Europese Unie
- Inleiding
- Geschiedenis
- Belangrijkste instellingen
- Belangrijkste mensenrechtenverdragen en organen
-
- Inleiding
De Europese Unie is een unie (groepering) van democratische Europese landen. De lidstaten hebben gemeenschappelijke instellingen opgezet waaraan zij een deel van hun soevereiniteit hebben toevertrouwd zodat op een democratische manier op Europees niveau beslissingen kunnen getroffen worden op specifieke terreinen waarin zij gezamenlijk belang hebben. Beslissingen en handelingen hebben hun basis in EU verdragen, die door alle lidstaten ondertekend werden. Staatshoofden ontmoeten elkaar tenminste tweemaal per jaar op de Europese Raad, om de agenda van de Europese Unie te bepalen.
Alle EU leden hebben, als voorwaarde om tot de EU toe te treden, het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens van de Raad van Europa geratificeerd en de bevoegdheid aanvaard van het Europees Hof van de Rechten van de Mens. Dit betekent bijvoorbeeld dat alle lidstaten de doodstraf hebben afgeschaft vooraleer toe te treden tot de Europese Unie.
Geschiedenis
Zoals andere regionale instellingen in Europa werd de Europese Unie gesticht na de Tweede Wereldoorlog, met het doel verdere vernietiging te voorkomen. Robert Schuman, de toenmalige Franse Minister van Buitenlandse Zaken, suggereerde de oprichting ervan in een toespraak op 9 mei 1950 (datum die nu jaarlijks als Dag van Europa gevierd wordt).
Toen de instelling op 23 juli 1952 werd opgericht waren er slechts zes leden: België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Luxemburg en Nederland. Ze droeg als naam Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Ze was ontworpen om economische onderwerpen te behandelen. De organisatie werd later, via het Verdrag van Rome (1957) de Europese Economische Gemeenschap (EEG). De naam van de instelling werd tenslotte, via het Verdrag over de Europese Unie (op 7 februari 1992 in Maastricht getekend, en van kracht sinds 1 november 1993), gewijzigd in Europese Unie. Dit verdrag wijzigde de naam van de EEG in Europese Gemeenschap (EG).
Het Verdrag over de Europese Unie (1992) voegde politieke terreinen toe aan de algemene structuur van de EU. Dit wil zeggen dat het de EU heeft uitgebreid van een organisatie die hoofdzakelijk economische en handelskwesties behandelt naar een die eveneens de rechten van burgers omvat. Enkele van deze nieuwe aandachtsgebieden voor de EU zijn:
- het verzekeren van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid;
- het scheppen van banen;
- regionale ontwikkeling;
- leefmilieukwesties;
- de gevolgen van globalisering.
De Europese Unie werd ook uitgebreid ten opzichte van de zes oorspronkelijke leden: Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk traden toe in 1973; Griekenland trad toe in 1981; Spanje en Portugal traden beide in 1986 toe; en Oostenrijk, Finland en Zweden zetten deze stap in 1995. In 2004 zal de EU uitbreiden van 15 naar 25 staten, door de toetreding van Cyprus, Tsjechië, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slowakije en Slovenië.
Belangrijkste instellingen
De vijf belangrijkste institutionele organen van de EU zijn: het Europees Parlement, De Raad van de Europese Unie, de Europese Commissie, het Europees Gerechtshof, en de Europese Rekenkamer.
Het Europees Parlement
Het Europees Parlement bestaat uit 626 leden van de huidige 15 lidstaten. Elke vijf jaar worden de leden ervan verkozen door de 374 miljoen burgers van de EU. Het Parlement heeft wetgevende macht en de macht om de definitieve begroting goed te keuren. Het keurt ook de benoeming goed van de Commissarissen van de Europese Commissie en heeft de macht om de Commissie af te keuren.
Raad van de Europese Unie
De Raad van de Europese Unie deelt de wetgevende bevoegdheid en de bevoegdheid over de begroting met het Europees Parlement, en is het belangrijkste besluitvormende orgaan van de EU. De Raad is samengesteld uit afgevaardigden van lidstaten (meestal ministers), verschillend naargelang het onderwerp zoals financiën, onderwijs, telecommunicatie en buitenlandse zaken. De afgevaardigden op de Raad
- coördineren brede economische beleidslijnen van de lidstaten;
- maken internationale akkoorden tussen staten en ngos;
- keuren buitenlands en veiligheidsbeleid goed dat door de Europese Raad werd opgezet;
- neemt maatregelen voor politionele en justitiële samenwerking binnen de EU.
Europese Commissie (EC)
De Europese Commissie, die in Brussel (België) gevestigd is, is de uitvoerende tak van de EU. De Commissie mag ontwerpen van wetgeving opstarten en voorstellen doen aan de Raad en het Parlement. Ze is verantwoordelijk voor de uitvoering van resoluties en beslissingen. De Commissie houdt ook toezicht op de toepassing van de verdragen binnen de EU en op de beslissingen betreffende EU instellingen. De Commissie zorgt ervoor dat alle verdragen rekening houden met de wettelijke EU bepalingen. En verder onderhandelt zij internationale akkoorden, vooral voor handel en samenwerking.
De Voorzitter van de Commissie en de leden van de Commissie worden aangesteld na goedkeuring door het parlement.
Europees Gerechtshof
Het Europees Gerechthof zetelt in Luxemburg. Haar jurisdictie strekt zich uit over de lidstaten, de EU instellingen, het bedrijfsleven en individuen binnen de geografische grenzen van de Europese Unie. Het Europees Gerechtshof zorgt ervoor dat de verdragen van de EC en de EU worden geëerbiedigd en dat de wetten worden nageleefd. Het Gerechtshof houdt een oog op de beslissingen van het Europees Hof van de Rechten van de Mens om richting te geven in haar besluitvorming in mensenrechtenkwesties.
Europese Rekenkamer
De Europese Rekenkamer licht op onafhankelijke manier de verwerving en besteding van de fondsen van de Europese Unie door. De Rekenkamer onderzoekt of financiële operaties correct werden geboekt, uitgevoerd en beheerd, om zuinigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid te verzekeren.
Belangrijkste mensenrechtenverdragen en organen
Handvest van Fundamentele Rechten van de Europese Unie
Een eerste ontwerp van het Handvest van Fundamentele Rechten van de Europese Unie werd in Juni 1999 uitgeschreven met als doel alle rechten te bevatten van de EU burgers, met inbegrip van de rechten uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en die uit het Europees Sociaal Handvest, twee verdragen van de Raad van Europa. Het Handvest werd uitgeschreven door 62 afgevaardigden van EU lidstaten. Als gevolg van onenigheid tussen de lidstaten werd het Handvest niet als verdrag goedgekeurd. Het Europees Parlement en de Commissie hebben echter aanbevolen het op te nemen in het EU Verdrag. Volgens de Preambule van het Handvest heeft het tot doel de bescherming van de fundamentele rechten te versterken in het licht van veranderingen in de samenleving, sociale vooruitgang en wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen, door deze rechten meer zichtbaar te maken in een Handvest. De rechten die worden gewaarborgd zijn onderverdeeld in zes hoofdstukken: waardigheid, vrijheid, gelijkheid, solidariteit, rechten van burgers, en rechtvaardigheid.
.