| Stelling |
Score |
| 1. Onze school is een plek waar leerlingen veilig zijn. (art. 3 & 5) |
_______ |
| 2. Alle leerlingen krijgen dezelfde informatie en aanmoediging inzake studie- en tewerkstellingsmogelijkheden. (Art. 2) |
_______ |
| 3. Niemand op onze school wordt gediscrimineerd op basis van zijn/haar levensstijl, zoals de kledij, het omgaan met bepaalde mensen, de activiteiten buiten de school, sociale achtergrond,
(Art. 2 & 16) |
_______ |
| 4. Onze school bezorgt aan elk individu dezelfde toegankelijkheid, hulpmiddelen, activiteiten (culturele activiteiten, studiereizen,
) en dezelfde toegang tot gebruik van de accommodaties. (art. 2 & 7) |
_______ |
| 5. Leden van onze schoolgemeenschap zullen zich in voorkomend geval niet altijd verzetten tegen eventuele discriminerende handelingen, materialen of uitspraken in de school. (art. 2, 3, 7, 28 & 29) |
_______ |
| 6. Wanneer iemand de rechten van een andere persoon schendt of hem/haar vernedert, helpt men de dader om te leren zijn gedrag te veranderen (art. 26) |
_______ |
| 7. De leden van onze schoolgemeenschap zijn zowel bekommerd om mijn menselijke als om mijn academische ontwikkeling. Ze helpen me waar nodig. (art.3, 22, 26 & 29) |
_______ |
| 8. Wanneer er zich een conflict voordoet, proberen we dat door samenwerking op een niet-gewelddadige manier op te lossen. (art. 3 & 28) |
_______ |
| 9. Er wordt voldoende aandacht besteed aan leerlingen die omwille van fysische, psychische, sociale, culturele of andere factoren minder kans hebben gehad op ontwikkeling. (Art. 2 & 26). |
_______ |
| 10. Onze school houdt in haar aankoopbeleid rekening met overwegingen inzake eerlijke handel t.o.v. het Zuiden. (Art. 22 & 25) |
_______ |
| 11. Onze school houdt in haar aankoopbeleid rekening met overwegingen inzake milieu en duurzaamheid. (Art. 22 & 25) |
_______ |
| 12. Wanneer de school weet heeft van probleemsituaties thuis bij één van haar leerlingen zal men indien nodig maatregelen treffen in het voordeel van (de veiligheid van) die persoon. (Art. 3, en meer specifiek art. 3, 9 en 19 van het Kinderrechtenverdrag) |
_______ |
| 13. Er worden voldoende ouderavonden en contacten met de ouders georganiseerd om in samenspraak te overleggen over de (leer)activiteiten, de ontwikkeling en het gedrag van de leerling. (Art. 18 van het Kinderrechtenverdrag). |
_______ |
| 14. Bij klachten van treiteren of discriminatie wordt een beleid van maatregelen en procedures in praktijk gebracht. (Art. 3 & 7) |
_______ |
| 15. Bij tuchtmaatregelen (inclusief schorsing en uitsluiting) is iedereen zeker van een eerlijke, onpartijdige behandeling bij het bepalen van schuld en eventuele straf. (Art. 6, 7, 8, 9, 10) |
_______ |
| 16. Niemand in onze school is onderworpen aan een vernederende behandeling of bestraffing. (Art. 5) |
_______ |
| 17. Iedereen die van een overtreding beschuldigd wordt, wordt als onschuldig beschouwd totdat zijn/haar schuld bewezen is. (Art. 11) |
_______ |
| 18. Men respecteert ieders persoonlijke levenssfeer. (Art. 12) |
_______ |
| 19. Onze schoolgemeenschap staat open voor studenten, leraars, directieleden en personeel met verschillende achtergronden en van verschillende culturen, inclusief mensen die niet in ons land geboren zijn. (Art. 2, 6, 13, 14 & 15) |
_______ |
| 20. Men respecteert ieders persoonlijke bezittingen. (art. 17) |
_______ |
| 21. Ik kan uitkomen voor mijn overtuigingen en ideeën (politiek, religieus, cultureel,
) zonder angst dat men mij daarom zal discrimineren. (Art. 19) |
_______ |
| 22. Leden van onze schoolgemeenschap kunnen publicaties maken en verspreiden zonder angst te hebben voor straf of censuur. (art. 19) |
_______ |
| 23. In de lessen, schoolboeken, cursussen, bijeenkomsten en bibliotheken komen verschillende meningen en perspectieven (zoals geslacht, ras of etniciteit, ideologie) aan bod. (art. 2, 19 en 27) |
_______ |
| 24. Ik heb de mogelijkheid om mij cultureel te uiten met muziek, kunst en literatuur. (art. 19, 27 & 28) |
_______ |
| 25. Leden van onze schoolgemeenschap hebben de kans deel te nemen aan het democratisch besluitvormingsproces dat het beleid en de regels van de school bepaalt (art. 20, 21 & 23) |
_______ |
| 26. Leden van onze schoolgemeenschap hebben niet het recht zich te verenigen om zo op te komen voor hun rechten en die van anderen. (art 19, 20 & 23) |
_______ |
| 27. Leden van onze schoolgemeenschap moedigen elkaar aan om te leren over problemen van onze samenleving en van de wereld in verband met rechtvaardigheid, milieu, armoede en vrede. (preambule & art. 26 & 29) |
_______ |
| 28. Leden van onze schoolgemeenschap moedigen elkaar aan om acties te organiseren die maatschappelijke en wereldproblemen in verband met rechtvaardigheid, milieu, armoede en vrede aanpakken. (preambule & art. 20 & 29) |
_______ |
| 29. Tijdens de schooldag hebben de leden van onze schoolgemeenschap op tijd een rustpauze en hebben ze aanvaardbare werkuren en omstandigheden. (art. 23 &24) |
_______ |
| 30. Werknemers in onze schoolgemeenschap worden niet genoeg betaald om in het welzijn en gezondheid (inclusief huisvesting, voedsel, benodigde sociale voorzieningen en werkloosheidsverzekering, ziekteverzekering en pensioen) te voorzien van zichzelf en van hun familie. (art. 22 & 25) |
_______ |
| 31. In onze school neemt men zijn verantwoordelijkheid op om ervoor te zorgen dat anderen niet discrimineren en dat ze op een manier handelen die de veiligheid en het welzijn in de school verbetert. (art. 1 & 29) |
_______ |
|
32. Er is op onze school een drugsbeleid. Dat komt zowel in de lessen als in de praktijkgerichte aanpak tot uiting. (Art. 33 van het Kinderrechtenverdrag)
|
_______ |
|
De mensenrechtentemperatuur van jouw school bedraagt dus:
(maximale temperatuur = 128 'mensenrechtengraden')
|
= _____ |