(indien onleesbaar, klik hier: www.vormen.org/educatie/nieuwsbrief/Nieuwsbrief-6-10.html)

NIEUWSBRIEF MENSENRECHTENEDUCATIE

Bescherming van mensenrechten
Jaargang 6, nummer 10 (22 december 2006)
Op onze site vind je de nieuwsbrieven terug
op
www.vormen.org/educatie/Nieuwsbrief.html.
Uitgegeven door VORMEN vzw
(Vlaamse Organisatie voor Mensenrechteneducatie)
Voor leerkrachten en andere onderwijsbetrokkenen

Inhoudstafel

0. Een gift voor VORMEN?

1. De bescherming van mensenrechten

2. Recht op zorg: 'Raak me zachtjes aan' (werkvorm voor lager onderwijs)

3. Materialen in de kijker: 'Recht op Voedsel'

4. Recht op gelijke behandeling: 'Gelijk of niet gelijk' (werkvorm voor lager onderwijs)

5. Werken rond thema 'racisme'

Colofon & abonneren

top

0. Een gift voor VORMEN?

Sinds februari 2001 zijn we actief bezig met ondersteuning van mensenrechteneducatie in Vlaanderen. We poroduceerden duizenden pagina's aan educatief materiaal dat we zo goed als allemaal via het internet gratis beschikbaar maken van al wie op zoek is naar informatie of naar werkvormen om rond mensenrechten, kinderrechten en mensenrechtenthema's te werken. Hoewel we totnogtoe geen systematisch onderzoek konden doen naar het gebruik ervan en naar de tevredenheid van de gebruiker, uit occasionele reacties weten we dat ons materiaal erg gewaardeerd wordt. Wat we ook weten is dat onze website massaal bezocht wordt, en dat enorme aantallen van de educatieve pakketten die als pdf files beschikbaar zijn gedownload worden. Met een zeer beperkte ploeg medewerkers (momenteel 2 voltijds equivalenten) werken we hieraan. We worden momenteel projectmatig gesteund via een detacheringsproject dat ons toegekend wordt door de minister van Onderwijs en via twee projecten ontwikkelingeducatie die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd worden. Vaste financiering hebben we niet, al zouden we dit graag willen. In de Verenigde Naties verklaren overheden wel plechtig dat ze van mensenrechteneducatie echt werk willen maken, maar in de praktijk merken we niet dat er de wil bestaat om op een structurele manier mensenrechteneducatie in voldoende breedte en diepte en met een vorm van continuïteit te ondersteunen. Gelukkig zijn er bij VORMEN een aantal geëngageerde vrijwilligers die mee de handen uit de mouwen steken, en momenteel een stagiar.

Aan ideeën voor meer en betere ondersteuning van mensenrechteneducatie in Vlaanderen ontbreekt het ons niet. Aan de middelen wel. De middelen nodig voor de dagdagelijkse werking verdienen we door het verzorgen van nascholing, door het af en toe begeleiden van workshops en dergelijke meer. Voor één van de lopende projecten, waarbij we interactieve websites voor onder meer de 2e graad van het secundair onderwijs aan het ontwikkelen zijn, financiert de overheid slechts 85%. De rest moeten we zelf zien te vinden. Met wisselend resultaat kloppen we wel eens aan bij een of ander fonds of stichting. We zijn dankbaar om wat we reeds ontvingen. Om dit en liefst nog wat meer te kunnen realiseren willen we ook graag bij u aankloppen. U als individu, u als instelling, u als organisatie. Doe een overschrijving op ons rekeningnummer 000-0996828-56 (overschrijvingen vanuit het buitenland: IBAN: BE20 0000 9968 2856; BIC: BPOTBEB1). Met uw steun kunnen we nog meer nuttige hulpmiddelen ontwikkelen om gratis beschikbaar te maken van al wie aan mensenrechteneducatie willen doen. Om dit laatste is het ons te doen. Dank bij voorbaat!

Wim Taelman, coördinator

P.S. Graag zouden wij u een fiscaal attest kunnen bezorgen voor eventuele giften, maar moeten u daarin teleurstellen. De geldende regels die bepalen welke organisaties of instellingen daarvoor in aanmerking komen leren ons immers dat VORMEN daarvoor niet in aanmerking komt.

top

1. De bescherming van mensenrechten (uit: Kompas)

Wij weten al dat mensenrechten onvervreemdbare rechten zijn waarover elk menselijk wezen beschikt, maar hoe krijgen we toegang tot deze rechten? Waar vinden we het bewijs dat deze rechten formeel erkend worden door staten? En hoe worden deze rechten in de praktijk omgezet?

Op internationaal niveau hebben staten bepaalde overeenkomsten afgesloten met betrekking tot mensenrechten. Deze overeenkomsten vestigen objectieve gedragsnormen voor staten die hen bepaalde verplichtingen opleggen met betrekking tot individuen. Zij kunnen van tweeërlei aard zijn: wettelijk bindende of niet-bindende overeenkomsten.
Een bindend document, vaak verdrag, conventie of convenant genoemd, vertegen-woordigt een verbintenis van een staat om de rechten op nationaal niveau in te voeren. Elke staat moet namelijk aantonen dat hij tot deze verbintenis bereid is. Dit kan gebeuren door ratificatie of aanvaarding. Het document alleen ondertekenen maakt het immers nog niet bindend. Bij de meeste verdragen krijgt een staat ruimte voor verklaringen of het maken van voorbehouden, waardoor ze vrijgesteld wordt van specifieke bepalingen van het document. Dit zorgt ervoor dat zoveel mogelijk staten ondertekenen. Het is uiteindelijk beter dat een staat belooft een aantal van de mensenrechtenvoorwaarden te respecteren dan helemaal geen! Soms kan dit mechanisme echter misbruikt worden als voorwendsel om bepaalde fundamentele mensenrechten niet toe te kennen, waardoor een staat in bepaalde domeinen kan ‘ontsnappen’ aan internationaal toezicht.

Meer...

top

2. Recht op zorg: 'Raak me zachtjes aan' (werkvorm voor lager onderwijs) (rechtzetting: onder deze titel verscheen in de vorige nieuwsbrief een werkvorm die niet met deze titel overeenkwam)
Doel
De kinderen maken kennis met ‘het recht op zorg’ en zoeken naar concrete toepassingen van dit recht in hun eigen leven. Ze schrijven bedankbriefjes naar klasgenoten van wie ze ‘zorg’ ontvangen hebben.

Aandachtspunten
"Behandel anderen zoals jij door hen behandeld wilt worden.” (D.w.z.: de rechten van anderen respecteren moedigt hen aan om op hun beurt jou te vertrouwen en jouw rechten te respecteren).

Werkwijze
1. Vraag de kinderen om in een kring te gaan zitten. Vraag hen te gaan zitten met hun gezicht naar de rug van het kind voor hen. Vraag hen om zich in te beelden dat hun lievelingskleur wordt uitgegoten over de schouders van het kind dat voor hen zit. Demonstreer hen een eenvoudige, zachte schoudermassage. Geef hen enkele minuten waarin iedereen de persoon die voor hem/haar zit, eventjes masseert. Daarna draait iedereen zich om en masseert degene die hem/haar gemasseerd heeft.
2. Stel de onderstaande vragen en bespreek die met de kinderen. Hoe voelde het aan om gemasseerd te worden? Hoe was het om iemand anders te masseren? Hoe zou je reageren als er iemand onvriendelijk of ruw tegen je was tijdens de massage? Wat zou er gebeuren als we ons daarna omdraaiden? Waarom? Hoe zou jij iemand masseren als je wil dat die persoon ook vriendelijk tegen jou is als jij je omdraait? Het is vaak zo dat mensen zich tegenover jou gedragen, zoals jij zelf je tegen anderen gedraagt: Kan je daarvan voorbeelden uit het dagelijks leven geven?
3. Als de kinderen al hebben kennis gemaakt met het kinderrechtenverdrag kan je hiernaar verwijzen. Anders geef je de kinderen een overzicht van de kinderrechten. “Eén van de kinderrechten is het recht op zorg”. Je stelt de volgende vragen aan de kinderen en bespreekt die klassikaal:
  • Wie zijn in de eerste plaats de mensen die voor jou zorgen?
  • Wat doen deze mensen zoal voor jou?
  • Op welke verschillende manieren dragen ze zorg voor jou?

4. Hierna geef je een korte toelichting bij het ‘recht op zorg’.(zie verder) Je gaat verder met de bespreking:
“De staat heeft dus de plicht om extra inspanningen te leveren op het gebied van zorg voor kinderen. Onze ouders en andere mensen die ons dierbaar zijn, zorgen ook voor ons. En wij zelf? Kunnen wij ook zorg voor elkaar dragen? Kunnen jullie daarvan voorbeelden geven?”
(Als de kinderen niet vlug op ideeën komen, kan je zelf enkele recente voorbeelden aanhalen, recht uit het klasleven gegrepen. Er zijn mogelijkheden in overvloed: uitleg bij een taak, opkomen voor iemand bij een conflict, hulp na een ongelukje, delen van boterhammen of versnapering, uitnodiging om mee te spelen, aanmoediging bij een LO-oefening, troost bij pech, samen naar school fietsen, …) Op deze concrete voorbeelden ga je wat dieper in. Je stelt vragen aan de betrokkenen: “Vertel eens hoe dat precies ging? Waarom deed je dat op die manier? Hoe voelde het toen er zo voor jou gezorgd werd door…? Hoe heb je gereageerd? Zou jij het voor die ander ook doen?” Etc.
Besluit: Wij kunnen dus zelf ook verantwoordelijkheid opnemen om ervoor te zorgen dat het ‘recht op zorg’ wordt waargemaakt voor kinderen in onze naaste omgeving.

5. Vervolgens geef je een individuele opdracht: Denk eens na over je medeleerlingen; wie heeft er de afgelopen tijd iets voor jou gedaan of heeft iets speciaals voor jou betekend? M.a.w. wie heeft er voor jou zorg gedragen? De namen schrijf je op een blaadje papier. Je deelt nu gekleurde strookjes papier uit. Op deze stroken mogen de kinderen een bedankje schrijven voor iemand die voor hen gezorgd heeft of iets voor hen betekend heeft. Ze schrijven over welk voorval het gaat en ondertekenen met hun naam. Ze mogen zoveel briefjes schrijven als ze willen. Als de briefjes geschreven zijn, mogen ze die aan mekaar gaan uitdelen en mogen ze –indien nodig- nog wat uitleg vragen aan elkaar of een extra woordje toevoegen.

6. In een nabespreking kan je volgende vragen nog behandelen: "Was je verrast door bepaalde briefjes? Waarom? Vond je het moeilijk om een bedanking te schrijven? Hoe voelde het om een bedankbriefje te krijgen? Iemand bedanken is dat ook ‘zorg dragen’ voor die persoon? Wat kunnen we doen in onze klas om er voor te zorgen dat we nog beter voor elkaar zorgen?" Je kan het idee opperen om een brievenbus in de klas te installeren, waarin de kinderen briefjes voor mekaar kunnen posten; een beurtrol voor de ‘postbode’ zorgt ervoor dat de brievenbus tijdig gelicht wordt en dat de briefjes bij de juiste persoon terecht komen.

Uitbreiding
Je gaat samen met de kinderen op zoek naar voorbeelden van hoe mensen wereldwijd zorg dragen voor kinderen. Dat is in grote lijnen overal hetzelfde: met liefde en toewijding, anders kan een klein kind niet overleven. Sommige kinderen zitten in een moeilijke situatie doordat voor hen onvoldoende gezorgd kan worden. Er is bijvoorbeeld onvoldoende te eten door droogte, de nodige geneesmiddelen zijn niet beschikbaar, huizen zijn verwoest door oorlog of een natuurramp, kinderen moeten zelf mee voor hun gezin zorgen en moeten gaan werken,…
Zouden wij uit ‘het rijke Westen’ iets kunnen doen, opdat ook voor die kinderen hun recht op zorg beter kan waargemaakt worden?

(geïnspireerd op de werkvorm ‘Raak me zachtjes aan’ uit: Eerste Stappen in Mensenrechteneducatie; dit is een vertaling van 'First Steps' van Amnesty International)

Overzicht van de kinderrechten
(Overzicht van rechten uit het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind; niet-officiële opdeling van VORMEN vzw)

1. Elk kind heeft recht op een eigen mening en op inspraak
2. Elk kind heeft recht op een eigen geloof en cultuur
3. Elk kind heeft recht op gezonde voeding, water, kleding en onderdak
4. Elk kind heeft recht om samen te komen met anderen
5. Elk kind heeft recht op veiligheid en bescherming
6. Elk kind heeft recht op onderwijs en informatie
7. Elk kind heeft recht op spel en vrije tijd
8. Elk kind heeft recht op zorg
9. Elk kind heeft recht op een naam en een nationaliteit
10. Elk kind heeft recht op een gelijke behandeling
11. Elk kind heeft recht om bij de eigen familie te zijn
12. Elk kind heeft recht op aangepaste verzorging bij ziekte of handicap
13. Elk kind heeft recht op een privé-leven
14. Elk kind heeft recht op bescherming tegen uitbuiting
15. Elk kind heeft recht op bescherming tegen onwettige opsluiting
16. Elk kind heeft recht op bescherming tegen oorlog
17. Elk kind heeft recht op bescherming bij adoptie

Toelichting bij 'Elk kind heeft recht op zorg' (art. 3, 18, 19, 24, 27 van het Kinderrechtenverdrag)

Bij alle maatregelen van de overheid betreffende kinderen moet het belang van het kind voorop staan. De staat moet zorgen voor de bescherming en de zorg van het kind. Daarbij moet ze wel de verantwoordelijkheid en de rechten en de plichten van de ouders of andere wettelijk verantwoordelijken voor de opvoeding erkennen en erkennen dat de beide ouders een gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen. De staat moet ook zorgen voor ondersteuning van de ouders door de ontwikkeling van instellingen en diensten voor kinderzorg en kinderopvang.

Het recht op zorg hangt samen met het recht op veiligheid en bescherming.

Het kind heeft ook recht op gezondheid en op gezondheidszorg. De staat moet maatregelen nemen om kindersterfte te verminderen en moet ziekte, ondervoeding en slechte voeding bestrijden. De staat moet zorgen voor gezonde voeding en drinkbaar water en moet daarbij rekening houden met de gevaren en risico’s van milieuvervuiling. De staat moet ook zorgen voor gezondheidszorg voor moeders, voor en na de zwangerschap. De staat moet zorgen voor de voorlichting van ouders en kinderen over gezinsplanning, gezondheid en voeding van kinderen, hygiëne en ongevallenpreventie.
top
3. Materiaal in de kijker: 'Recht op Voedsel'
Deze lessenreeks werd uitgewerkt in een samenwerking tussen FIAN België en VORMEN. Het behandelt het thema voedsel vanuit de mensenrechten, meer bepaald het recht om zich te voeden, zoals ingeschreven in het Internationaal Verdrag betreffende Economische, Sociale en Culturele Rechten. Aansluitend bij de vakoverschrijdende termen Burgerzin wordt dit thema uitgediept in verschillende werkvormen en casestudies. Het thema voeding wordt in een ruimer perspectief geplaatst (oa. milieueducatie, gezondheidseducatie, aardrijkskunde). De leerlingen worden aangezet tot reflectie over het eigen denken rond de wereldvoedselproblematiek en haar oorzaken, en krijgen mogelijkheden aangeboden tot concrete acties (projectwerking FIAN).

Aan de hand van deze lessenreeks wordt werk gemaakt van een brede reeks doelstellingen. De belangrijkste ervan staan in de handleiding voor de leerkrachten opgesomd. Waar relevant worden de vakoverschrijdende eindtermen ‘Opvoeden tot burgerzin’ van de 3e graad van het secundair onderwijs vermeld. Bij elke afzonderlijke les worden de doelstellingen van de les afzonderlijk vermeld.

Doelgroep: de leerlingen van de derde graad TSO en ASO

Duur: de hele lessenreeks vergt (minstens) 9 lesuren. Voor verschillende van de lessen zijn keuzemogelijkheden voor de leerkracht voorzien.
Meer info....
Pakket voor de leerling (pdf)
Pakket voor de leerkracht (pdf).

top

4. Recht op gelijke behandeling: 'Gelijk of niet gelijk' (werkvorm voor lager onderwijs)
Doelen
De ontwikkeling van (zelf)respect aanmoedigen in een groep.
De toepassing of de schending van kinderrechten herkennen in uitspraken.
Het onderscheid maken tussen de toepassing door de overheid of door ons zelf in het dagelijks leven.
Voorstellen formuleren om actief op te komen voor kinderrechten in het algemeen en voor het recht op een gelijke behandeling in het bijzonder.

Benodigdheden
  • Schrijfgerief.
  • Kopies van de uitspraken (zie hieronder) en van het ‘overzicht van de kinderrrechten’ (niet-officiële indeling in 17 KR/ versie VORMEN vzw, zie hoger).
Werkwijze

Inleidende werkvorm: ‘Het goede in onze groep’ (vrij naar ‘Partners in Rights’)
  • Elke deelnemer schrijft zijn/haar naam op een vel papier en tekent daaronder de omtrek van zijn/haar hand.
  • De tekeningen worden doorgegeven en in één van de vingers schrijft de volgende leerling een goede eigenschap van de persoon in kwestie. Bijvoorbeeld: “Ans is lief voor de anderen.” Daarna worden de tekeningen opnieuw doorgegeven.
  • Als elke vinger ingevuld is (of tweemaal ingevuld, indien de tijd het toelaat), wordt de tekening teruggegeven aan de persoon wiens naam bovenaan staat.
  • Geef iedereen de kans om te bekijken wat er in zijn/haar hand geschreven staat.
  • Bespreek in de groep volgende vragen:
o Hoe voelt het om goede dingen over jezelf te lezen?
o Hoe voelt het om iets goeds te zeggen over iemand anders?
o Klopt het beeld dat je van jezelf hebt met het beeld dat de anderen van je schetsen?
o Zijn er verrassende dingen opgeschreven? Heeft er iemand graag nog wat meer uitleg bij wat er geschreven staat?
o Waarom hebben we het soms zo moeilijk om positief te zijn over ons zelf of over de mensen rondom ons?
o Wat kunnen we hier als groep aan veranderen?
Kern
  • Geef de deelnemers per twee een kopie van de onderstaande uitspraken. Geef hen ook het ‘overzicht van de kinderrechten’ (niet-officiële indeling in 17 KR / versie VORMEN vzw).
  • Opdracht: “Lees de uitspraken van de kinderen. Welke rechten worden hier toegepast of geschonden? Schrijf de nummers van de rechten die er volgens jullie bij passen, bij elke uitspraak.
    De uitspraken hebben allemaal een kern van (gebrek aan) respect voor verschillen en anders-zijn. Het recht op een gelijke behandeling komt hierdoor waarschijnlijk het sterkst aan bod. Ook andere rechten zijn hier zeker te ontdekken.
  • Bespreek de bevindingen van de duo’s in grote groep:

1. Over welke rechten gaat het?
2. Zijn het herkenbare uitspraken? Maak je in je eigen leven gelijkaardige dingen mee? Vertel eens.
3. De overheid moet ervoor zorgen dat kinderrechten worden toegepast in wetten en dat die wetten uitgevoerd en nageleefd worden. Welke uitspraken zijn hiervan een illustratie? Gaat het hier over een toepassing of een schending?

  • Daarna vorm je groepjes van 4 kinderen (2 duo’s bij elkaar). Opdracht: Bespreek in je groepje wat wij zelf kunnen ondernemen om de rechten van kinderen in de besproken situaties te beschermen. Probeer bij elke uitspraak minstens één voorstel te formuleren. Meer mag ook. Als het niet lukt bij sommige uitspraken, probeer dan uit te leggen hoe dat komt.
  • Plenum:
    Per uitspraak worden de voorstellen uit de verschillende groepjes samengebracht. Je noteert elk voorstel kernachtig op een flap. Hierna weeg je samen af welke voorstellen realiseerbaar zijn en welke niet. Je kan zo tot concrete ideeën komen om actief op te komen voor het beschermen van kinderrechten.
Uitbreiding
Nog een stap verder kan je gaan door met de hele klas concrete afspraken te maken vanuit de realiseerbare voorstellen. De afspraken worden genoteerd en goed leesbaar opgehangen. Eventueel kan je ze ook laten illustreren met een tekening of symbool. Regelmatig evalueer je of de gemaakte afspraken ook worden toegepast. Laat de kinderen concrete voorbeelden van toepassingen of schendingen van de afspraken vertellen.

Variant op de inleidende werkvorm
  • Ieder schrijft een goede eigenschap van zijn/haar linkerbuur op een briefje.
  • Al de briefjes worden verzameld in een pot of zakje en door elkaar geschud.
  • Iemand mag een briefje uit de pot trekken en de eigenschap voorlezen. Aan wie denk je dat deze goede eigenschap wordt toegeschreven en waarom? Als degene die het briefje trok het niet vindt, mogen de andere kinderen helpen zoeken en argumenteren tot ze de juiste eigenaar gevonden hebben. Deze mag op zijn beurt een nieuw briefje trekken en het proberen bij de juiste persoon te brengen.
Uitspraken
“Als we gaan voetballen tijdens de speeltijd, zijn het altijd dezelfden die de ploegen kiezen. Dikwijls worden de ploegen niet eerlijk verdeeld.”

“Waarom ligt hier één rij rubberen tegels in de stoep?”

“Als ik met de fiets naar school kom, ben ik bang. Er staat een groepje grote jongens te wachten aan het park. Ze schelden mij uit of roepen dat ze me zullen pakken. Ze hebben me al eens doen stoppen, mijn boekentas doorsnuffeld en in de struiken gegooid. Ik neem nu altijd een omweg om niet door het park te moeten.”

“We hebben tijdens godsdienst een film gezien over de Joden. Iedereen lag plat van ’t lachen toen we hen zagen bidden. Die stonden daar maar heen en weer te schudden. Echt belachelijk!”

“Wie eerst klaar is met zijn werk mag de dieren en de planten verzorgen in de klas. Zo kom ik nooit aan de beurt.”

“Ik mag mijn identiteitskaart nu al gaan afhalen op het gemeentehuis en ik word pas volgende maand 12 jaar.”

“Ga jij maar bij de meisjes staan! Mietje! Die durven zeker ook niet in de boom! Meisjes zijn flauw, jongens zijn stoer!”

“Joris is als kleuter geopereerd aan zijn voeten. Daarom loopt hij zo raar. Mag hij geen voorsprong krijgen als we voor een wedstrijdje sprinten?”

“Ikke spreken nog niet goed de Nederlands. Ikke leren Nederlands in speciale klas. Een hele jaar. Ikke begrijpen als jij traag spreken. Okee?”

“De politie hield alleen de mensen met een bruine huidskleur tegen om hun papieren te controleren. De blanken mochten gewoon doorlopen.”

top

5. Werken rond het thema 'Racisme'

a. Werkvormen  op de website van VORMEN
    • Een antwoord geven op racisme (120 min.). Een rollenspel dat de leerlingen doet nadenken over de eigen cultuur en de verschillen/gelijkenissen met andere culturen.
    • Campagne tegen racisme. Leerlingen werken creatief rond racisme in het kader van een (fictieve) 'week tegen racisme'.
    • Allemaal anders, allemaal gelijk. Korte quiz die leerlingen wegwijs maakt in de mensenrechten en het bestaan van vooroordelen en discriminatie aankaart.
    • De weg naar ontwikkeling (120 min.). Een bordspel dat de economische Noord-Zuidverhoudingen bespreekt en deze ondermeer als een van de oorzaken van racisme en xenofobie aanduidt.
    • Aan welke kant sta jij. Leerlingen leren met elkaar communiceren over begrippen als racisme, antisemitisme, discriminatie,...

b) Ander educatief materiaal

    • Dutchkids. Nederlandse website (gebaseerd op een Brits concept) waarmee leerlingen op een aantrekkelijke manier (door in de huid te kruipen van zeven fictieve karakters) voorbereid worden op de multiculturele samenleving.
    • Het online archief van het tijdschrift Klasse bundelt artikels en getuigenissen over racisme op school.
    • Vredeseducatie.nl heeft een werkvorm uitgewerkt dat leerlingen in staat stelt "hun eigen situatie te analyseren vanuit de optiek van het gelijkheidsbeginsel."
    • Racisme. Een verzameling educatieve materialen en methodieken. Uitgewerkt door Amnesty International Vlaanderen.
    • Op de website van Kleur Bekennen wordt een overzicht gegeven van het aanbod aan educatief materiaal (o.m. rond racisme) dat gratis te ontlenen is in zeven documentatiecentra in België.
    • Een bundel korte activiteiten over racisme, bestemd voor leerlingen van het basisonderwijs, zijn te raadplegen op de website leerkracht.nl.
    • Kinderen voor vrede. Een reizende tentoonstelling over vooroordelen, verdraagzaamheid en pesten. Verschillende modules die leerlingen op interactieve wijze inzicht verschaffen in vooroordelen en hen het belang van een genuanceerd oordeel trachten bij te brengen.
    • De organisatie Racism no way heeft een aantal voorbeeldsituaties klaar om te peilen hoe leerlingen reageren op situaties waarin racisme de kop opsteekt.
    • Op de BBC-website staan meerdere uitgewerkte lessen rond racisme, vaak op basis van videomateriaal (op de site zelf te bekijken).
    • Jane Elliot (bekend vanwege haar controversiële 'Blue Eyes Brown Eyes'-experiment uit 1968) biedt op haar website een aantal (Engelstalige) vragenlijsten aan die leerlingen ondervragen over hun opinie over minority groups.
    • Pedagogische fotomap 'Een kijk op de ander'. Educatief materiaal van School Zonder Racisme.

c) Beeldmateriaal

    • 'The Hurricane' (speelfilm 1999, Norman Jewison). Het verhaal van de Amerikaanse bokser Ruben Carter die onterecht werd beschuldigd van moord.Te verkrijgen in videotheken.
    • 'La Haine' (speelfilm 1995, Matthieu Kassovitz). De rellen tussen (allochtone) jongeren en politie in de Parijse buitenwijken. Deze - en heel wat meer films over het onderwerp racisme - te verkrijgen via Bevrijdingsfilms.
    • 'Crash' (speelfilm 2004, Paul Haggis). Oscarwinnende kroniek over alledaags racisme in Los Angeles. Te verkrijgen in videotheken.
    • 'American History X' (speelfilm 1998, Tony Kaye). Neo-nazisme en racisme in de Verenigde Staten. Te verkrijgen in videotheken.
    • 'Kassablanka' (speelfilm 2002, Guy Lee Thys en Ivan Boeckmans). Racisme en vooroordelen in Antwerpen. Te verkrijgen in videotheken.
    • Een online fototentoonstelling over racisme in de Verenigde Staten is te vinden op de website van American Pictures.
    • Cartoons rond racisme zijn te raadplegen op Cartoonstock.com.
    • Een uitgebreide verzameling racistische en antisemitische propaganda tijdens het Derde Rijk is te vinden op de website van de Amerikaanse professor R. Bytwerk.
    • Een (beperkt) interactieve wereldkaart die racisme ruimtelijk lokaliseert (met verdere verwijzingen naar situaties waarin racisme optrad), op de site van CNN.
    • Wit over Zwart over Wit. Deze on line tentoonstelling met een mooi overzicht van de Westerse beeldvorming rond Afrika doorheen de geschiedenis staat op de site van Africa Server Magazine.
    • Art against Racism is een project van de Verenigde Naties dat kunst, gemaakt door kinderen uit de hele wereld bijeenbrengt.

d) Informatiemateriaal op de website van VORMEN

e) Ander informatiemateriaal

Nederlands

Engels

Frans

  • 'La haine je dis non' (op de website van Mrax, de 'Mouvement contre le racisme, l'antisémitisme et la xenophobie'). Tientallen getuigenissen van zowel allochtonen als autochtonen over racisme, vooroordelen,...

f) Links...

top

Colofon
'Nieuwsbrief Mensenrechteneducatie' wordt uitgegeven door VORMEN vzw, de Vlaamse Organisatie voor Mensenrechteneducatie.

Redactie
Gerrit Maris
Wim Taelman
Mieke Verwaest
vrijwilligers
stagiair
Eindredactie Wim Taelman
Adres Lange Gasthuisstraat 29
2000 Antwerpen
Correspondentie over de inhoud: mensenrechteneducatie@vormen.org.
Url: www.vormen.org
Abonneren
Je kan een (gratis) abonnement op onze 'nieuwsbrief mensenrechteneducatie' nemen door vanuit het gewenste e-mail adres een e-mail te versturen naar nieuwsbriefmre-subscribe@vormen.org

Abonnement opzeggen
Je kan je abonnement op deze nieuwsbrief opzeggen door vanuit het e-mail adres waarop je de nieuwsbrief ontvangt een e-mail te versturen naar nieuwsbriefmre-unsubscribe@vormen.org

Bezorg dit bericht aan leerkrachten of andere onderwijsbetrokkenen waarvan je vermoedt dat ze hierin geïnteresseerd zijn. Wijs hen op de mogelijkheid om hierop in te tekenen. Ter herinnering, op onze site vind je de laatste nieuwsbrieven op www.vormen.org/educatie/Nieuwsbrief.html
Dank u !!!

top