Nationale en internationale beschermingsinstrumenten

Verdragen (ook overeenkomst, conventie of protocol genoemd) zijn internationale juridische instrumenten die bindend zijn voor de aangesloten staten. Zodra de onderhandelingen voltooid zijn, wordt de tekst van een verdrag definitief bekrachtigd en “ondertekend” door de vertegenwoordigers van die staten.

Er zijn verschillende manieren voor een staat om te tonen dat ze ermee akkoord gaat om gebonden te zijn door een verdrag. De meest voorkomende zijn ratificatie en toetreding.

Een nieuw verdrag wordt “geratificeerd” door de staten die over het instrument onderhandeld hebben. Een staat die niet aan de onderhandelingen deelgenomen heeft, kan zich in een later stadium “toetreden” tot het verdrag. Zodra een vooraf bepaald aantal staten het verdrag geratificeerd hebben of ertoe zijn toegetreden, wordt het van kracht.

Bij het ratificeren kan een staat voorbehoud aantekenen tegen één of meerdere artikelen in het verdrag, tenzij het verdrag het recht op voorbehoud niet toelaat. Het voorbehoud kan op elk moment teruggetrokken worden.

In bepaalde landen hebben internationale verdragen een hogere rechtskracht dan de nationale wetgeving. In andere landen kan een wet nodig zijn om een internationaal verdrag, ondanks het feit dat het land bij dit verdrag is toegetreden of het geratificeerd heeft, dezelfde rechtsgeldigheid te geven als een nationale wet. In de praktijk moeten bijna alle staten die een verdrag geratificeerd hebben of ertoe zijn toegetreden decreten uitvaardigen, bestaande wetten amenderen of nieuwe wetgeving introduceren opdat een verdrag op het nationale territorium volledig van kracht zou worden.

De bindende verdragen kunnen aangewend worden om regeringen te dwingen de verdragsbepalingen te eerbiedigen die relevant zijn voor het recht op voedsel en water. De niet-bindende instrumenten, zoals verklaringen en resoluties, kunnen in bepaalde situaties gebruikt worden om regeringen publiekelijk voor schut te zetten. Dat betekent de aandacht te vestigen op regeringen, die bezorgd zijn om hun internationaal imago maar die het verdrag niet naleven, om hen ertoe aan te zetten hun beleid aan te passen.


Wat volgt zijn de internationale verdragen, verklaringen en beloften die gaan over het recht op toereikend voedsel en water:

Verenigde Naties

  • Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) (artikels 3, 21, 23, 25)
    De Verklaring verzekert niet alleen het recht op leven, maar ook een toereikende levensstandaard. Deze omvat het recht op voedsel. Elke persoon heeft ook het recht op publieke diensten en sociale zekerheid.

  • Standaard Minimum Regels voor de Behandeling van Gevangenen (1955) (artikel 20)
    Erkent het recht van gevangenen op voedsel en watervoorzieningen.

  • Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (1966) (artikels 1, 3, 11, 12)
    Dit verdrag erkent dat aan “een bevolking in geen enkel geval de middelen ontzegd mogen worden om in het onderhoud te voorzien.” Het vereist dat staten al het mogelijke doen om de rechten te realiseren die in het verdrag beschreven staan. Het verdrag bevestigt dat de rechten van mannen en vrouwen op dezelfde manier gerealiseerd zouden moeten worden. Het verdrag bepaalt het recht van alle mensen op een toereikende levensstandaard, met inbegrip van voedsel en het recht om geen honger te lijden. Het verdrag legt staten op specifieke programma’s te ontwikkelen en verplichtingen aan te gaan ten opzichte van de mensen om hen deze rechten te verzekeren. Volgens het verdrag zijn staten verplicht om te streven naar een lager sterftecijfer bij zuigelingen en kinderen en naar het onder controle krijgen van ziekten.

Om de strategieën voor de implementatie van de rechten die vastgelegd zijn in het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (ECOSOC-verdrag) verder uit te werken heeft het Comité voor Economische, Sociale en Culturele Rechten de volgende verdragen opgesteld:

  • General Comment 12 (20th session 1999)
    Het GC12 bepaalt het recht op toereikend voedsel en legt vast wat er moet gebeuren om te verzekeren dat aan de voedselbehoeften van elke man, vrouw en kind tegemoetgekomen wordt. Daardoor verwoordt het GC12 de specifieke verplichtingen van de staat om de mensen te helpen met het realiseren van dit recht. De GC12 is het omvangrijkste en meest complete document dat handelt over het recht op voedsel.

  • General Comment 15 (29th session 2002)
    Het GC15 handelt in het bijzonder over het recht op water, door water te erkennen als een absolute noodzaak voor een behoorlijke levensstandaard. Dit komt door het feit dat water essentieel is om te overleven en dus absoluut onvervangbaar.

  • Additioneel protocol bij de Conventie van Genève van 12 augustus 1949 inzake de bescherming van slachtoffers van niet-internationale gewapende conflicten (Protocol II) (1977) (artikel 14)
    Dit protocol maakt deel uit van het humanitaire recht dat mensen in gewapende conflicten beschermt. Artikel 14 verbiedt “het uithongeren van burgers als strijdmethode”.

  • Verdrag inzake de Uitbanning van alle Vormen van Discriminatie van Vrouwen (CEDAW) (1979) (artikel 12,14)
    Het Verdrag inzake de Uitbanning van alle Vormen van Discriminatie van Vrouwen erkent “dat vrouwen in situaties van armoede minder toegang hebben tot voedsel, gezondheidszorg…” Dit verdrag versterkt de gelijke rechten van vrouwen. Door specifieke vrouwelijke gezondheidsproblemen aan te pakken, erkent het verdrag de noodzaak dat vrouwen passende voeding hebben alsook toegang tot pre- en postnatale zorg tijdens de zwangerschap en de lactatieperiode. CEDAW is ook het eerste verdrag dat spreekt over specifieke rechten in verband met water, door te stellen dat een vrouw recht heeft op passende voeding omdat zij de belangrijkste leveranciers zijn van voeding voor kinderen onder de vijf jaar.

  • Internationale code voor het op de markt brengen van vervangproducten voor moedermelk (1981)
    Dit reglement wil mee helpen zorgen voor passende voeding voor zuigelingen door borstvoeding te promoten en te beschermen. Het wil ook verzekeren dat vervangproducten voor moedermelk op een goede manier gebruikt worden, door juiste informatie te verspreiden en door te zorgen voor een gepaste marketing en distributie.

  • Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989) (artikel 24)
    Dit verdrag werd ontworpen om de belangen van het kind te identificeren en te beschermen. Artikel 24 van het verdrag dat “het recht van het kind op het genot van de grootst mogelijke mate van gezondheid” erkent, is ontzettend belangrijk. Om dit recht te realiseren verbinden de staten die partij zijn zich tot het nemen van maatregelen om het sterftecijfer bij kinderen en zuigelingen te beperken, en tot het wegwerken van omstandigheden zoals ziekte en ondervoeding die kindersterfte veroorzaken. De staten moeten ervoor zorgen dat kinderen over voedsel en water beschikken om dit doel te kunnen bereiken. Het verdrag verbindt de rechten van de moeder ook met het welzijn van het kind. Artikel 24 erkent het recht van de moeder op gepaste pre- en postnatale gezondheidszorg, alsook toegang tot informatie en opvoeding inzake gezondheid en voeding van kinderen, de voordelen van borstvoeding, hygiëne en reinheid van de omgeving.

  • Innocenti verklaring inzake de bescherming, promotie en ondersteuning van borstvoeding (1990)
    Deze verklaring bevestigt dat vrouwen het recht hebben om hun baby borstvoeding te geven, en dat zuigelingen tussen 4 en 6 maanden het recht hebben om borstvoeding te krijgen.

  • World Declaration and Plan of Action on Nutrition (1992)
    Deze verklaring promoot voedselzekerheid en ziektepreventie voor zuigelingen door het steunen van borstvoeding.

  • De Verklaring van Rome over Wereldvoedselveiligheid (1996)
    Deze verklaring erkende de noodzaak van voedselveiligheid op wereldvlak. De deelnemende staatshoofden herbevestigden “het recht van eenieder op de toegang tot veilig en voedzaam voedsel, dat verenigbaar is met het recht op toereikend voedsel en het fundamentele recht van eenieder om geen honger te lijden.” Na deze bevestiging beloofden de staatshoofden “het aantal ondervoede mensen te halveren, ten laatste tegen 2015.”

  • Actieplan Wereldvoedseltop (1996)
    Het Actieplan bestaat uit zeven beloften die door de deelnemende landen gedaan zijn om te beginnen met het aantal ondervoede mensen in de wereld in te dijken. Doelstelling 7.4 van het plan vraagt om opheldering en implementatie van het recht op toereikend voedsel in het ECOSOC verdrag.

  • De Speciale Rapporteur over het recht op voedsel werd in 2000 aangeduid, door de VN Hoge Commissaris voor Mensenrechten (UNHCHR). Het is de taak van deze Speciale rapporteur om informatie te verzamelen over schendingen van het recht op voedsel en om problemen te identificeren met betrekking tot het recht op voedsel, inbegrepen het recht op drinkbaar water. De Speciale Rapporteur bezoekt landen en rapporteert jaarlijks aan de UNHCHR en de Algemene Vergadering. Er is een Onderzoekscel over het Recht op Voedsel die de Speciale Rapporteur ondersteunt met het voeren van onderzoek en met het uitbrengen van verslagen.

Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS)

Charter van de Organisatie van Amerikaanse Staten (1948) (artikel 34)
Dit artikel waarborgt de toegang tot behoorlijke voeding door de productie en de beschikbaarheid te verhogen, en de productie te diversifiëren.

Het Additionele Protocol bij het Amerikaans Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (Protocol van San Salvador) (1988) (artikel 12)
Erkent het recht op adequate voeding. Staten moeten stappen ondernemen om het voedselaanbod te vergroten door een verbeterde productie en distributie.

Afrikaanse Unie (voormalige Organisation of African Unity, OAU)

Afrikaans Charter inzake de Rechten en het Welzijn van het Kind (1990) (artikel 14)
Dit verdrag verbindt staten die partij zijn ertoe, op de best mogelijke manier en met alle beschikbare middelen, het recht van het kind op gezondheid, voeding en drinkbaar water te realiseren.

Raad van Europa

Europese Code inzake Sociale Zekerheid
(1964) (artikel 42)
Dit artikel verzekert voedsel voor kinderen.

(Addendum 1 Divisie 5)
De Staten voorzien in water en sanitaire voorzieningen.