(indien onleesbaar, klik hier: www.vormen.org/educatie/nieuwsbrief/Nieuwsbrief-6-5.html)

NIEUWSBRIEF MENSENRECHTENEDUCATIE

Millenniumdoelstelling 7: Een goed en duurzaam milieu

Jaargang 6, nummer 5 (31 mei 2006)
Op onze site vind je de nieuwsbrieven terug
op
www.vormen.org/educatie/Nieuwsbrief.html.
Uitgegeven door VORMEN vzw
(Vlaamse Organisatie voor Mensenrechteneducatie)
Voor leerkrachten en andere onderwijsbetrokkenen

Inhoudstafel

1. Begrippen: 'gendergelijkheid'

2. Lerarenopleidingen en mensenrechten: wat verwacht de VN hiervan?

3. De VN Millenniumdoelstelling 7: Een goed en duurzaam milieu

4. Werkvorm: 'Recht op zuiver drinkwater'

5. Regenwoud.com, een multimediaal project over duurzame ontwikkeling

6. Armoede (uit: KOMPAS)

7. Gezocht: vrijwilliger computeronderhoud (m/v)

8. Spel '(h)eerlijk duurt het langst'

9. Pats en Co, een interactief spel over jongeren in armoede

Colofon & abonneren


top

1. Begrippen: 'gender' en 'gendergelijkheid'

Deze keer lichten we de term 'menselijke veiligheid' toe. Andere concepten, die aan bod kwamen in vorige nieuwsbrieven, zijn: duurzame ontwikkeling, burgerschap, wereldburgerschap, democratie, sociale rechtvaardigheid, discriminatie,...

Gender: een sociale constructie

De termen gender en sekse worden al eens door elkaar gebruikt, nochtans is het onderscheid tussen beide termen cruciaal binnen de sociale en politieke theorie. In deze context wordt de term gender gebruikt om te verwijzen naar sociale en culturele verschillen tussen mannen en vrouwen, terwijl het woord 'sekse' biologische verschillen tussen man en vrouw aanduidt. Daarom zegt men dat gender een sociale constructie is, meestal gebaseerd op een stereotiepe benadering van 'mannelijk' en 'vrouwelijk' gedrag. Gender gaat dus over gelijkwaardigheid: niet iedereen is gelijk maar iedereen moet gelijke kansen krijgen. De strijd voor gendergelijkheid weerspiegelt het geloof dat seksuele verschillen geen sociale noch een politieke betekenis hebben.

"De term 'gender verwijst naar de sociale rollen van man en vrouw die hen worden toegeschreven op basis van hun geslacht. Deze rolpatronen hangen daarom af van de specifieke socio-economische, politieke en culturele context en worden beinvloed door andere factoren met inbegrip van ras, etnische groep, klasse, seksuele geaardheid en leeftijd. Rolpatronen zijn aangeleerd en variëren sterk in en tussen culturen. In tegenstelling tot het biologisch geslacht van een persoon, kunnen rolpatronen veranderen. (overgenomen uit KOMPAS)

Wikipedia definieert gender als volgt: "Gender staat voor de gedrags- en identiteitsaspecten van sekse. Deze staan tegenover de lichamelijke (biologische) aspecten."
Wikipedia illustreert dit aan de hand van het volgende voorbeeld: "Mannen kunnen dus een vrouwelijke identiteit hebben en omgekeerd vrouwen een mannelijke genderidentiteit. Deze geslachtelijke identiteit is dus het gevoel lichamelijk tot een bepaalde sekse, dan wel emotioneel en/of maatschappelijk tot een bepaalde gender te behoren. (...) Het gebruik van het begrip gender betekent een relativering van de verbinding tussen de biologische status (sekse) en identiteit (zelf-gevoel). De invulling van mannen en vrouwenrollen is in allerlei culturen verschillend. Zo zijn er matriarchale en patriarchale culturen."

Rosa, een documentatiecentrum en Archief voor Gelijke Kansen, Feminisme en Vrouwenstudies, geeft in haar factsheet omtrent genderterminologie aan : "Gender is een term die gebruikt wordt om de sociaal geconstrueerde verschillen tussen vrouwen en mannen aan te duiden én om een onderscheid te maken met het begrip sekse/geslacht. (...) Het onderscheid sekse/gender wordt dan ook gebruikt om aan te geven dat het één niet noodzakelijk uit het ander volgt: vrouwen zijn bijvoorbeeld biologisch bepaald om kinderen te baren, maar niet om ervoor te zorgen."

Gender is overal aanwezig, net zoals vrouwen en mannen overal aanwezig zijn.  Het is dus geen kwestie van gender "toe te voegen" aan ontwikkeling : ontwikkeling heeft mensen als focus; vrouwen en mannen. En aangezien vrouwen en mannen wel gelijkwaardig maar niet gelijk zijn, hebben ontwikkelingsinterventies een andere impact op het leven van een vrouw of een man. Daarom mag de aanpak van ontwikkeling niet stereotiep of uniform (m.a.w. overal hetzelfde recept toepassen) zijn.

In 2000 zijn de Millenniumdoelstellingen voor de ontwikkeling vastgelegd. Deze vervolledigen de internationale instrumenten voor het verminderen van de armoede. Onder deze doeleinden zijn er slechts twee die de gelijkheid van kansen tussen vrouwen en mannen op de voorgrond stellen. De tweede doelstelling richt zich erop om basisonderwijs voor iedereen te garanderen: «van nu tot 2015, aan alle kinderen, jongens en meisjes, overal in de wereld, de middelen geven om een volledige cyclus basisstudies te beëindigen.»
Doelstelling 3, gewijd aan ‘gendermainstreaming,’ belooft om 'de ongelijkheden tussen de seksen in het basis- en secundair onderwijs weg te werken van nu tot 2005, indien mogelijk, en in alle onderwijsniveaus ten laatste in 2015'. De gelijkheid van seksen wordt dan een vereiste om onderwijs voor allen te verwezenlijken.

UNIFEM is een autonome organisatie verbonden met UNDP die de economische en politieke zeggenschap van vrouwen in ontwikkelingslanden bevordert. Het probeert vrouwen te betrekken bij ontwikkelingsplanning en besluitvorming op alle niveaus. UNIFEM werkt vooral in drie voor vrouwen strategisch belangrijke programmagebieden:
• Het versterken van de economische slagkracht van vrouwen als ondernemers en producenten.
• Het bevorderen van bestuursvormen waarbij vrouwen meer zeggenschap hebben over processen die hun leven bepalen.
• Het bevorderen van de rechten van de vrouw om alle vormen van geweld tegen haar uit te bannen en om ontwikkeling op basis van gelijkwaardigheid te bewerkstelligen.

Gendermainstreaming of de geïntegreerde benadering van de gelijkheid van vrouwen en mannen wordt in het algemeen begrepen als de strategie die bestaat uit de analyse in termen van gender en gelijkheid van elke beleidslijn, maatregel of actie van elke betrokken instantie tijdens de verschillende fasen van de uitwerking ervan, in alle domeinen en op alle niveaus. De doelstelling is om de genderdimensie op systematische wijze te integreren met het oog op het corrigeren van de bestaande ongelijkheden tussen mannen en vrouwen of de ongelijkheden die er het gevolg van zouden kunnen zijn. Lees meer ...

De Raad van Europa definieert ‘gender mainstreaming’ als 'de organisatie, verbetering, ontwikkeling en evaluatie van beleidsprocessen zodanig dat een gendergelijkheidsperspectief wordt geincorporeerd in alle beleidslijnen op alle niveaus door de actoren die bevoegd zijn voor beleidsvorming' (Raad van Europa, 1998). Op vrij korte termijn heeft het principe van ‘gender mainstreaming’ grote bekendheid verworven bij nationale overheden, zij het in de meeste gevallen als een beleidsslogan, en minder dan een concrete strategie die ook effectief geïmplementeerd wordt door de centrale beleidsactoren.

De jongerensite van RoSa biedt basisinformatie over alles wat met gender, gelijke kansen of feminisme te maken heeft. In het woordenboek van Barbie en Ken worden basisbegrippen zoals gender en feminisme in klare taal uitgelegd, worden er een aantal clichés weerlegd en geven we jongens een paar feministische tips mee.

Interessante links:

Tijdschrift voor genderstudies
Onderzoeksproject 'gendermainstreaming'
Artikels rond gender en verwante onderwerpen
NextGENDERation network
Centrum voor genderstudies van de Universiteit Gent

top

2. Lerarenopleidingen en mensenrechten: wat verwacht de VN hiervan?
Uittreksel uit het VN Plan of action for the first phase (2005-2007) of the World Programme for Human Rights Education
“Beleid en praktijk van onderwijs en nascholing van leraren en andere medewerkers van scholen zou rekening moeten houden met de volgende elementen en benaderingen:

(a) Het ontwikkelen van opleidingsonderdelen betreffende mensenrechteneducatie, die de volgende elementen bevatten:
  1. Kennis over mensenrechten, hun universaliteit, ondeelbaarheid en samenhang, en over beschermingsmechanismen;
  2. De opvoedingstheorieën die onderliggend zijn aan mensenrechteneducatie, inbegrepen de verbanden tussen onderwijs en niet-formele of informele vormen van educatie;
  3. Verbanden tussen mensenrechteneducatie en andere vergelijkbare ‘educaties’ (zoals educatie voor duurzame ontwikkeling, vredeseducatie, mondiale vorming, interculturele educatie, burgerschapsopvoeding en waardenopvoeding);
  4. De leerdoelen van mensenrechteneducatie, in het bijzonder de vaardigheden en competenties voor mensenrechteneducatie;
  5. Onderwijs- en leermethodes voor mensenrechteneducatie, en de rol van leerkrachten in mensenrechteneducatie;
  6. Sociale vaardigheden en leiderschapsstijlen van leerkrachten en andere schoolmedewerkers die democratisch zijn en coherent in termen van mensenrechten;
  7. De rechten en verantwoordelijkheden van leerkrachten en leerlingenen studenten, en hun participatie aan het leven van de school; het identificeren en aanpakken van inbreuken op mensenrechten in de school;
  8. De school als gemeenschap die op mensenrechten is gegrondvest;
  9. Relaties binnen het klaslokaal en tussen de klas, de school en de bredere samenleving;
  10. Methodes van samenwerking en teamwerk in het klaslokaal en in de school;
  11. Evaluatie en prestatiemeting in mensenrechteneducatie;
  12. Informatie over bestaande educatieve materialen, het vermogen om deze te beoordelen en te kiezen en het vermogen om er nieuwe te ontwikkelen;
  13. Zelfevaluatie van de school en planning van de schoolontwikkeling op mensenrechtenprincipes gebaseerd;
(b) Het ontwikkelen en toepassen van geëigende opleidingsmethodologieën
  1. Geëigende opleidingsmethodes voor de volwassen lerende, in het bijzonder benaderingen waarin de lerende centraal staat, waarbij de motivatie, het zelfbeeld en de emotionele ontwikkeling worden aangesproken, en die leiden tot bewustwording inzake warden en gedragingen;
  2. Geëigende methodes voor opleiding in mensenrechteneducatie zoals het gebruiken van participatieve en interactieve methodes, methodes van coöperatief leren, methodes die ervaringsgericht en pratijkgebonden zijn; het verbinden van theorie en praktijk, het testen van de geleerde technieken in de werksituatie, in het bijzonder in de klas;
(c) Ontwikkelen en verspreiden van geëigende middelen en materialen voor de opleiding:
  1. Verzamelen, verspreiden en uitwisselen van goede praktijkvoorbeelden in opleiding tot mensenrechteneducatie;
  2. Inventariseren en verspreiden van methodieken voor opleiding en vorming die werden ontwikkeld door niet-gouvernementele organisaties en door andere sectoren van de civiele samenleving;
  3. Ontwikkelen van materialen in het kader van nascholingsactiviteiten;
  4. Ontwikkelen van on line materialen en hulpmiddelen.
(d) Netwerking en samenwerking tussen verschillende verstrekkers van opleiding en vorming;

(e) Promotie van en deelname aan internationale activiteiten en uitwisselingen inzake opleiding en vorming;

(f) Evaluatie van opleidingsactiviteiten, inbegrepen zelfevaluatie en de perceptie van de deelnemers van de relevantie, het nut en het effect van opleidingsactiviteiten."
P.S.: VORMEN werkt nu ook samen met lerarenopleidingen.

top

3. De VN Millenniumdoelstelling 7: Een goed en duurzaam milieu
Voor het realiseren van een hele reeks mensenrechten vormen de VN Millenniumdoelstellingen de krijtlijnen van de doelen die de wereldleiders zich hebben gesteld. In onze nieuwsbrief willen we hier aandacht aan geven. We begonnen met het geheel van de Millenniumdoelstellingen, in de 4 vorige nummers en in de volgende nummers focussen we telkens op één van de afzonderlijke doelstellingen ervan, ditmaal op de Millenniumdoelstelling 6.
De tekst van de Millienniumdoelen, en een link naar de prestatie-indicatoren, vind je op http://www.cmo.nl/pjb/index.php?Millenniumdoelen
Het zevende millenniumdoel roept op om werk te maken van:
Voor 2015 hebben we een blijvend goed (duurzaam) milieu. We stoppen het onomkeerbare verlies van natuurlijke hulpbronnen.
Het aantal mensen zonder toegang tot veilig drinkwater wordt gehalveerd en voor 2020 zijn de levensomstandigheden van minimaal 140 miljoen mensen in sloppenwijken aanzienlijk verbeterd.  

Prestatie-indicatoren zijn:

  • Deel van het land bedekt met bos t.o.v. totaal beschikbaar land;
  • Deel van het land dat beschermd wordt om biologische diversiteit in stand te houden t.o.v. totaal aan land;
  • Energiegebruik per $1000 BNP
  • CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking en gebruik van ozon-aantastende CFK's;
  • Deel van de bevolking dat aangewezen is op vaste brandstoffen zoals biomassa en kolen;
  • Deel van de bevolking met duurzame toegang tot goede waterbronnen, zowel in de stad als op het platteland;
  • Deel van de bevolking dat over voldoende sanitaire voorzieningen kan beschikken;
  • Deel van de bevolking dat in een eigen huis woont, of in een huurhuis  t.o.v. de mensen die in sloppenwijken wonen

De feiten (uit Maak het waar)

  • In de hele wereld hebben 1,2 miljard mensen geen toegang tot veilig drinkwater. Twee keer zoveel mensen moeten het doen zonder sanitaire basisvoorzieningen, zoals een wc. Dat is niet gering als je bedenkt dat in ontwikkelingslanden ongeveer vijf miljard mensen wonen.

Vooruitgang (uitgebreid cijfermateriaal over de indicatoren mbt de millienniumdoelen is te vinden op deze site met VN-statistieken) (uit Maak het waar)

  • Toch is de situatie sinds 1990 flink verbeterd. In de hele wereld hebben relatief meer mensen toegang gekregen tot veilig drinkwater en sanitaire basisvoorzieningen. Met name in Sub-Sahara Afrika is veel vooruitgang geboekt. Desondanks moeten juist in deze regio de meeste mensen het stellen zonder deze voorzieningen. In Sub-Sahara Afrika heeft 40% van de mensen geen veilig drinkwater en blijft tweederde verstoken van sanitaire voorzieningen. Ook in Zuid-Azië hebben veel mensen geen toegang tot veilig drinkwater (16%) of sanitaire voorzieningen (63%).
  • Het aantal mensen dat in krottenwijken woont, neemt toe. Steeds meer mensen trekken van het platteland naar de stad, waardoor in de steden grote krottenwijken ontstaan. Wereldwijd wonen ongeveer 900 miljoen mensen in sloppenwijken, waarvan 250 miljoen in Zuid-Azie. In Sub-Sahara Afrika leeft naar schatting 70% van de stedelijke bevolking in krottenwijken. In Latijns Amerika is dat 30%.
  • Op enkele punten gaat het iets beter met de bescherming van het milieu. Er zijn meer beschermde gebieden dan in 1990 en het energiegebruik is in de meeste regio’s licht gedaald. Maar op andere punten is achteruitgang te zien. De uitstoot van koolstofdioxide is toegenomen, evenals het gebruik van CFKs. Ook is er in een aantal regio’s sprake van ontbossing.

Informatieve tekst over duurzame ontwikkeling: zie het item daarover in één van onze vorige nieuwsbrieven.

Informatieve teksten en links over veilig drinkwater:

Informatieve teksten en links over sloppenwijken en recht op onderdak:

Educatieve werkvormen over duurzame ontwikkeling

Educatieve werkvormen over veilig drinkwater

Educatieve werkvormen over recht op onderdak

top

4. Werkvorm: 'Recht op zuiver drinkwater'

Doelgroep
Tweede en derde graad lager onderwijs

Onderwerp
Recht op zuiver drinkwater

Doel
Verkennen van de verschillende betekenissen die water heeft voor iedereen van de klas. De leerlingen bewust maken van het belang van zuiver drinkwater voor mensen op de hele wereld en de verantwoordelijkheid die we hierin zelf kunnen nemen. Kennismaken met het recht op zuiver drinkwater.

Materiaal
  • Een pakket ‘watervoorwerpen’; eventueel knutselmateriaal, schrijf-en tekengerief
Voorbereiding
  • Je vraagt de leerlingen op voorhand om een voorwerp (of een foto, een boek, een krantenartikel,…) mee te brengen dat iets met water te maken heeft en waaraan voor hen een betekenis vast hangt (waarover ze een verhaal kunnen vertellen dat ze zelf meegemaakt hebben, waarmee ze iets bijzonders beleefd hebben, waar voor hen een bepaald gevoel aan vast hangt, een herinnering, enz.). Als leerkracht kan je zelf ook een aantal voorwerpen, foto’s,… voorzien ter aanvulling. Belangrijk is om ook voorwerpen/foto’s uit andere landen te voorzien om het universele aspect binnen te brengen.
  • Je kan ook zelf een pakket ‘watervoorwerpen’ samenstellen en in eerste instantie alleen met deze materialen werken: drinkbus, flesje mineraal water, stuk pvc-buis van afloop, kraantje, emmer, schepnetje, theepot, waterkoker, drinkbeker, snorkel, vislijn, deel van roeispaan, enkele foto’s van kinderen in actie met water (voorzie zowel van hier als uit andere landen), gietertje, …
Verloop
  1. Verschillende mogelijkheden naargelang de grootte, de samenstelling en vaardigheden van de groep. Het is de bedoeling om de vele verschillende betekenissen van de kinderen (de diversiteit) in de groep i.v.m. water te verkennen en gelijkwaardig aan bod te laten komen.
    • Kringgesprek: Ieder stelt zijn voorwerp voor en vertelt het verhaal dat ermee vebonden is. Uiteraard kunnen bijvragen gesteld worden.
    • De leerlingen gaan per twee zitten en vertellen aan elkaar hun ‘verhaal’. Daarna schrijven ze het net vertelde verhaal uit en illustreren dit eventueel. Later worden de verhalen voorgelezen en kan er verder op ingegaan worden.
    • De voorwerpen worden in het midden van de kring verzameld. Bekijk de voorwerpen goed. ‘Waaraan doet het je denken? Als er een voorwerp is dat jou aanspreekt, waar jij wat kan bij vertellen (een eigen belevenis, gevoel, idee, …)mag je het nemen’. De eerste die verteld heeft, duidt dan degene aan wiens verhaal hij graag zou vernemen, enzoverder.
  2. Na deze eerste verkenning gaan we nog intenser de verschillende betekenissen uitwisselen. De kinderen krijgen de opdracht hun gekozen voorwerpen samen te brengen in deelverzamelingen: bijvoorbeeld voorwerpen uit de badkamer, speelgoed, hygiëne, drinken, gevaar, gevoel (bang van water, genieten van water, …)
  3. Door deze deelverzamelingen worden er kleine groepjes gevormd. Elk groepje krijgt nu de opdracht om met de voorwerpen en de bijhorende verhalen/betekenissen creatief aan de slag te gaan.
      • Een toneeltje maken waarin de voorwerpen een rol spelen. Dit kan het dramatiseren van één van de vertelde verhalen zijn, of het maken van een nieuw verhaal op basis van de samengebrachte voorwerpen.
      • Een groepsschilderwerk maken waarbij al de voorwerpen hun plek krijgen
      • Een collage maken met foto’s en tekstballonnen: de groepsleden schrijven enerzijds hun eigen mening/ideeën over het onderwerp in de tekstballonnen, anderzijds zoeken ze uitdagende uitspraken, om reacties van anderen uit te lokken. De collage wordt opgehangen met de bedoeling dat anderen al schrijvend op de uitspraken kunnen reageren. Het resultaat kan besproken worden wanneer de tekstballonnen gevuld zijn.
      • Een mini-tentoonstelling samenstellen met de voorwerpen en de uitgeschreven of getekende verhalen van de verschillende groepsleden erbij.
  4. Waarschijnlijk komen er, door de verhalen, voorbeelden aan de orde, die te maken hebben met waterproblematiek: waterbeheersing(teveel of te weinig water)/ waterverbruik/watervervuiling/drinkwatervoorziening,…Speel hierop in: Hoeveel water verbruiken wij? Is het evident dat wij schijnbaar eindeloos over drinkwater kunnen beschikken? Hoe is de situatie op andere plaatsen in de wereld? Welke verantwoordelijkheid kunnen wij nemen inzake zuinig omspringen met water, vervuilen van water? Hoe is het gesteld met het oppervlaktewater in ons land?
    Probeer vanzelfsprekendheden te doorprikken: drinkbaar water is een kostbaar goed!
  5. Verwijs naar het Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind(art.24): Ieder kind heeft recht op de voorziening van zuiver drinkwater, van belang voor een goede gezondheid, hygiëne en ontwikkeling. Internationale samenwerking moet bevorderd worden zodat dit recht in zijn geheel bewerkstelligd kan worden, rekening houdend met de behoeften van ontwikkelingslanden.
  6. Zet een discussie op over volgende stellingen/vragen:
    • Drinkwater moet overal gratis ter beschikking zijn voor iedereen.
    • Het is niet nodig om water te drinken; als je veel frisdrank drinkt, is dat even gezond.
    • Hoe lang denk je zonder water te kunnen overleven?
    • Hoeveel water heb je nodig om gezond te kunnen leven?
    • Hoeveel drinkwater verbruik je per dag en hoe is dat verbruik verdeeld? (drinken, koken, jezelf wassen, kleren wassen, afwassen, toilet, planten gieten, poetsen,…)
    • Hoeveel liter water wordt er op onze school verbruikt op één dag?
    • Aan het drinkwatertekort in sommige landen kunnen wij niets verhelpen.
    • Verschillende landen zouden moeten samenwerken om water zuiver te houden, want het water stroomt van het ene naar het andere land.
    • Wanneer is het water in een rivier of beek proper genoeg om in te gaan spelen of zwemmen? Ken je zo’n natuurlijke waterloop in de buurt?
    • Je mag de les verlaten om te gaan drinken als je dorst hebt.
      Daag de leerlingen uit om hun eigen vragen i.v.m. het recht op water toe te voegen.

top

5.Regenwoud.com, een multimediaal project over duurzame ontwikkeling
Dit project werd opgestart in 2004 en was oorspronkelijk verbonden aan een wedstrijd waarbij leerlingen een reis met WWF konden winnen voor de hele klas.
Deze virtuele expeditie kan nog steeds volledig doorlopen worden via het internet, uiteraard zonder het wedstrijdelement.
Regenwoud.com "is een virtuele expeditie doorheen verschillende onderdelen van het Tirimbina Regenwoud project en brengt deze naar de jongeren via een e-learning platform.”
Dit e-learning project is bestemd voor leerlingen van de derde graad ASO, KSO, TSO en BSO en richt zich specifiek op de groep leerlingen die onder normale omstandigheden niet geïnteresseerd zijn in thema’s als duurzame ontwikkeling, globalisering en Noord-Zuid- problematiek in het algemeen.

Globale thema’s worden aan de hand van concrete modules belicht. Via een reeks van lespakketten van telkens drie uren krijgen jongeren de kans een antwoord te vinden op vragen en probleemstellingen rond milieu, economie en het sociale leven in het tropische regenwoud. Deze drie dimensies worden vertaald in 6 thema’s waarrond een casus werd uitgewerkt:
  • Bio- diversiteit
  • Caribische muziek
  • Voto- cultuur
  • Gelijke kansen voor vrouwen
  • Biologische waterzuivering
  • Jobs
De interesse van de leerlingen voor deze thema’s wordt vooral gewekt door de vernieuwende methodes die gebruikt worden.
Het project is:
  • Modulair: verschillende vakken kunnen bij het project betrokken orden.
  • Casusgeoriënteerd: er wordt een gevalsstudie gemaakt, zodat de behandelde problematieken zeer concreet worden.
  • Probleemgestuurd: leerlingen moeten hun probleemoplossende vaardigheden en kennis aanwenden om de casus op te lossen
  • Leerlinggestuurd: de leerlingen moeten zelf de casus analyseren en verwerken, de leerkracht treedt enkel op als coach
  • Comparatief: er worden telkens parallellen getrokken tussen het leven in Costa Rica en het leven hier bij ons.
  • Coöperatief: er wordt gebruik gemaakt van groepswerk.
Aangezien het project nogal groots is opgevat en in zijn geheel heel wat tijd in beslag neemt, lijkt een vakoverschrijdende aanpak, waaraan meerdere leerkrachten van verschillende vakken meewerken, het meest voor de hand liggend. Het is belangrijk dat de leerkrachten die betrokken zijn bij het project op voorhand een goed overzicht krijgen in de verschillende activiteiten en ook, via onderling overleg, op de hoogte blijven van de vorderingen die gemaakt worden.
De leerlingen doorlopen het project het best in kleine groepen. De leerkracht zal als coach regelmatig zijn steentje moeten bijdragen, zeker ook in de taalzwakkere afdelingen.
Aangezien een heleboel vakoverschrijdende en vakgebonden eindtermen van o.a. biologie, geschiedenis, chemie, Nederlands en Engels aan bod komen in de loop van het pakket (zie pedagogische uitgangspunten) is een vakoverschrijdend project hier zeker haalbaar. De omvang van het project kan naar eigen goeddunken variëren. In elke module worden namelijk suggesties gedaan voor mogelijke extra activiteiten aansluitend bij elk van de thema’s.
N.B. Van 9 oktober tot 8 december 2006 loopt een nieuwe Jengicampagne in Vlaamse middelbare scholen! Men kan zijn klas nog inschrijven vóór 30 september.

top

6. Armoede

(informatieve tekst, overgenomen uit KOMPAS)

Armoede is een wereldwijd probleem dat nog toeneemt. Wij hebben de neiging om armoede in verband te brengen met gebieden als Sub-Saharaans Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Maar ook in Europa worden miljoenen mensen ermee geconfronteerd. Van de 400 miljoen inwoners van de EU leven er 60 miljoen onder de armoedegrens (die is vastgelegd op 50 % van het gemiddelde inkomen in een land) en zijn er 2,7 miljoen dakloos. In Spanje leeft 20 % van de bevolking onder de relatieve armoede-grens en 4,5 % van de bevolking leeft in extreme armoede. In het Verenigd Koninkrijk groeit een derde van de kinderen op in armoede.

meer ...

top

7. Gezocht: vrijwilliger computeronderhoud m/v

VORMEN is nog steeds op zoek naar dergelijke witte raaf. Iemand die de taak op zich kan nemen van vrijwillger voor computeronderhoud: het installeren van randapparatuur, het updaten van software, het onderhoud van het netwerk, het oplossen van problemen,... In een aanloopfase is één dag per week aangewezen. Later zal 1 halve dag of minder wellicht volstaan. Kandidaturen zijn zeer welkom! Meer info...

top

8. Spel '(h)eerlijk duurt het langst'

Het spel (h)eerlijk duurt het langst! is een discussiespel over bewuster omgaan met voeding.
Tijdens het spel buigen de deelnemers zich over de criteria van duurzame voeding en bespreken ze in hoeverre die criteria wenselijk en realistisch zijn. Zo ontdekken de spelers hoe de eigen consumptiegewoontes kunnen bijdragen aan een duurzamere samenleving.

Het spelbord is te vergelijken met het klassieke ganzenbord met daarop de afbeelding van een slang die in gekleurde vakjes is opgedeeld. Die kleuren verwijzen naar de thema’s: afvalarm, biologisch, vrij van genetisch gemanipuleerde organismen, eerlijk, vleesarm, seizoens-/streekgebonden en energiezuinig. Dit zijn de criteria die als leidraad dienen voor duurzame drank en voeding op school, zie ook www.milieukoopwijzer.be. De afwisseling van stellingen, facts & figures (inclusief doe-opdrachten) en kanskaarten zorgen gegarandeerd voor een levendige discussie in de groep.
Het spel duurt ongeveer een uur en wordt in groepjes gespeeld van 8 (max. 12) spelers per spelbord. Het is zowel geschikt voor jongeren (vanaf 15 jaar) als voor leerkrachten. Mits aanpassing van enkele opdrachten is de methodiek ook zeer geschikt voor jeugd- en volwassenenvorming.

(H)eerlijk duurt het langst! werd ontwikkeld door medewerkers van Kleur Bekennen, Milieuzorg Op School, het PIME, VELT en Oxfam-Wereldwinkels naar aanleiding van een studiedag voor leerkrachten in het voorjaar van 2006.
Handleiding, spelbord, fiches en oplossingen zijn te verkrijgen via het PIME, e-mail karin.keustermans@pime.provant.be of tel. 015/30 61 28. Je kan een versie aanvragen via e-mail (gratis – 4,4 MB) of op cd-rom (tegen onkostenvergoeding € 3).

top

9. Pats en Co, een interactief spel over jongeren in armoede

Welzijnszorg vzw, Uitgeverij Pelckmans, indie education en Cera ontwikkelden samen het spel Pats & co. Vanaf 23 maart 2006 kunnen jongeren, zowel individueel als in klasverband, terecht op de website www.patsenco.be om zich in te leven in de problematiek van armoede en uitsluiting in onze samenleving.