- Inleiding
Gedurende de afgelopen decennia heeft zich in een belangrijk demografisch aspect van de wereldbevolking een ingrijpende wijziging voltrokken: met name de leeftijd. De thans beschikbare wetenschappelijke kennis leert ons dat in de geschiedenis van de mensheid steeds hoge geboortecijfers werden geregistreerd, samen met evenredig hoge sterftecijfers. In het verleden kwam de leeftijd van de meerderheid van de wereldbevolking overeen met het gemiddelde van of lag het lager dan het op dat ogenblik gangbare leeftijdsbereik. Als gevolg van de trend van lagere geboorte- en lagere sterftecijfers is volgens het VN Departement voor Economische en Sociale Zaken momenteel echter één op de tien mensen wereldwijd 60 jaar of ouder. Indien de huidige tendens van dalende geboorte- en sterftecijfers zich verder zet, zal in 2050 één op de vijf en in 2150 één op de drie mensen 60 jaar of ouder zijn. De oudste bejaarden vormen bovendien het snelst groeiende segment van de ouderenbevolking. Momenteel maken de oudste bejaarden 11% van de 60-plussers uit, een percentage dat tegen 2050 tot 19% zal oplopen.
Veel regeringen beschikken over hulpstelsels voor bejaarden, zoals bijvoorbeeld sociale zekerheid en gratis of gesubsidieerde medische verzorging. De meeste van deze systemen berusten echter op de vooropstelling dat er ten allen tijde beduidend minder ouderen dan jongeren of personen van middelbare leeftijd zullen zijn. Wegens de afnemende sterftecijfers komen deze systemen dan ook onder druk te staan, een druk die naar de toekomst toe enkel nog zal toenemen. Bovendien daalt de verhouding actieve personen/ouderen zowel in de meer als in de minder ontwikkelde regio's, waardoor de mogelijkheden van de maatschappij en de regeringen om voor de verouderende bevolking te zorgen verder kunnen afnemen.
Deze demografische tendensen stellen alle volkeren en in het bijzonder de regeringen van de naties/staten wereldwijd voor ongeëvenaarde uitdagingen. Omdat zij aanzien worden als een gemakkelijke prooi zijn bejaarden vaak slachtoffer van discriminatie en misbruik. Tevens overheerst de mening dat ouderen niet langer van nut zijn in de snel evoluerende, geglobaliseerde en meer en meer geïndustrialiseerde wereld van vandaag. In het kader van de huidige snelle veroudering van de wereldbevolking wordt de dringende noodzaak duidelijk om de rechten en de rol van ouderen in onze wereld aan te pakken.
De term foltering omvat een waaier aan methodes waaronder het toebrengen van slagen , elektrische schokken, seksueel misbruik en verkrachting, langdurige eenzame opsluiting, zware arbeid, het bijna-verdrinken of -verstikken, verminking en het langdurig ophangen.
Hoewel er geen uitputtende lijst bestaat van daden die verboden zijn, heeft het internationaal recht duidelijk gesteld dat foltering een wrede, onmenselijke of onterende behandeling is. Naast de hierboven vermelde types van ernstige pijn en lijden omvat foltering dus ook praktijken als iemand dwingen om urenlang met gespreide armen en benen tegen een muur te staan; iemand blootstellen aan fel licht of hem/haar te blinddoeken; iemand blootstellen aan luid, permanent lawaai; iemand slaap, voeding of drinken ontzeggen; iemand dwingen om constant te staan of te kruipen; of iemand hardhandig schudden.
Daarnaast is foltering niet beperkt tot handelingen die fysieke pijn of verwondingen veroorzaken. Het omvat ook handelingen die mentaal lijden veroorzaken, zoals het bedreigen van familie of vrienden.
Met betrekking tot wetenschappelijke experimenten die op mensen worden uitgevoerd door regeringen zonder de bewuste instemming van de slachtoffers bevat het VN Verdrag tegen Foltering en Andere Wrede, Onmenselijke of Onterende Behandeling of Bestraffing een dergelijke bepaling niet, hoewel het eerdere verbod op foltering in artikel 7 van het Internationaal Verdrag van de Burgerlijke en Politieke Rechten voorschrijft dat niemand zonder eigen bewuste instemming mag onderworpen worden aan medische of wetenschappelijke experimenten. De menselijke experimenten die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Nazi's werden uitgevoerd, zouden onder deze categorie vallen.
Of de definitie van foltering ook verwijst naar gerechtelijke lijfstraffen (zoals bijvoorbeeld amputatie, brandmerking en allerlei vormen van geseling waaronder zweepslagen en stokslagen) of de doodstraf, is een omstreden vraag. Artikel 1 van het VN Verdrag tegen Foltering en Andere Wrede, Onmenselijke of Onterende Behandeling of Bestraffing, dat kortweg het VN-Verdrag tegen Foltering