Kritiek op de mensenrechten

Vooral niet-westerse landen zijn niet akkoord met de aanspraken op universaliteit van de mensenrechten.

Er zijn drie grote groepen te onderscheiden:

Het Aziatische en Afrikaanse discours vertonen veel inhoudelijke gelijkenissen. Terwijl het Westen vooral aandacht schenkt aan de burgerlijke en politieke rechten, benadrukken zij vooral het belang van economische ontwikkeling. We leven immers nog steeds in een wereld waarin het Westen een groot economisch overwicht heeft op de rest van de wereld en hoewel de kolonisatie al decennia achter de rug is, blijven de ex-kolonies dikwijls aan het kortste eind trekken. Het is dus niet te verbazen dat het recht op ontwikkeling vooral voor de Derde Wereld een prioritair punt op de agenda is.

Een ander verschil met de westerse visie op mensenrechten is de nadruk op het belang van groepsgebondenheid in plaats van individualisme. Individuele rechten zijn voor hen ondergeschikt aan het belang van de groep en de grotere gemeenschap.

Zowel in Azië als in Afrika heeft men de eigen standpunten geformuleerd in verklaringen die een belangrijke aanvulling vormen op de in het Westen geformuleerde mensenrechten. Zo werd door de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid een African Charter opgesteld, waarin de Afrikaanse visie op mensenrechten wordt weergegeven. Dergelijke aanpassingen aan eigen waarden en normen zorgen ervoor dat de mensenrechten beter aansluiten bij de leefwereld van mensen buiten het Westen.

top

Ook vanuit islamitische hoek weerklinkt dikwijls kritiek over de mensenrechten zoals ze in het Westen zijn opgesteld. Binnen deze kritiek zelf zijn verschillende stromingen te onderscheiden. Zo zijn er de conservatieven, die het mensenrechtenconcept verwerpen omwille van de westerse, dus vreemde, en niet-religieuze basis ervan. Zij stellen dat de Koran, de Soenna en de Shari’a voldoende bescherming bieden. Het is op basis van deze islamitische bronnen dat ze eigen teksten inzake mensenrechten hebben opgesteld, maar deze zijn juridisch niet afdwingbaar en mogen in geen geval in tegenspraak zijn met de islamitische rechtsbronnen.

Daarnaast zijn er moslimgeleerden die vinden dat de huidige internationale mensenrechtennormen in wezen niet in tegenspraak zijn met de wetten van de Shari’a, op voorwaarde dat deze aangepast en geherinterpreteerd wordt in overeenstemming met de huidige tijdsgeest. De moslimwereld wordt vooralsnog gedomineerd door het conservatieve standpunt, maar het interne debat over de plaats van de mensenrechten in de Islam is nog lang niet afgesloten.

top

De particularistische kritiek heeft niet steeds oprechte bedoelingen: soms wordt het argument dat mensenrechten omwille van specifieke culturele omstandigheden niet toepasbaar zijn, misbruikt door regeringen die aan de hand daarvan internationale kritiek op de eigen mensenrechtensituatie proberen af te wenden. Een “eigen opvatting over mensenrechten” wordt dan een excuus om praktijken die in feite grove schendingen van de mensenrechten zijn, te rechtvaardigen.

Dit soort opportunistische kritiek draagt uiteraard niets bij aan het echte debat over de universaliteit van mensenrechten. Het Aziatische, Afrikaanse en islamitische discours daarentegen kan niet zomaar verwaarloosd worden: ze zetten er immers toe aan om de mensenrechten ook eens vanuit een ander perspectief te bekijken dan het westerse, en dit kan ertoe leiden dat ze zodanig aangepast worden dat ze niet voor minder, maar juist voor meer mensen geloofwaardig en aanvaardbaar worden.

top