Duurzame ontwikkeling

Agentschappen voor bijstand en dienstverlening

Nationale instellingen

De meeste landen in de wereld garanderen ofwel in hun grondwet gratis en verplicht onderwijs ofwel werken ze aan het opzetten van een gratis onderwijssysteem. De definitie en de criteria voor verplicht onderwijs variëren van staat tot staat. In sommige landen is onderwijs verplicht voor kinderen tussen bepaalde leeftijdsgrenzen, meestal vanaf 6 tot en met 16 jaar oud. In andere landen houdt verplicht onderwijs niet noodzakelijk verband met een bepaalde leeftijd maar met een bepaald aantal bij te wonen schooljaren. Het aantal jaren varieert in verschillende landen tussen 7 en 11. Verplicht onderwijs houdt in sommige landen in dat studenten een bepaald onderwijsniveau moeten bereiken met als minimum de lagere school of zeven jaar onderwijs.

De gezondheidssituatie en de gezondheidszorg zijn belangrijke ontwikkelingsbekommernissen. 109 landen erkennen in hun grondwet het mensenrecht op gezondheid in hun grondwet, wat inhoudt dat de regering in een bepaalde mate verplicht is om beschikbare en toegankelijke (zoals betaalbare) gezondheidszorg te verzekeren. Sommige landen garanderen toegang tot gratis gezondheidszorg voor alle burgers. Andere landen voorzien enkel nationaal gefinancierde gezondheidszorgprogramma's voor personen met een lager inkomen die hiervoor in aanmerking komen. Deze programma's zijn dikwijls gericht op bepaalde groepen zoals kinderen, ouderen of personen met een handicap.

Een aantal landen heeft een systeem van sociale zekerheid. Sociale zekerheid garandeert dat als er iets onverwacht gebeurt zoals een ziekte, een kwetsuur of een plotse dood het inkomen niet zomaar wegvalt. Sociale zekerheid geeft mensen de kans van een werkloosheidsuitkering of een pensioen te genieten. Als de belangrijkste salaristrekk(st)er van de familie gehandicapt wordt of sterft, kan zijn/haar familie een beroep doen op de sociale zekerheid.

Een sterke democratie opzetten blijft een doel voor veel landen. In de huidige wereld zijn vele regeringen in overgang en zijn vele democratieën nog zeer jong. Men gelooft dat een vrije samenleving waarin de mensen kunnen beslissen en het beleid beïnvloeden, een gepaste omgeving creëert voor ontwikkeling. Terwijl regeringen en regeringsinstellingen bekommerd zijn om ontwikkelingskwesties, is veel van de vooruitgang in ontwikkeling en de verbetering van levensomstandigheden van individuen het resultaat van het werk van niet-gouvernementele organisaties (ngo's) en niet-gouvernementele ontwikkelingsorganisaties. Basisorganisaties zijn groepen die nauw samenwerken met de armen, hindernissen voor ontwikkeling aanwijzen en ook waardevolle oplossingen aanbrengen. Vele ngo's hangen af van vrijwilligers en ontvangen fondsen in de vorm van subsidies en leningen van grotere donororganisaties.

De belangrijkste internationale hulpverleningsinstellingen

De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties. De Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) steunt duurzame ontwikkeling in ontwikkelingslanden door projecten van technische bijstand. FAO-projecten omvatten duurzame landbouw, duurzaam waterbeheer en wereldvisproductie. De FAO schenkt ook speciale aandacht aan de rol van vrouwen en haar inschakeling in de ontwikkeling.

Het Internationaal Landbouwontwikkelingsfonds (IFAD). Dit fonds werd opgericht in 1977 als resultaat van de Wereldvoedselconferentie van 1974. Het helpt middelen en financieringsprogramma's te mobiliseren om arme landbouwers te helpen met het verbeteren van hun levensomstandigheden. IFAD promoot sociale ontwikkeling, inkomensgroei, een duurzaam milieubeleid en een goed bestuur. IFAD geeft ook leningen en subsidiemogelijkheden en vormt tegelijkertijd partnerships met ngo's, internationale ontwikkelingsorganisaties en Internationale Financiële Instellingen. (IFI)

De Internationale Arbeidsorganisatie. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) heeft criteria opgesteld voor wereldwijde arbeidsrechten waaronder een eerlijk loon en gelijke kansen. De ILO heeft een programma dat de ontwikkeling van kleine ondernemingen ondersteunt om tewerkstellingskansen uit te breiden alsook de kansen voor individuen om zelfstandige arbeid te doen.

Het Internationaal Muntfonds. Het Internationaal Muntfonds (IMF) voorziet in drie belangrijke dienstverleningen: toezicht, financiële bijstand en technische bijstand. Door middel van toezicht doet het IMF aan monitoring en geeft het raad aan haar lidstaten m.b.t. het economische en het financiële beleid, waaronder handelsovereenkomsten en overeenkomsten betreffende wisselkoersen. Het IMF stelt vast of dit beleid het land in de vooruitgang van haar economische en duurzame ontwikkeling helpt. Het IMF poogt economische zwakten te identificeren en te bestrijden. Leningen die worden toegekend door het IMF als financiële bijstand zijn niet bestemd voor specifieke projecten maar worden eerder toegekend om de munt en de financiële integriteit van het land te stabiliseren. Het IMF heeft zeven bijstandsmogelijkheden ontwikkeld die dienen om specifieke financiële problemen te verzachten. Deze hebben variabele interestvoeten en terugbetalingstermijnen. De technische assistentieprogramma's van het IMF promoten capaciteitsopbouw en het ontwikkelen van een beleid ter versterking van financiële instituten.

De Commissie voor Duurzame Ontwikkeling van de VN. De Commissie voor Duurzame Ontwikkeling van de VN (CSD) werd opgericht in 1992 nav de VN Conferentie voor Milieu en Ontwikkeling (UNCED). Het is de verantwoordelijkheid van deze commissie om toe te zien of de staten zich houden aan en werk maken van het bereiken van de doelstellingen van duurzame ontwikkeling die werden opgesteld op de UNCED. De CSD is in het bijzonder betrokken bij de relatie tussen milieu en duurzame ontwikkeling en bij het opbouwen van partnerships tussen regeringen.

Het Ontwikkelingsprogramma van de VN. Het Ontwikkelingsprogramma van de VN (UNDP) heeft wereldwijd kantoren in 166 landen. De focus van het UNDP is landen te helpen om oplossingen te ontwikkelen en te delen met andere landen voor wat ze hebben geïdentificeerd als de grootste uitdagingen in het ontwikkelingsproces: democratisch beleid, armoedebestrijding, crisispreventie en -herstel, energie en milieu, informatie- en communicatietechnologie, en HIV/AIDS. In zijn werk tracht het UNDP mensenrechten te verdedigen en te promoten, en vooral dan de emancipatie van vrouwen. Het UNDP geeft jaarlijks een verslag uit over menselijke ontwikkeling (het Human Development Report). Dit verslag wordt geschreven door experten die van over de hele wereld gegevens, ideeën en praktijken analyseren inzake ontwikkeling. Men hoopt dat deze verslagen politieke debatten op gang trekken, politieke aandacht vestigen op thema's en landen kunnen helpen met het formuleren van oplossingen voor ontwikkeling.

De Divisie voor Duurzame Ontwikkeling van de VN. Het werk van de Divisie voor Duurzame Ontwikkeling van de VN is het geven van advies en ervaringen voor en het opbouwen van de institutionele capaciteiten van regeringen, op diens vraag. De Divisie maakt ontwikkelingsprojecten op die ze ook implementeert waarvoor de regering vervolgens verantwoordelijk gesteld wordt. Het doel is een beleid te vormen rond duurzame ontwikkeling. Hun expertise dekt specifiek zoetwaterbeheer, energie, infrastructuur en landbeheer.

De Wereldbank. De Wereldbank bestaat uit twee instituten, de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling (IBRD) en de Internationale Ontwikkelingsassociatie (IDA). De IBRD werkt voor economische ontwikkeling in landen die ze 'kredietwaardig' acht. De landen die leningen krijgen van de IBRD moeten hun leningen kunnen terugbetalen met interest. De IDA werd opgericht om leningen voor ontwikkeling en schuldverlichting te voorzien voor landen die het zich niet kunnen veroorloven te lenen van de IBRD. "Kredieten" van de IDA worden gegeven aan landen die een inkomen per hoofd hebben van minder dan $ 875, aan 0% intrest en met een tienjarige betalingstermijn.

De Wereldhandelsorganisatie. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) beheert de handelsregels tussen landen. Overeenkomsten en regels worden opgesteld door de WTO-leden zelf. WTO-overeenkomsten garanderen bepaalde handelsrechten voor lidstaten. De overeenkomsten helpen producenten en dienstverleners, exporteurs en importeurs zo efficiënt mogelijk hun zaken te doen. Driekwart van de WTO-leden zijn ontwikkelingslanden, en het doel van de WTO is hun handelscapaciteiten en toegang tot de markt te verhogen, met het oog op het verhogen van de welvaart van de bevolking.

De oorspronkelijke (Engelstalige) versie van deze tekst werd samengesteld door Eva Hathaway.
Copyright © Human Rights Education Associates (HREA), 2003. Alle rechten voorbehouden.

De vertaling naar het Nederlands werd door Human Rights Education Associates aan VORMEN toegestaan.