(indien onleesbaar, klik hier: www.vormen.org/educatie/nieuwsbrief/Nieuwsbrief-6-6.html)

NIEUWSBRIEF MENSENRECHTENEDUCATIE

Millenniumdoelstelling 8: Samenwerken voor ontwikkeling

Jaargang 6, nummer 6 (30 juni 2006)
Op onze site vind je de nieuwsbrieven terug
op
www.vormen.org/educatie/Nieuwsbrief.html.
Uitgegeven door VORMEN vzw
(Vlaamse Organisatie voor Mensenrechteneducatie)
Voor leerkrachten en andere onderwijsbetrokkenen

Inhoudstafel

1. Begrippen: participatie

2. De VN Millenniumdoelstelling 8: Samenwerken voor ontwikkeling

3. Werkvorm: 'Recht op samenkomen met anderen''

4. Pats&Co, een interactief spel over jongeren in armoede

5. Sociale rechten (uit: KOMPAS)

6. Gezocht: vrijwilliger computeronderhoud (m/v)

7. Wij ondersteunen jouw school

Colofon & abonneren


top

1. Begrippen: participatie

Deze keer lichten we de term 'participatie' toe. Andere concepten, die aan bod kwamen in vorige nieuwsbrieven, zijn: duurzame ontwikkeling, burgerschap, wereldburgerschap, democratie, sociale rechtvaardigheid, discriminatie,...

Volgens de Engelse Wikipedia is participatie (in de politieke wetenschappen en in managementtheorie) “een koepelbegrip voor verschillende manieren voor het publiek om direct deel te nemen aan politieke, economische en beheersmatige beslissingen.”
Verder: “opdat participatie op goed geInformeerde basis zou gebeuren is een of andere soort van transparantie, zoals ‘radicale transparantie’ noodzakelijk, maar niet voldoende.”
In ‘A Ladder of Participation’ (1969) onderscheidt Sherry Arnstein verschillende types (non)-participatie. Volgens deze auteur gaan deze van ‘manipulatie’ (de laagste mate van participatie door de burger) tot ‘door de burger beheerd’ (hoogste mate van participatie). De 3 gehanteerde categorieën zijn:
- gradaties in machtsuitoefening: ‘door de burger beheerd’, ‘gedelegeerde bevoegdheid’, ‘partnerschap’
- gradaties in symbolische participatie: zoethoudertje, raadpleging, informatieverrstrekking
- gradaties in non-participatie: therapie, manipulatie
Arnstein definieert burgerparticipatie als ‘de herverdeling van macht die de machteloze burger die momenteel uitgesloten is van de politieke en economische processen in staat stelt daar in de toekomst wel aan deel te nemen.
(naar Wikipedia)

De participatieladder (Pröpper, 1999): Informeren -> Raadplegen -> Adviseren -> Coproductie (van plannen) -> Meebeslissen -> Zelfbestuur
De ladder geeft de verschillende niveaus van inspraak aan. Het is een opklimmende reeks van ‘treden’, waarbij de betrokkenheid van de burger alsmaar groter wordt. Het voordeel van de participatieladder is dat het aangeeft dat je met participatie verschillende niveaus kan bereiken. De laagste trede wordt gevormd door het louter informeren van burgers over de activiteiten en plannen van de overheid. De volgende trede is die waarbij de overheid de burgers raadpleegt, en bijvoorbeeld polst naar wat de ideeën zijn over de door de overheid gelanceerde thema’s. Het derde niveau wordt al wat concreter, waarbij er sprake is van een min of meer formeel advies van de betrokkenen ten opzichte van de overheid. De vierde, meer gevorderde stap gaat zo ver dat burgers niet alleen adviseren, maar zelfs mee kunnen doen aan het bedenken en opzetten van concrete plannen. De voorlaatste trede is een sterk engagement waarbij de betrokkenen zelf mee beslissen over wat er nu precies zal gebeuren. In deze fase stelt de overheid zich niet meer vrijblijvend op ten opzichte van het participerende publiek. En tenslotte is er de hoogste trede, waarbij de betrokkenen niet alleen zelf beslissen maar ook verder betrokken zijn bij alle uitvoeringsfaciliteiten, en zelf continu verantwoordelijkheid hebben op te nemen. Hoe hoger je gaat op de participatieladder, hoe sterker de overheid haar verantwoordelijkheid verschuift naar dat van de inwoners zelf. Het spreekt voor zich dat dit veronderstelt dat het reële engagement van die inwoners navenant is. Eén van de kritieken die regelmatig geuit worden op dit schema is dat het te veel van de veronderstelling uitgaat dat er bij elk participatieproces voor slechts één niveau te kiezen valt. De meeste reële participatieprocessen zitten evenwel complexer in elkaar, en moeten ruimte bieden voor verschillende niveaus van participatie. Slechts weinig burgers zijn bereid tot verregaande engagementen. Bovendien leent bijvoorbeeld een thema als de organisatie van een dorpsfeest zich al meer tot een positie op een hogere participatietrede, dan bijvoorbeeld het geval is bij de reorganisatie van een gevaarlijk kruispunt.
Uit: Van schietstand tot denktank. Bewonersplatforms als inspirerend model voor steden en gemeenten.

“De term ‘participatie’ dekt een hele reeks niveaus van betrokkenheid in processen van bestuur, van symbolische formele deelname tot een werkelijke controle over besluitvorming en besteding van middelen. Een ‘klassieke’ benadering van publieksparticipatie is de ‘participatieladder’ van Sherry Arnstein, die acht vormen van participatie rangschikt volgens toenemende invloed van de deelnemers. Een studie voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling vertaalt de oorspronkelijke onderverdeling tot een meer bruikbare participatieladder en onderscheidt daarin drie vormen van participatie, naargelang het rechtstreeks of onrechtstreeks betrekken van de burger:
• directe participatie: rechtstreekse inbreng van de burger;
• gedelegeerde participatie: de burger delegeert zijn beslissingsmacht aan vertegenwoordigers;
• steekproefsgewijze participatie: door statistische selectie van burgers in participatieve processen.
Voor een beschrijving van de verschillende methodes verwijzen we naar de praktijkgids ‘Participatory methods’, een uitgave van de Koning Boudewijnstichting en viWTA.”

Uit: Is er plaats voor hernieuwbare energie in Vlaanderen? ViWTA

"Het participatiecontinuüm: tussen 'in handen van de school' en 'in handen van de leerlingen' :
• de leerlingen worden gehoord - beluisterd
• advies geven - voorstellen doen
• samen oplossingen - voorstellen bedenken
• samen beslissen
• samen ondernemen"

Uit: ‘Oprechte Deelneming’

Bronnen en links

top

2. De VN Millenniumdoelstelling 8: Samenwerken voor ontwikkeling
Voor het realiseren van een hele reeks mensenrechten vormen de VN Millenniumdoelstellingen de krijtlijnen van de doelen die de wereldleiders zich hebben gesteld. In onze nieuwsbrief willen we hier aandacht aan geven. We begonnen met het geheel van de Millenniumdoelstellingen, in de vorige nummers focusten we telkens op één van de afzonderlijke doelstellingen ervan, ditmaal ten slotte op Millenniumdoelstelling 8.

De tekst van de Millienniumdoelen, en een link naar de prestatie-indicatoren, vind je op http://www.cmo.nl/pjb/index.php?Millenniumdoelen

Het achtste millenniumdoel roept op tot wereldwijd samenwerken op het gebied van ontwikkeling. Er zijn afspraken over goed bestuur, landen voeren eerlijke handel met elkaar en er is een eerlijk financieel systeem op poten gezet. Het schuldenprobleem van ontwikkelingslanden is opgelost en de ontwikkelingslanden beschikken over nieuwe technologieën. Samen met ontwikkelingslanden is er fatsoenlijk werk voor jongeren gecreëerd.

Prestatie-indicatoren zijn:

  1. Ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen;
  2. Deel van bilaterale ontwikkelingshulp, bedoeld voor eerste levensbehoeften (basisonderwijs, basisgezondheidszorg, voeding, veilig water en sanitaire voorzieningen);
  3. Deel van de ontwikkelingshulp dat ongebonden is, vrij mag worden besteed;
  4. Ontwikkelingshulp ontvangen door geheel door land omringde staten in verhouding tot hun BNI (BNP+rente+winst);
  5. Ontwikkelingshulp ontvangen door kleine eilandstaten in verhouding tot hun BNI (BNP+rente+winst);
  6. Deel van het totaal aan geïmporteerde goederen in ontwikkelde landen dat afkomstig is uit ontwikkelingslanden dat toegelaten wordt zonder importheffingen;
  7. Gemiddelde invoertarieven die door ontwikkelde landen worden opgelegd voor de invoer van landbouwproducten en kleding uit ontwikkelingslanden;
  8. Landbouwsubsidies in OECD-landen als percentage van hun BNP;
  9. Deel van de ontwikkelingshulp dat wordt ingezet om de handel te bevorderen;
  10. Totaal aantal arme landen met ernstige schulden aan het buitenland dat heeft besloten met hulp van IMF en Wereldbank armoedebestrijdingsprogramma's in te zetten;
  11. Sanering van schulden van de armste landen;
  12. Schuldsanering als percentage van export van goederen en diensten;
  13. Werkloosheidscijfers van 15- tot 24-jarigen, mannen en vrouwen en totaal;
  14. Deel van de bevolking dat kan beschikken over betaalbare en belangrijke geneesmiddelen ; 
  15. Aantal telefoonaansluitingen en mobiele bellers per 100 mensen;
  16. Aantal PC's in gebruik per 100 mensen;
  17. Aantal Internetgebruikers per 100 mensen.

De feiten: (naar maak het waar)

  • Al in 1970 namen de 22 rijkste landen zich voor om 0,7 procent van hun bruto nationaal product (BNP) aan hulp uit te geven. Slechts vijf landen houden zich daaraan. Naast Nederland zijn dat Denemarken, Noorwegen, Zweden en Luxemburg.
  • In de afgelopen jaren hebben schuldeisers bijna tweederde van de schulden kwijtgescholden van de armste landen met een onbetaalbare schuld. Dat lijkt niet genoeg. Landen die schuldvermindering kregen, hebben nog steeds een veel te hoge schuld, zelfs volgens de criteria van de schuldeisers zelf.
  • De armste landen betalen nog steeds honderd miljoen dollar per dag aan buitenlandse schuldeisers.
  • De importtarieven die rijke landen hanteren bij de import van landbouwproducten en textiel zijn de afgelopen jaren nauwelijks gedaald. Ontwikkelingslanden lopen tientallen miljarden euro’s aan inkomsten mis door hoge tarieven en andere handelsbelemmeringen. 

De vooruitgang: (uitgbreid cijfermateriaal over de indicatoren mbt de millienniumdoelen is te vinden op deze site met VN-statistieken)

  • Tijdens het overleg van de Verenigde Naties in 2005 bleek dat het moeilijk zal worden de millenniumdoelen te halen als we op dit tempo doorgaan. De komende tien jaar moeten beter benut worden. Het overleg gaat vooral over millenniumdoel 8. De ontwikkelingslanden willen dat er iets gedaan wordt aan de importheffingen. Ze willen ook dat de rijke landen de financiële hulp, die ze aan hun eigen Westerse landbouw geven, gaat verminderen. In de toekomst moeten deze afgeschaft worden. Deze subsidies zorgen er voor dat veel boeren uit ontwikkelingslanden de concurrentie verliezen en dus failliet gaan. Meer...
  • Schulden wegruimen :Elke seconde betalen de armste landen ruim duizend euro aan Nederland en andere schuldeisers. Geld dat de landen hard nodig hebben voor de millenniumdoelen. Blijft dit zo doorgaan, dan halen de schuldenlanden de millenniumdoelen nooit.
  • Meer hulp: Hoeveel extra geld er nodig is voor de millenniumdoelen? Niemand weet het precies. De schattingen lopen uiteen van 50 tot 100 miljard dollar. Dat is nodig bovenop de hulp die landen nu al krijgen. Op dit moment gaat er ongeveer 50 miljard dollar per jaar naar ontwikkelingslanden. Meer...
  • Meer schulden kwijtschelden: Ook landen die de maximale schuldvermindering kregen, maken nog steeds honderden miljoenen per jaar over naar buitenlandse schuldeisers. Ondertussen blijkt dat het kwijtschelden van schulden helpt. Meer...

top

3. Werkvorm: 'Recht op samenkomen met anderen'
Tijdens de lagere schoolleeftijd groeit bij kinderen gewoonlijk de behoefte om uit het besloten, veilige kringetje van de nabije familie te treden, contacten daarbuiten te leggen en stappen te zetten in de ruimere wereld. Deze werkvorm speelt in op dit gegeven.

Doelgroep
Tweede en derde graad lager onderwijs

Onderwerp
Recht op samenkomen met anderen

Doel
  • Kennismaken met en zich bewust worden van het recht om samen te komen met anderen.
  • Onderzoeken van redenen tot aansluiten bij een vereniging en van de verschillende doelstellingen van verenigingen.
Benodigdheden
  • Een blanco exemplaar van het werkblad per leerling;
  • een bord voor klassikale inventaris;
  • tekengerief en knutselmateriaal naar believen.
Werkwijze

Basis
  1. Ieder schrijft voor zichzelf op het werkblad bij welke clubs of verenigingen hij/zij aangesloten (geweest) is, wat de reden is/was om erbij aan te sluiten, en wat het doel van de club of de vereniging is. Om de opdracht te verduidelijken of onzekere leerlingen op weg te helpen, kan je enkele uiteenlopende voorbeelden geven. (zie uitgewerkt voorbeeld)
  2. Klassikale inventaris. Eerst verzamel je alle clubs in één kolom op het bord. Vervolgens overloop je de verschillende beweegredenen om je aan te sluiten bij een vereniging en vat je die samen in een tweede kolom. Tot slot ga je nader in op de eigenlijke doelstellingen van de clubs: die schrijf je in een derde kolom.
  3. Kringgesprek. Zijn er kinderen die zelf al eens een clubje hebben opgericht? Bijvoorbeeld met kinderen uit je buurt waarmee je samenspeelt, de knikkerclub op de speelplaats, de redders van de padden, een rockbandje,.... Waarom deed je dat? Wat was de bedoeling van je club? Hoe is het ermee gelopen? Laat de kinderen uitgebreid vertellen en stimuleer bijvragen. Eventueel kunnen de lijsten met verenigingen, redenen en doelen verder aangevuld worden.
  4. Verwijzend naar de informatie die verzameld werd in de vorige 3 punten, licht je artikel 15 uit het kinderrechtenverdrag toe: Het recht om samen te komen met anderen. “Alle kinderen hebben het recht om elkaar te ontmoeten, om bij elkaar te zijn, om te vergaderen, zich bij een vereniging aan te sluiten of om er één op te richten. Dit recht geldt voor kinderen van alle leeftijden, in alle levensdomeinen en dus ook op school. Dit recht kan enkel beperkt worden door de wet als dat nodig is om de openbare orde, de nationale veiligheid, de goede zeden, de volksgezondheid of de rechten van anderen te beschermen.” Bespreek deze tekst met de kinderen om na te gaan of ze de inhoud begrijpen: “Wat betekent dit volgens jou?” Om de beperkingen concreet te maken, zoek je samen met de kinderen naar voorbeelden van wat je met je club dan wel niet zou mogen doen. Bijvoorbeeld: openbare gebouwen beschilderen zonder toestemming, na 22 uur lawaai maken op straat, de natuur vernielen of het milieu vervuilen,...
  5. Om dit recht (art. 15) blijvend te visualiseren in de klas, zoeken we een geschikte vorm. Naar keuze individueel of in groepjes gaan de kinderen creatief aan het ontwerpen: een slogan, een cartoon, een symbool, een tekening of schilderwerk, een gedicht, een beeld,... De verschillende ideeën en ontwerpen worden besproken en uiteindelijk wordt er één idee of een combinatie van enkele ideeën uitgevoerd en geplaatst.
Uitbreiding
  1. Uitbreiding naar de volwassenenwereld. Ken je verenigingen waar je ouders, andere familieleden of vrienden lid van zijn? Welke andere doelstellingen hebben deze verenigingen nog? Bijvoorbeeld Ziekenzorg, een politieke partij, vakbond, OXFAM Wereldwinkel, Rotary, Rode Kruis, brandweer, natuurbeschermingsvereniging, kunst- en cultuurkring, Amnesty International, NGO’s,... Zoek voorbeelden van verenigingen die streven naar een betere wereld om in te leven. De lijst kan verder aangevuld worden. Vele verenigingen kunnen maar bestaan door de belangeloze, vrijwillige inzet van vele mensen. Kunnen er kinderen voorbeelden vertellen van mensen die ze kennen en die zich in zo’n vereniging engageren? Wat is het resultaat van dit engagement voor concrete mensen of voor de maatschappij? Eventueel kan je zo’n persoon uitnodigen om in de klas over zijn vrijwilligerswerk te komen vertellen of de kinderen op interview uitsturen.
  2. Terugkoppeling naar de eigen leefwereld. Hebben wij als klas ook al eens ‘club’ gevormd met een gemeenschappelijk ‘goed doel’ voor ogen? Bijvoorbeeld de koekjesverkoop ten voordele van de slachtoffers van de aardbeving in Pakistan. De inzameling van speelgoed voor de kinderen van het weeshuis. We hebben zelf een fair-trade winkel opgestart. Onze jaarlijkse werkdag in het natuurreservaat. Onze campagne voor veiliger verkeer in de buurt van de school. Onze actie voor een beschut, rustig leeshoekje op de speelplaats...
Suggesties voor opvolging
  1. Een logisch vervolg op deze werkvorm is de vraag of er op dit moment een gemeenschappelijk doel in de klas is. Wordt er in of door de klas als ‘club’ opgetreden? Leeft de noodzaak om meer groep te vormen, om aan een gemeenschappelijk doel te werken? Dit kan de start zijn om aan groepsbevordering te werken of als groep tot een geëngageerde actie te komen.
  2. Ook kan het interessant zijn om actuele kliekjes of clubjes die gevormd worden in de klas of de school vanuit de opgedane kennis te bekijken. Wordt er op onze school aan het recht op het vormen van een clubje tegemoetgekomen of wordt dit tegengewerkt? Zijn er kliekjes die de rechten van anderen in het gedrang brengen? Bijvoorbeeld de grote voetballers die een gevaar vormen voor de kleintjes. Een kliekje dat kinderen uitsluit op basis van kleren die ze dragen en slecht spreekt over degenen die er niet bij horen. Wat kunnen we doen om de rechten beter toe te passen?
Werkblad 'Recht om samen te komen met anderen'
Club of vereniging Reden Doelstelling
Bij 1.
Fanfare
Ik wil muzikant worden. Genieten van samen musiceren. Andere mensen laten genieten van muziek.
Jeugdbeweging Ik moet van mijn ouders.
Ik speel graag met andere kinderen/vriendschap.
Nuttige ontspanning voor jongeren verzorgen.
Vriendschap ontwikkelen.
Judoclub Ik heb teveel energie en kan me hier goed uitleven. Zelfbeheersing aanleren.
Jezelf leren verdedigen.
JNM Ik hou van de natuur. Jongeren bewust maken van natuurwaarden. Helpen aan natuur- en milieubescherming.
Bij 3.
De Bende van de Bonewijk
Tijdens de vakantie kwamen we elke dag met de kinderen van de wijk samen op het speelpleintje. We wilden spannende avonturen beleven. We maakten een geheim kamp in de struiken.
Bij 6.
Mijn papa helpt in de wereldwinkel
Hij wil graag dat er meer mensen de wereldwinkel leren kennen. Hij maakt overal reclame. De mensen in arme landen een eerlijker loon geven voor hun werk en producten.

top

4. Pats & co, een interactief spel over jongeren in armoede
Pats en co is een interactief spel rond jongeren in armoede, gemaakt door Welzijnszorg, uitgeverij Pelckmans, Indie education en Cera.

“Pats en co laat de speler inleven in de wereld van Pats en Mike. Pats en Mike komen elk uit een kansarm gezin. Pats, afgestudeerd als familiale helpster, is op zoek naar werk en klust ondertussen wat bij bij de bakker om de hoek. Michael ‘Mike’ Demitra is van Slowaakse afkomst en studeert nog.
We ontmoeten Pats en Mike bij de schoolpoort. Hun situatie is niet rooskleurig, maar toch durven ze dromen: ze willen vooruit in het leven, eisen hun eigen plekje op.. Ze willen gaan samenwonen. Al gauw duiken er problemen op: ze moeten werk vinden, Mike moet afstuderen, een betaalbare woning vinden is niet zo gemakkelijk…
Wat voor ‘normale’ jongeren al niet eenvoudig is, is voor hen helemaal geen sinecure.”


Als speler kruip je als het ware in de huid van Pats en Mike, en word je voortdurend geconfronteerd met situaties uit het leven van de twee tieners die aan het begin staan van wat voor hen een nieuwe toekomst moet worden. Zij moeten allerlei beslissingen nemen, en af en toe wordt de keuze aan de speler zelf overgelaten. Zo krijgt die de indruk mee het ‘lot’ van Pats en Mike te beïnvloeden. Elke beslissing heeft invloed op drie aspecten uit het leven van Pats en Mike, die visueel worden voorgesteld door drie waardemeters: een gezondheidsmeter, een financiënmeter en een goed-gevoelmeter. Doel van het spel is uiteindelijk te eindigen met een zo hoog mogelijke score op elk van deze waardemeters.
Zowel de personages als de plaatsen waar de situaties zich afspelen, zijn visueel mooi en vrij realistisch voorgesteld. Pats en Mike komen in een immobiliënkantoor, bij de VDAB, in het jeugdhuis.... Stuk voor stuk zeer herkenbare situaties met vlotte dialogen tussen de verschillende personages. Op de plattegrond behoud je als speler een overzicht van de reeds bezochte plaatsen en via een replay-functie kan je deze gebeurtenissen ook steeds herbekijken.

Bij het bezoeken van bepaalde plaatsen kan je doorklikken voor extra informatie over een aantal thema’s rond jongeren en armoede: armoede en werk, armoede en gezinnen, armoede en onderwijs.. met cijfermateriaal, getuigenissen en mogelijke links. Interessant om het thema eventueel uit te diepen of om zelf als speler op onderzoek uit te gaan, alhoewel de motivatie voor leerlingen om er spontaan gebruik van te maken in de loop van het spel eerder klein is.

In een aantal situaties moet je als speler een soort inleefspel spelen, waarvan het resultaat invloed heeft op de drie waardemeters. Er is bijvoorbeeld een spel waarbij Pats moet proberen gedurende een aantal minuten verschillende dingen tegelijk te doen in het huishouden. De score van dit spel heeft uiteindelijk invloed op de drie waardemeters. Leuk om te doen, en leerlingen leren op een speelse manier hoe moeilijk het soms kan zijn verschillende verantwoordelijkheden tegelijk te moeten dragen. Spijtig genoeg zijn niet alle spelletjes even relevant en geeft het spelen ervan niet altijd een meerwaarde aan het traject. Sommige spelen duren nodeloos lang en aangezien er geen mogelijkheid voorzien is om de spelletjes te onderbreken en verder te gaan met het vervolg van het traject, ben je verplicht tot het einde door te gaan. De navigatie in het algemeen verloopt niet altijd even soepel. Er is een vooropgesteld traject uitgestippeld en het is niet echt mogelijk daarvan af te wijken. Ook als je als leerkracht de site wil verkennen en het volledige traject eens (snel) wil doorlopen, moet je hierdoor elk spel tot het einde uitspelen en dat neemt al snel (te) veel tijd in beslag.
De resultaten van de inleefspelletjes beïnvloeden de waardemeters, maar het zichtbare effect is eerder miniem. Als uiteindelijk alle stappen doorlopen zijn, alle problemen behandeld zijn en het spel eindigt, blijf je als speler ook wat op je honger zitten wat de eindconclusie betreft. Niettemin zullen leerlingen door het spelen van dit spel wel een aantal ervaringen opdoen die hen meer inzicht verlenen in armoede bij ons.

top

5. Sociale rechten

(informatieve tekst, overgenomen uit KOMPAS)

Terwijl het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens de burgerlijke en politieke rechten waarborgt, verzekert het Europees Sociaal Handvest de economische en sociale rechten van de burgers van de betrokken staten.

Het Sociaal Handvest werd in 1961 door de Raad van Europa aangenomen. In 1988, 1991 en 1995 werden er 3 protocollen aan toegevoegd. Het Handvest en het Protocol van 1988 waarborgen een reeks rechten die we in 2 categorieën kunnen onderbrengen:

  • Arbeidsvoorwaarden: verbod op dwangarbeid, niet-discriminatie in de werkomgeving, vakbondsrechten, verbod op kinderarbeid onder de leeftijd van 15 en bescherming van 15- tot 18-jarige werknemers, gelijke behandeling van migrantenwerkers, enzovoort.
  • Sociale cohesie: het recht op gezondheid, sociale zekerheid, medische bijstand, het recht van ouderen om beschermd te worden, enzovoort.

Het herziene Sociaal Handvest werd in 1996 aangenomen. Het werd op 1 juli 1999 van kracht en zal geleidelijk het Handvest van 1961 vervangen. Dit nieuw document waarborgt: gelijkheid tussen man en vrouw, bescherming in geval van ontslag, waardigheid van de werknemers in de werkplaats, bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting, het recht op huisvesting, de uitbreiding van het recht om niet gediscrimineerd te worden, enzovoort.

Het Handvest heeft een controlemechanisme dat gebaseerd is op de overhandiging van nationale verslagen door de lidstaten (het 1991 Protocol), alsook een systeem van collectieve klacht (het 1995 Protocol) dat onder meer toelaat dat vakbonden en NGO's collectieve klachten indienen.

meer ...

top

6. Gezocht: vrijwilliger computeronderhoud m/v

VORMEN is nog steeds op zoek naar dergelijke witte raaf. Iemand die de taak op zich kan nemen van vrijwillger voor computeronderhoud: het installeren van randapparatuur, het updaten van software, het onderhoud van het netwerk, het oplossen van problemen,... In een aanloopfase is één dag per week aangewezen. Later zal 1 halve dag of minder wellicht volstaan. Kandidaturen zijn zeer welkom! Meer info...

top

7. Wij ondersteunen jouw school!

Wil je volgend schooljaar een flinke stap vooruit zetten in het werken rond mensenrechten en (wereld)burgerschap in je school? Of het nu gaat om een betere integratie van mensenrechten en burgerschap in lessen, projecten of schoolbeleid, of om het opzetten van een project dat meer is dan een losstaande eenmalige actie, of om het participatief ontwikkelen en vastleggen van een schoolvisie op de eindtermen burgerin..., VORMEN kan u daarin misschien ondersteuning bieden, zoals wij in het verleden reeds voor een 6-tal scholen hebben gedaan. Daarbij gaan wij uit van de behoeften van je school, en werken daarbij op maat.

Als je vraag gedragen is door het schoolteam of de directie, als je daarbij participatief wil werken en daarbij deelname van leerlingen en ouders nastreeft, als je daarbij resultaten beoogt die duurzaam zijn, dan kan Kleur Bekennen onder bepaalde voorwaarden onze ondersteuning als 'coaching op maat' (zie ook 'wereldburgertraject') grotendeels bekostigen. Meer info: zie ... en ook... . Aarzel niet om bij ons (vooral met inhoudelijke vragen) of bij Kleur Bekennen (vragen mbt het subsidiesysteem) meer informatie te vragen en de mogelijkheden te bespreken.

Graag wil VORMEN daarbij de concrete resultaten (uitgewerkte werkvormen of lesmateriaal, uitgewerkte visietekst,...) via haar website aan andere scholen vrij beschikbaar stellen, tenminste waar die bruikbaar of relevant zijn voor anderen.

top

Colofon
'Nieuwsbrief Mensenrechteneducatie' wordt uitgegeven door VORMEN vzw, de Vlaamse Organisatie voor Mensenrechteneducatie.

Redactie:
Gerrit Maris
Wim Taelman
Mieke Verwaest
vrijwilligers
Eindredactie: Wim Taelman
Adres: Lange Gasthuisstraat 29
2000 Antwerpen
Correspondentie over de inhoud: mensenrechteneducatie@vormen.org.
Url: www.vormen.org
Abonneren
Je kan een (gratis) abonnement op onze 'nieuwsbrief mensenrechteneducatie' nemen door vanuit het gewenste e-mail adres een e-mail te versturen naar nieuwsbriefmre-subscribe@vormen.org

Abonnement opzeggen
Je kan je abonnement op deze nieuwsbrief opzeggen door vanuit het e-mail adres waarop je de nieuwsbrief ontvangt een e-mail te versturen naar nieuwsbriefmre-unsubscribe@vormen.org

Bezorg dit bericht aan leerkrachten of andere onderwijsbetrokkenen waarvan je vermoedt dat ze hierin geïnteresseerd zijn. Wijs hen op de mogelijkheid om hierop in te tekenen. Ter herinnering, op onze site vind je de laatste nieuwsbrieven op www.vormen.org/educatie/Nieuwsbrief.html
Dank u !!!

top