| Niveau |
4 |
| Doelstellingen |
- De grote lijnen van de werking van de WTO kennen.
- Inzicht hebben in de invloed van regels van de wereldhandel op armoede, op het leven in ontwikkelingslanden.
- Economische maatregelen kunnen opnoemen die de Noord-Zuidverhoudingen kunnen verbeteren.
- Kritische houding ontwikkelen tegenover de WTO en deze kunnen verantwoorden.
|
| Onderwerpen en rechten |
- De wereldhandelsorganisatie of WTO (World Trade Organisation) en haar werking
- Wereldhandel en de invloed ervan op armoede
- Recht op een behoorlijke levensstandaard
- Recht op gezondheid
|
| Tijdsduur/timing |
Totaal: 70 minuten
Fase 1: 30 minuten
Fase 2: 20 minuten
Fase 3: 20 minuten
|
| Materiaal & Voorbereiding |
Materialen voor fase 1
- 6 tafels en een stoel voor elke deelnemer.
- 6 vellen A4-papier en een pen en stift voor elke groep
- een fluitje, een bel of een ander voorwerp om aan te geven wanneer een minuut voorbij is
- verschillende exemplaren van de landenopdrachten (bijlage 1), afhankelijk van het aantal deelnemers, voor elke groep een landenopdracht per 2 deelnemers
- een exemplaar van Tabel 2 (bijlage 2, lege tabel) per twee deelnemers
Materialen voor fase 2
- een extra tafel (naast de 6 tafels voor de groepen) met 6 stoelen
- een exemplaar per 2 deelnemers van de regels (bijlage 3) of wel op overhead of opgeschreven op een bord of flip chart
- verschillende exemplaren van de situatie in de landen (bijlage 1) (zie fase 1)
- Tabel 1 en 2 (bijlage 2) per 2 deelnemers
- een exemplaar van het kader Over de WTO (bijlage 5) per twee deelnemers
|
| Groepsgrootte |
tussen 12 en 25 deelnemers
|
| Korte omschrijving |
Dit is een participerende introductie tot de WTO. Het is de bedoeling leerlingen te laten ervaren hoe frustrerend het is in de macht te zijn van machtigere handelsnaties. Leerlingen moeten zich bewust worden van de obstakels waarmee armere landen moeten afrekenen, zowel met betrekking tot bilaterale handel als met het proberen vastleggen van regels binnen de WTO, waar machtigere landen de overmacht hebben door de middelen die zij ter beschikking kunnen stellen voor onderhandelingen.
|
FASE 1: BILATERALE HANDEL
- Splits de groep op in 6 kleinere groepen.
- Maak een ruimte vrij in het midden van het lokaal en vraag aan elke groep om een tafel klaar te zetten. De zes tafels moeten in een grote cirkel geplaatst worden.
- Leg de deelnemers uit dat elke groep een ander land vertegenwoordigt en dat ze allemaal bepaalde producten willen kopen en verkopen.
- Verdeel de landenopdrachten onder de groepen (elke groep stelt één bepaalt land voor). Geef elke groep één landenopdracht per 2 deelnemers (bijlage 1) en geef hen voldoende tijd om de opdracht te lezen en te begrijpen. Geef eventueel wat meer uitleg waar het nodig is (vb. woordverklaringen)
- Geef elke groep een vel A4-papier, waarop ze de naam van hun land schrijven met een stift en dat ze duidelijk zichtbaar op de tafel plaatsen.
- Leg de opdracht uit:
- Het is de bedoeling dat je producten verkoopt aan andere landen of aankoopt van andere landen, zoals beschreven in de landenopdracht.
- Je kunt een overeenkomst sluiten met een ander land, door overeen te komen dat je hun producten zult kopen als zij de jouwe kopen, of een andere overeenkomst waarmee je allebei akkoord gaat.
- Eén persoon van elke groep mag de tafel verlaten om met een andere groep te onderhandelen op gelijk welk moment. Deze persoon is de onderhandelaar.
- De leerkracht blaast op het fluitje/rinkelt de bel na twee minuten. De onderhandelaar moet terug naar zijn eigen land gaan en vertelt de groep hoe het gegaan is. De groep schrijft ook alles wat ze weten en waarover ze onderhandeld hebben met de andere groep op. Dan gaat een andere onderhandelaar naar dezelfde of naar een andere groep om opnieuw te onderhandelen of om een overeenkomst te sluiten.
- Wanneer je het fluit/ belsignaal 3x hoort rinkelen dan is het spel gedaan. Ga terug naar je groep.
- Geef de groepen de mogelijkheid om met 5 landen te onderhandelen en blaas 3x op het fluitje om het spel stil te leggen.
- Vraag feedback: Wie heeft welke producten gekocht of verkocht? Welke overeenkomsten werden gesloten? Wie had het gevoel dat er een goede overeenkomst afgesloten werd of wie had het gevoel macht te hebben? Wie niet? Hoe gedroegen de deelnemers zich? Smeekten ze? Werkten ze mee? Denk je dat zulke onderhandelingen tussen 2 landen goed zouden werken in de praktijk?
- Geef elke groep een exemplaar van Tabel 2 (bijlage 2) en vraag hun om ze in te vullen. Geef eventueel een aantal voorbeelden uit Tabel 1 op hen op weg te helpen. Het is mogelijk dat ze andere groepen moeten bezoeken om de volledige informatie te kunnen verzamelen.
- Vraag feedback, land per land (leg Tabel 1 op de overheadprojector of deel ze uit, het is mogelijk dat deelnemers extra informatie hebben opgenomen in hun tabel of dat ze hun tabel moeten aanvullen).
- Ontrafel de tabel en zorg ervoor dat de leerlingen inzien hoe de handelsblokkades ontstonden. Vraag hun waarom sommige landen geneigd waren bepaalde industrieën te beschermen of te ontwikkelen.
FASE 2: BESLUITVORMING BINNEN DE WTO
- Leg uit aan de leerlingen dat alle landen beslist hebben dat het eenvoudiger zou zijn als ze regels hadden voor de handel, zodat ze geen tijd en energie moeten verspillen om individuele overeenkomsten af te sluiten (of bilaterale overeenkomsten: overeenkomsten tussen 2 landen).
- Leg uit dat:
- er vier vergaderingen gehouden worden in Genève (Zwitserland) in het hoofdkantoor van de Wereldhandelsorganisatie (WTO).
- tijdens elke vergadering er voor of tegen een handelsregel gestemd wordt.
- elk land om een vergadering bij te wonen in Genève over voldoende geld moet beschikken om een vliegticket te betalen naar Genève.
- als landen van mening zijn dat ze niet voldoende airfare hebben, ze één of meerdere vergaderingen moeten overslaan en alleen die vergadering kiezen die ze belangrijk vinden.
- Vraag één deelnemer om op te treden als voorzitter tijdens de vergadering. Deze persoon moet de vergadering bijeenroepen, de voorgestelde regel voorlezen, de orde handhaven en alle stemmen voor en tegen tellen. Je kan best een deelnemer nemen uit de grootste groep.
- Lees het aantal mogelijke vluchten per land luidop voor (bijlage 4) hieruit valt hun rijkdom min of meer af te leiden. Zeg tegen de groepen dat ze noteren hoeveel vliegtickets ze zich kunnen veroorloven.
- Voor de vergadering begint moeten de deelnemers Tabel 2 en de lijst met regels (bijlage 3) opnieuw bekijken.
- De begeleider moet ervoor zorgen dat alle groepen de regels en de gevolgen ervan voor hun land begrijpen als die regels aangenomen worden door de vergadering. (Noot: zie Tabel 3, bijlage 2, voor een snelle verwijzing naar de regels waar de landen waarschijnlijk voor of tegen zullen zijn. Natuurlijk is de realiteit ingewikkelder).
- De eerste vergadering vindt plaats wanneer de voorzitter elk land oproept om een afgevaardigde aan te duiden, als ze een vliegticket kunnen kopen naar Genève. De voorzitter leest Regel 1 voor en vraagt de landen die aanwezig zijn om hun stem uit te brengen. De voorzitter heeft de beslissende stem indien er geen meerderheid is. Indien er wel een meerderheid is, stemt de voorzitter niet.
FASE 3: BESPREKING VAN HET SPEL
- Als alle vier de vergaderingen hebben plaatsgevonden, bespreek je het spel:
- Wie kreeg wat hij wilde? Wie niet?
- Welke overeenkomsten werden gesloten?
- Wie had macht en wie niet? Waarom? Hoe voelden landen met minder macht zich?
- Wat was er oneerlijk aan de procedure?
- Wat kunnen de gevolgen van deze handelsregels zijn voor de ontwikkelingslanden, voor het leven van mensen in het Zuiden? (dieper ingaan op de invloed regelgeving met betrekking tot de wereldhandel op armoede in het Zuiden)
- Waarom zou je dan kunnen zeggen dat sommige regels van de WTO te maken hebben met mensenrechtenschendingen?
- Toon de informatie in het kader Over de WTO (bijlage 5) aan de groep op een overhead of in de vorm van hand-outs. Lees het samen met de groep zodat iedereen de inhoud begrijpt.
- Vraag aan de leerlingen om in groepjes van twee te werken en het belangrijkste, meest verrassende of interessantste punt in de tekst aan te duiden.
- Bespreek in groep.
- Denk na over de volgende vragen: Wordt het WTO-handelsstelsel eerlijk geleid of niet? Wie haalt er het meest voordeel uit? Wie het minst? Moet de werkwijze aangepast worden? Welke veranderingen zouden de leerlingen aanbevelen? Schrijf ze op het bord.
- Geef tenslotte nog wat meer uitleg over de WTO (maak hierbij gebruik van bijgevoegde informatie). Leg uit hoe het komt dat vooral rijkere landen meer zeggenschap hebben in de WTO.
| Tips voor de begeleider
|
Je moet misschien uitleggen wat bedoeld wordt met:
Invoerbeperkingen (wanneer een land de invoer van een handelswaar blokkeert door invoerrechten of een invoerbelasting te heffen of door de hoeveelheid van geïmporteerde goederen te beperken door een quota op te leggen).
Verwerkte grondstoffen: of afgewerkte producten zoals chocolade, koffie of appelsiensap (in tegenstelling tot de grondstoffen: cacaobonen, koffiebonen, appelsienen)
Verdiep je op voorhand in de werking van de WTO. |
|
|