| Startpagina VORMEN vzw | Startpagina RECHT-vaardig | Vorige | Volgende | Overzicht workshops | Inhoudstafel |
|
RECHT-vaardig, menswaardig: Recht op water |
De belangrijkste waterproblemen
Vaak wordt aangenomen dat er genoeg water op de wereld is, dat er gigantische, onuitputtelijke watervoorraden zijn. Maar zo is het niet. Driekwart van het aardoppervlak is weliswaar bedekt met water, maar het overgrote deel daarvan kun je niet drinken. Het is zout. Van het drinkbare water kunnen we bovendien maar een klein deel gebruiken. De rest zit opgesloten in het poolijs of is anderszins moeilijk bereikbaar. Slechts een half procent van al het water op de wereld is beschikbaar als drinkwater. Schoon water is schaars en het wordt steeds schaarser. De waterconsumptie verdubbelt elke twintig jaar, twee keer zo vlug als de bevolkingsaangroei. Het meeste water wordt verbruikt in de rijke landen. De intensieve landbouw is goed voor 65 procent van de waterconsumptie in de wereld. Dan volgt de industrie met 25 procent. Huishoudens nemen 10 procent voor hun rekening. De groeiende waterbehoefte van de industrie en de huishoudens maakt het in sommige droge gebieden onmogelijk om voldoende voedsel te verbouwen. In China dreigt een groot graantekort omdat industrie en steden een steeds groter deel opslorpen van de beperkte watervoorraad voor de landbouw. De toegang tot water is oneerlijk verdeeld.
Anderhalf miljard mensen, voornamelijk in ontwikkelingslanden, beschikken niet over schoon drinkwater. Volgens de Verenigde Naties heeft in Eritrea slechts 7 procent van de bevolking schoon water, in Mozambique 24 procent. Op de VN-Millenniumconferentie in september 2000 beloofden de regeringen uit de hele wereld om het aantal mensen dat zonder schoon drinkwater moet leven, binnen vijftien jaar tot de helft terug te brengen. De trend wijst echter de andere kant uit. Volgens voorspellingen van de VN zal in 2025 de vraag naar water 56 procent groter zijn dan de beschikbare hoeveelheid. Bijna een derde van de wereldbevolking, ongeveer 2,7 miljard mensen, zal in de komende 25 jaar te maken krijgen met ernstige watertekorten. Er is dus werk aan de winkel.
Enkele oorzaken van waterproblemen: overexploitatie en vervuiling
In veel gebieden met intensieve landbouw zorgen onttrekking van grondwater en uitspoeling van chemicaliën voor grote problemen. Landbouwchemicaliën verspreiden zich in grond- en oppervlaktewater. Overbekend zijn de gevolgen van de katoenteelt voor het Aralmeer in de voormalige Sovjet-Unie. Onttrekking van water ten behoeve van deze teelt halveerde in twintig jaar tijd het wateroppervlak. Wat overbleef van het meer is nu omgeven door een woestijnachtige vlakte. Andere waterbronnen in de wijde omtrek van het Aralmeer zijn zwaar vervuild door restanten giftige landbouwchemicaliën. Het drinkwater vormt er een bron van ziektes: kanker, lever- en nierkwalen, huidziektes, geboorteafwijkingen en miskramen.
Mijnbouw, waterkrachtcentrales en andere industrieën verbruiken niet alleen grote hoeveelheden water, ze zorgen ook voor enorme milieuproblemen. De 38.000 grote dammen die er in de wereld zijn aangelegd voor elektriciteitsopwekking en irrigatie, hebben geleid tot ecologische catastrofes. Grote gebieden werden onder water gezet, andere gebieden raakten erdoor verzilt. Rivieren krompen, waardoor het zeewater kon oprukken in het land en de vissen minder leefruimte hadden. De beruchte Aswandam in Eypte leidde tot een afname van tweederde van de visstand in de Nijl. Doordat de Nijl niet meer buiten zijn oevers treedt om de akkers in de vallei te bevloeien, treedt daar verarming en verzilting op.
De toenemende concentratie van mensen in grote steden zorgt voor ernstige lokale watertekorten. Mexico-Stad, één van de grootste en meest dichtbevolkte steden van de wereld, begon ooit op eilanden en drijvende tuinen in een groot meer in een weelderige vallei. De afgelopen vijfhonderd jaar zijn de meren leeggepompt om de groeiende bevolking van water te voorzien. De stad is nu letterlijk aan het dalen doordat grote hoeveelheden water onder de funderingen worden weggepompt. Rivieren worden omgelegd om de stad van water te voorzien. Niettemin dreigt een acuut tekort aan schoon drinkwater.
De Wereldgezondheidsorganisatie WHO schat dat 80 procent van alle ziekten en een derde van alle sterfgevallen in ontwikkelingslanden veroorzaakt worden door de consumptie van vervuild water. Ruim 2,5 miljard mensen zitten op dit moment zonder riolering. Door vervuiling van de waterbron of een slechte verwerking van afvalwater sterven jaarlijks 5 miljoen mensen. Elke 8 seconden gaat er een kind dood aan diarree, kinderverlamming, amoebes, malaria, dengue-koorts en andere ziektes die overgebracht worden door vuil water.
Uit een studie van het International Water Management Institute blijkt dat waterschaarste één van de meest destabiliserende factoren is in landen waar verschillende sectoren met elkaar wedijveren om schaarse waterbronnen. De komende jaren zullen conflicten om water ook in toenemende mate tussen landen optreden. Maar ook nu spelen er al conflicten over water. Tsjechië en Slowakije procederen voor het Internationale Gerechtshof over het water van de Donau. Nederland en België hebben meningsverschillen over de kwaliteit van het Maaswater. De relatie tussen Botswana en Namibië verslechterde door plannen van Namibië om een pijplijn aan te leggen dat het water van de gezamenlijke Okavango-rivier naar Oost-Namibië leidde. Het meest explosief is de situatie in het Midden-Oosten. Israël gebruikt het grootste deel van het Jordaanwater, waarvan Jordanië afhankelijk is voor zijn watervoorziening. Met de Palestijnen heeft Israël onlangs een omstreden akkoord gesloten over de verdeling van water in de bezette gebieden. Egypte heeft gedreigd met oorlog tegen Soedan, dat aan de bovenstroom van de Nijl water dreigt af te tappen dat voor Egypte van levensbelang is. Syrië, Irak en Turkije hebben geschillen naar aanleiding van de bouw door Turkije van dammen in de Eufraat. Ook India en Bangladesh liggen met elkaar in de clinch omwille van de gevolgen van de Farraka-dam in India voor Bangladesh. Dit soort conflicten zal in de toekomst alleen nog maar vaker voorkomen.
Recht op water: de verantwoordelijkheid van de overheid
Water is schaars en zal in de 21ste eeuw steeds schaarser worden. De wereldbevolking groeit en de consumptie van water per persoon blijft toenemen, zeker in gebieden waar de welvaart stijgt. De vraag naar water voor landbouw en industrie zal ook blijven groeien. Intussen neemt de hoeveelheid beschikbaar water verder af. Duurzame winning en eerlijke verdeling van water worden steeds nijpender kwesties. Het opdrogen van waterbronnen en waterstromen moeten worden voorkomen en het beschikbare water moeten op een goede manier verdeeld worden over verschillende sectoren en bevolkingsgroepen. Overheden hebben daarin een belangrijke rol te spelen. Het is hun verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat iedereen toegang tot schoon water heeft.
1,5 miljard mensen zitten zonder een goede watervoorziening. Ze zijn aangewezen op ongeregelde waterlevering met tankwagens of op vervuilde rivieren en meren. Het afvalwater van die mensen en van miljoenen bedrijven wordt ongezuiverd geloosd op diezelfde rivieren en meren. Om zowel de watervoorziening als de zuivering goed te regelen zijn grote investeringen nodig. En nog meer om te voorkomen dat waterbronnen opdrogen. Voor regeringen van armlastige ontwikkelingslanden vormen zulke investeringen een groot probleem. Ze zitten al diep in de schulden en dit gaat om typisch collectieve voorzieningen waar geen geld mee te verdienen is. Op plekken waar wel geld te verdienen valt met de watervoorziening, in rijke wijken en aan bedrijven, speelt het commerciële bedrijfsleven een steeds grotere rol. Tussen 1990 en 1997 werden tien keer zoveel contracten voor privatisering van watervoorziening en -verwerking afgesloten dan in de periode daarvoor. Was de watermultinational in de jaren '80 nog een vrij onbekend verschijnsel, sinds de jaren '90 is het een booming business. Met het ´blauwe goud´ valt dikke winst te maken.
De Wereldbank schatte vorig jaar de mondiale watermarkt op 800 miljard dollar. 300 miljoen huishoudens, ongeveer 5 procent van de wereldbevolking, was voor water aangewezen op geprivatiseerde bedrijven. De Wereldbank verwacht dat in 2015 dit aantal is toegenomen tot 1,6 miljard huishoudens. Voor overheden in ontwikkelingslanden is het verleidelijk om hun waterbedrijven te verkopen of om concessies aan commerciële bedrijven te verlenen. Het brengt geld in het laatje en dat is wel zo prettig. Bovendien zijn de staatsbedrijven vaak verliesgevend of leveren ze tegenvallende resultaten op. Overheden die privatiseren doen dat dan in de veronderstelling dat een commercieel bedrijf betere resultaten zal boeken. Dit wordt hun voorgehouden door die bedrijven zelf, hun lobby-organisaties en de Wereldbank. De redenering is dat op de vrije markt bedrijven door onderlinge concurrentie gedwongen worden efficiënter te werken dan overheidsbedrijven. Commerciële bedrijven hebben echter hun eigen doelstelling en dat is zoveel mogelijk winst maken. Dit is in strijd met de doelstellingen van de overheid om zoveel mogelijk burgers te voorzien van schoon drinkwater en te zorgen voor een goede verwerking van afvalwater. Bedrijven investeren daar waar ze winst verwachten. Bij schaarste leveren ze liever aan de best betalende klant. Investeringen in onderhoud en infrastructuur en een goede afvalwaterverwerking blijft makkelijk achterwege wanneer een privaat bedrijf er geen winst van verwacht en er niet toe wordt gedwongen.
Wanneer de watervoorziening geprivatiseerd is en de overheid toch haar doelstellingen wil halen, zal ze regels moeten opstellen. Ze zal erop moeten toezien dat ook onrendabele bevolkingsgroepen voorzien worden. Ze zal de kwaliteit van het water en de prijs moeten controleren en moeten letten op goede waterzuivering. Als stok achter de deur zal de overheid een contract moeten kunnen intrekken als het bedrijf in gebreke blijft. Overheden die door de Wereldbank gedwongen worden te privatiseren als voorwaarde voor het verkrijgen van een lening zijn echter vaak zwak. Privatisering zou een einde maken aan de corruptie die zo kenmerkend is voor overheidsbedrijven. Maar bedrijven bedingen dan een voor henzelf gunstig contract en weten strenge regelgeving te voorkomen. Is er eenmaal een contract, dan moet worden toegezien op de naleving. Commerciële waterbedrijven komen lang niet altijd hun beloften na.
De mondiale watermarkt is in handen van een handjevol, voornamelijk Europese, watermultinationals. De twee grootste, Vivendi en Suez, hebben samen een marktaandeel van zeventig procent. Tegenover zulke giganten maken kleine lokale waterleidingbedrijven weinig kans op een concessie. Van die machtspositie maken de watermultinationals handig gebruik.
Waar bedrijven de ruimte krijgen om zelf hun prijsbeleid te bepalen, wordt het water vaak vele malen duurder. Dat kan leiden tot grote sociale problemen. In Punjab (India) werd de prijs van het water zo hoog dat huishoudens soms een kwart van hun inkomen eraan kwijt waren. In Lusaka (Zambia) liepen de rekeningen van arme gezinnen op tot de helft van hun inkomen. Wie dat niet kon betalen, werd afgesloten van het waterleidingnet. Hoewel het redelijk is een prijs te vragen voor de winning, distributie en verwerking van water, moet deze eerste levensbehoefte niet zo duur worden dat de arme mensen zich geen water meer kunnen veroorloven. Een differentiatie van de prijs naar inkomen is dan een goede oplossing.
Opvallend is dat in de meeste rijke landen de watersector publiek georganiseerd is. Met uitzondering van Frankrijk, Groot-Brittannië en een deel van Spanje geldt dat voor de hele Europese Unie, en ook voor het overgrote deel de Verenigde Staten, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Japan. Toch zijn het de rijke landen die aandringen op privatisering van de watersector in ontwikkelingslanden.
Dammen en droogte: dammen worden meestal geassocieerd met water en niet direct met droogte. Toch kunnen er juist door de aanleg van dammen in een gebied problemen met de waterhuishouding ontstaan die tot verdroging leiden. Zowel ingrepen op de natuurlijke loop van een rivier als directe gevolgen van de aanleg van een dam en het opvullen van een reservoir kunnen hierop invloed uitoefenen.
Dammen en irrigatie: het water dat via het reservoir van een dam voor irrigatie wordt gebruikt kan vanzelfsprekend niet meer benedenstrooms worden gebruikt. Er zijn veel gevallen bekend dat een dam (gecombineerd met irrigatie) tot ernstige verdroging benedenstrooms kan leiden. De voortdurende onenigheid tussen Syrië en Turkije over de aanleg van de Atatürk-dam vindt daarin zijn oorsprong. Daarbij zal in droge gebieden, waar men in irrigatie een oplossing voor het waterprobleem denkt te hebben gevonden, langdurige irrigatie vaak tot verzilting leiden als gevolg van de hoge verdamping, de lage graad van irrigatietechnologie en/of ongeschikte bodemstructuur. Door de verzilting zal er nog maar zeer weinig in zo'n gebied willen groeien, waardoor de verdroging toeneemt.
Dammen en rivierloop: door een dam wordt de natuurlijke loop van een rivier altijd verstoord. Vaak wordt de natte tijd gebruikt om het reservoir op niveau te brengen, waardoor de hoogwaterstanden van een rivier minder extreem worden. Dat kan veel invloed hebben op de grondwaterstand en de niveaus van kleinere reservoirs benedenstrooms. Het is de vraag of gedurende de droge tijd voldoende water wordt doorgelaten om dat effect te compenseren.
Dammen en klimaat: dammen hebben een ongunstige invloed op het klimaat. Ondanks het beeld van schone energie dat een stuwmeer met een krachtcentrale aankleeft, blijkt zeker in tropische gebieden het reservoir een aanzienlijke uitstoot van broeikasgassen op te leveren. De uitstoot van methaan en CO2 van een behoorlijk stuwmeer (veroorzaakt doordat het plantenmateriaal in het ondergelopen stuwmeer gaat rotten) kan de uitstoot van een gewone energiecentrale ruim overtreffen! Door klimaatverandering en verandering van neerslagpatronen (die veelal droge gebieden zal gaan treffen) kan verdere verdroging van woestijnachtige gebieden optreden.
Dammen en politiek: ingrepen in een grensoverschrijdend stroomgebied kunnen politieke spanningen teweegbrengen, waarbij het sterkste land doorgaans aan het langste eind zal trekken. Dat kan ertoe leiden dat het ene land unilateraal tot ingrepen besluit die nadelig zijn voor andere landen en daar tot droogte leiden. Zoals de problematiek in Egypte en Soedan laat zien, kan ook bovenstrooms uitdroging ontstaan wanneer het benedenstrooms liggende land machtiger is en politieke druk uitoefent op het bovenstrooms gelegen land om (kleinschalige) irrigatie en het vasthouden van water voor eigen gebruik te 'verbieden'.
Enkele voorbeelden van waterconflicten
Irak, het oude Mesopotamië of Tweestromenland, is voor zijn water afhankelijk van de Eufraat en Tigris, die ontspringen in Turkije. Maar eind jaren '80 ging in Turkije het "Zuidoost-Anatolië Project" van start: een 32 miljard dollar kostende operatie die voorziet in de bouw van 19 elektriciteitscentrales en 22 dammen in de Eufraat en Tigris. Ankara wil zo'n 1,7 miljoen hectaren grond irrigeren en hoopt daarmee de moestuin van Europa en Arabië te worden. Maar Turkijes stroomafwaartse buren zijn bang dat het project, dat ongeveer halverwege is, op de duur hun watertoevoer zal beperken.
Turkije is met Syrië overeengekomen minstens 500 kubieke meter per seconde te leveren. Maar Syrië, en ook Irak (met wie geen afspraak is gemaakt), willen meer. Ook zij hebben trouwens de rivieren op allerlei plaatsen ingedamd.
Volgens de Amerikaanse schrijver Robert Kaplan zijn het (toekomstig) watergebrek, in combinatie met de 21 miljoen staatloze Koerden verspreid over Turkije, Irak en Syrië, de lont in wat volgens hem het kruitvat van de 21e eeuw gaat worden. Halverwege de jaren tachtig steunde Damascus al actief de Turkse Koerden onder leiding van Abdullah Öcalan, die toen - zonder veel succes - enkele keren de enorme Atatürk-dam in de Eufraat onder vuur namen.
Ook de Verenigde Staten en Saddam Hoessein waren zich als geen ander bewust van de politieke dimensie van water. Onder het VN-sanctieregime tegen Irak was het Bagdad niet toegestaan chemicaliën en technologie te importeren nodig voor het zuiveren van drinkwater, wat mee leidde tot de stijging van kinderziekten en -sterfte na de eerste Golfoorlog.
De Eufraat en Tigris zijn niet de enige bron van conflict in het Midden-Oosten. De Jordaan is dat al jaren. Water is een zaak van leven en dood voor Israël, zei voormalig premier Yitzhak Rabin ooit, een mening die hij ongetwijfeld deelt met premier Ariel Sharon. Die dreigde in 2002 Libanon de oorlog te verklaren, toen dat besloot de Hasbani, één van de bronnen van de Jordaan, af te tappen om water te verstrekken aan een veertigtal dorpen in Zuid-Libanon.
Water is altijd een van de stuwende krachten geweest in de creatie van de staat Israël. Al in 1875 schreef onderzoeker Charles Warren dat Palestina makkelijk 15 miljoen joden kon opvangen, als de waterbronnen in de regio onder controle konden worden gebracht.
Vandaag is de bezette Syrische Golanhoogte goed voor zo'n 25 procent van de Israëlische watertoevoer, terwijl zo'n 90 procent van de aquifer (ondergrondse waterhoudende laag) onder de Westelijke Jordaanoever door Israëlische burgers en kolonisten wordt gebruikt.
Sinds 1967 staan zelfs alle waterbronnen op de Westoever onder militair bestuur. Voor het slaan van een put of bron is toestemming vereist van de militaire autoriteiten. Alleen met Jordanië is een afspraak gemaakt over het water van de Jordaan. Daarbij betrekt Israël dubbel zoveel water van die rivier dan Jordanië.
Blijft nog de Nijl. In 1970 werd de Assoeandam voltooid, waarmee een einde kwam aan de eeuwenoude cyclus van overstromingen die de Egyptische Nijldelta bevruchtte. In plaats daarvan verschenen aanvankelijk miljoenen tonnen pesticiden en insecticiden, maar de laatste jaren is het gebruik daarvan sterk beperkt.
Egypte deelt zijn machtige rivier met tien landen stroomafwaarts, maar heeft alleen met Soedan een samenwerkingsakkoord. Toen een groep Afrikaanse landen in de jaren '80 Ethiopië wilden steunen met de bouw van een dam, maakte Cairo in militaire termen duidelijk dat het daar niet van gediend was.
De toekomst, zo roepen de experts in koor, ligt in minder verbruik (70 procent van alle water gaat naar de landbouw, goed voor slechts 5 procent van het nationaal inkomen) en onderlinge samenwerking. Alleen is net dat laatste in het Midden-Oosten ver zoek.
India en Bangladesh: de Farraka-dam
Het stroomgebied van de Ganges-Brahmaputra-Megha strekt zich uit over Bangladesh, Bhutan, China, India en Nepal. Rond het deelgebied van de Ganges spelen 2 staten de hoofdrol: India en Bangladesh. In 1976 begon India aan de bouw van de Farakka-dam op de Ganges om water af te leiden naar de haven van Calcutta en zo een permanente bevaarbaarheid te garanderen. Hierdoor vermindert echter de inkomende waterhoeveelheid in Bangladesh hetgeen negatieve gevolgen heeft voor het leven van de mensen. Bangladesh heeft te kampen met ernstige watertekorten tijdens het droog seizoen. In het noordwesten van het land steekt desertificatie de kop op, het grondwater is vervuild met arseen, verzilting treedt op zodat de rivier het water tijdens het regenseizoen niet kan slikken en er overstromingen ontstaan. Het ecosysteem van de rivier is kapot. De Ganges moet mensen van drinkwater voorzien, van water voor de landbouw, voor industrie, bosbouw, ... en zoveel meer. Het leven van zovele mensen in Bangladesh is afhankelijk van de Ganges.
Spanningen omtrent de waterverdeling escaleerden tot een langdurig conflict tussen India en Bangladesh. De internationale aandacht voor de problematiek van grensoverschrijdende rivieren is de laatste jaren toegenomen, zeker met de oprichting van het World Water Council. Er is echter nog geen internationaal aanvaarde wetgeving of reglementering van problemen in dergelijke stroomgebieden. Ondertussen kan enkel internationale druk India rond de regionale onderhandelingstafel krijgen.
Indien men vooruitgang zou boeken, dan nog zal de ratificatie en de afdwingbaarheid van deze regels nog veel internationale bijeenkomsten, onderhandelingen en, vooral, tijd vergen. En zolang er geen regionale oplossing komt voor het probleem van de watertoevoer in Bangladesh door de Farraka-dam, is iedere andere verbetering enkel gericht op zij-effecten en niet op de kern van het probleem. Zolang dit niet het geval is, moet de strijd voor waterverbeteringen in beide landen opgevoerd worden waar mogelijk. Voor een duurzame oplossing moet echter de kern van het probleem aangepakt worden en hiervoor is internationale hulp en steun nodig.
Links