- Internationale en regionale instrumenten voor bescherming en promotie
-
- Verenigde Naties
- Afrikaanse Unie
- Raad van Europa
- Europese Unie
- Liga van Arabische Staten
- Organisatie van Amerikaanse Staten
-
Instrumenten van internationaal recht bestaan onder de vorm van verdragen (ook overeenkomst, conventie, of protocol genoemd), bindend voor de staten die deze overeenkomsten afsluiten. Na het afronden van de onderhandelingen wordt de verdragtekst voor echt en definitief opgemaakt en door de vertegenwoordigers van de staten ondertekend. Een staat kan zich op verscheidene manieren verbinden tot de toepassing van een verdrag. De meest gangbare manieren zijn de ratificatie of de toetreding. Een nieuw verdrag wordt geratificeerd door de staten die bij de onderhandelingen erover waren betrokken. Een staat die niet heeft deelgenomen aan de onderhandelingen kan op een latere datum nog tot het verdrag toetreden. Het verdrag wordt van kracht of wordt geldend zodra een vooraf bepaald aantal staten het verdrag hebben geratificeerd of er tot zijn toegetreden.
Bij het ratificeren van of het toetreden tot een verdrag kan een staat voorbehoud maken met betrekking tot één of meerdere artikelen van het verdrag, tenzij het verdrag elk voorbehoud uitsluit. Dit voorbehoud kan doorgaans op elk ogenblik worden ingetrokken. In sommige landen hebben internationale verdragen voorrang op de nationale wetten, in andere landen is er mogelijk een specifieke wet vereist, welke aan een internationaal geratificeerd verdrag kracht van nationale wetgeving toekent.
Praktisch alle staten die een internationaal verdrag hebben geratificeerd of er tot zijn toegetreden moeten decreten uitvaardigen, bestaande wetten aanpassen of nieuwe wetgeving invoeren om het verdrag op het eigen grondgebied zijn volle toepassing te waarborgen.
De bindende verdragen kunnen worden aangewend om regeringen ertoe te verplichten de verdragsbepalingen van belang voor het recht op familie te eerbiedigen De niet-bindende instrumenten zoals verklaringen en resoluties, kunnen in relevante situaties worden gebruikt om druk uit te oefenen op regeringen door mogelijke blootstelling aan negatieve publiciteit ; regeringen, gevoelig voor hun internationaal imago, passen als gevolg hiervan mogelijk hun beleidsvorming aan.
Vele internationale verdragen hebben een mechanisme om de implementatie van het verdrag te controleren.
De volgende internationale verdragen en mechanismen bepalen de normen voor het recht op familie:
VERENIGDE NATIES
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) (artikel 16)
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) werd in 1948 door de Verenigde Naties aangenomen. Als resolutie is ze op zichzelf niet wettelijk bindend hoewel ze algemeen wel als dusdanig wordt aanzien. Nochtans heeft ze belangrijke principes en waarden vastgelegd die later werden uitgewerkt in wettelijk bindende VN-verdragen. Meer nog, een aantal van deze bepalingen zijn intussen ook deel gaan uitmaken van het internationaal gewoonterecht. Artikel 16 bevestigt het gezin als natuurlijke en fundamentele maatschappelijke eenheid in de samenleving. Het legt het recht vast van mannen en vrouwen om te huwen en een gezin te stichten; hun gelijke rechten binnen het huwelijk, en dat er vrijwillig toestemming moet gegeven worden om te huwen.
Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (1966) (artikel 10)
Het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (ECOSOC) werd in december 1966 door de Verenigde Naties aangenomen en werd in 1976 van kracht. Het legt de principes van de UVRM vast en is wettelijk bindend voor alle staten die het verdrag hebben ondertekend en de bepalingen ervan hebben geratificeerd. Artikel 10 herhaalt enkele basisrechten inzake familieleven en beschrijft verder de rechten van zwangere vrouwen op moederschapsverlof en sociale zekerheid.
Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten (1966)
(artikel 23)
Het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten (BUPO) werkt de principes van de UVRM uit en is wettelijk bindend voor alle staten die het verdrag hebben ondertekend en de bepalingen ervan hebben geratificeerd. Artikel 23 garandeert het recht op een gezin:
- Het gezin is de natuurlijke en fundamentele eenheid in de samenleving en heeft recht op bescherming door de samenleving en de Staat.
- Het recht van mannen en vrouwen van huwbare leeftijd om te huwen en een gezin te stichten moet erkend worden.
- Er mag geen huwelijk worden afgesloten zonder de vrijwillige en volledige instemming van de aanstaande gehuwden.
- Staten die partij zijn bij het verdrag moeten de nodige stappen ondernemen om de gelijke rechten en verantwoordelijkheden van gehuwden te garanderen bij het afsluiten van het huwelijk, tijdens de periode van gehuwd-zijn en bij het ontbinden van het huwelijk. In geval van ontbinding moeten er voorzieningen getroffen worden voor de bescherming van de kinderen.
Verklaring van Sociale en Wettelijke Principes inzake de Bescherming en het Welzijn van Kinderen, met bijzondere verwijzing naar Plaatsing in een Pleeggezin en Nationale en Internationale Adoptie (1986)
Dit document bevat belangrijke richtlijnen voor pleegzorg en adoptie, waaronder de interlandelijke adoptie van kinderen die gepaste ouderlijke zorg ontbreken.
Verdrag inzake Instemming met het Huwelijk, Minimumleeftijd om te Huwen en Registratie van Huwelijken (1962)
Dit verdrag herhaalt het recht op volledige instemming met het huwelijk en vereist tevens dat staten een minimumleeftijd vastleggen om te huwen.
Aanbeveling inzake Instemming met het Huwelijk, Minimumleeftijd om te Huwen en Registratie van Huwelijken (1965)
Alle VN-documenten inzake bevolking en ontwikkeling, waaronder het Actieprogramma van de Conferentie over Bevolking en Ontwikkeling in 1994, de Teheran-verklaring uit 1968, de Vierde Wereldconferentie in Beijing in 1985, bevatten bepalingen betreffende het recht van individuen op familieplanning.
Tenslotte kunnen ook VN-verdragen die betrekking hebben op specifieke categorieën van mensen, ingeroepen worden om het familierecht te beschermen.
Verdrag met betrekking tot de Status van Vluchtelingen (1951) (artikel 12)
Het VN-verdrag inzake vluchtelingen, inbegrepen de richtlijnen en principes vastgelegd onder de bescherming van de VN Hoge Commissaris voor Vluchtelingen, versterken de bepalingen over de rechten van vluchtelingen op een gezin.
Verdrag inzake de Uitbanning van Alle Vormen van Vrouwendiscriminatie (CEDAW) (1981) (artikel 9,16)
Het CEDAW-verdrag is bijzonder relevant wanneer het aankomt op de discriminatie en ongelijke behandeling van vrouwen met betrekking tot hun status in het gezin en bevat bepalingen inzake huwelijk en nationaliteit (artikel 9), gelijkheid en instemming, rechten en plichten binnen het huwelijk, gezinsplanning, voogdij en adoptie, het recht van vrouwen om een familienaam te kiezen, op een beroep en bezigheid, inzake eigenaarschap en eigendom, de minimumleeftijd voor het huwelijk, en de verplichte registratie van huwelijken (artikel 16).
Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989) (artikels 9, 10, 20, 21, 22)
Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (CRC) behandelt de situatie van kinderen die gescheiden leven van de ouders (artikel 9), familiehereniging (artikels 10 en 22) en maatregelen voor kinderen die ouderlijke zorg ontbreken (artikels 20 en 21).
Internationaal Verdrag inzake de Bescherming van de Rechten van Alle Migranten Werknemers en hun Gezin (1990) (artikels 4, 44, 45, 50)
Het recentste van de grote VN mensenrechtenverdragen werd op 1 juli 2003 van kracht. Het verdrag verwijst expliciet naar migranten werknemers en hun gezinsleden, die gedefinieerd worden als personen die gehuwd zijn met migranten werknemers of met hen een relatie hebben die volgens de toepasselijke wetgeving gevolgen heeft die ze gelijkaardig maken aan een huwelijk, en de van hen afhankelijke kinderen en andere personen die door de toepasselijke wetgeving of door toepasselijke bilaterale of multilaterale overeenkomsten tussen de betrokken Staten als familieleden beschouwd worden (artikel 4). Het verdrag erkent dat het gezin de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de samenleving is en recht heeft op bescherming door de samenleving en de staat en dat de staat de nodige maatregelen moet treffen om de bescherming van de gezinseenheid van migranten werknemers te garanderen. Er wordt ook vereist dat de staten familiehereniging mogelijk maken en het verdrag stipuleert dat staten gunstig moeten overwegen om een gelijke behandeling te garanderen voor andere familieleden van migranten werknemers zoals dit gestipuleerd wordt in paragraaf 2 van dit artikel (artikel 44). Familieleden van migranten werknemers moeten wat betreft toegang tot onderwijs, sociale en gezondheidsdiensten en deelname aan het culturele leven kunnen genieten van een gelijke behandeling zoals de staatsburgers. Staten moeten ook de integratie van kinderen van migranten werknemers in het plaatselijke schoolsysteem mogelijk maken, in het bijzonder met betrekking tot het aanleren van de plaatselijke taal en moedertaal en cultuur (artikel 45). Tenslotte stipuleert het verdrag dat in geval van overlijden van een migranten werknemer of de ontbinding van zijn/haar huwelijk de staat waar die tewerkgesteld was gunstig moet overwegen om de gezinsleden van de migranten werknemer die ook in het land verbleven de toestemming te geven er te blijven (artikel 50).
AFRIKAANSE UNIE (VROEGER: ORGANISATIE VAN AFRIKAANSE EENHEID, OAU)
Afrikaans Handvest over de Mensen- en Volkenrechten (1981) (artikel 18)
Artikel 18 van dit verdrag bevestigt het belang van de gezinseenheid, dringt aan op uitbanning van vrouwendiscriminatie en bevat een speciale vermelding over de rechten van ouderen en gehandicapten op speciale beschermende maatregelen.
Afrikaans Handvest over de Rechten en het Welzijn van het Kind (1990) (artikels 18, 19, 24, 25, 30)
Dit verdrag stipuleert dat het gezin de natuurlijke eenheid en basis van de maatschappij is en de bescherming en steun van de staat moet genieten. Staten moeten ook de gepaste stappen ondernemen om de gelijke rechten en verantwoordelijkheden van gehuwden bij het voltrekken van het huwelijk, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan te garanderen met betrekking tot kinderen (artikel 18). Het handvest bevat ook bepalingen over de rechten van kinderen op ouderlijke zorg (artikel 19), de verplichting van staten om te verzekeren dat kinderen niet van hun ouders gescheiden worden tenzij ten gevolge van een juridische beslissing (artikel 25), de verantwoordelijkheden van ouders en de ondersteuning die door de staat moet worden voorzien; principes die betrekking hebben op kinderen zonder ouderlijke zorg adoptie, interlandelijke adoptie (artikel 24), kinderen van wie de moeder in de gevangenis zit (artikel 3).
RAAD VAN EUROPA
Verdrag voor de Bescherming van Mensenrechten en Fundamentele Vrijheden (1949) (artikels 9, 12)
Dit verdrag, algemeen gekend als het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, beschermt het recht op respect voor het private en het gezinsleven, woning en correspondentie (artikel 9) en garandeert mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten volgens de nationale wetten die de uitoefening van dit recht regelen.
Europees Sociaal Handvest (1961) (artikel 16)
Dit verdrag bevestigt het recht van het gezin op sociale, wettelijke en economische bescherming onder het artikel 16, dat kwesties behandelt als moederschapsrechten, sociale voordelen voor gezinnen enz. Er wordt van staten geëist dat ze tweemaal per jaar rapporten voorleggen die door een expertencommissie worden onderzocht.
EUROPESE UNIE
Handvest over de Fundamentele Rechten van de Europese Unie (2000) (artikels 7, 9)
Het Europees Handvest codificeert het recht op respect voor het private en het gezinsleven, woning en communicatie, en het recht om te huwen en een gezin te stichten, dat moet gegarandeerd worden in overeenstemming met de nationale wetten die de uitoefening van dit recht regelen.
LIGA VAN ARABISCHE STATEN
Arabisch Handvest over de Mensenrechten (1994) (artikels 17, 38)
Het Arabisch Handvest beschermt de privacy van gezinsaangelegenheden en de onschendbaarheid van de woning (artikel 17). Het erkent dat het gezin de basiseenheid van de samenleving is, wiens bescherming het moet genieten en dat de staat moet voorzien in uitstekende zorg voor en speciale bescherming van het gezin, moeders, kinderen en bejaarden.
De Verklaring van Cairo over Mensenrechten in de Islam (1990) (artikels 5, 6, 18)
Deze verklaring werd aangenomen door de Negentiende Islamitische Conferentie van Buitenlandse Ministers in Cairo. Net zoals het Arabisch Handvest en andere regionale en internationale verdragen en andere instrumenten beschouwt ze het gezin als het fundament van de samenleving en het huwelijk als de basis om een gezin te stichten: Mannen en vrouwen hebben het recht te huwen, en geen enkele beperking op basis van ras, huidskleur of nationaliteit mag hen beletten dit recht uit te oefenen (artikel 5). De Verklaring van Cairo stipuleert dat de vrouw gelijk is aan de man wat betreft menselijke waardigheid, dat ze eigen rechten geniet en eigen plichten moet vervullen, dat ze haar eigen burgerlijk bestaan en financiële onafhankelijkheid heeft, en het recht om haar naam en afkomst te behouden. De echtgenoot is verantwoordelijk voor het onderhoud en het welzijn van het gezin (artikel 6). De samenleving en de staat moeten alle obstakels voor het huwelijk verwijderen en het mogelijk maken, en moeten het gezin beschermen en zijn welzijn waarborgen (artikel 18).
ORGANISATIE VAN AMERIKAANSE STATEN (OAS)
Amerikaans Verdrag over Mensenrechten (1978) (artikel 17)
Het Amerikaans Verdrag erkent dat het gezin de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappij is en recht heeft op bescherming door de samenleving en de staat. Het erkent het recht van mannen en vrouwen van huwbare leeftijd om te huwen en een gezin te stichten als ze voldoen aan de voorwaarden van de binnenlandse wetten, voorzover deze voorwaarden niet indruisen tegen het principe van niet-discriminatie vastgelegd in dit Verdrag. Het herhaalt ook dat een huwelijk de vrijwillige en volledige toestemming van beide partners vereist; gelijke rechten en een adequate verdeling van verantwoordelijkheden tussen de partners bij het voltrekken van het huwelijk, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan; de bescherming van kinderen bij het ontbinden van een huwelijk; het garandeert ook de gelijke rechten van wettige en onwettige kinderen.