|
Teksten over mensenrechten
Vrij en gelijk
Jij en ik, dezelfde rechten?
Wim Taelman
__________________________________
Je heet Timur, of Jean, of Vanessa, of... je woont in Argentinië, of Oekraïne, of Burundi, of... Om welke reden dan ook kwam je in de gevangenis terecht. Je werd ervan verdacht een diefstal of een moord gepleegd te hebben, of je was politiek actief in de oppositiebeweging in je land, of je behoorde tot een fanatieke moslimgroepering, of je was travestiet, of ze pakten je gewoon op omwille van je huidskleur of etnische afkomst. Eens in de gevangenis werd je slecht behandeld, of regelrecht gefolterd. Waarom? Misschien omdat men je kost wat kost wilde doen bekennen, om hoog te scoren in de statistieken van de misdaadbestrijding. Misschien omdat de machthebbers er alles aan doen om je politieke of religieuze beweging de pas af te snijden, en gevangenis en foltering als afschrikkingmiddel toepassen. Misschien omdat ze je in je land omwille van je etnische afkomst of je eigenheid per definitie als verdacht beschouwen, of als minder-dan-mens. Misschien omdat men meent dat het je welverdiende straf is.
Eeuwen geleden al kwam men tot het bewustzijn dat foltering niet toelaatbaar is, onder geen beding. En toch, ik snap het niet, ook in het begin van deze eenentwintigste eeuw lijkt het in veel te veel landen een gangbare praktijk te zijn. Soms zijn de methodes aangepast, met vernuftig gebruik van elektrische stroomstoten in pulsen van milliseconden, dat wel. Soms ook niet, zoals die publieke geselingen en stenigingen. Maar hoe dan ook: mensonterend, ontoelaatbaar, barbaars, beschamend. Wir haben es nicht gewusst?
Iqbal, net als je betreurde naamgenoot woon je in Pakistan en maak je daar deel uit van het jongerenverzet tegen de zwaarste vormen van kinderarbeid.
Je naamgenoot, die toen hij vier jaar was door zijn vader verkocht werd aan een tapijtwever, waar hij 12 uur per dag, vastgeketend aan het weefgetouw, moest werken zonder ooit genoeg te kunnen verdienen om zich vrij te kopen.
Die op 10-jarige leeftijd wist te ontsnappen en dan aan zijn strijd tegen kinderarbeid begon.
Die op 12-jarige leeftijd vermoord werd.
Die Iqbal heeft jou geïnspireerd, Iqbal.
Deze kleine jongen is een symbool geworden, het is een eer om ook zon voornaam te hebben. De strijd tegen kinderarbeid is echter nog niet helemaal gestreden in je land, al is er ondertussen wel beterschap.
Strijden tegen kinderarbeid, dat is voor jou wel anders dan voor ons, hier in België. Het is bij jullie niet zo vanzelfsprekend om achter een computer te gaan zitten en teksten uit te tikken om er dan mooie folders van te maken en ze te versturen. Het is niet zo vanzelfsprekend om in efficiënte vergaderlokalen afspraken te maken, binnen je eigen organisatie en met andere organisaties, om dan vervolgens die taken uit te voeren. En wie zoals jij, Iqbal, actie voert, heeft heel wat meer moed nodig. Tegenkanting, schrik voor heimelijke repressie, gebrek aan middelen,... komen bovenop de dagelijkse strijd voor een eigen leefbaar bestaan. Ik heb bewondering voor jullie, de Iqbals over de hele wereld die dag in dag uit strijden tegen het onrecht dat henzelf en anderen wordt aangedaan, zo goed als zonder middelen, maar met een sterke overtuiging en een enorm doorzettingsvermogen.
Je heet Gerson en woont in Senegal, of Burkina Faso, of Zambia, of...
Met je vrouw en je vijf kinderen woon je ver van de stad. Op de lapjes grond die je bezit probeer je voedsel te kweken om in je levensonderhoud en dat van je familie te voorzien: kalebassen en graan voor eigen gebruik en voor verkoop op de plaatselijke markt, soja en arachidenoten voor de uitvoer. Je grond is niet erg vruchtbaar en droog. Elk jaar opnieuw is het hopen dat het voldoende regent en dat het spaarzaam opgevangen water door de zelf gegraven en onderhouden irrigatiekanaaltjes vloeit. En dat er niet weer een plaag komt van sprinkhanen of ander ongedierte, die je oogst in een mum van tijd halveert. Af en toe heb je last van malaria, en dan valt het werken je moeilijk. Toch hoop je op een betere toekomst voor je kinderen. Je wilt ze naar school laten gaan. Misschien kunnen ze verder studeren en een job vinden in de stad. Ingenieur worden, of verpleegster. Of handelaar zoals Christian, die bij jou de arachidenoten komt opkopen en dan verder verkoopt.
Ik vind het beschamend, Gerson, dat simpelweg overleven je zoveel moeite moet kosten. Dat je zelfs mits ernstige inspanning er toch moeilijk in zal slagen om je kinderen meer welvaart te geven dan jezelf. Een badkamer, jaarlijkse vakantiereizen, een auto die minder dan 10 jaar oud is, een lekker Frans wijntje op vrijdagavond, het zijn zovele dingen die voor jou zo onbereikbaar zijn. Je kent ze, van op de TV, je ziet hoe vanzelfsprekend dit en nog zoveel meer voor vele Europeanen en Amerikanen allemaal is. Soms droom je ervan je land te verlaten om elders van de kruimels van de welvaart te kunnen leven.
Je verdient het niet, Gerson, het uitzicht op een menswaardig leven te moeten missen. Je verdient het niet om afhankelijk te moeten zijn van het medelijden van Westerse regeringen en organisaties die jouw land of jouw streek onder de een of andere vorm wat hulp komen bieden. Meestal goedbedoelde hulp, dat wel, maar het blijft een aalmoes en dat is niet rechtvaardig want je hebt geen schuld aan deze situatie. Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren(*). Mocht dat maar waar zijn...
Je heet Marcel. Je bent pas afgestudeerd als informaticus. Je bent blank en komt uit een van de vele eerder welgestelde gezinnen uit de middenklasse. Een vader die zich opwerkte in de overheidsadministratie. Een moeder die als onthaalmoeder wat bijverdient. Je hebt behoorlijk wat vrienden waarmee je tijdens het weekend uitgaat. En het ziet er naar uit dat je heel binnenkort een nieuw liefje hebt, Marcel: als ik de oogjes van Kristel zie schitteren als zij even bij jou in de buurt is, dan kan dat niet missen, want ook jij bent niet ongevoelig voor haar speelse frisheid, dat merk ik. Je maakt het niet slecht, Marcel. Maar natuurlijk, het kan altijd wel beter.
Wat ik echter niet goed begrijp van jou is dat je soms ineens zo bikkelhard kan worden, en onrechtvaardig, tenminste als het om buitenlanders gaat, om Marokkanen, Turken, Ghanezen,...
Als het onderwerp ook maar ter sprake komt, dan ben je er als de kippen bij. Dat zij hier toch niets verloren hebben, dat zij hier niet van onze welvaart moeten komen profiteren, dat wij straks nog vreemdelingen worden in ons eigen land,... Het is een greep uit de zovele oneliners die je dan met een stalen stem debiteert. Waar haal je dat toch vandaan, Marcel, al deze bitterheid tegenover die mensen? Hebben ze je ooit echt iets misdaan? Natuurlijk zijn het niet allemaal heiligen, maar dat zijn autochtone Belgen toch ook niet? Wie heeft je zo op je ziel getrapt dat je op jouw beurt zo hard kan zijn? Heb je het nog steeds niet verteerd dat je in de middelbare school zoveel problemen had met Frans, wat je tal van rode rapportcijfers opleverde en tweemaal een jaartje overdoen? Of zijn het de pesterijen waarvan je in de lagere school het slachtoffer was, omdat je nu eenmaal geen voetballer was, noch dweepte met de K3 van die tijd? Ik weet het, je bent niet alleen met dit soort praat, in sommige kringen wordt dit niet eens meer als barbaars en immoreel gezien, maar krijgt het een aureool van terechte verontwaardiging, van de underdog die zich niet meer laat doen.
Ik weet het wel, Marcel, samenleven is niet altijd gemakkelijk. Niet tussen arbeiders en intellectuelen, niet tussen mannen en vrouwen, niet tussen jongeren en ouderen, niet tussen jonge Studio Brusselaars en Radio Donnas, ...
Ik wou echter dat je inzag dat je harde houding geen deel van de oplossing is, maar deel van het probleem. Je harde houding, zonder enig onderscheid, werkt mee aan het ontstaan van groepen mensen die op hun beurt bitter en hard worden, omdat ze gestigmatiseerd worden waar ze ook komen. Is het niet al erg genoeg dat deze buitenlanders moeilijk werk vinden, dat hen al te dikwijls de deur gewezen wordt? Moeten we niet er eerder op aan sturen die noodlottige vicieuze cirkels te doorbreken? Laat ons daar maar eens werk van maken...
Kathy is geboren, zo luidde het geboortekaartje dat ik vorige week in mijn post vond. Kathy, dochter van Laurence en Seppe. Jij kleine Kathy, in het begin van deze eenentwintigste eeuw ter wereld gebracht. De planeet waarop je geboren bent is niet nieuw meer. Je zal moeten leven met de erfenis die de vorige generaties mensen er hebben achtergelaten. Op zich is dat misschien niet zo erg, Kathy, dat de mens de planeet Aarde vormgegeven heeft: velden voor landbouw en veeteelt, meren voor elektriciteitsvoorziening, wegen, spoorwegen en vliegvelden voor het verkeer, steden van steen en beton,... En toch, Kathy: sommige bodems zijn hopeloos vervuild, duizenden stoffen die voordien gewoon niet bestonden zijn in de natuur verspreid, andere stoffen die nuttig zijn raken stilaan uitgeput. Misschien zijn het klimaat en de atmosfeer zodanig aangetast dat er echte problemen van komen. Heel wat planten- en diersoorten zijn al definitief verdwenen of ernstig in hun voortbestaan bedreigd. En ook de georganiseerde mensenwereld is niet zonder problemen: er zijn grote - latente of openlijke - spanningen tussen diverse bevolkingsgroepen, er is weinig eensgezindheid tussen de politieke leiders, en ook ons land heeft heel wat meer schulden opgebouwd dan echt aanvaardbaar is.
Toch, Kathy, is het niet al kommer en kwel dat je erft van de vorige generaties. Je kan wonen in goed in te richten huizen, met alles erop en eraan. Als je ziek wordt kan je misschien geholpen worden met geneesmiddelen. Je komt terecht in een samenleving waarin heel wat afspraken zijn gemaakt om de zaak leefbaar te maken en te houden. Alleen, te weinig mensen bekommeren zich daar echt om. Je erft een samenleving met heel wat kennen en kunnen, een heel instrumentarium dat moet helpen om problemen die zich voordoen op te lossen. De vraag is echter: weegt dit positieve wel op tegen al het negatieve. Ik weet het niet echt, het is niet goed meetbaar. Eén ding weet ik: ook voor jouw generatie, Kathy, zal leefbaarheid een opdracht blijven. Een opdracht om het met de vijf, binnenkort zes miljard mensen voor ieder leefbaar te maken en te houden, en daarbij nog zelfs te denken aan wie na jullie komen. Een waardig leven voor eenieder, het blijft een strijd die nooit definitief gewonnen zal zijn.
Je heet Ismael, Isma voor de vrienden. Sinds augustus 2000 verblijf je in België, want het werd je te heet onder de voeten in het Arabische land waar je woonde. Als jong academicus was je politiek actief in je land. Je hield immers niet van de allesoverheersende religieuze ideologie, en nog minder van haar repressieve acties en censuur. Je revolteerde, Isma, samen met je vrienden. Tot ze je aanpakten en je in de gevangenis kwam. Tot ze je duidelijk maakten dat je eigen leven in gevaar kwam als...
Je hoopt vurig, Samuel, dat ons land je een veilig onderkomen biedt, en dat jij je jonge leven hier verder kan uitbouwen. Je hoopt dat onze samenleving haar belofte van mededogen waar zal maken. Tot hiertoe echter was wachten de boodschap. Wachten in de lange rij aan de Dienst Vreemdelingenzaken. Tevergeefs, volgende dag opnieuw. Een misverstand, volgende week opnieuw. Beroep aantekenen tegen de negatieve beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken, waar je je verhaal maar gedeeltelijk durfde vertellen, uit schrik voor de lange armen en tentakels van de geheime dienst van je land: is die tolk wel te vertrouwen, gaan de ambtenaren hier de gegevens van mijn dossier niet doorspelen naar de overheid van mijn land,...? En dan weer wachten... Hoelang nog? Dat weet je niet, daar kan men je niets over zeggen. Een week? Een maand? Een jaar? Nog meerdere jaren in deze tergende onzekerheid die je in een diepe lethargie van nietsdoen onderdompelt? En zal men je dan willen geloven? Zal men jouw verhaal niet afdoen als een mooi ingestudeerd nummertje dat opgevoerd wordt? Zal men dan beslissen dat je bescherming verdient?
Je zou willen verder studeren hier, maar je weet niet of dat zin heeft. Ondertussen wil je onze taal leren, want om verder te studeren heb je dat nodig. Maar - en ik begrijp dat - af en toe slaat de twijfel om je heen. Dat eindeloos wachten, dat vreet aan je, de onzekerheid blijft maar duren. En je wil graag werken om in je bestaan te voorzien, maar dat mag niet, je bent verplicht aangewezen op het OCMW en dat vind je vernederend.
Soms, terwijl ik met je praat, ben ik beschaamd, Isma, dat onze zogenaamd beschaafde samenleving er niet beter in slaagt om een zorgvuldig en snel antwoord te geven op jouw naar mijn gevoel erg legitieme vraag. Ik zou hopen dat het jouw geloof in de waarde van menselijkheid en solidariteit niet al te zeer aantast.
Je heet George, of Tony, of Guy, of Bill. Je bent de president van een machtig land, of eerste minister van een klein of middelgroot land, of misschien zelfs de grote baas van een multinationaal concern. Kortom, je hebt invloed en wellicht ook macht. En die kan je in alle mogelijke richtingen aanwenden. Je zou ze kunnen gebruiken om in je beleid mee de belangen te behartigen vahttp://www.adobe.com/products/acrobat/readstep2.htmlhoord wordt, maar gewoon mens is. Je zou ze kunnen gebruiken om een cultuur van menselijkheid, van begrip, solidariteit en gemeenschapszin in alle domeinen van de samenleving te promoten ten koste van de heersende cultuur van arrogantie, macht en onverschilligheid. Wat zou het een verademing zijn een president te horen pleiten voor een samenleving die bewust zorg draagt voor de zwakkeren en voor de volgende generaties en daar meteen een aantal concrete maatregelen aan verbindt. Niet dat het ontbreekt aan mooie pleidooien, dat niet. Je zal dat zelf wel beseffen: op geregelde tijdstippen haal ook jij ze boven, in openingstoespraken op conferenties, als credo op rituele plechtigheden. Misschien krijg je zelfs de indruk dat je zo aan de verheven doelen je steentje bijdraagt, meer nog, dat het je eigen allerhoogste doelen zijn. Maar als je eerlijk bent, dan besef je dat je de mooie principes maar bovenhaalt als ze in het tableau van het ogenblik passen, als ze geschikt zijn om even te dienen in het kader van een ander doel, dat meestal echt niet zo verheven is. Als je eerlijk bent, dan besef je misschien dat de mooie principes maar al te dikwijls slechts even ontleend zijn aan mooie biotopen waarin je zelf niet thuishoort.
Mensenrechten noemen we het, beste lezer, dit geheel van afspraken dat men ruim 50 jaar geleden maakte om de wereld wat menselijker te maken. Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, dat is de titel voor de tekst ervan. Met afspraken over alle grenzen, politieke systemen, religieuze overtuigingen en economische verschillen heen. Afspraken over minima die door alle landen ter wereld moeten geëerbiedigd worden. Spelregels die de mogelijkheid moeten bieden om van een grote verscheidenheid een rijkdom te maken: een brede waaier van godsdiensten en levensovertuigingen, een regenboog van stijlen en culturen, een verscheidenheid van politieke systemen en organisatievormen,...
Ik weet het, in eerste instantie zijn mensenrechten voor staatshoofden en andere politieke verantwoordelijken bedoeld, om de macht van de staat over de burger te regelen. Maar van bij het begin reeds reikte de bedoeling verder: de Universele Verklaring stelt dat alle landen gezamenlijk zouden moeten komen tot een internationale orde die in de hand moet werken dat eenieder van zijn/haar mensenrechten kan genieten. Maar ook: de Universele Verklaring doet ten overstaan van ieder van ons en van alle mogelijke instanties in de samenleving een oproep om actief werk te maken van het realiseren van deze doelstellingen. En dat is maar goed ook, want de ervaring met de nu meer dan 50 jaar internationaal erkende mensenrechten leert dat zonder de constante druk van individuen en organisaties er niet zoveel in huis komt van de naleving ervan. En dat het niet enkel een kwestie is van wetten en van toezicht erop, niet enkel een kwestie van de naleving van de waarden van de mensenrechten in de politieke sfeer. Het is evenzeer zaak die waarden toe te passen in het leven van alledag: in de relatie van individuen en groepen met hun omgeving, en in de relatie van instellingen en bedrijven met alle personen en groepen waarmee zij te maken hebben. Mensenrechten als opdracht voor eenieder dus. Eenieder, jij en ik.
N.B. De namen en situaties die in deze tekst voorkomen zijn fictief of als symbool gebruikt. Ze staan echter model voor mensen van vlees en bloed en voor concrete situaties.
(*) Uittreksel uit artikel 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. (terug naar boven)
|
Geschreven naar aanleiding van de Jeugdboekenweek rond het thema Jij en ik.
Download hier de pdf-file.

|