Het mensenrechtensysteem van de VN

Instrumenten ter bescherming en bevordering van de mensenrechten op basis van het Handvest

De soorten bescherming door de Verenigde Naties van de mensenrechten spruiten voort hetzij uit het Handvest, hetzij uit verdragen. De instrumenten uitgaand van het Handvest omvatten: de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, de Mensenrechtencommissie, en de Subcommissie ter Bescherming en Bevordering van de Rechten van de Mens.

Universele Verklaring van de Rechten van de Mens

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) is een van de eerste internationale documenten met als basisgedachte het vrijwaren van de rechten van alle mensen. De meeste vroegere internationale verklaringen en verdragen waren gestoeld op de ideeën van het positivisme, waarbij rechten alleen werden toegekend als deze vooraf in de nationale wetgeving ingeschreven waren. Zoals de VN zelf was de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens opgesteld om wereldvrede tot stand te brengen, door de bevordering van de mensenrechten. Aanvankelijk bracht de UVRM 58 verscheidene geografische, culturele en politieke groepen bijeen voor het opstellen van een universeel document. Hoewel de UVRM geen bindend karakter heeft gaf ze aanleiding tot internationale mensenrechtenstandaarden die gecodificeerd werden in meerdere internationale verdragen.

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werd tussen januari 1947 en december 1948 opgesteld. De tekst werd uitgewerkt door de toenmalige achttien leden van het Mensenrechtencomité, voorgezeten door Eleanor Roosevelt, en beoogde de volledige waaier van mensenrechten te omvatten: zowel culturele, sociale en economische rechten als burgerlijke en politieke rechten. Na meer dan 1400 stembeurten, voor wijzigingen aan de tekst van het document, heeft de Algemene Vergadering van de VN eenparig tegen acht onthoudingen (Wit-Rusland, Tsjecho-Slowakije, Polen, Saoedi-Arabië, Zuid Afrika, de Sovjetunie, Oekraïne en Joegoslavië) op 10 december 1948 de verklaring goedgekeurd.

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) omvat 30 artikelen inzake de fundamentele rechten die voor ieder individu gewaarborgd worden. De eerste twee artikelen maken de vooronderstelling van het document duidelijk, dat alle mensen over de hele wereld gelijk zijn en dat deze gelijkheid stoelt op de fundamentele waardigheid ingebed in het menszijn. Deze gelijkheid van de menselijke waardigheid vertaalt zich in de universaliteit van mensenrechten. In het begrip universaliteit ligt de idee besloten dat deze rechten automatisch aan iedereen worden toegekend en om geen enkele reden aan een individu kunnen ontnomen worden, of om geen enkele daad die door het individu wordt gesteld.

Artikel 1 bepaalt: "Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen."

Artikel 2 vervolgt: "Eenieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.”

Artikels 3 tot 21 omschrijven de burgerlijke en de politieke rechten. Deze omvatten onder andere het recht op leven, op vrijheid, op een eerlijk proces, op vrije meningsuiting, op privacy, op persoonlijke veiligheid, op vrijheid van beweging en op het niet onderworpen worden aan slavernij, foltering of willekeurige aanhouding.

Artikels 22 tot 27 kennen economische, sociale en culturele rechten toe. Deze rechten worden aangeduid als een noodzakelijk aspect van het leven van het individu, nodig voor de persoonlijke waardigheid en ontwikkeling ervan, en omvatten economische rechten zoals het recht op sociale zekerheid, arbeidsgebonden economische rechten zoals op een eerlijk loon en op vrije tijd; sociale rechten zoals het recht op een goede gezondheidszorg, welvaart en onderwijs; en culturele rechten zoals het recht om deel te nemen aan het culturele leven.

Tenslotte, artikel 28 tot 30 stellen een algemeen kader op om van de mensenrechten te genieten: de erkenning van het recht op een sociaal en internationaal systeem ter bevordering van mensenrechten; een bevestiging dat mensen samen met fundamentele rechten ook verplichtingen hebben tegenover de gemeenschap; en een herinnering aan de stelregel dat geen staat of individu de Universele Verklaring mag gebruiken om een doel na te streven dat ingaat tegen de missie of de doelstellingen van de VN.

Commissie Mensenrechten

Samengesteld uit 53 lidstaten is de Commissie Mensenrechten het op basis van het handvest opgericht orgaan dat het meest rechtstreeks tussenkomt op het vlak van de mensenrechten. Deze commissie wordt bijgestaan door de Subcommissie ter Bevordering en Bescherming van de Rechten van de Mens, door individuele experts, door vertegenwoordigers en door Speciale Rapporteurs. Hoewel de Commissie Mensenrechten op vraag van een meerderheid eveneens kan samenkomen in speciale zittingen om op de snelste manier schendingen van de mensenrechten aan te pakken vergadert ze vast gedurende zes weken per jaar in Genève. De Commissie kan ter beoordeling van een bepaald geval kiezen dit zelf verder te onderzoeken en op te volgen, hetzij een beroep te doen op een extern organisme. De jurisdictie van de commissie ter bescherming van de mensenrechten werd in 1970 door ECOSOC uitgebreid tot de ganse wereld.

Vanaf het begin heeft de Commissie een invloed gehad op de internationale mensenrechten, door standaarden op te stellen maar ook door ze te doen naleven. Het heeft bijgedragen tot het opstellen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in 1948. Sindsdien heeft ze standaarden uitgewerkt op het vlak van het recht op ontwikkeling, van burgerlijke en politieke rechten, van economische, sociale en culturele rechten, van de afschaffing van rassendiscriminatie, van foltering, van de kinderrechten en van de rechten van de mensenrechtenactivisten.

Toezicht op mensenrechten

De Mensenrechtencommissie besteedt ook veel tijd aan het toezicht op de toepassing van de standaarden die zij heeft opgesteld. Ze kan bij het onderzoek van een specifiek domein van de mensenrechten gebruik maken van gelijk welk aantal permanente of bijzondere procedures. De twee permanente procedures zijn de 1503 procedure en de 1235 procedure; de speciale procedures omhelzen onderzoeksmissies, thematische mechanismen of mandaten, en adviesverlening.

De 1503 Procedure is een vertrouwelijke procedure, genoemd naar de ECOSOC Resolutie 1503 die haar tot stand heeft gebracht. Zij wordt aangesproken wanneer de Commissie bericht krijgt over een systematisch patroon van grove schendingen van de mensenrechten. Schendingen onder deze procedure omvatten genocide, apartheid, rassen- of etnische discriminatie, foltering, gedwongen massamigratie en massale opsluiting zonder proces. Het verslag aan de Commissie inzake systematische grove schendingen van de mensenrechten kan niet anoniem zijn, en er is geen goedkeuring van de betrokken Staat vereist om tot een onderzoek ter plaatse over te gaan. De bepalingen geven de commissie een grote speelruimte om te beslissen welke de beste handelwijze is voor een welbepaalde situatie. Na onderzoek bepaalt de Commissie welke actie zal ondernomen worden. Wanneer een 1503 Procedure er niet in slaagt om een schending van de mensenrechten die het heeft onderzocht te doen ophouden, kan de Mensenrechtencommissie de Procedure 1235 inroepen volgens welke ze jaarlijks een publiek debat kan houden inzake de grove schendingen van de mensenrechten waarom het . Als ook dit niet helpt om de toestand op adequate wijze op te lossen kan de Commissie zich tot ECOSOC richten voor de aanvaarding van een resolutie ter veroordeling van de overtreders. Deze publieke veroordeling bekladt de reputatie van de leiders van de betroffen Staat en brengt hun legitimiteit als politieke elite in diskrediet.

Onder de speciale procedures ter beschikking van de Commissie Mensenrechten zijn ook onderzoeksmissies een nuttig instrument. Tijdens een onderzoeksmissie bestudeert een expert of een groep experts de toestand van de rechten van de mens en onderzoekt de schendingen in een bepaalde staat om gegevens te verzamelen voor een 1503 of een 1235 procedure. Nochtans kan een onderzoeksmissie slechts ondernomen worden mits de toestemming van de Staat wiens mensenrechtenfaam in vraag wordt gesteld. In april 2003 hadden in totaal 47 landen een permanente uitnodiging toegekend aan de thematische Speciale Procedures van de VN Commissie Mensenrechten om mensenrechtenkwesties te onderzoeken waardoor de Commissie een onderzoeksmissie kan sturen naar eender welk van deze landen op eender welk ogenblik. Voor de andere naties dient de commissie eerst het akkoord te vragen en te bekomen vooraleer zijn experts naar het land te sturen.
Een andere speciale procedure waarover de Mensenrechtencommissie beschikt is het thematisch instrument of mandaat. Werkgroepen en/of Speciale Rapporteurs onderzoeken de schendingen van de mensenrechten en de problemen die zij hebben veroorzaakt in verschillende staten. Recentelijk is het aantal Speciale Rapporteurs voor het onderzoeken van mensenrechtenkwesties gestegen.

Tenslotte verleent de Commissie Mensenrechten advies aan naties die hierom vragen. De Commissie verstrekt opleiding en informatie aan staten om hen te helpen een hoog niveau van de bescherming van de mensenrechten aan te houden. Daarbij kan de Commissie Mensenrechten aan de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten bijstand vragen, in de vorm van seminaries, opleidingscursussen en werksessies, zowel als advies van deskundigen.

Subcommissie ter Bevordering en Bescherming van de Rechten van de Mens

De Subcommissie werd door de Commissie Mensenrechten in 1947 opgericht, tijdens haar eerste zitting, en Subcommissie ter Voorkoming van Discriminatie en Bescherming van Minderheden genoemd vooraleer bij stemming in 1999 haar naam werd gewijzigd. Ze is het belangrijkste ondergeschikte orgaan van de Commissie Mensenrechten.

De Subcommissie heeft als leden 26 experten die onafhankelijk optreden zonder binding met hun eigen staat, ook al zijn zij door de Commissie volgens een geografische verdeling op basis van bevolkingsaantal verkozen. Voor het ogenblik zijn de expertleden als volgt verdeeld: zeven uit Afrika, zes uit West - Europa en andere staten, vijf uit Azië, vijf uit Latijns- Amerika en drie uit Oost - Europa. Elk lid heeft een plaatsvervanger; de helft van de leden en hun plaatsvervangers worden om de twee jaar verkozen; ze oefenen een mandaat uit van vier jaar. De Subcommissie komt elk jaar in Genève gedurende drie weken bijeen; regeringsambtenaren, medewerkers van de VN gespecialiseerde agentschappen en waarnemers van NGO’s mogen eveneens de vergaderingen bijwonen.

De opdracht van de Subcommissie is om studies te verrichten die de UVRM als leidraad hebben, en om aanbevelingen te formuleren aan de Commissie Mensenrechten inzake de voorkoming van discriminatie van welke vorm ook in verband met mensenrechten en fundamentele vrijheden en de bescherming van rassen-, nationale, religieuze en taalminderheden. De Subcommissie neemt ook taken op zich op vraag van de Commissie of van ECOSOC, en verdeelt deze opdrachten over haar zes werkgroepen: de Werkgroep Communicatie (die klachten behandelt in verband met een systematisch patroon van grove en verifieerbare schendingen van de mensenrechten binnen het domein van communicatie, samen met het antwoord van de regeringen), de Werkgroep Moderne Vormen van Slavernij, de Werkgroep Inheemse Volken, de Werkgroep Minderheden, de Werkgroep Rechtsbedeling en de Werkgroep Transnationale Ondernemingen.

Hoge Commissaris voor de Mensenrechten

De functie van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten werd in december 1993 in het leven geroepen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. De Hoge Commissaris voert de ‘dienstverlening’ uit van de Secretaris Generaal in verband met de mensenrechten, en is verantwoording verschuldigd aan de Economische en Sociale Raad en aan de Secretaris Generaal. De Commissaris bekleedt de hoogste post inzake de bevordering van de mensenrechten en laat zich in met de activiteiten voor de mensenrechten binnenin de VN. Hij/zij dient hiertoe gesprekken inzake mensenrechten te voeren met alle toegetreden staten. De verantwoordelijkheden van de Hoge Commissaris omvatten: crisisbeheer; preventie en tijdig waarschuwen bij misbruiken; bijstand aan staten in periodes van politieke overgang; bevordering van de fundamentele rechten naar regeringen toe; en coördinatie en rationalisering van programma’s voor de mensenrechten.

De Commissaris wordt bijgestaan door een Adjunct VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, een staf voor inhoudelijke vraagstukken en een administratieve staf. De Adjunct, die de Commissaris bijstaat in het vervullen van zijn taken, vervangt deze in diens afwezigheid. Het beleid van de Hoge Commissaris wordt uitgevoerd door het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens (OHCHR) behelst “de bescherming en bevordering van rechten van de mens voor allen”. Het OHCHR bereikt zijn doelstellingen via een waaier van activiteiten, waaronder: het benadrukken van het belang van de mensenrechten wereldwijd en lokaal; het geven van opleiding en van materiaal in verband met de mensenrechten; het ondersteunen van de mensenrechtenorganen en van de organen die toezicht houden op de naleving van verdragen; het reageren op belangrijke schendingen van de mensenrechten.

De functie van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten werd voor het eerst bekleed door Dhr. José Ayala-Lasso uit Ecuador.
De oorspronkelijke (Engelstalige) versie van deze tekst werd samengesteld door Elizabeth Strenio.en vertaald door Johan Vandendriessche.
Copyright © Human Rights Education Associates (HREA), 2003. Alle rechten voorbehouden.

De vertaling naar het Nederlands werd door Human Rights Education Associates aan VORMEN toegestaan.