Startpagina VORMEN vzw | Vorige| Beginpagina | Inhoudstabel | Volgende

Vormingswerk voor Mensenrechten

Oefening 22: Gehandicapten: ons eigen handvest opstellen

Waarde
Goed bestuur

Overzicht
De Zuid-Afrikaanse geschiedenis van de “campagnes voor een mensenrechtencharter” is het verhaal van een lange traditie van democratische participatie door individuen en organisaties in de bevrijdingsstrijd, is een primeur in het opstellen van documenten om de eisen van de verdrukten uiteen te zetten, en een voorbeeld van de invloed van één persoon: professor Albie Sachs. Hij verdedigde de idee dat charters met rechten beter geschreven werden door verschillende geledingen van de Zuid-Afrikaanse maatschappij omdat dat zou helpen een garantie te geven dat wetten uiteindelijk de ideeën en noden van de mensen zouden weerspiegelen, zoals zij ze zien. Sachs raakte tijdens de apartheidperiode gehandicapt door de ontploffing van een bomauto, maar zijn toewijding aan de mensenrechten werd er niet minder om. Toen hij met een mindervalidenorganisatie sprak, ontstond het idee van een handvest om het uitgebreide eisenpakket van mindervaliden kenbaar te maken om op die manier een leidraad te geven aan toekomstige beleidsformuleringen.

Doelstellingen
Op het eind van deze oefening moeten de deelnemers:
• in staat zijn om enkele specifieke noden van mindervaliden te herkennen;
• de erkenning van de noden en rechten van mindervaliden in de vorm van een Preambule bij een Handvest voor Mindervaliden kunnen rechtvaardigen;
• een aantal mensenrechten van mindervaliden herkennen die hun specifieke noden weerspiegelen en die niet strijdig zijn met bestaande internationale en nationale rechten;
• een actieplan opstellen dat garandeert dat mindervaliden meer te weten komen over hun mensenrechten;

Benodigdhedenl
• Een cassetterecorder of ander materiaal om de artikels uit het voorgestelde handvest te registreren;
• Fragmenten uit het Verdrag over Burgerlijke en Politieke Rechten;
• Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind;
• Aanbeveling 99 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO).

Volgorde

Stap 1. Inbreng van de begeleider: leg uit dat het programma van de campagne voor een mensenrechtenhandvest in Zuid-Afrika er een was van “groepsonderzoek”. Diegenen die het Vrouwencharter, het Handvest over kinderen of de rechten van met HIV besmette personen schreven waren niet altijd mensen die ook in die categorieën thuishoorden. “Participerend onderzoek” daarentegen houdt in dat de betrokken mensen het op zich namen om te gaan praten met de mensen die wel onder het betreffende handvest vallen. Met dat in gedachten zouden deelnemers, al dan niet mindervaliden, tijd moeten uittrekken (misschien zelfs enkele dagen) om te praten met mindervalide mensen, en dan terugkeren. Ze mogen zowel mindervaliden (blinden, doven, mentaal en fysiek gehandicapten) zelf interviewen als ouders en werkgevers van mindervaliden of leraars, maatschappelijk werkers en anderen die regelmatig in contact komen met mindervaliden.

Stap 2. Stel een lijst samen van noden die specifiek zijn voor een categorie mindervaliden en die mindervalide deelnemers uit ervaring kennen of die de deelnemers via interviews over de problemen van mindervaliden te weten kwamen. Laat de lijst met noden volgen door een lijst met eisen om tegemoet te komen aan hun noden. Wees voorbereid om dit later in deze oefening met de grotere groep te bespreken.

Stap 3. Inbreng van de begeleider: vertel de deelnemers over sommige internationale standaarden die ontwikkeld werden met betrekking tot de rechten van mindervaliden (zie bijlage). Leg uit dat ze zich niet beperkt moeten voelen door deze standaarden wanneer ze de noden en eisen van mindervaliden beginnen te ordenen en uiteindelijk hun eigen “Mensenrechtenhandvest voor Mindervaliden” beginnen te schrijven.

Stap 4. Hou een korte rondvraag om na te gaan welke soort informatie elke deelnemer verzameld heeft. Stel verschillende groepen samen rond de thema’s waarover mensen informatie hebben: blinden, doven, kreupelen, enz. Elke mindervalidengroep moet een voorzitter en twee verslaggevers hebben. De eerste verslaggever zal de speciale noden van mindervaliden noteren en zaken verwant met specifieke problemen van mindervaliden die in de discussie ter sprake komen. De tweede maakt een lijst van de rechten die voortkomen uit basisbehoeften en deze rechten moeten geformuleerd worden op een manier dat ze overeen komen met de vermelde noden en problemen.


Stap 5. De verslaggevers leggen hun informatie voor aan een plenaire vergadering waarbij twee vrijwilligers de begeleider helpen om alle vermelde rechten bij te houden. Dan volgt er een kritische discussie, geleid door de begeleider, om te zien of de geëiste rechten op een samenhangende manier gegroepeerd kunnen worden. Nadat een lijst met “rechten van mindervaliden” is opgesteld hou je een laatste discussie om na te gaan of er aanpassingen dienen gemaakt te worden, of bepaalde voorstellen geschrapt moeten worden omdat ze in herhaling vallen en of alle voorstellen wel belangrijk genoeg zijn om te gelden als een mensenrecht en niet louter als eis of niet-essentiële voorkeuren.

Stap 6. De begeleider leest de lijst met rechten een laatste keer voor en vraagt de deelnemers om even in stilte na te denken waarom al deze rechten belangrijk zijn. Dan start de begeleider een diepgaander gesprek over welke ideeën er vermeld moeten worden in een korte preambule tot het “Mensenrechtenhandvest voor Mindervaliden”. Zo’n Preambule is een “kleine toespraak tot de wereld” die vertelt waarom de rechten van mindervaliden niet alleen voor hun maar voor iedereen belangrijk zijn. De begeleider kan in plaats van het opstellen van een geschreven charter de voorkeur geven aan een cassetterecorder voor de registratie van de discussies in stappen 5 en 6. Om te bewijzen dat dit een ernstige oefening is moet de begeleider de volgende week of binnen afzienbare tijd een geschreven “Mensenrechtenhandvest voor Mindervaliden” overhandigen aan de groep.

Stap 7. De deelnemers moeten het “Mensenrechtenhandvest voor Mindervaliden” tonen aan diegenen die zij geïnterviewd hebben en de betekenis ervan uitleggen en helpen waar het kan om er voor te zorgen dat mindervaliden hun mensenrechten te gelde maken.

Bijlage bij oefening 22
Verdrag over Burgerlijke en Politieke Rechten (1976), Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989), Aanbeveling over Mindervalide Werknemers (Internationale Arbeidsorganisatie)

Internationaal Verdrag over Burgerlijke en Politieke Rechten, Artikel 26
Iedereen is gelijk voor de wet en heeft recht, zonder enige vorm van discriminatie, op gelijke bescherming door de wet. In dit opzicht moet de wet elke discriminatie verbieden en aan iedereen garanderen dat ze gelijke en effectieve bescherming krijgen tegen discriminatie op welke gronden dan ook, zijnde ras, huidskleur, geslacht, taal, religie, politieke of andere overtuigingen, nationale of sociale herkomst, eigendom, geboorte of andere status.

Verdrag inzake de Rechten van het Kind, Artikel 23
1. De staten erkennen dat een mentaal of fysiek gehandicapt kind een volledig en behoorlijk leven moet leiden, in omstandigheden die waardigheid garanderen, onafhankelijkheid bevorderen, en de actieve deelname van het kind in de maatschappij vergemakkelijken.
2. De staten erkennen het recht van het mindervalide kind op speciale zorg en zullen, afhankelijk van de beschikbare middelen, de uitbreiding aanmoedigen en verzekeren, aan het in aanmerking komende kind en diegenen die verantwoordelijk voor zijn zorg, van bijstand waarvoor een aanvraag is ingediend en die overeenstemt met de toestand van het kind en de omstandigheden van de ouders of andere verzorgenden.
3. Na erkenning van de speciale noden van een gehandicapt kind zal bijstand, verleend in overeenstemming met paragraaf 2…, in de mate van het mogelijke, gebeuren zonder enige kost, rekening houdend met de financiële middelen van de ouders of anderen…, en zal er op gericht zijn te verzekeren dat het gehandicapte kind effectieve toegang heeft tot onderwijs, training, gezondheidszorg, revalidatiediensten, voorbereiding op tewerkstelling en ontspanningsmogelijkheden op een manier die leidt tot de volledigst mogelijke sociale integratie en individuele ontwikkeling van het kind, met inbegrip van zijn of haar culturele en spirituele ontwikkeling.
4. De staten… zullen, in de geest van internationale samenwerking, de uitwisseling bevorderen van geschikte informatie binnen het veld van preventieve gezondheidszorg en van medische, psychologische en functionele behandeling van mindervalide kinderen, met inbegrip van de verspreiding van en toegang tot informatie over revalidatiemethodes, onderwijs en beroepsdiensten, met het doel de Staten toe te laten…hun mogelijkheden en vaardigheden te verbeteren om zo hun ervaring in deze gebieden te vergroten. In dit opzicht moet er bijzondere aandacht besteed worden aan de noden van ontwikkelingslanden.

Internationale Arbeidersorganisatie (IAO), Aanbeveling 99
(De IAO is een regelgevende internationale organisatie en een gespecialiseerd agentschap van de VN).
Aanbeveling Nummer 99 van de IAO, omschrijft richtlijnen en normen voor de ontwikkeling van diensten voor mindervaliden. Ze is van toepassing op alle gehandicapte personen, ongeacht de oorzaak of aard van hun handicap, en omvat alle belangrijke aspecten en gebieden van beroepsrevalidatie, en de basisprincipes en –methodes van beroepsbegeleiding, training en plaatsing van mindervaliden. Bij de cruciale vraag van werkgelegenheid, onderlijnt de aanbeveling de noodzaak om de talenten en werkcapaciteit van de mindervalide werknemer te benadrukken , uitgaande van de theorie dat ook mindervaliden verdienen om beoordeeld te worden op hun bekwaamheden in plaats van op hun handicaps.


Startpagina VORMEN vzw | Vorige| Beginpagina | Inhoudstabel | Volgende