(indien onleesbaar, klik hier: www.vormen.org/educatie/nieuwsbrief/Nieuwsbrief-6-3.html)

NIEUWSBRIEF MENSENRECHTENEDUCATIE

Millenniumdoelstelling 5: Moedersterfte

Jaargang 6, nummer 3 (31 maart 2006)
Op onze site vind je de nieuwsbrieven terug
op
www.vormen.org/educatie/Nieuwsbrief.html.
Uitgegeven door VORMEN vzw
(Vlaamse Organisatie voor Mensenrechteneducatie)
Voor leerkrachten en andere onderwijsbetrokkenen

Inhoudstafel

1. Begrippen: duurzame ontwikkeling

2. Media (uit: KOMPAS)

3. De VN Millenniumdoelstelling 5: Breng de kindersterfte met driekwart omlaag

4. Werkvorm: 'Kinderrechtenthema's via emoties'

5. Respect voor de mening van kinderen

6. Websitebezoek: nog steeds in stijgende lijn!

7. 'Kies-Keurig 2006', een informatieve brochure, een didactische map en PowerPoint presentaties

8. Wat is aanvaardbaar gedrag? (aanvulling)

Colofon & abonneren


top

1. Begrippen: duurzame ontwikkeling

Deze keer lichten we de term 'duurzame ontwikkeling' toe. Andere concepten, die aan bod kwamen in vorige nieuwsbrieven, zijn: burgerschap, wereldburgerschap, democratie, sociale rechtvaardigheid, discriminatie.

Geschiedenis

Duurzame ontwikkeling: modewoord of bittere ernst
"Begin jaren tachtig richtten de Verenigde Naties een commissie op om een stand van zaken op te maken van de milieu- en ontwikkelingsproblematiek in de wereld. Onder voorzitterschap van de toenmalige Noorse eerste minister, Gro Harlem Brundtland, leverde die commissie in 1987 haar eindrapport “Our Common Future” af. ‘Duurzame ontwikkeling’ was volgens dat rapport de weg die de wereld moest inslaan.
Wat duurzame ontwikkeling juist inhoudt werd verder uitgewerkt tijdens de VN Conferentie over Milieu en Ontwikkeling (UNCED) in ’92 in Rio de Janeiro. Daar werd de achteruitgang van het milieu duidelijk in verband gebracht met economische ontwikkeling. Om aan onze almaar toenemende bevoegdheden inzake voeding, huisvesting, energiegebruik, vrije tijd enz te voldoen, tast het economisch systeem steeds verder het milieu aan. Grondstoffen raken uitgeput, belangrijke natuurgebieden verdwijnen, water en lucht raken vervuild. De oplossing is duurzame ontwikkeling: een samenhangende ecologische, economische en sociale ontwikkeling met aandacht voor mondiale en langetermijneffecten. ..."
Uit: Inleidende tekst (Thema: duurzame ontwikkeling, Portaal van de Vlaamse Noord-Zuid beweging) http://www.11.be/index.php?option=content&task=category&sectionid=110&id=1044

"In Rio de Janeiro werd voor het eerst het principe van ‘duurzame ontwikkeling’ stevig op de internationale agenda gezet. ... ‘Duurzame ontwikkeling’ werd uitgewerkt in de ‘Principes van Rio’. In Rio werd ook een omvangrijk uitvoeringsplan aangenomen (‘Agenda 21’)

In 2002 vond de Wereldtop over ‘duurzame ontwikkeling’ in Johannesburg plaats. Deze top was bedoeld om de uitvoering van ‘Agenda 21’ en het bereiken van de armoede- en milieudoelstellingen een nieuwe impuls te geven."
Uit: VN-top over Duurzame Ontwikkeling, Johannesburg 2002
www.minaraad.be/studies/Johannesburg%20brochure.pdf

Definities

Heel algemeen definieert de 'Brundtland-Commissie' duurzame ontwikkeling als “een ontwikkeling die tegemoetkomt aan de noden van het heden zonder de behoeftevoorziening van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen".

De Wereldtop in Johannesburg over ‘duurzame ontwikkeling’ gaat uit van: “Een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder daarbij de mogelijkheden in gevaar te brengen van toekomstige generaties om ook hun in hun behoeften te voorzien.www.minaraad.be/studies/Johannesburg%20brochure.pdf

Een andere klassieke definitie (overgenomen uit Wikipedia), is deze waarbij Duurzame Ontwikkeling steunt op 3 pijlers: ecologisch, economisch en sociaal: “Het is een concept waarin ecologische (milieudimensie), economische en sociale belangen bij elkaar komen, voor zowel de huidige als de toekomstige generaties. Duurzame ontwikkeling is de eis om een evenwicht tussen deze drie basisconcepten te vinden. Het is een breed begrip, en omvat alle ontwikkelingen - op technisch, economisch, ecologisch of sociaal vlak - die bijdragen aan een wereld die efficiënter, zuiniger en op lange termijn meer continu omgaat met de aarde.
Duurzame ontwikkeling wordt vaak ook voorgesteld door de 3 P's: People (mensen), Planet (planeet) en Profit (winst). Bij duurzame ontwikkeling moet men ernaar streven om deze 3 P's harmonieus met elkaar te laten werken.

Uit: Wikipedia http://nl.wikipedia.org/wiki/Duurzame_ontwikkeling,
In het engels: http://en.wikipedia.org/wiki/Sustainable_development

Volgens Duurzame-info.be duiden de dimensies van duurzame ontwikkeling zo ook op de drie pijlers van duurzame ontwikkeling: milieu, maatschappij en economie. Soms worden deze als kwalitatieve doelstellingen geformuleerd: ecologische verantwoordelijkheid, maatschappelijk ontwikkelingspotentieel, economische capaciteit.
Zie http://www.duurzame-info.be Verder op de site zijn er teksten van artikels in diverse publicaties te vinden, een verklarende woordenlijst en veel links. Er zijn aparte rubrieken voor het grote publiek, jeugd en professionelen.

Oxfam Solidariteit omschrijft duurzaamheid als “de financiële, organisatorische, sociale, politieke of milieu-voordelen die een actie, project of programma mettertijd voortbrengt.”
Dit nemen zij als uitgangspunt voor hun campagnes rond duurzame ontwikkeling.

Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling (VODO) stelt dat “over het algemeen iedereen het erover eens is dat Duurzame Ontwikkeling minstens vier dimensies heeft:

  • een sociale (rechtvaardigheid op wereldvlak)
  • een ecologische (respect voor de draagkracht van de aarde)
  • een participatieve (inspraak van burgers in de bepaling van een duurzaam beleid)
  • en een economische (productie en consumptie voor behoeftebevrediging)."

Maar dan begint, volgens hen, de discussie. Wat is rechtvaardig? Waar liggen de grenzen van de draagkracht? Hoever gaat inspraak? Hoe zit het met economische groei? Afhankelijk van visies, belangen, vooronderstellingen enzovoort zijn er heel verschillende invullingen van duurzame ontwikkeling mogelijk.”

Meer...

De Raad van Europa hecht, in het programma van 'Opvoedig tot democratisch burgerschap' (education for democratic citizenship, EDC) ook belang aan duurzame ontwikkeling: “Educating for sustainable development is an important goal within EDC. It recognises that both local and global development processes must achieve a balance between social, environmental and economic growth.
EDC therefore supports the development among individuals of a commitment to the principle of sustainable development. It does so through increasing an understanding of the concept of development as well as the values and skills required to work with others to build a sustainable future.”
Uit de woordenlijst (glossary) van Raad van Europa


Interessante links

Op de site van VORMEN vzw vind je enkele sleutelbegrippen terug:

Vlaanderen Internationaal: dossier over duurzame ontwikkeling

Volledig dossier over duurzame ontwikkeling

Resultaten van de VN conferenties over duurzame ontwikkeling (Engels)

Interdepartementale Commissie voor Duurzame Ontwikkeling

Vlaamse interdepartementale ambtelijke werkgroep

Centrum voor duurzame ontwikkeling. Universiteit Gent

Werkvormen

Materialen voor activisme, onderwijs en opleiding

Werkvorm rond Duurzame Ontwikkeling: een interactieve website, regenwoud.com

top

2. Media
(informatieve tekst, overgenomen uit KOMPAS)

UNESCO heeft een commissie die helpt bij het analyseren van de moderne communicatietrends en van de centrale rol van de Westerse cultuur in het globaliseringsproces. Deze stelt dat nieuwe technologieën nooit geziene mogelijkheden bieden voor de media. Traditionele vormen van censuur worden steeds moeilijker. De media kunnen een gevoel van mondiale solidariteit versterken en multimediatechnologieën creëren nieuwe artistieke en intellectuele uitdagingen. Het gemak van reproductie en verspreiding maken het voor elke regering moeilijker informatie te controleren, laat staan te censureren, welke informatie wordt uitgezonden of ontvangen. De hedendaagse media ondersteunen bewegingen van mensen en zorgen ervoor dat de burger beter geïnformeerd is. Ze versterken ook een gevoel van wereldwijde solidariteit, zonder dewelke geen wereldwijde ethiek zich kon beginnen vormen. “Door bij te dragen tot inspanningen voor hulpverlening en door uitleg en actie te vragen van regeringen, hebben beelden van menselijk lijden mensen gemotiveerd hun bezorgdheid over en solidariteit met mensen in verre landen uit te drukken.”

Maar er zijn ook negatieve effecten. Het is waarschijnlijk een onderschatting te zeggen dat op dit ogenblik in meer dan 20 landen meer dan 100 journalisten gevangen gehouden worden voor het uitoefenen van hun onweerlegbaar gegarandeerd recht op vrijheid van meningsuiting, om nog maar te zwijgen van degenen die hun leven gaven tijdens het uitoefenen van hun beroep.

Een ander probleem dat benadrukt moet worden, is de beschikbaarheid van middelen. Hoe kan de communicatierevolutie miljarden mensen bereiken, wanneer honderd-duizenden menselijke nederzettingen in de ontwikkelingslanden niet over elektriciteit beschikken? Zij zijn nog steeds de 'have-nots' van deze informatierevolutie. De 'haves' vormen een minderheid. Het zijn voornamelijk burgers uit ontwikkelde landen en stedelingen over de hele wereld die de kans krijgen gebruik te maken van satelliettelevisie en van internationale informatienetwerken.

top

3. De VN Millenniumdoelstelling 5: Breng de moedersterfte met driekwart omlaag.
Voor het realiseren van een hele reeks mensenrechten vormen de VN Millenniumdoelstellingen de krijtlijnen van de doelen die de wereldleiders zich hebben gesteld. In onze nieuwsbrief willen we hier aandacht aan geven. We begonnen met het geheel van de Millenniumdoelstellingen, in de 4 vorige nummers en in de volgende nummers focussen we telkens op één van de afzonderlijke doelstellingen ervan, ditmaal op de Millenniumdoelstelling 5..
De tekst van de Millienniumdoelen, en een link naar de prestatie-indicatoren, vind je op http://www.cmo.nl/pjb/index.php?Millenniumdoelen
Het vijfde millenniumdoel roept op om werk te maken van:
Het niveau van moedersterfte moet in 2015 in elk ontwikkelingsland zijn teruggedrongen met driekwart ten opzicht van 1990. 

Prestatie-indicatoren zijn:
a) Moedersterftecijfer
b) Percentage van de bevallingen die bijgewoond worden door bekwame gezondheidswerkers

De feiten (naar UNICEF)

  • Ieder jaar sterven er meer dan 500,000 vrouwen ten gevolge van complicaties tijdens de zwangerschap en de bevalling.
  • 99 procent van de moedersterfte ten gevolge van de bevalling vindt plaats in ontwikkelingslanden.
  • Zwangerschap is in ontwikkelingslanden de voornaamste doodsoorzaak voor meisjes van 15-19 jaar.

Meer info over kindersterfte (en over de andere millienniumdoelen) vind je op werkblad 5 van 'Per Expresse. Op eigen kracht uit de armoede.'

Vooruitgang (naar VN-statistieken)

  • Met betrekking tot de moedersterftecijfers in ontwikkelingslanden is er maar zeer weinig informatie voorhanden. Op basis van de weinige informatie besluiten de Verenigde Naties dat het moedersterftecijfer het voorbije decennium is gedaald in die landen waar het reeds matig tot laag was. Die landen echter met een zeer hoog moedersterftecijfer lijken geen vooruitgang te hebben geboekt, en de cijfers blijven zeer hoog.
  • Tussen 1990 en 2000 steeg het percentage vrouwen waarbij de bevalling wordt bijgewoond door een bekwame gezondheidswerker van 41 naar 57 procent.

Enkele informatieve teksten over kindersterfte:

Enkele lespakketten over deze millenniumdoelstelling:

Op eigen kracht uit de armoede (over alle millenniumdoelstellingen)
Bijhorende 'Handleiding voor leerkrachten'

top

4. Werkvorm: kinderrechtenthema's via emoties
(naar een idee uit ‘Our world, our rights’ Amnesty International)
Deze activiteit speelt sterk in op het voorstellings- en inlevingsvermogen van de kinderen. Je kan de activiteit doen als eerste kennismaking met of verkenning van de kinderrechten, maar evengoed als een herhaling of verdieping, wanneer de kinderen al eerder rond het thema kinderrechten gewerkt hebben. Je kan de werkvorm ook gebruiken om enkele specifieke kinderrechten vanuit de belevingswereld van de kinderen verder invulling te geven.

Doel
Enkele specifieke kinderrechten of thema’s die verband houden met kinderrechten naar boven laten komen via een inleefspel met emoties.
Benodigdheden
Een ruim lokaal waarin vrij bewogen kan worden.
Muziekinstallatie + muziek (bij voorkeur instrumentaal)
Een flapbord en stiften
Tekstballonnen van stevig karton + materiaal om ze aan de muur op te hangen
Werkwijze
Verdeel met lijnen op de vloer de ruimte in 4 vakken. Elk vak wordt genoemd naar een gevoel. Zo ontstaan de vakken ‘gelukkig’, ‘opgewonden’, ‘droevig’ en ‘bezorgd’. Er wordt bewust gekozen voor twee eerder positieve en twee eerder negatieve gevoelens.
Alle kinderen stappen door de ruimte terwijl de muziek speelt. Zij leven zich in in het gevoel van het gebied waar zij zich bevinden. Wanneer de muziek stopt blijven de kinderen staan. Het gebied waar zij zich dan bevinden wordt ‘hun gevoel’.
Dan geef je de kinderen een ‘scenario’. Bijvoorbeeld: ‘Bij de dokter’. De kinderen bedenken nu, onder de vorm van een verhaaltje, een reden waarom zij zich zo op deze bepaalde plaats voelen. Laat iedereen gaan zitten. Iemand die ‘een verhaal’ heeft, laat je opstaan en het aan de groep vertellen. Men mag wat bijkomende vragen stellen als het verhaaltje niet duidelijk is. Schrijf in enkele kernwoorden de essentie van het verhaal op een flap en leg waar mogelijk de relatie met bepaalde kinderrechten. Telkens als een bepaald ’recht’ hier uit komt, schrijf je dit op een ‘tekstballon’.
Enkele mogelijkheden voor scenario’s waarmee je de hele werkwijze daarna kan herhalen: ‘op de speelplaats’, ‘op een vreemde plek’, ‘in de frituur’ (of: in de pizzeria)..
Tot slot hang je alle kinderrechten-tekstballonnen op aan de muur, terwijl je de kinderen telkens vraagt om in eigen woorden te vertellen wat zij nu onder dit recht verstaan. Indien nodig kan je zelf nog wat extra toelichting geven.
Uitbreiding
De kort vertelde verhaaltjes kunnen als basisidee/inspiratie dienen om verder te laten uitwerken in een gepaste expressievorm zoals als geschreven verhaal, als stripverhaal, als gedicht, in een tekening of schilderwerk enz.

Varianten

De kinderen die samen in één gebied terecht gekomen zijn, werken het opgegeven scenario uit tot een toneeltje dat zij voor de groep kunnen spelen. Na de toneeltjes kan dan de bespreking volgen en de link gelegd worden met de kinderrechten.
Als je de verschillende kinderrechten erbij neemt, is het makkelijk om nog andere scenariotitels te bedenken. Bijvoorbeeld: ‘in de bibliotheek’.

top

5. Respect voor de mening van kinderen (informatie voor scholen)
Bron: Implementation Handbook for the Convention on the Rights of the Child. We bespreken hier vooral wat relevant is voor hjet onderwijs.
Artikel 12 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind beschrijft een algemeen principe dat van belang is voor alle aspecten van de implementatie van het verdrag en voor de interpretatie van alle andere artikels:
“De Staten die partij zijn, verzekeren het kind dat in staat is zijn of haar eigen mening te vormen, het recht die mening vrijelijk te uiten in alle aangelegenheden die het kind betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang wordt gehecht in overeenstemming met zijn of haar leeftijd en rijpheid.”
“Hiertoe wordt het kind met name in de gelegenheid gesteld te worden gehoord in iedere gerechtelijke en bestuurlijke procedure die het kind betreft, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een vertegenwoordiger of een daarvoor geschikte instelling, op een wijze die verenigbaar is met de procedureregels van het nationale recht.”
Het Comité voor de Rechten van het Kind benadrukt dat een kind moet aanzien worden als een actieve drager van rechten en dat het hoofddoel van het verdrag is te benadrukken dat mensenrechten ook voor kinderen gelden. Artikel 12, samen met het recht op vrijheid van meningsuiting (art. 13), vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst (art. 14) en vrijheid van vereniging (art. 15), onderstreept de status van kinderen als individuen met fundamentele mensenrechten, met eigen meningen en gevoelens. Het comité verwerpt de betuttelende benadering van zaken die met kinderen te maken hebben. De kinderrechten die bepaald worden door de twee paragrafen van artikel 12, geven niet het recht op ‘zelfbestuur’, maar houden wel het recht in betrokken te worden bij beslissingen over zaken die het leven van kinderen beïnvloeden, bijvoorbeeld opvoeding en onderwijs, gezondheid, het milieu, ...

Artikel 12 is nauw verwant met artikel 13 over de vrijheid van meningsuiting, op het eerste gezicht lijkt het misschien zelfs hetzelfde principe te beschrijven. De twee artikels staan toch naast elkaar in het verdrag. Terwijl artikel 13 algemeen de vrijheid van meningsuiting erkent, moet artikel 12 de hoofdrol spelen als het gaat over zaken die het kind aangaan. Tevens voorziet artikel 12 dat kinderen hun mening niet enkel mogen uiten, maar dat ze ook gehoord worden en dat aan deze meningen een ‘gepast gewicht’ gegeven wordt (overeenkomstig met de leeftijd en rijpheid van het kind).

“Het kind dat in staat is zijn of haar eigen mening te vormen” (art. 12 (1))

Er wordt geen minimumleeftijd geplakt op het recht om een mening vrij te uiten. Kinderen kunnen op zeer jonge leeftijd een mening vormen en doen dit ook. Het kinderrechtenverdrag voorziet geen minimumleeftijd voor de vaststelling en het in rekening brengen van de mening van kinderen. Het is belangrijk op te merken dat bijvoorbeeld het vaststellen van de mening van sommige kinderen met een handicap extra aandacht kan vereisen.
Staten moeten verzekeren dat kinderen het recht hebben een stem te hebben in situaties die hem of haar aangaan. Een kind mag dus niet beschouwd worden als een passieve mens en er mag niet toegestaan worden dat een kind het recht op participatie ontzegd wordt, behalve als het kind duidelijk niet in staat is om een eigen mening te vormen. Het recht op inspraak moet dus ook verzekerd worden in situaties waar het kind in staat is meningen te vormen, maar niet in staat is deze te communiceren.
Sommige staten hanteren een minimumleeftijd voor het recht om gehoord te worden in bijvoorbeeld de bepaling van hoederecht na (echt)scheiding van de ouders, maar het verdrag voorziet hier geen grond voor, en staten kunnen niet het principe van de belangen van het kind inroepen om hun verplichtingen onder artikel 12 te ontwijken.

“Het recht die mening vrijelijk te uiten”
Er zijn geen grenzen in de verplichting voor staten om het kind het recht om meningen en inzichten vrij te uiten. Dit benadrukt dat er geen gebieden zijn waar traditioneel het gezag van ouders of volwassenen heerst (bijvoorbeeld in het gezin of op school), waar de meningen van kinderen geen plaats hebben. Dit recht houdt ook de vrijheid in inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook te vergaren, te ontvangen en door te geven.
Anderzijds is er geen verplichting voor kinderen om hun mening te uiten. Het woord “vrijelijk” houdt in dat er geen druk, beperking of beïnvloeding mag zijn.

“In alle aangelegenheden die het kind betreffen”
Er zijn weinig beslissingsdomeinen op de niveau’s van gezin, gemeenschap, of op regionaal, nationaal of internationaal niveau die geen invloed hebben op kinderen. Er is bewust geen beperkende lijst in het verdrag opgenomen, om te verzekeren dat in alle beslissingen die een invloed hebben op het leven van kinderen, de meningen van kinderen als een relevante factor worden beschouwd, en om te benadrukken dat maatregelen om kinderrechten toe te passen zonder de tussenkomst van kinderen in beslissingen die hun leven beïnvloeden niet aanvaardbaar zijn en ook niet efficiënt.

“... waarbij aan de mening van het kind passend belang wordt gehecht in overeenstemming met zijn of haar leeftijd en rijpheid”
Dit houdt een actieve verplichting in om te luisteren naar de mening van kinderen en om deze ernstig te nemen. Er wordt rekening gehouden met de evoluerende capaciteiten van kinderen en in de beslissing in welke mate er belang aan de mening van een kind wordt gehecht moet worden rekening gehouden met de leeftijd en de rijpheid ervan. Zoals eerder vermeld is leeftijd op zich geen criterium, het verdrag verwerpt de invoer van leeftijdsgrenzen voor participatie.

“Hiertoe wordt het kind met name in de gelegenheid gesteld te worden gehoord in iedere gerechtelijke en bestuurlijke procedure die het kind betreft” (art. 12 (2))

De twee paragrafen van artikel 12 houden verband met elkaar. De tweede paragraaf betreft dus ook kinderen die “in staat zijn een eigen mening te vormen”. Zeer jonge kinderen hebben dus ook het recht gehoord te worden in gerechtelijke en bestuurlijke aangelegenheden die hen aangaan. Er bestaat hiervoor geen minimumleeftijd.
De zinsnede “wordt ... in de gelegenheid gesteld” houdt voor staten de verplichting in kinderen de gelegenheid te bieden te worden gehoord. Opnieuw dient benadrukt te worden dat het kind niet verplicht is zijn of haar mening te uiten.
De toevoeging van “bestuurlijke procedure” verbreedt het werkingsgebied. Het houdt zeker de formele besluitvorming in over opvoeding en onderwijs, gezondheid, kinderbescherming, ...
De nood aan aanpassingen in de rechtbanken en andere formele besluitvormingsorganen die kinderen moeten toelaten te participeren wordt meer en meer erkend.

De implementatie van participatierechten

Goede informatie is een eerste vereiste.
Kinderen moeten op een gepaste manier geïnformeerd worden over de omstandigheden en de opties zodat ze een gegronde mening kunnen vormen over besluitvormingsgebieden waarin zij hun mening kunnen en mogen uiten.

Participatie zonder discriminatie.
Alle kinderen hebben hetzelfde recht op het uitspreken van hun mening en om ernstig te worden genomen. Dit betekent bijvoorbeeld dat de taal of de eventuele handicap van een kind geen reden mag zijn om de verplichtingen onder artikel 12 niet te respecteren. De staat moet bijvoorbeeld asielzoekende kinderen indien nodig van een tolk voorzien. De participatie van kinderen met een handicap kan speciale materialen en technologieën vereisen, of tolken voor bijvoorbeeld dove of slechthorende kinderen, en speciale vormingen voor andere kinderen, ouders, familieleden, leerkrachten en andere volwassenen.

Participatierechten moeten in de nationale wetgeving staan.
Hervorming van de wetgeving is vaak nodig om de participatierechten van kinderen ook formeel in te schrijven. Deze hervorming op zich is echter niet genoeg. Er moeten ook veranderingen gebeuren in de praktijk, om de implementatie in de samenleving te verzekeren. Vele landen hebben het principe van artikel 12 ingeschreven in hun nationaal recht, ten minste voor specifieke gebieden betreffende de levens van kinderen en voor bepaalde hoorzittingen. In sommige landen is het verdrag op zich opgenomen in de nationale wetgeving, of kan het aangehaald worden voor de rechtbank.
Educatie en opleiding: nodig om participatie te bevorderen.
Wettelijke kaders op zich zullen niet de nodige veranderingen in de praktijk teweeg brengen in gezinnen, scholen of gemeenschappen. Alle mensen die voor en met kinderen werken, dienen opgeleid en geïnformeerd te worden. Het publiek moet bewust gemaakt worden van de nood om kinderen aan te moedigen om hun recht van meningsuiting uit te oefenen. Mensen die met kinderen werken moeten opgeleid worden om dit te doen en om aan de meningen een gepast belang te hechten.

De implementatie mag niet afhankelijk zijn van (budgettaire) middelen.
Dit spreekt voldoende voor zich...
De implementatie moet worden opgevolgd en gecontroleerd.
Kinderen kunnen bevraagd worden over hun ervaringen met participatie en in hoeverre hun meningen gehoord en gerespecteerd worden.

Implementatie in scholen

Het Comité voor de Rechten van het Kind benadrukt dat “kinderen hun mensenrechten niet verliezen op het moment dat ze de schoolpoorten binnengaan” en benadrukt het belang van respect voor participatierechten van kinderen in scholen. Participatie van kinderen in het schoolleven, de oprichting van scholengemeenschappen en leerlingenraden en de betrekking van kinderen in disciplinaire procedures zijn deel van het leerproces en leveren ervaringen op in het realiseren van rechten.
Beide paragrafen van artikel 12 zijn relevant:
- “Alle aangelegenheden die het kind betreffen”, dit houdt alle aspecten in van het schoolleven en van de besluitvorming over schoolgaan;
- “Iedere gerechtelijke en bestuurlijke procedure die het kind betreft” is relevant omdat een “bestuurlijke procedure” bijvoorbeeld de keuze van school of de verwijdering van een leerling kan zijn. Er is nood aan een wettelijk kader en wettelijke procedures die voorzien in overleg met leerlingen als groep en voor het in rekening brengen van de mening van individuele kinderen betreffende individuele beslissingen.
Jongeren moeten inspraak kunnen hebben over het curriculum (de gevolgde vakken) en disciplinaire aangelegenheden. Het recht van leerlingen om een schoolkrant of –tijdschrift te organiseren en/of bijdragen hiervoor te schrijven volgt uit de rechten beschreven in artikels 12 en 13.
Ook in basisscholen moet participatie mogelijk zijn. In sommige landen is er al wel participatie van jongeren in secundaire scholen (door bijvoorbeeld het instellen van een leerlingenraad in de school), maar op basisscholen is er vaak te weinig aandacht voor de participatie van de kinderen.

Klachtenprocedures
Het voorzien van efficiënte klachtenprocedures op school is nodig voor een goede implementatie van artikel 12. Deze procedures moeten voor alle aspecten van het leven van een kind bestaan, en dus ook in scholen. De procedures moeten kindvriendelijk zijn. Kinderen moeten ook onafhankelijk van hun ouders of voogd klacht kunnen neerleggen.

top

6. Websitebezoek nog steeds in stijgende lijn...

Tijdens de maand februari 2006 boekten we dagelijks gemiddeld 1213 bezoekers (in februari 2005: 839). De totale hoeveelheid websitebezoek, uitgedrukt in Gb (Gigabyte), lag in februari op het recordbedrag van 25,5 Gb (in februari 2005: 6,4 Gb).

top

7. 'Kies-Keurig 2006', een informatieve brochure, een didactische map en PowerPoint presentaties

De educatieve dienst van het Vlaams Parlement, 'De Kracht van je Stem' heeft een pakket materialen ontwikkeld als voorbereiding voor de gemeenteraadsverkiezingen: de informatieve brochure 'Kies-Keurig 2006' (in eenvoudige taal), een didazctische map en een aantal PowerPoint presentaties.

Meer...

top

8. Wat is aanvaardbaar gedrag? Aanvulling.

In onze vorige nieuwsbrief publiceerden we de werkvorm 'Wat is aanvaardbaar gedrag?'. We vergaten echter de teksten voor de benodigde kaartjes. Hiermee willen we dit goed maken...

Racistische namen gebruiken voor mensen.
Een geheim dat aan jou werd toevertrouwd, verder vertellen aan iemand anders.
Gehandicapte personen beledigen.
Graffiti op een muur schrijven.
Een ander persoon plagen door hem scheldnamen te geven.
Materiaal dat je gebruikt hebt laten liggen, zodat iemand anders het moet opruimen.
Jongens en meisjes vertellen fijne dingen over elkaar.
Iemand helpen met zijn werk.
Gemene dingen zeggen over een vriend(in) of een ex-vriend(in).
Hoffelijk en beleefd zijn tegenover anderen.
Iemand pesten, hetzij door hem lichamelijk te treffen, hetzij door hem uit te schelden.
Iemand ‘verklikken’ bij een leerkracht of een verantwoordelijke volwassene.
Kwetsende opmerkingen maken over iemands uiterlijk.
Iets stelen van een vriend of een klasgenoot.
Altijd proberen je best te doen voor je werk.
‘Neen’ zeggen, wanneer iemand je vraagt om mee te doen met iets dat niet mag.
‘Neen’ leren zeggen wanneer iemand je sigaretten of andere drugs aanbiedt.
Geïnteresseerd zijn in je schoolwerk.
Mensen beoordelen op basis van de kleren die ze dragen.
Huiswerk maken en lessen leren.
‘Neen’ zeggen tegen een volwassene, wanneer die jou vraagt om iets te doen wat je bang maakt.
Iemand die boos is, aansporen om te vechten.
Gestraft worden voor leugens of vals spelen.
Ongehoorzaam zijn tegenover een leerkracht.
Papiertjes of ander afval op de grond gooien.
Grof reageren tegen een leerkracht.
Gemeenschappelijk bezit beschadigen, zoals tafels of klasmateriaal.
Iemand feliciteren voor iets wat die goed gedaan heeft.
Je vriend steunen, ook als alle anderen hem of haar beschuldigen.

Colofon
'Nieuwsbrief Mensenrechteneducatie' wordt uitgegeven door VORMEN vzw, de Vlaamse Organisatie voor Mensenrechteneducatie.

Redactie:
Gerrit Maris
Wim Taelman
Mieke Verwaest
Eindredactie: Wim Taelman
Adres: Lange Gasthuisstraat 29
2000 Antwerpen
Correspondentie over de inhoud: mensenrechteneducatie@vormen.org.
Url: www.vormen.org
Abonneren
Je kan een (gratis) abonnement op onze 'nieuwsbrief mensenrechteneducatie' nemen door vanuit het gewenste e-mail adres een e-mail te versturen naar nieuwsbriefmre-subscribe@vormen.org

Abonnement opzeggen
Je kan je abonnement op deze nieuwsbrief opzeggen door vanuit het e-mail adres waarop je de nieuwsbrief ontvangt een e-mail te versturen naar nieuwsbriefmre-unsubscribe@vormen.org

Bezorg dit bericht aan leerkrachten of andere onderwijsbetrokkenen waarvan je vermoedt dat ze hierin geïnteresseerd zijn. Wijs hen op de mogelijkheid om hierop in te tekenen. Ter herinnering, op onze site vind je de laatste nieuwsbrieven op www.vormen.org/educatie/Nieuwsbrief.html
Dank u !!!

top