Internationale en regionale beschermingsinstrumenten

Instrumenten van internationaal recht hebben de vorm van een verdrag (ook overeenkomst, conventie, protocol genoemd), dat bindend kan zijn voor de staten die deze overeenkomst afsluiten. Bij het afronden van de onderhandelingen wordt de authentieke en definitieve tekst van een verdrag vastgelegd, en door de vertegenwoordigers van staten ondertekend. Er zijn verschillende manieren om aan te geven dat een staat ermee akkoord gaat door een verdrag gebonden te zijn. Ratificatie of toetreding zijn de meest voorkomende. Een nieuw verdrag wordt ‘geratificeerd’ door de staten die bij de onderhandelingen erover betrokken waren. Een staat die niet betrokken was bij deze onderhandelingen kan later ‘toetreden’ tot het verdrag. Het verdrag treedt in werking op het ogenblik dat een vooraf bepaald aantal staten het hebben geratificeerd of ertoe zijn toegetreden.

Bij het ratificeren van of het toetreden tot een verdrag kan een staat voorbehouden maken bij één of meer artikels van het verdrag, tenzij het verdrag zelf dit verbiedt. Normaal gesproken kunnen dergelijke voorbehouden op eender welk tijdstip terug ingetrokken worden. In sommige landen staan internationale verdragen boven de nationale wetgeving. In andere landen kan een speciale wet nodig zijn om een internationaal verdrag, ondanks ratificatie of toetreding, kracht van (nationale) wet te geven. Bijna alle staten die een internationaal verdrag ratificeerden of ertoe toetraden, moeten daarna besluiten uitvaardigen, bestaande wetten aanpassen of nieuwe wetgeving invoeren opdat het verdrag op het nationaal territorium helemaal effectief zou zijn.

De bindende verdragen kunnen gebruikt worden om regeringen ertoe te dwingen die bepalingen ervan te eerbiedigen die relevant zijn voor de mensenrechten van de personen met een handicap. De niet-bindende instrumenten, zoals verklaringen en resoluties, kunnen in relevante situaties gebruikt worden om regeringen (tenminste zij die in zitten met hun internationaal imago) lastig te vallen door hen publiek aan te klagen.

De volgende internationale instrumenten beschermen de rechten van personen met een handicap. Zij zijn hoofdzakelijk gericht op het beschermen van personen met een handicap tegen discriminatie en op het scheppen van gelijke kansen op deelname aan de samenleving:

De Verenigde Naties

Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) (artikel 7, 25)
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) werd in 1948 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen, en verschaft mensenrechtenstandaarden die door alle lidst aten werden aanvaard. De UVRM verschaft de normatieve basis die heeft geleid tot het formuleren van de op dit ogenblik bestaande standaarden betreffende personen met een handicap. In artikel 25 (1) vermeld de UVRM in het bijzonder de sociaal-economische rechten van mensen met een handicap: het recht op een adequate levensstandaard, inbegrepen voedsel, kleding, onderdak, medische zorg en sociale voorzieningen, en het recht op zekerheid in het geval van werkloosheid, ziekte, handicap, weduwschap, ouderdom. Artikel 7 garandeert gelijkheid voor de wet en gelijke bescherming door de wet voor eenieder, inbegrepen bescherming tegen discriminatie.

Internationaal Verdrag van Burgerlijke en Politieke Rechten (1966) (artikel 26)
Dit verdrag somt verschillende wetten op die relevant zijn voor het gehandicapt zijn. Artikel 26 stelt dat eenieder gelijk is voor de wet en het recht heeft op gelijke behandeling door de wet.

Internationaal Verdrag van Economische, Sociale en Culturele Rechten (‘ECOSOC verdrag’) (link) (1966) (artikel 2)
Al verwijst het verdrag niet specifiek naar handicaps, toch kunnen handicaps in artikel 2 (2), dat oproept niet te discrimineren op gronden zoals ras, huidskleur en ‘andere status’, inbegrepen worden onder ‘andere status’,

Om uitgebreider in te gaan op de strategieën voor de implementatie van de rechten die in het ECOSOC verdrag zijn opgenomen heeft het Comité voor Economische, Sociale en Culturele Rechten, het orgaan dat toezicht uitoefent op de naleving van het verdrag, het General Comment N° 5 (1994) afgeleverd.

General Comment N° 5 (1994)
Dit algemeen commentaar vanwege het Comité voor Economische, Sociale en Culturele Rechten formuleert verplichtingen van staten om discriminatie van personen met een handicap in de domeinen van gelijke rechten van mannen en vrouwen (‘dubbele discriminatie’) (artikel 3 van het ECOSOC verdrag) uit te sluiten, naast in andere domeinen als werk (artikelen 6 en 8 van het ECOSOC verdrag), sociale zekerheid (artikel 9), bescherming van de familie (artikel 10), adequate levensstandaard (artikel 11), het recht op fysische en mentale gezondheid (artikel 12), het recht op onderwijs (artikel 13 en 14) en het recht om deel te nemen aan het culturele leven en te genieten van de voordelen van de wetenschappelijke vooruitgang (artikel 15).

Verklaring van de Rechten van Mentaal Gehandicapte Personen (1971)
Deze verklaring werd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties afgekondigd, en stelt dat: “De mentaal gehandicapte persoon heeft, tot het maximum dat haalbaar is, dezelfde rechten als andere menselijke wezens.”

Verklaring betreffende de Rechten van Personen met een Handicap (1975)
Deze verklaring, aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN, is het eerste internationaal document dat de term ‘handicap’ probeert te definiëren. De verklaring omvat zowel een aantal sociale en economische rechten als een aantal burgerlijke en politieke rechten.

Verdrag inzake de Uitbanning van alle Vormen van Discriminatie van Vrouwen (1979) (artikel 3)
Dit verdrag, meestal als CEDAW afgekort, bevat geen enkel artikel dat uitdrukkelijk de rechten van personen met een handicap behandelt, maar heeft tot doel de rechten van alle vrouwen te beschermen, gehandicapt of niet. Vrouwen met een handicap ondergaan dubbele discriminatie, op basis van hun geslacht en daarbij ook op basis van hun handicap. In de General Recommendation 18 beklemtoont het Comité voor de Eliminatie van Discriminatie van Vrouwen, het toezichthoudend orgaan van het CEDAW verdrag, dat vrouwen met een handicap dubbele discriminatie ondergaan en een bijzonder kwetsbare groep zijn. Het beveelt aan dat regeringen in hun periodieke verslagen informatie verschaffen over vrouwen met een handicap en over de speciale maatregelen die regeringen namen om te verzekeren dat vrouwen met een handicap “gelijke toegang hebben tot onderwijs en tewerkstelling, gezondheidsvoorzieningen en sociale zekerheid, en om te verzekeren dat zij in alle domeinen van het sociale en culturele leven kunnen deelnemen.”
Eén van de belangrijkste resultaten van het Internationaal Jaar van de Personen met een Handicap (1981) was de formulering van het Wereld Actie Programma betreffende Personen met een Handicap (WPA) (1982). Het WPA is een wereldomvattende strategie ter verbetering van de preventie van handicaps, van de revalidatie en de gelijkschakeling van kansen, die tot doel heeft personen met een handicap volwaardig te laten deelnemen aan het sociaal leven en aan de nationale ontwikkeling. Het WPA beklemtoont tevens de noodzaak om het fenomeen handicap vanuit een mensenrechtenperspectief te benaderen.

Verdrag (N° 159) betreffende Reclassering in Beroep en Werkgelegenheid (Personen met een handicap) (1983
Dit verdrag van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), een gespecialiseerd VN agentschap, verplicht staten ertoe “een nationaal beleid van herinschakelen van personen met een handicap in beroep en tewerkstelling te formuleren, te implementeren en periodiek te herzien” (artikel 2). Dit verdrag beklemtoont ook het principe van gelijke kansen: “positieve bijdragen, gericht op daadwerkelijke gelijkheid van kansen en behandeling tussen werkers met een handicap en andere, zullen niet aanzien worden als discriminerend ten aanzien van andere werkers.” (artikel 4).

Verklaring over de Rechten van Dove en Blinde Personen (1983)
Artikel 1 van de verklaring stelt dat “... elke dove of blinde persoon heeft het recht te genieten van alle mensenrechten die aan alle mensen door de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens gegarandeerd worden, en van alle rechten die door de Verklaring van de Rechten van Personen met een Handicap aan personen met een handicap verleend worden.”

Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989) (artikel 2, 6, 12, 23, 28)
Dit verdrag vermeldt handicap als één van de verboden gronden voor discriminatie (artikel 2). Daarenboven behandelt artikel 23 rechtstreeks de rechten van kinderen met een handicap, door te stellen dat kinderen met een handicap het recht hebben op een “volwaardig en behoorlijk leven” in waardigheid, en op deelname aan de gemeenschap.

Principes voor de bescherming van personen met een geestesziekte, en voor de verbetering van de geestelijke gezondheidszorg (1991)
Dit document, aanvaard door de Algemene Vergadering van de VN, stelt gedetailleerde standaarden in voor de bescherming van personen met een geestelijke handicap. Het beklemtoont dat alle personen het recht hebben op de best beschikbare geestelijke gezondheidszorg, en dat personen met een geestesziekte met menselijkheid en respect voor de inherente waardigheid van de menselijke persoon dienen behandeld te worden. Personen met een geestelijke handicap hebben ook het recht beschermd te worden tegen economische, seksuele en andere vormen van uitbuiting, fysisch of ander misbruik of onterende behandeling. De principes stipuleren dat er geen discriminatie op basis van geestesziekte mag plaatsgrijpen en dat personen met een geestesziekte het recht dienen te hebben op uitoefening van alle burgerlijke en politieke rechten. Wanneer een persoon ten gevolge van zijn/haar geestesziekte geen wettelijke bevoegdheid heeft, zullen alle beslissingen die betrekking hebben op het welzijn van de persoon slechts genomen worden door een onafhankelijk en onpartijdig gerechtelijk orgaan, dat daartoe door de plaatselijke wetgeving is ingesteld, en nadat de betrokkene eerlijk gehoord werd.

Standaard Regels voor de Gelijkschakeling van Kansen voor Personen met een Handicap (1994)
Aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN, in 1994, in de nasleep van het Decennium van Personen met een Handicap, vormen de Standaard Regels geen juridisch bindend instrument voor de lidstaten. Toch zijn de Standaard Regels tot op heden het meest omvattende stel mensenrechtenstandaarden betreffende het beleid ten aanzien van handicaps, en vertegenwoordigt het een “streng moreel en politiek engagement van regeringen om actie te ondernemen om gelijkschakeling van kansen voor personen met een handicap te bereiken.” Het document behandelt voorwaarden voor gelijke participatie, doelgebieden voor gelijke deelname, maatregelen ter implementatie, en toezichtmechanismen.

Op de implementatie van de Standaard Regels voor de Gelijkschakeling van Kansen voor Personen met een Handicap wordt toegezien door de Speciale Rapporteur betreffende Handicaps (zie ook). De eerste Speciale Rapporteur, Bengt Lindqvist (Zweden), werd in 1994 aangesteld, en zijn mandaat werd tweemaal hernieuwd, in 1997 en in 2000. In 2003 werd Sheikha Hessa Khalifa bin Ahmed al-Thani (Qatar) aangesteld als Speciale Rapporteur, voor de periode 2003-2005.

Bejing Verklaring over de Rechten van Personen met een Handicap (2000)
Deze verklaring werd aangenomen op de Wereld NGO Top over Handicap, en roept op tot een hogere levensstandaard, gelijke deelname en de eliminatie van discriminerende attitudes en praktijken.

Afrikaanse Unie (voorheen: Organisatie van Afrikaanse Eenheid, OAU)

Afrikaans Handvest voor de Rechten van Mensen en Volkeren (1981)
Het handvest bevat artikel 18 (4) dat stelt dat personen met een handicap het recht hebben op speciale beschermingsmaatregelen en artikel 16 (1) dat voorziet dat elk individu het recht zal hebben om de best bereikbare staat van fysische en mentale gezondheid te genieten.

Raad van Europa

De Raad van Europa is een regionale intergouvernementele organisatie die bestaat uit 45 landen. Ze heeft tot doel mensenrechten, de parlementaire democratie en de rechtsstaat te verdedigen. Alle leden van de Europese Unie behoren ook tot de Raad van Europa. De Raad van Europa heeft geen enkel specifiek mensenrechtenverdrag betreffende personen met een handicap aangenomen, maar heeft twee belangrijke verdragen tot stand gebracht, die onder meer de bescherming van de rechten van personen met een handicap inhouden.

Europees Verdrag ter bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden (1950) (artikel 5)
Artikel 5 van het verdrag stelt dat op grond van een mentale handicap op het recht op vrijheid en veiligheid inbreuken kunnen gepleegd worden: “Niemand zal zijn vrijheid worden ontnomen, tenzij in de volgende gevallen en in overeenstemming met een procedure die door de wet wordt omgeschreven: het gewettigd vasthouden van personen omwille van de voorkoming van de verspreiding van besmettelijke ziektes, van personen met een ongezonde geest, van alcohol- of drugsverslaafden of van landlopers.”

Europees Sociaal Handvest (1961) (artikel 15)
Het Handvest werkt als de tegenhanger van het Verdrag, doordat het de sociale en economische rechten bestrijkt, zoals het recht op werk, of het recht op sociale zekerheid. Het Handvest was het eerste mensenrechtenverdrag dat handicap expliciet vermeldde: “Personen met een handicap hebben het recht op beroepsopleiding, revalidatie en reclassering, wat ook de oorsprong en aard van de handicap is.”
Daar bovenop heeft de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa verschillende aanbevelingen aangenomen over beleid betreffende personen met een handicap.

Aanbeveling betreffende de Situatie van Geesteszieken (1977)
Dit document stippelt aanbevelingen uit betreffende de bescherming van geesteszieke personen in de rechtbank, en de wetgevende maatregelen bij het opsluiten van geesteszieke personen.

Aanbeveling betreffende het revalidatiebeleid tav personen met een handicap (1992)
Deze aanbeveling dringt er bij de lidstaten op aan om voor personen met een handicap actieve deelname in de samenleving en gelijke kansen te verzekeren.

Aanbeveling voor een Coherent Beleid voor de Revalidatie van Personen met een Handicap.
Dit instrument erkent het recht van personen met een handicap om verschillend te zijn, en belicht het recht op een onafhankelijk leven en op volle integratie in de samenleving.

Europese Unie
Het Europees Parlement heeft verschillende resoluties aangenomen die uitdrukkelijk naar de bescherming van de rechten van personen met een handicap verwijzen. De Resolutie betreffende de mensenrechten van gehandicapten (1995) dringt er bij de Europese Commissie, de uitvoerende tak van de Europese Unie, op aan stappen te ondernemen om gelijke kansen voor personen met een handicap te voorzien. De Resolutie betreffende de aantasting van het recht op leven van gehandicapten (1996) streeft ernaar het recht op leven te beschermen, en stelt dat het Europees parlement gekant is "tegen de praktijk van actieve levensbeëindiging van comapatiënten en gehandicapte pasgeboren kinderen door artsen.” Tot slot, de Resolutie over de mededeling van de Commissie betreffende gelijke kansen voor gehandicapten (1997) erkent dat er in de Europese Unie “37 miljoen gehandicapte personen ... niet in het volledige genot zijn van hun burger- en mensenrechten ” en herinnert lidstaten aan hun verantwoordelijkheid om op nationaal vlak wetten te implementeren ter bescherming van personen met een handicap. In december Kaderrichtlijn betreffende gelijke behandeling in werkgelegenheid die rechtstreekse en onrechtstreekse discriminatie op grond van godsdienst of geloof, leeftijd, handicap of seksuele oriëntatie. De Kaderrichtlijn is bindend ten aanzien van de huidige lidstaten, terwijl van kandidaat lidstaten verwacht wordt dat ze hun nationale implementatie van de richtlijn hebben voltooid vooraleer lid te worden van de EU.

Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS)

Amerikaans Verdrag inzake Mensenrechten (1969) (artikel 24)

Het Verdrag handelt niet expliciet over handicaps, maar bevat de klassieke mensenrechtenwaarborgen. Zo stelt artikel 24 het recht op gelijke bescherming in.

Toegevoegd Protocol bij het Amerikaans Verdrag voor Mensenrechten in het domein van Economische, Sociale en Culturele Rechten (Protocol van San Salvador) (1988) (artikel 18)
Dit verdrag specificeert dat personen met een handicap het recht hebben op bijzondere aandacht om de best mogelijke ontwikkeling van hun persoonlijkheid te bewerkstelligen. Het verplicht regeringen ertoe speciale maatregelen toe te passen om de volledige integratie van personen met een handicap mogelijk te maken.

Inter-Amerikaans Verdrag over de Eliminatie van Alle Vormen van Discriminatie tegen Personen met een Handicap (1999)
Dit verdrag heeft tot doel alle vormen van discriminatie tegen personen met een handicap te elimineren, en om hun volle integratie in de samenleving te bevorderen.

De oorspronkelijke (Engelstalige) versie van deze tekst werd samengesteld door Anna Langenbach. Copyright © Human Rights Education Associates (HREA), 2003. Alle rechten voorbehouden.

De vertaling naar het Nederlands werd door Human Rights Education Associates aan VORMEN toegestaan.