (pdf-file). Dit verdrag bevat 55 artikelen over onder andere het recht op vrijheid en veiligheid, het recht op leven, de gelijkheid van rechten voor mannen en vrouwen, het recht om niet gefolterd te worden, het recht op vrije meningsuiting en het recht op een eerlijk proces. Bij de ondertekening van dit verdrag in 1966 werd er een VN Comité voor de Mensenrechten opgericht en een facultatief protocol ondertekend dat voorziet in een klachtenprocedure voor individuen. Een tweede facultatief protocol voorziet de afschaffing van de doodstraf.

Anderzijds werden er 31 artikelen opgesteld die samen het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (pdf-file) vormen. Dit verdrag handelt onder meer over discriminatie, gelijkheid van de geslachten, keuze van arbeid, werkomstandigheden, beloning, vakverenigingen, stakingsrecht, vereniging en vergadering, gezin, huwelijk, verlof bij zwangerschap, voedsel, gezondheid, onderwijs, culturele participatie en vooruitgang in de wetenschap. De meeste van deze rechten zijn geformuleerd als aanbevelingen of streefdoelen en daardoor minder bindend dan die van het Verdrag voor Burgerrechten en Politieke Rechten. Bij dit verdrag hoort een VN Comité voor Economische, Sociale en Culturele Rechten. Dit comité werd ingesteld in 1987 om toezicht te houden op de uitvoering van het verdrag.
Deze internationale verdragen vormen samen met de UVRM de internationale Bill of Rights.

De HTML-versie van deze verdragen vind je op de website van het Studie en Informatiecentrum Mensenrechten van de Universiteit van Utrecht.

Wat is het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind?

Verschillende internationale verdragen hebben bepalingen over de rechten van het kind (iedereen jonger dan 18 jaar). Het basisprincipe van deze uitzonderlijke voorzieningen is dat het belang van het kind in de samenleving centraal staat en dat het kind speciale zorg nodig heeft. Dit uitgangspunt werd reeds vastgelegd in de Verklaring van Genève in 1924. In 1959 heeft men de rechten van het kind gebundeld in de Verklaring van de Rechten van het Kind. Deze verklaring noemt onder andere het recht op ontwikkeling, zo mogelijk een leven bij de ouders, vrijwaring van ontvoering, het recht op privacy en een huis, vrijwaring van doodstraf of levenslange gevangenisstraf en vrijwaring van militaire dienst voor kinderen onder de vijftien jaar. Deze verklaring evolueerde tot het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) dat in 1989 ondertekend werd. Binnen enkele maanden was het verdrag door twintig landen bekrachtigd. Hierdoor trad het in werking en kon een comité van tien onafhankelijke experts, dat moet toezien op de naleving ervan, aan zijn taak beginnen.
Kinderrechten evolueren in de goede richting. Maar er is toch nog heel wat werk aan de winkel. Vandaag vechten er bijvoorbeeld nog steeds 300.000 kindsoldaten in meer dan dertig conflicten over de hele wereld. Om hier een einde aan te maken, is er, na internationale onderhandelingen, een facultatief protocol aan het IVRK toegevoegd waarin de minimumleeftijd om bij militaire acties ingezet te worden op 18 jaar wordt gesteld.

Links ivm het Kinderrechtenverdrag.
Download
het IVRK. (pdf-file)

Wat is het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden?

De Verenigde Naties hebben met hun Universele Verklaring van de Rechten van de Mens de hele wereld als werkterrein. Daarnaast zijn er drie regionale organisaties die instellingen creëerden ter bescherming van de mensenrechten: de Raad van Europa (Council of Europe), de Organisatie van Afrikaanse Eenheid en de Organisatie van Amerikaanse Staten. Zij inspireerden zich op het UVRM om mensenrechtenverklaringen op te stellen.
Zo ondertekende de Raad van Europa op 4 november 1950 het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM). Dit verdrag behandeld voornamelijk burger- en politieke rechten zoals onder andere de vrijheid van de persoon, het recht op een eerlijk proces en de vrijheid van gedachte en geloof.
Bij het verdrag zijn verschillende, in Straatsburg gevestigde, toezichthoudende organen opgericht: de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Comité van Ministers van de Raad van Europa. Met drie verschillende organen was het controlesysteem niet eenvoudig. Daarom werden deze instellingen in 1998 vervangen door één enkel Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Wat is het Europees Sociaal Handvest?

In 1961 werd het Europees Sociaal Handvest aanvaard door de Raad van Europa. De ondertekenende staten verklaarden zich bereid om elke inspanning te leveren die nodig is om de levensstandaard te verhogen en het sociaal welzijn van hun bevolking te garanderen. De rechten die in het handvest bepaald worden, zijn in te delen in twee categorieën: één die betrekking heeft op arbeidsomstandigheden en een tweede die slaat op de sociale samenhang. Tot de eerste categorie behoren het recht op arbeid, het recht op beroepsonderwijs en training, het verbod op dwangarbeid, vakbondsrechten, het recht op collectieve onderhandelingen en het recht op een gelijk loon voor gelijk werk. In de tweede categorie bevinden zich het recht op gezondheid en het recht op sociale zekerheid. De meeste artikelen van dit handvest zijn eerder als aanbevelingen en streefdoelen en niet als bindende voorschriften geformuleerd. Elke staat die het ondertekende moet daarom om de twee jaar een rapport naar de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa te sturen waarin de vooruitgang in de toepassing van het handvest beschreven wordt.

Zijn er mensenrechten die niét in een verdrag of verklaring zijn opgenomen?

Op dit moment lijken de meeste mensenrechten opgeschreven. Maar in verschillende landen zijn er sterke debatten aan de gang over het vastleggen van een aantal ‘afgeleide’ mensenrechten. Voorbeelden hiervan zijn de rechten van de vluchteling, het recht op abortus of euthanasie en de rechten van het kind van een niet-gehuwd koppel. Vele van deze afgeleide rechten worden door mensenrechtenactivisten al als fundamentele rechten gezien. Wel zijn ze nog niet in een verdrag opgenomen.
Maar naast een eventuele uitbreiding van de thema’s die als fundamentele rechten gezien worden, wordt vandaag ook belang gehecht aan de bewustmaking rond mensenrechten. Daarom ook dat de jaren 1995 tot 2004 door de VN werden uitgeroepen tot het Decennium voor Mensenrechteneducatie.

EIGENSCHAPPEN VAN MENSENRECHTEN

Wat is het allerbelangrijkste mensenrecht?

Over deze vraag zijn al heel veel meningsverschillen geweest. Bij het ontstaan van de UVRM was het duidelijk dat sommige rechten in bepaalde culturen een hogere ideologische waarde hadden dan andere. In liberaal-democratische staten in het Westen waren burgerlijke en politieke rechten heel belangrijk, terwijl in de toenmalige communistische staten economische en sociale rechten het grootste gewicht hadden. Toen het sovjetsysteem in elkaar stortte, gingen staten akkoord dat alle rechten ondeelbaar zijn en dat één recht garanderen geen excuus mag zijn om een ander te negeren. Immers, alle rechten van de mens zijn nodig voor de volle ontwikkeling van de mens.
Mensenrechten zijn dus ondeelbaar en in principe allemaal even belangrijk, maar in de praktijk worden mensenrechten voornamelijk geïnterpreteerd door machthebbers en opinieleiders. In het Westen bijvoorbeeld gaat er bij wetgevers een veel grotere ethische drang uit naar het recht op vrije meningsuiting dan naar het recht op voedsel: de meeste westerse mensen hebben voedsel, dus staat voedselsoevereiniteit – in tegenstelling tot in het Zuiden – niet langer op de politieke agenda.

Staan er ook mensenplichten tegenover mensenrechten?

Om hun persoonlijkheid ten volle te ontwikkelen, kunnen individuen niet zonder de gemeenschap waarin ze leven. Maar in die gemeenschap worden de rechten van het individu beperkt door de rechten van de anderen: het eigen recht stopt waar het recht van een ander individu of van de gemeenschap begint. De grootste plicht van de mens is dus het respecteren van de rechten van anderen; anderen de mogelijkheid bieden een waardig leven uit te bouwen.
De overheid speelt hierin een belangrijke rol: door middel van wetten moet zij een raamwerk van regels (plichten) voorzien waardoor voor de hele bevolking een maximale uitoefening van rechten en vrijheden mogelijk gemaakt wordt. Maar de overheid mag niet meer beperkingen/verplichtingen mag opleggen dan strikt noodzakelijk. Dit is vooral moeilijk in zaken waarbij rechten van verschillende individuen met elkaar in conflict zijn. Zo kan je bijvoorbeeld vast wel situaties bedenken waarbij het recht op bewegingsvrijheid in conflict komt met andermans recht op privacy en bezit, of waarbij het recht op vrije meningsuiting niet kan verenigd worden met het vrijwaren van laster en eerroof of zedenschennis.

De ware bron van rechten is verplichting. Wanneer we met zijn allen onze plicht vervullen, zullen onze rechten niet veraf zijn. Wanneer we onze plicht verzuimen, zullen we vergeefs achter rechten aanhollen.

Mahatma Gandhi, 1869 - 1948

Zijn er uitzonderingen op de universele toepassing van de mensenrechten mogelijk?

Staten kunnen bij de VN of bij regionale mensenrechtencomités een aanvraag indienen om in noodtoestanden – bijvoorbeeld wanneer het voortbestaan van het land op het spel staat door dodelijke epidemieën, economische crashes, terroristische aanvallen of oorlog – enkele van de rechten die in de UVRM en het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten staan, tijdelijk te schorsen. Voorwaarde is wel dat dit op een niet-discriminerende manier gebeurt.
Maar in geen enkel geval kunnen de volgende fundamentele rechten worden geschrapt: het recht op leven, non-discriminatie, erkenning door de wet, vrijheid van foltering en slavernij, vrijheid van denken, geweten en godsdienst, het recht om niet te worden opgesloten omdat men een contract niet kan nakomen en het recht om niet te worden gestraft voor een misdaad die gepleegd werd voordat die daad als crimineel werd gezien. In tijden van oorlog ziet de Conventie van Genève er op toe dat strijdende partijen de burgerbevolking respecteren, afzien van foltering en slavernij en krijgsgevangen met waardigheid behandelen. Ook eisen ze dat zieken en gewonden van alle partijen verzorgd worden en dat men de doden respectvol begraaft.
Toch ziet men dat noodtoestanden jammer genoeg vaak wel de momenten zijn waarop de gruwelijkste schendingen van de mensenrechten zich voordoen.

Zijn mensenrechten echt universeel? Zijn ze niet strikt Westers geïnspireerd?

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werd opgesteld voor alle landen en volken vanuit de idee dat bepaalde normen over de hele wereld gelden.
Toch zijn er auteurs en politici die vinden dat met de noden en waarden van niet-westerse culturen niet genoeg rekening werd gehouden. Zo hebben een aantal Aziatische landen kritiek geuit op de nadruk die het Westen legt op het individu. Vooral Afrikaanse landen drongen aan op de erkenning van het recht op ontwikkeling als een recht van de mens. En vanuit Islamitische hoek wordt wel eens het gebrek aan een religieuze basis aangeklaagd. Nochtans werkten bij de totstandkoming van de UVRM mensen uit de meest uiteenlopende culturen samen om een begrijpelijke en algemene zienswijze op het menszijn op te bouwen. Het grootste deel van de tijd die werd geïnvesteerd in het ontwerpen van de Rechten van de Mens ging op in discussies en debatten over de verschilpunten tussen culturen en was gericht op het vinden van een evenwicht. Het resultaat hiervan is een tekst die rekening houdt met een grote diversiteit aan meningen, culturen en leefomstandigheden. En hoewel er vanuit verschillende hoeken nog steeds kritiek klinkt op de UVRM, is het belangrijk om te beseffen dat de mensenrechten vrijwel overal door iedereen die vecht tegen onrecht als een geldig instrument gezien worden.

Meer informatie over dit thema.

Heeft een volk recht op een cultuur die ingaat tegen de idealen van de mensenrechten?

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (uitleg UVRM) erkent dat de cultuur belangrijk is voor de persoonlijke identiteit van de burgers en neemt dus geen standpunt in over de waarde van de verschillende culturen. Toch moet elke cultuur de mensenrechten eerbiedigen. Het is echter niet zo dat cultuuruitingen niet bekritiseerd kunnen. Culturen mogen dus nooit een excuus betekenen voor schendingen van mensenrechten. Stellen dat bijvoorbeeld vrouwenbesnijdenis als element van een bepaalde cultuur aanvaard moet worden, kan niet.
Hoewel cultuuruitingen nooit verdedigbaar zijn als ze in strijd zijn met mensenrechten, moet men anderzijds toch wel ruimte laten voor verschillen. En dit gebeurt soms te weinig. er wordt namelijk vaak van uitgegaan dat iedereen hetzelfde waardenpatroon volgt en dan bestaat er al snel de neiging om die op te leggen aan andere volkeren.

De Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens is meer dan 50 jaar oud. Is ze vandaag nog even relevant als in 1948?
Jammer genoeg zijn de uitdagingen van 1948 nog steeds zeer actueel en worden er nog steeds mensenrechten geschonden. Geen enkel recht dat toen werd bepaald, is vandaag al voor iedere mens gegarandeerd. Ook voor de vragen en problemen van de hedendaagse samenleving zijn de principes en waarden van de UVRM (uitleg UVRM) nog steeds relevant. Diegenen die opmerken dat de rechten van de mens verouderd zouden zijn, lijken dit eerder te doen in een poging om maatregelen door te voeren die de mensenrechten ondermijnen.
Wel zijn er tendensen om nieuwe rechten aan de bestaande catalogus mensenrechten toe te voegen. Anderen willen de bestaande rechten zoals de economische en sociale rechten en het recht op ontwikkeling wat preciezer definiëren en beter afdwingbaar maken.
De strijd voor respect voor elk individu gaat door. Meer dan ooit groeperen mensen over heel de wereld zich om schendingen van de mensenrechten te onderzoeken en aan te klagen.

DE PRAKTIJK

Hoe wordt er toezicht gehouden op de correcte toepassing van de mensenrechten?

Met de jaren is er een groot aantal mensenrechtenverdragen tot stand gekomen. Het resultaat hiervan is een enorme verscheidenheid aan middelen om de toepassing van deze verdragen te controleren. Toch zijn er in deze verscheidenheid een aantal categorieën te onderscheiden.
Een eerste veel voorkomend middel bestaat erin overheden die een verdrag ondertekenden te verplichten regelmatig een rapport in te dienen over de toestand in hun land met betrekking tot dit verdrag. Het bevoegd orgaan stelt dan eventueel nog bijkomende vragen en geeft commentaar. De effectiviteit van dit mechanisme is echter beperkt, want de adviezen van het toezichthoudend orgaan zijn meestal niet bindend.
Het is ook mogelijk dat een staat tegen een andere staat een procedure instelt als die staat zijn verplichtingen niet nakomt. Beide staten moeten hiervoor wel de bevoegdheid van het betrokken controleorgaan erkend hebben. In de praktijk wordt dit mechanisme echter weinig gebruikt, want het komt de politieke relaties tussen landen niet ten goede.
Ten derde lijkt het logisch dat een aantal verdragen voorzien in een mogelijkheid om als individu klacht in te dienen wanneer je vindt dat je rechten (of die van iemand anders) geschonden worden. Op die manier wordt de macht van de nationale overheid enigszins beperkt en bestaat er voor individuen een mogelijkheid om in beroep te gaan als alle nationale rechtsmiddelen uitgeput zijn.
Tenslotte bestaat er nog een actievere manier om te controleren of de mensenrechten wel nageleefd worden. Verschillende verdragen maken het namelijk mogelijk speciale rapporteurs ter plekke te laten vaststellen hoe het met de mensenrechtensituatie in een land gesteld is. Daarna kan dan gerichte actie ondernomen worden.

Hoe controleren de Verenigde Naties of de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens nageleefd wordt?

Op zich is de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens eerder een morele code. Juridisch is ze dus niet bindend. De verdragen die aan de Verklaring zijn toegevoegd hebben wel een bindend karakter. Staten die het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten en/of het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (EcoSoC) ondertekend hebben, zijn verplicht zich daar ook aan te houden. Om te controleren of dit daadwerkelijk gebeurt, werden er twee controleorganen opgericht.
Bij het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten hoort het VN Comité voor de Mensenrechten. Staten moeten hier om de vijf jaar een rapport indienen waarin ze beschrijven welke maatregelen ze genomen hebben om de burgerlijke en politieke rechten nog beter te beschermen. Als het rapport ingediend is, mogen afgevaardigden van het betrokken land de tekst toelichten. Nadat het Comité eventueel bijkomende vragen gesteld heeft, stelt het een lijst op met plus- en minpunten en kan het een algemene commentaar formuleren. Volgens het BuPo-Verdrag is het ook mogelijk dat staten bij het Comité voor Mensenrechten een klacht indienen tegen een andere staat die zich schuldig maakt aan mensenrechtenschendingen. Maar tot nu toe is deze procedure nog nooit gebruikt. Tenslotte kunnen burgers van staten die het optioneel protocol ondertekenden een individuele klacht indienen wanneer ze menen dat hun rechten geschonden worden. Na onderzoek maakt het Comité dan haar vonnis bekend aan de betrokken overheid en aan de persoon die de klacht indiende.
Het toezicht op het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten wordt uitgeoefend door het VN Comité voor Economische, Sociale en Culturele Rechten. Landen die het EcoSoC-verdrag ondertekenden, zijn verplicht om de vijf jaar een rapport in te dienen met waarin ze de vorderingen aangeven die ze gemaakt hebben met betrekking tot de EcoSoC-rechten. Daarnaast organiseert het Comité ook de zogenaamde ‘Dagen van Algemene Discussie’ waarop het een aantal algemene commentaren formuleert om landen aan te zetten bepaalde rechten nog beter te organiseren.

Welke bevoegdheden heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens?

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens werd ingesteld door het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden. Het is gevestigd in Straatsburg en bestaat uit één rechter van elke lidstaat van de Raad van Europa.
Elke Europeaan kan bij het Hof klacht indienen wanneer hij vindt dat zijn rechten geschonden worden. Voorwaarde is wel dat alle nationale rechtsmiddelen uitgeput zijn. Want in de eerste plaats dient elke lidstaat er zelf voor te zorgen dat binnen zijn rechtsgebied elk afzonderlijk individu aanspraak kan maken op de rechten die in het Europees Verdrag opgetekend werden.
Als een verzoekschrift ontvankelijk verklaard wordt, dan probeert het Hof de verschillende partijen ertoe te brengen een minnelijke schikking te treffen. Lukt dit niet, dan wordt de uitspraak gedaan in een openbare zitting. Deze uitspraken zijn definitief en bindend voor de betrokken staten. Bij het uitvoeren van deze uitspraken moeten de staten niet alleen de indieners van verzoekschriften die hun zaak winnen, schadeloos stellen, maar ook de nodige maatregelen treffen om te voorkomen dat er in de toekomst nog soortgelijke schendingen kunnen voorkomen. Het Comité van Ministers van de Raad van Europa moet hierop toezien.

Wie zijn de belangrijkste voorvechters van de mensenrechten?

Een belangrijke instantie voor de mensenrechten zijn de VN. Om de mensenrechten te beschermen en te promoten, beschikken de VN over talloze deelorganisaties die zich allemaal met een specifiek deel van de mensenrechten bezighouden. Een voorbeeld hiervan is UNESCO (United Nations Educational Scientific and Cultural Organization), de deelorganisatie van de VN die zich buigt over het recht op onderwijs, wetenschap en cultuur. Andere belangrijke voorvechters van de mensenrechten zijn ook te vinden in UNICEF (United Nations International Children's Emergency Fund), rond de rechten van het kind, UNDP (United Nations Development Programme) rond duurzame ontwikkeling, zowel sociaal en economisch als ecologisch, en UNHCR (United Nations High Commissioner for Refugees – Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties), rond de bescherming en de ondersteuning van vluchtelingen.

ECOSOC, de economische en sociale raad van de VN werkt samen met tal van kleine en grote ngo’s van over de hele wereld. Een lijst met alle ngo’s die samenwerken met de VN kan je vinden op http://www.un.org/esa/coordination/ngo. Het is zeer interessant om te beseffen hoeveel het er zijn en hoe verscheiden hun doelstellingen zijn. Binnen de VN is hun rol meestal die van raadgever of expert. Natuurlijk zijn ze ook in het veld zelf actief.

Daarnaast zijn er talloze ngo’s die geen raadgevende samenwerking hebben met de VN. Bekende Belgische voorbeelden zijn 11.11.11 en Broederlijk Delen. De bekendste internationale ngo’s die zich inspannen voor de mensenrechten zijn Amnesty International en Human Rights Watch. Beiden houden zich bezig met controle op het al dan niet toepassen van de rechten van de mens. Ze doen dit vooral door het opvoeren van druk vanuit de internationale publieke opinie als rechten flagrant geschonden worden. Dit is al heel vaak een krachtig wapen gebleken.

Lopen mensenrechtenactivisten gevaar door hun werk, en hoe worden ze beschermd?

Het belang van internationale hulporganisaties en mensenrechtenactivisten is meestal het grootst in regio’s waar ze het meeste gevaar lopen. Hulpverleners en mensenrechtenactivisten worden in tijden van crisis vaak doelwitten van strijdende partijen.
In de grote VN-operaties worden humanitaire hulpverleners soms beschermd door een VN-vredesmacht, de ‘blauwhelmen’. In andere operaties is die bescherming niet aanwezig of niet afdoende. De internationale waarnemers zijn dus niet altijd beschermd in de uitvoering van hun job.
Maar ook in grotere conflicten kunnen ze gevaar lopen. De vredesmacht is immers slechts licht bewapend en mag meestal enkel tussenkomen uit zelfverdediging.
Sinds 1948 verloren al meer dan 1500 militaire en burgerlijke werknemers van de VN hun leven in actie en werden er velen gijzelaar genomen. De VN legt de verantwoordelijkheid van de doden bij de landen waarin ze actief waren. Op termijn wil ze alle doden in VN-verband als oorlogsmisdaden doen aanvaarden.

In welke mate worden de mensenrechten toegepast in de wereld?

In bijna elk land in onze wereld worden de mensenrechten geschonden.
Uit de Derde wereld bereiken ons de meeste verhalen over kinderarbeid, kindsoldaten, verkrachting als oorlogswapen, kinderprostitutie, maar ook over schendingen van de rechten van vrouwen en minderheden, inbreuken op de persvrijheid of op het recht zich in vakbonden te verenigen, schendingen van het recht op eerlijke processen, enzovoort.
Maar ook dichter bij huis worden mensenrechten geschonden. In het Westen gaat het dan vaak om zaken als discriminatie op basis van ras of geslacht of inbreuken op de godsdienstvrijheid. Ook treden veel overheden lauw op tegen vrouwenmishandeling omdat ze vinden dat het een ‘privézaak’ is. Verder zijn er veel gevallen waarbij politie doelwitten maakt van sociaal weinig gerespecteerde mensen als straatkinderen, homoseksuelen en krakers. Daarnaast zijn er ook heel wat economische, sociale en culturele rechten, zoals het recht op gezondheidszorg en op onderwijs, die in heel veel landen niet volkomen gerealiseerd zijn.

Wat betekent de Universele Verklaring voor groepen in de marge van de samenleving?

In artikel twee van de UVRM schreven de VN dat iedereen recht heeft op alle rechten, ongeacht of je jong of oud, man of vrouw bent, welke huidskleur je hebt, welke godsdienst je belijdt of welke taal je spreekt. Ook mensen die tot minderheidsgroepen mag dus het recht niet worden ontzegd om hun eigen cultuur en godsdienst te beleven, hun eigen taal te spreken en zich ten volle te ontwikkelen.
Meer nog: een staat heeft de plicht ervoor te zorgen dat deze groepen alle kansen krijgen om dit recht ook uit te oefenen. Zo moeten ze er bijvoorbeeld voor zorgen dat rechtszaken verstaanbaar zijn voor de beschuldigde. Of die nu Nederlands, Swahili of welke taal dan ook spreekt. Ook moet de overheid ervoor zorgen dat bijvoorbeeld doven kunnen leren lezen en schrijven op een aangepaste manier en dat rolstoelgebruikers gemakkelijk in openbare gebouwen terecht kunnen.
Op dit vlak is er nog een héél lange weg te gaan. Discriminatie is nog steeds aanwezig in vele samenlevingen. Maar een grote groep landen is zich bewust van dit probleem. Getuige hiervan zijn de verscheidene speciale verdragen die opgesteld werden om deze groepen extra te beschermen. De VN stelden bijvoorbeeld het Verdrag betreffende de Status van Vluchtelingen, het Verdrag inzake de Uitbanning van alle Vormen van Rassendiscriminatie en het Verdrag inzake de Uitbanning van Alle Vormen van Discriminatie van Vrouwen op. De Raad van Europa heeft onder andere een Kaderverdrag voor de Bescherming van Nationale Minderheden opgesteld.

Hebben misdadigers en schenders van de mensenrechten zelf ook rechten?

Ja. Misdadigers en schenders van de mensenrechten zijn evenzeer mensen en mensenrechten zijn er voor élke mens. Als we selectief gaan omspringen met een oordeel over wie recht heeft op menselijkheid en wie niet, maken we van de mensenrechten dode letter.

De staat heeft de plicht zijn burgers te beschermen tegen misdaden en kan daartoe de vrijheid van misdadigers en mensenrechtenschenders beperken of hen op andere manieren straffen. Maar deze vrijheidsbeperking en andere vormen van bestraffing moeten wel in verhouding staan tot de misdaad..

Wat met de doodstraf?
In artikel 3 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens staat dat elk mens recht heeft op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon. Hoewel de doodstraf hier regelrecht tegenin gaat, wordt dit artikel niet beschouwd als een expliciet verbod ervan. Ook het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten houdt geen totaal verbod op de doodstraf in. Toch hebben een aantal landen zich ertoe willen verbinden de doodstraf niet meer toe te passen. In 1989 ondertekenden ze daarom een Tweede Facultatief Protocol behorende bij het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten.
Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens verbiedt de doodstraf.
Mensenrechtenorganisaties hebben heel wat kritiek op de doodstraf. Een belangrijk argument tegen de doodstraf, is dat hij onomkeerbaar is. Regelmatig raken er gevallen bekend van onschuldigen die ter dood werden gesteld. Daarnaast is het zo dat ter dood veroordeelden vaak mensen zijn uit sociaal achtergestelde groepen die nooit de kans hebben gehad uit hun situatie te geraken. Verder blijkt dat mensen uit achtergestelde groepen voor feiten van dezelfde aard makkelijker ter dood veroordeeld worden dan anderen. Voorstanders van de doodstraf vinden dat deze afschrikwekkender is dan enige andere straf en daarmee een preventieve werking heeft tegen criminaliteit. Maar onderzoek bevestigt dit verband niet.

Links ivm de doodstraf.

EN IK?

Wat kan ik zelf doen om de mensenrechten te ondersteunen en te promoten?

In de eerste plaats kan je, wanneer je denkt dat je zelf (of de groep waartoe je behoort) in je rechten geschonden bent, voor je rechten opkomen. Je kan dit in je eentje doen, maar in groep kan je meestal meer bereiken. Natuurlijk zal je zelf nalaten de rechten van anderen te schenden: je respecteert het recht op privacy, dus lees je niet ongevraagd andermans brieven. Je respecteert andermans recht op fysische integriteit, dus doe je niemand nodeloos pijn of word je niet lichamelijk intiem als dat door de ander niet gewenst is. Je verwerpt niet zomaar opinies omdat het de jouwe niet zijn. Je laat kinderen en jongeren hun inbreng doen in zaken die hen aanbelangen. Enz...
Je kan ook proberen in je leven van alledag de waarden van de mensenrechten, zoals vrijheid, respect voor verscheidenheid, solidariteit, zoveel mogelijk toe te passen. Dat is niet altijd eenvoudig, want eigenbelang duwt je makkelijk de andere richting uit. In andere gevallen zijn de mensenrechten met elkaar in conflict: hier kan je proberen een weloverwogen keuze te maken, waarbij je nagaat welk mensenrecht of wiens mensenrecht de bovenhand moet halen.

Wil je je nog meer inzetten voor de mensenrechten, dan kan het nuttig zijn er meer kennis en inzicht over te verwerven. En je kan ook uiteraard tot de actie overgaan. Dat kan gaan van het individueel meedoen aan een briefschrijfactie of petitie over het deelnemen aan een manifestatie rond eerlijker Noord-Zuid verhouding tot een zich inschakelen in één of ander georganiseerd verband, zoals een Amnesty-groep of een plaatselijke Derde Wereldkern. En je vindt zelf vast nog tal van andere mogelijkheden, die met jouw voorkeuren en je vaardigheden overeen komen.

Schrijf- en andere actiemogelijkheden op het internet.


Bronnen

Levin, L. (1996). Human Rights. Questions and answers. Paris: Unesco Publishing.
Morren, P. (1999). De Rechten van de Mens. Leuven: Garant.
The Council of Europe. 800 million Europeans. (2002). Straatsburg: Council of Europe Publishing.
Van Genugten, W.J.M. (1999). Human Rights Reference Handbook. Netherlands Ministry of Foreign Affairs.
De kracht van je stem. Informatiemap voor de leerkracht. Vlaamse Onderwijsraad.
Bronkhorst, D. (1992). Prisma van de mensenrechten. Begrippen, documenten en activisten van A tot Z; inclusief de Universele verklaring van de rechten van de mens. Utrecht: Het Spectrum
Amnesty International Nederland
De Verenigde Naties
Overzicht van internationale instrumenten betreffende de rechten van de mens

Deze tekst kwam tot stand met de medewerking van Maarten van Hove (vrijwilliger) en Karolien Leyman (medewerker).