|
Vormingswerk voor Mensenrechten Oefening 23: Een preventieve strategie opstellen |
Waarde
Onrecht herstellen
Overzicht
Mensenrechteneducatie heeft verschillende brede doelen. Mensenrechteneducatie is:
1. een toekomstgericht plan, ontworpen om een basis te leggen voor de maatschappij van morgen, een maatschappij waarvan we hopen dat ze democratisch is en waar respect voor de waardigheid en de onvervreemdbare rechten van alle mensen vanzelfsprekend is;
2. een preventieve strategie die respect voor mensenrechten promoot door educatie op een emanciperende manier te benaderen; daarbij krijgen potentiële slachtoffers kennis van hun rechten en potentiële daders inzicht in menselijke waardigheid en worden onwetendheid en vooroordelen over schendingen van mensenrechten verholpen. Mensenrechteneducatie als een preventieve strategie is immers het onderwerp van deze oefening;
c. een defensieve strategie om de belanghebbenden de kracht te geven acties te ondernemen in de verdediging van mensenrechten (dit is het onderwerp van de volgende oefening).
Doelstellingen
De deelnemers moeten in staat zijn om:
een goed afgebakende en overeengekomen groep mensenrechtenproblemen te identificeren;
een preventieve strategie op te stellen, steunend op hun aandeel in de promotie van mensenrechteneducatie;
zich een visie op mensenrechten en preventieve strategieën eigen te maken, en toe te passen in hun eigen leefomgeving.
Werkwijzen
De begeleider moet creatieve manieren vinden om de mensenrechtenproblemen te benadrukken die de specifieke doelgroep het meest aanbelangen. Zorg dat er genoeg tijd is om een preventief actieplan op te stellen, want deze methode wordt herhaald in de volgende oefening, waar een defensief actieplan belicht wordt. In de laatste stap, waar de ontwikkeling van een actieplan om mensenrechteneducatie toe te passen benadrukt wordt, moet de begeleider genoeg informatie verschaffen over hulpsystemen waarmee de deelnemers informele mensenrechteneducatie kunnen promoten. De begeleider moet ook informatie beschikbaar hebben over mensenrechteneducatie-materialen, -bronnen en ondersteunende programmas waar professionelen technisch advies kunnen geven over mensenrechteneducatie.
Benodigdheden
certificaten voor hen die de oefening afwerken, met daarop: Ik ben een mensenrechten-vormingswerker;
geselecteerde bepalingen uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (over de verplichting om mensenrechteneducatie te promoten), het BUPO-Verdrag (over het recht om informatie te zoeken en te verspreiden);
het Verdrag over de Uitbanning van Discriminatie van Vrouwen (over de verplichtingen van de staat i.v.m. onderwijs en opvoeding);
het Verdrag inzake de Rechten van het kind (over mensenrechteneducatie als een verplichting);
de begeleider moet ook materiaal beschikbaar hebben over mensenrechteneducatiematerialen en hulpmiddelen en over ondersteunende programmas waarin professionelen technisch advies geven over mensenrechteneducatie.
Volgorde
Stap 1. Brainstorming om van de deelnemers te weten te komen met welke mensenrechtenproblemen zij in het dagelijkse leven te maken krijgen. Probeer deze opsomming op te volgen door op een constructieve manier tot een consensus te komen over enkele prioritaire problemen, noem bijvoorbeeld drie tot zes prioritaire mensenrechtenproblemen zoals het recht op een fatsoenlijke woning, gezondheidszorg, vrije omgang met anderen waaronder het organiseren van vakbonden.
Stap 2. Nadat de prioriteiten zijn vastgelegd en een aantal gemeenschappelijke problemen zijn geïdentificeerd, vraag je (voor elk probleem) tenminste één persoon om te getuigen over zijn eigen ervaringen met dat probleem.
Stap 3. Vraag vrijwilligers om 1 probleem te kiezen en verdeel de deelnemers in actieplangroepjes per probleem. De groep kan Het mensenrechteneducatie-team genoemd worden. Leg uit dat de actieplangroep een preventief actieplan zal ontwikkelen, dit is een mensenrechteneducatie-plan dat zich zowel naar de slachtoffers als naar potentiële schenders van mensenrechten richt. Het plan moet de technieken die in de lessen gebruikt zijn reflecteren en het volgende vermelden:
een overzicht
doelstellingen
werkwijzen
materialen
te ondernemen stappen
Per groep moet iemand de verantwoordelijkheid nemen om verslag uit te brengen over de beraadslagingen voor elk van deze vijf componenten. Er zijn dus vijf rapporteurs per groep nodig. Omdat dit een moeilijke opdracht is, kan de begeleider eventueel andere ervaren vormingswerkers aanspreken om zich tussen de groepen te bewegen en raad te geven indien nodig.
Stap 4. Elk vijfkoppig mensenrechteneducatie-team moet over zijn bevindingen verslag uitbrengen aan de ganse groep, waarna het mensenrechteneducatie-actieplan bediscussieerd en constructief bekritiseerd kan worden door de hele groep.
Stap 5. Vraag de deelnemers naar vrijwilligers om het actieplan te implementeren en specifiek aan te duiden wat zij kunnen en willen doen om de preventieve doelstellingen van het plan waar te maken.
Stap 6. Toon de verschillende voordelen aan van informele mensenrechteneducatie of mensenrechteneducatie-vormingswerk en gebruik hiervoor enkele van de internationale instrumenten die in de bijlage worden voorgesteld. Leg uit dat deelnemers, gewapend met een plan en met de steun van internationale en nationale grondwettelijke bepalingen, nu klaar zijn om als vormingswerkers over mensenrechten te werken in hun gemeenschappen.
Stap 7. Feliciteer iedere vormingswerker individueel, en geef hem/ haar een certificaat waarop staat Ik ben een mensenrechten-vormingswerker.
Bijlage voor oefening 23
Internationale en nationale steun voor Mensenrechteneducatie in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948), het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (1976), het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (1976)
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (analyse)
Het VN Handvest roept op tot de promotie en bevordering van mensenrechten en die verplichting werd verduidelijkt in 1948 toen de Algemene Vergadering, zonder afwijkende stemmen, de Universele Verklaring van de rechten van de mens aannam. Het werd geproclameerd als het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken ideaal en er werd bepaald dat elk van hen er naar zal streven door onderwijs en opvoeding de eerbied voor deze rechten en vrijheden te bevorderen... Onderwijs is dus geïdentificeerd als een verplichting van het Handvest: een manier om mensenrechten te promoten. Bovendien bepaalt de preambule van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens dat onderwijs en opvoeding niet enkel nieuwe opdrachten zijn van de staat naast de regeringsverplichtingen die VN-lidmaatschap met zich meebrengen. Het is eerder zo dat alsof zo de acties basisgroepen en het werk van NGOs erkenning krijgen onderwijs en opvoeding vermeld staan als de verplichting van ieder individu en elk orgaan van de gemeenschap...
Het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele rechten (analyse)
Onderwijs heeft te maken met en ondersteunt waarden. We moeten echter voorzichtig zijn welke waarden we willen promoten via het onderwijs. In deze geest vermeldt artikel 13 dat een van de doelen van onderwijs moet zijn bij te dragen tot de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
(lid 2). De mensenrechtenverdragen (later ontwikkeld door de VN, en in werking getreden in 1976 om de basis van de rechten verklaard in 1948 in internationaal recht te formaliseren) verduidelijkten dan ook het recht op onderwijs en de waarden die dit onderwijs moet promoten. Zo formuleerde het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele rechten het doel van onderwijs om respect voor mensenrechten bij te brengen in een cluster van verwante leerdoelen. Bijvoorbeeld, artikel 13 van het Verdrag zegt dat het onderwijs gericht dient te zijn op de volledige ontplooiing van de menselijke persoonlijkheid en van het besef van haar waardigheid
(lid 1)
Het Verdrag zegt ook dat de Lidstaten:
van oordeel zijn dat het onderwijs een ieder in staat dient te stellen een nuttige rol te vervullen in een vrije samenleving en het begrip, de verdraagzaamheid en de vriendschap onder alle volken en alle rasgemeenschappen, etnische en godsdienstige groeperingen, alsmede de activiteiten van de Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede dient te bevorderen (Artikel 13, lid 1)
Het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten (analyse)
Het internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten vertelt ons dat als een staat eens het systeem van internationale mensenrechten aangenomen heeft, het de mensen niet mag beletten om erover te leren. « Een ieder heeft het recht zonder inmenging een mening te koesteren, (artikel 19, lid1). Onderwijs als een proces van het delen en verspreiden van ideeën wordt gesteund door het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten, dat stipuleert dat:
Een ieder heeft het recht op vrijheid van meningsuiting; dit recht omvat mede de vrijheid inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook te garen, te ontvangen en door te geven, ongeacht grenzen, hetzij mondeling, hetzij in geschreven of gedrukte vorm, in de vorm van kunst, of met behulp van andere media naar zijn keuze. (Artikel 19, lid2)