|
Universele garantie tegen onrecht
De kritiek uit niet-westerse landen is eigenlijk niet gericht op de universaliteit zelf van de mensenrechten: vrijwel overal lijkt men het erover eens dat zoiets als mensenrechten, een universele garantie tegen onrecht, wel degelijk nodig is.
Wat niet overal hetzelfde is, zijn de normen en waarden die achter bepaalde artikels schuilen. Nemen we bijvoorbeeld artikel 19 uit de UVRM, dat stelt: eenieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting, maar dit recht kan beperkt worden in het belang van de openbare orde, de goede zeden en de bescherming van de rechten van anderen. De opvatting van wat goede zeden zijn, kan verschillen van land tot land.
Een film die in het ene land aanvaard wordt onder
bescherming van de vrijheid van meningsuiting,
kan in een ander land verboden worden omwille
van de bescherming van de goede zeden.
Afhankelijk van de context en de plaatselijke opvattingen, kan eenzelfde regel dus verschillende toepassingen kennen, zonder dat men de universaliteit ervan in vraag stelt. Anderzijds kunnen ook de mensenrechten zelf aangepast worden aan gegronde kritiek: heel wat landen en hun inwoners zouden er inderdaad beter van worden als het recht op ontwikkeling en een eerlijke wereldorde hoger op de agenda zou komen te staan.
Flexibeler mensenrechtendiscours
Als we ernaar willen streven om de mensenrechten voor zoveel mogelijk mensen geldig te maken, is het misschien beter om de niet-westerse kritiek niet te beschouwen als een aanval of een bedreiging, maar om deze ernstig te nemen en er rekening mee te houden. Zo zou men, zoals in het hierboven beschreven voorbeeld, kunnen toelaten dat mensenrechten in andere situaties anders worden toegepast, met andere woorden: toelaten dat het mensenrechtendiscours flexibeler wordt toegepast. Als antwoord op sommige situaties, die heel anders zijn dan in de westerse context, zou men ook de normen kunnen veranderen en andere accenten leggen. Zo kan men bijvoorbeeld overwegen om meer collectieve mensenrechten te formuleren, of om de economische en sociale mensenrechten en het recht op ontwikkeling op te waarderen. Uiteraard zijn er grenzen aan deze aanpassingen: er zullen altijd feiten blijven, zoals foltering of willekeurige arrestaties, waarvoor in geen enkel geval een rechtvaardiging mogelijk is. Anderzijds kan er ook vanuit niet-westerse samenlevingen gewerkt worden om deze meer ontvankelijk te maken voor de mensenrechten: praktijken die problematisch zijn voor de mensenrechten moeten openlijk besproken kunnen worden en eventueel aangepast of zelfs verboden worden.
Als er vanuit alle samenlevingen, zowel de westerse als de niet-westerse, actief meegewerkt wordt aan het opbouwen en bijschaven van een mensenrechtendiscours, zal het door meer en meer mensen aanvaard worden en zal men uiteindelijk kunnen bereiken wat de VN beoogden toen ze de mensenrechtenverklaring meer dan een halve eeuw geleden proclameerden: een geheel van rechten waar ieder mens, waar ook ter wereld, zich in kan terugvinden en die een effectieve bescherming biedt voor iedereen die ze nodig heeft.
|