Rechten die op het spel staan

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (artikel 25, paragraaf 1) bepaalt dat

“Een ieder recht heeft op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf
en zijn gezin, waaronder begrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en
de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid,
ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan
bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.”

Elk menselijk wezen heeft dus het recht geen honger te lijden en voldoende voedsel en drinkbaar water ter beschikking te hebben. Er zijn vele andere rechten die nauw verband houden met – en in vele gevallen niet losgekoppeld kunnen worden van – het recht op toereikend voedsel. Deze omvatten:

  • Het recht op de hoogst mogelijke levensstandaard voor de gezondheid en het welzijn. Dit recht is onbereikbaar zonder voldoende voedsel en drinkbaar water.
  • Het recht op de voordelen van wetenschappelijke vooruitgang. Er zijn vele wetenschappelijke ontwikkelingen met betrekking tot voedsel en drinkbaar water.
  • Het recht om niet gediscrimineerd te worden. Dit slaat op de bezorgdheid dat onder bepaalde omstandigheden voedseldistributie niet gelijk is voor bepaalde geslachten of leeftijdsgroepen.

Het General Comment 12 (GC12), een VN document dat geschreven is om de rechten uit het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele rechten die betrekking hebben op voedsel duidelijker te definiëren, bepaalt in paragraaf 6:

“Het recht op toereikend voedsel is gerealiseerd als elke man, vrouw en kind,
alleen of in een gemeenschap met anderen, op elk moment de fysieke en economische
toegang hebben tot toereikend voedsel of over de middelen beschikken om het te verkrijgen.”

Paragraaf 15 verklaart:

“Het recht op toereikend voedsel … brengt voor de verdragspartijen drie verplichtingen met zich mee:
de verplichting om te respecteren, te beschermen en in de behoeften van de mensen voorzien.”

Respect: De staat moet erkennen dat alle menselijke wezens recht hebben op toereikend voedsel, en bijgevolg ook op de toegang ertoe. Door dit recht te respecteren zal de staat op geen enkele manier verhinderen dat een persoon het voedsel verkrijgt dat hij/zij nodig heeft.

Bescherming: De regering van de staat moet er niet alleen voor zorgen dat zij zelf de toegang van een persoon tot toereikend voedsel niet belemmeren of verhinderen, maar dient er ook voor te zorgen dat andere partijen hun bevolking de toegang tot voedsel niet verhinderen.

In de behoeften voorzien: Om ervoor te zorgen dat de voedselbehoeften van de bevolking gedekt worden moet de staat zowel voedselvoorziening bevorderen als voedsel verschaffen. Hulp en verzorging zijn de oplossingen op korte en lange termijn voor het voedseltekort en de ondervoeding. Om voedselvoorziening te bevorderen moet de regering programma’s beginnen implementeren die bijdragen tot voedselzekerheid. Om voedselzekerheid tot stand te brengen, moet de staat ervoor zorgen dat de mensen de middelen hebben om onafhankelijk te zijn. Dit kan gebeuren door mensen te leren op een efficiënte manier om te springen met natuurlijke rijkdommen, door de hervorming en/of herverdeling van de landbouwgronden of door werkgelegenheid te creëren om mensen de middelen te bieden om voedsel te kopen. Door voedselvoorziening te bevorderen zorgt de staat ervoor dat voedsel toegankelijk is via verschillende wegen die nog altijd ruimte laten voor onafhankelijkheid en keuze in de selectie en verwerving van voedsel. De verplichting om voedsel te verschaffen zou voorbehouden moeten worden voor noodsituaties als alle andere middelen uitgeput zijn. In dat geval verstrekt de regering direct voedsel aan de mensen.

Gelijkaardige verplichtingen met betrekking tot water worden vermeld in General Comment 15.

De landen die het Internationale Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten ratificeerden, kwamen in artikel 2, paragraaf 1 overeen dat:

“Iedere Staat die partij is bij dit Verdrag verbindt zich maatregelen te nemen, zowel zelfstandig als binnen het kader van de internationale hulp en samenwerking, met name op economisch en technisch gebied, en met volledige gebruikmaking van de hem ter beschikking staande hulpbronnen, ten einde met alle passende middelen, inzonderheid de invoering van wettelijke maatregelen, steeds nader tot een algehele verwezenlijking van de in dit Verdrag erkende rechten te komen.”

Het recht op toereikend voedsel wordt door het Verdrag erkend, en daarom zouden voor de volledige realisatie ervan deze stappen gezet moeten worden.

Groepen of bevolkingsgroepen met specifieke rechten op toereikend voedsel en drinkbaar water

  • Gevangenen moeten regelmatig voorzien worden van voedsel met een behoorlijke voedingswaarde en van drinkbaar water op eenvoudig verzoek.
  • Vrouwen hebben het recht om hun baby borstvoeding te geven, en zuigelingen hebben het recht om borstvoeding te krijgen. Vrouwen hebben recht op pre- en postnatale gezondheidszorg.
  • Kinderen hebben recht op voedsel met een behoorlijke voedingswaarde en drinkbaar water. Zij hebben ook het recht gevrijwaard te worden van ziekte en ondervoeding veroorzaakt doordat zij geen toegang hebben tot voedsel en water.
  • Vluchtelingen zouden dezelfde publieke zorg moeten kunnen genieten als de inwoners van het land waar zij als vluchteling verblijven.