Vluchtelingen

Wat is een vluchteling?

Personen die, als individu of in groep, gedwongen worden om hun huizen te verlaten omdat zij gevaar lopen vervolgd te worden ten gevolge van politieke, religieuze, militaire of andere problemen, worden vluchtelingen genoemd. De definitie van het begrip vluchteling verschilt soms al naargelang de tijd en de plaats, maar de internationale bezorgdheid voor de situatie van de vluchtelingen heeft tot een algemene consensus geleid. Zoals gedefinieerd in het Verdrag betreffende de Status van Vluchtelingen uit 1951 (het ‘Vluchtelingenverdrag’) wordt een vluchteling omschreven als een persoon die

“uit gegronde vrees voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, zich bevindt buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van dat land niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil inroepen, of die, indien hij geen nationaliteit bezit en verblijft buiten het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, daarheen niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil terugkeren.”

Hoewel de term vluchteling uit het Vluchtelingenverdrag door internationale organisaties zoals de VN gehanteerd wordt, blijft deze toch voor verwarring zorgen en wordt hij vaak inconsequent gebruikt in het gewone taalgebruik. In de media bijvoorbeeld, worden vluchtelingen vaak verward met mensen die immigreren uit economische overwegingen (“economische immigranten”) en met vervolgde groepen die in hun moederland blijven zonder een landsgrens over te steken (“ontheemden”).

De vrees voor vervolging moet gebaseerd zijn op de volgende vijf gronden uit het Vluchtelingenverdrag (artikel 1, A 2): ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep, de politieke overtuiging. Vervolging op basis van andere gronden wordt niet in overweging genomen.

Ras wordt in de ruimste betekenis gebruikt en omvat etnische groepen en sociale groepen van dezelfde afstamming.

Religie is een ruim begrip en omvat de identificatie met een groep die gemeenschappelijke tradities en overtuigingen heeft, alsook het praktiseren van een godsdienst.

Nationaliteit omvat individueel burgerschap. Vervolging van etnische, taalkundige en culturele groepen in een bevolking wordt eveneens omschreven als vervolging op basis van nationaliteit.

Een ‘bepaalde sociale groep’ heeft betrekking op personen die een gelijkaardige achtergrond, gewoonten of sociale status gemeen hebben. Deze categorie overlapt vaak met vervolging op basis van één van de andere vier gronden. Kapitalistische families, landeigenaars, homoseksuelen, ondernemers en voormalige militairen werden reeds beschouwd als vallend onder deze categorie.

Politieke overtuiging betreft ideeën die door de autoriteiten niet getolereerd worden, zoals een kritische opinie met betrekking tot het overheidsbeleid en tot overheidsmethoden. Het omvat ook overtuigingen die aan individuen worden toegekend (bijvoorbeeld, de autoriteiten denken dat een persoon een bepaalde politieke opinie heeft), zelfs als dat niet het geval blijkt te zijn. Individuen die hun politieke opinie verbergen tot ze hun land ontvlucht zijn, kunnen toch in aanmerking komen voor de status van vluchteling als ze kunnen aantonen dat hun ideeën aanleiding zullen geven tot vervolging als ze naar hun land terugkeren.

Definities worden belangrijk wanneer landen en organisaties proberen vast te stellen wie een vluchteling is en wie niet. Asielzoekers, zij die in een ander land de vluchtelingenstatus wensen te verkrijgen, moeten normaal gezien kunnen aantonen dat hun angst voor vervolging gegrond is. Ze moeten ook een juridische procedure doorlopen, waarin het gastland vaststelt of hij of zij voor de status van vluchteling in aanmerking komt. Bij een massale uittocht is het voor het gastland mogelijk niet haalbaar om een individuele screening te doen. In die omstandigheden, in het bijzonder wanneer burgers massaal omwille van gelijkaardige redenen vluchten, kan een ‘gezamenlijke’ vluchtelingenstatus toegekend worden, waarbij elke burger afzonderlijk als vluchteling beschouwd wordt zolang het tegendeel niet bewezen is.

Het internationale recht erkent het recht om asiel te zoeken, maar verplicht staten niet om asiel toe te kennen. Soms bieden staten ‘tijdelijke bescherming’ wanneer zij te maken krijgen met een plotse massale instroom van mensen en hun reguliere systeem van vluchtelingenopvang overbelast dreigt te raken. In dat geval kunnen mensen versneld toegelaten worden tot veilige landen, maar zonder een garantie op permanent asiel. ‘Tijdelijke bescherming’ is dus hulpvol, zowel voor regeringen en voor asielzoekers in bepaalde omstandigheden. Het is echter slechts een aanvulling en kan dus niet gezien worden als vervangmiddel voor een ruimer systeem van beschermingsmaatregelen dat geboden wordt door het Vluchtelingenverdrag.

Organisaties voor bescherming van en hulp aan vluchtelingen promoten over het algemeen drie “duurzame oplossingen” voor het lot van de vluchtelingen.

  • Vrijwillige repatriëring: vluchtelingen kunnen terugkeren naar hun land van herkomst omdat hun leven en vrijheid niet langer bedreigd worden.
  • Plaatselijke integratie: regeringen van gastlanden geven vluchtelingen de mogelijkheid om zich te integreren in het land waar zij hun eerste asielverzoek hebben gedaan.
  • Herintegratie in een derde land: repatriëring is onveilig en het eerste asielland weigert lokale integratie.

Het merendeel van de vluchtelingen wacht op een duurzame oplossing voor de hachelijke situatie waarin ze verkeren. Terwijl de meeste van hen in naburige landen voorwaardelijk of tijdelijk asiel hebben verkregen kunnen zij zich niet integreren of hun status regulariseren. Hun rechten om zich vrij te bewegen en te werken zijn vaak erg beperkt, en mogelijkheden op het vlak van onderwijs en ontspanning zijn vaak onbestaand of erg gebrekkig. Deze vluchtelingen kunnen ook het slachtoffer worden van geweld, ofwel wegens de plaatselijke veiligheidsdiensten ofwel ten gevolge van verrassingsaanvallen vanuit het land van herkomst.

Een speciale categorie vormen de mensen die gedwongen zijn hun huis te verlaten omwille van dezelfde redenen als vluchtelingen, maar die de grens van hun land niet overgestoken zijn. Deze mensen worden
ontheemden genoemd. Tegen het einde van 2000 waren er wereldwijd naar schatting 11,5 miljoen vluchtelingen die om verschillende redenen hun land ontvlucht waren en een nog groter aantal ontheemden, tussen de 20 en 25 miljoen, die om gelijkaardige redenen hun huizen ontvlucht waren. Momenteel hebben meer en meer conflicten te maken met disputen tussen politieke en etnische groepen binnenin landen dan met oorlogen tussen landen. Gezien deze evolutie is het waarschijnlijk dat het aantal mensen toeneemt dat in eigen land in conflicten verstrikt raakt en hun huis moet verlaten.

12 miljoen vluchtelingen in 2001
Tien grootste groepen [*]

Land van herkomst Belangrijkste asiellanden
Vluchtelingen
Afghanistan Iran / Pakistan
3.809.600
Irak Iran
554.000
Burundi Tanzania
530.100
Soedan Oeganda / Ethiopië / D.R. Kongo / Kenia / Centraal Afrikaanse Republiek
489.500
Angola Zambia / D.R. Kongo / Namibië
470.600
Somalië Kenia / Jemen/ Ethiopië / VS/ VK
439.900
Bosnië Herzegovina Joegoslavië / Kroatië / Slovenië
426.000
D.R. Kongo Tanzania / Kongo / Zambia / Rwanda
392.100
Vietnam China / VS
353.200
Eritrea Soedan
333.100

Bron: Refugees by Numbers 2002, UNHCR

[*] Naar schatting 3,9 miljoen Palestijnen die beschermd worden onder een afzonderlijk mandaat van het Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA) van de VN zijn niet opgenomen. Palestijnen die buiten het werkgebied van de UNRWA vallen zoals in Irak of Libië genieten echter wel van de bescherming van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN. Op het einde van 2001 bedroeg hun aantal 349.100.