| Startpagina VORMEN vzw | Startpagina RECHT-vaardig | Vorige | Volgende | Overzicht workshops | Inhoudstafel |
|
RECHT-vaardig, menswaardig: Recht op voedsel |
Alle mensen moeten toegang hebben tot de elementen die nodig zijn om in leven te blijven, inclusief voedsel en water. Daarom zijn de toegang tot de minimumhoeveelheid essentiële voedingsmiddelen die toereikend, voedzaam en veilig is en een een toereikende, veilige, aanvaardbare, fysiek toegankelijke en betaalbare hoeveelheid water zelf mensenrechten geworden (VN General Comment 12). Het recht op toereikende voeding wordt expliciet vermeld in het VN Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten, Artikel 11 waarin regeringen:
erkennen het recht van een ieder op een behoorlijke levensstandaard
voor zichzelf en zijn gezin, daarbij inbegrepen toereikende voeding,
kleding en huisvesting, en op steeds betere levensomstandigheden.
Om deze rechten te realiseren moeten mensen verzekerd zijn van de beschikbaarheid en toegankelijkheid van voedsel en water, wat leidt tot de zekerheid van voedsel en water. Beschikbaarheid gaat over de daadwerkelijke aanwezigheid van voedsel of de middelen om voedsel te bereiden in een gemeenschap of een gezin; hiertoe hoort ook een waterbron. Toegankelijkheid betekent de mogelijkheid van mensen om het beschikbare voedsel en middelen te verkrijgen. In veel gevallen is toegankelijkheid het grootste probleem. Armoede beperkt in vele landen de toegankelijkheid van voedsel en water voor de bevolking. Zekerheid betekent dat voedsel en water altijd beschikbaar en toegankelijk zijn voor de bevolking, zowel voor de huidige als voor de toekomstige generaties.
Om het recht op voedsel te verzekeren hebben staten de volgende verplichtingen:
- Respect: De staat moet erkennen dat alle menselijke wezens recht hebben op toereikend voedsel, en bijgevolg ook op de toegang ertoe. Door dit recht te respecteren zal de staat op geen enkele manier verhinderen dat een persoon het voedsel verkrijgt dat hij/zij nodig heeft.
- Bescherming: De regering van de staat moet er niet alleen voor zorgen dat zij zelf de toegang van een persoon tot toereikend voedsel niet belemmeren of verhinderen, maar ook dat andere partijen hun bevolking de toegang tot voedsel verhinderen.
- In de behoeften voorzien: Om in de voedselbehoeften van de bevolking te voorzien moet de staat de mensen zowel helpen als verzorgen. Hulp en verzorging zijn de oplossingen voor het voedseltekort en de ondervoeding op korte en lange termijn. Om hulp te bieden moet de regering programmas opstarten die zullen bijdragen tot voedselzekerheid. Om voedselzekerheid te creëren, moet de staat ervoor zorgen dat de mensen de middelen hebben om onafhankelijk te zijn. Dit kan gebeuren door mensen te leren op een efficiënte manier om te springen met natuurlijke rijkdommen, door de hervorming en/of herverdeling van de landbouwgronden of door werkgelegenheid te creëren om mensen de middelen te bieden om voedsel te kopen. Door hulp te bieden, zorgt de staat ervoor dat voedsel toegankelijk is via verschillende wegen die nog altijd ruimte laten om te kiezen hoe je aan welk voedsel geraakt. De verplichting om in de behoeften te voorzien zou voorbehouden moeten worden voor noodsituaties als alle andere middelen uitgeput zijn. In dat geval verstrekt de regering direct voedsel aan de mensen.
Het recht op toereikend voedsel wordt door het Verdrag erkend, en daarom zouden deze stappen gezet moeten worden voor de volledige realisatie ervan.
Wereldwijd zijn er algemeen erkende problemen zoals honger, ondervoeding en verhongering. Honger is de toestand waarin een persoon geen toegang heeft tot voldoende voedsel. Ondervoeding wordt veroorzaakt door honger, voedsel met een slechte kwaliteit en ziekte. Hoewel een persoon dagelijks misschien voldoende calorieën opneemt, is het mogelijk dat er voedingsbestanddelen die van levensbelang zijn, in zijn of haar dieet ontbreken. Verschillende ziekten zijn ofwel de oorzaak of het gevolg van ondervoeding. Om het recht op toereikend voedsel te realiseren, moeten honger, ondervoeding en verhongering bestreden worden.
Wanneer een groot deel van de bevolking van een land aan voedseltekort lijdt, dan hebben we het over voedselschaarste, die voedselschaarste is dan een tijdelijk probleem en komt meestal voor wanneer een nieuwe oogst wat lang op zich laat wachten. Wanneer tenslotte die voedselschaarste wel lang aanhoudt, dan spreken we van een echte hongersnood, de bevolking heeft dan een totaal gebrek aan voedsel en vele mensen sterven letterlijk van de honger.
We hebben allemaal al wel eens beelden van hongersnood gezien op televisie. Veel mensen denken dat hongersnood alleen maar voorkomt in gebieden waar er grote droogte heerst, maar dat is een fabeltje. Het weer is wel één van de drie grote oorzaken van hongersnood, maar niet alleen grote droogte zorgt ervoor dat mensen niet genoeg meer te eten hebben, ook hevige regenval, overstromingen of tornados kunnen de oogsten finaal vernietigen. Naast weersomstandigheden ontstaat hongersnood voornamelijk door oorlog en armoede. Door oorlog is voedsel vaak heel moeilijk of niet meer beschikbaar, soms wordt de toegang tot voedsel ook gebruikt als middel om oorlog te voeren. In tijden van conflict is het al gebeurd dat voedsel ontzegd wordt aan de burgerbevolking, wat leidt tot verhongering. Armoede is tenslotte ook één van de oorzaken van hongersnood. Overal ter wereld wordt voedsel geproduceerd, maar in veel ontwikkelingslanden is het voedsel vaak te duur voor armen of wordt het voedsel verbouwd voor export en niet voor de mensen die het nodig hebben. Ook kunnen boeren die voedsel verbouwen vaak hun voedsel niet meer verkopen omdat er goedkoper voedsel uit het Noorden gedumpt wordt. Al die boeren hebben daardoor te weinig inkomsten en worden arm.
Over de hele wereld leven er ongeveer 840 miljoen mensen in hongersnood, zowel volwassenen als kinderen. Kinderen onder de 5 jaar zijn het snelst ondervoed (zie thema recht op gezondheid, infotekst De grootste vijanden van gezondheid: armoede én rijkdom) Het is niet zo dat er voor al die mensen niet genoeg voedsel kan verbouwd worden op deze wereld, zelfs met de snelle bevolkingsgroei is er voorlopig nog best genoeg om al die buiken te vullen.
Als er dan toch genoeg voedsel op de wereld is, waarom lijden er dan zoveel mensen honger? De ongelijke verdeling van het voedsel is hiervan de oorzaak.
Wij hier, in het Noorden (in de ontwikkelde landen), hebben eigenlijk te veel voedsel, geregeld gooien we voedsel weg. Bovendien zijn heel wat ziekten die te maken hebben met een overvloed aan voedsel of met overgewicht. De verdeling van voedsel heeft grotendeels met de wereldhandel in voedsel- en landbouwproducten te maken. Het zijn vooral de multinationals (of multinationale ondernemingen, MNOs, dit zijn grote bedrijven die over de hele wereld producten maken en verkopen) die het grootste gedeelte van het voedsel in de wereld produceren en verkopen. En het doel van deze bedrijven is zoveel mogelijk winst te maken. Daarvoor willen ze zo goedkoop mogelijke grondstoffen voor hun voedsel, grondstoffen die meestal uit ontwikkelingslanden komen en waarvoor de boeren of de arbeiders op de velden veel te weinig betaald worden om de kosten te drukken. Niet alleen multinationale ondernemingen zijn mee de oorzaak van armoede ook het politiek beleid (of het landbouwbeleid) in rijke landen (o.a. EU en VS) en het economisch beleid van het WTO (wereldhandelsorganisatie) zorgen ervoor dat veel landen in het Zuiden met armoede en dus met honger blijven kampen. (zie infotekst Globalisering en landbouw)
Voedselhulp en ontwikkelingssamenwerking
Gelukkig zijn er ook mensen die vinden dat iedereen genoeg te eten zou moeten hebben, en daar nog iets aan willen doen ook. Deze mensen doen aan voedselhulp.
Voedselhulp kunnen we in twee soorten onderverdelen; plotse voedselhulp en langdurige voedselhulp. Plotse voedselhulp of noodhulp wordt verleend aan mensen die plotseling zonder eten komen te zitten, bijvoorbeeld tijdens een oorlog of wanneer de oogst mislukt door een natuurramp of door weersomstandigheden. Langdurige voedselhulp wordt ook ontwikkelingssamenwerking genoemd en die is nodig wanneer een bevolking van een land langdurig zonder voldoende voedsel, een hongersnood dus, te maken krijgt. Plotse voedselhulp kan heel belangrijk zijn bij een ramp of in een (na-)oorlogsgebied. In gebieden waar permanente armoede heerst, kan die hulp alleen maar tijdelijke redding brengen.
Armoede verminderen of laten verdwijnen is een werk van lange adem en kan alleen met duurzame ontwikkeling of door structurele veranderingen op wereldniveau. Ontwikkelingssamenwerking is een manier om die duurzame ontwikkeling tot stand te brengen. Ontwikkelingssamenwerking loopt echter niet altijd van een leien dakje, omdat er met veel meer dingen rekening moet houden dan alleen zorgen voor voldoende voedsel. Er moet onderwijs zijn (want hoe kan je gaan werken om eten te kopen als je niets geleerd hebt?), er moet gezondheidszorg zijn (want wat heb je aan goed voedsel, als je zelf ziek bent?), er moet voldoende schoon water zijn, mensen moeten een dak boven hun hoofd hebben, enzovoort, enzovoort Allemaal dingen die je nodig hebt om het menswaardig leven te leiden waar iedereen recht op heeft.
Om iedereen te helpen moeten er een heleboel mensen, zowel van landen in het Noorden als landen in het Zuiden, gaan samenwerken.
Eten is meer dan je maag vullen
Voedsel is nodig om te kunnen groeien en actief te kunnen zijn, maar het is meer dan alleen maar brandstof om de motor van het menselijk lichaam draaiende te houden. Denk maar aan een verjaardagstaart of aan paaseieren, dat is voedsel dat je alleen maar eet bij speciale gelegenheden. Of de koekjes die je op tafel zet voor gasten die op bezoek zijn. Op die manier wordt voedsel gebruikt om een band te scheppen of in stand te houden. Voedsel is niet alleen een sociale aangelegenheid maar ook een culturele. Niet overal ter wereld eten mensen dezelfde dingen. In Afrika bijvoorbeeld eet men larven en termieten, die heel voedzaam en gezond zijn, maar waar we in België toch onze neus voor zouden ophalen. Mensen nemen die eetgewoonten mee waar ze ook terecht komen. Zo hebben wij in België een heleboel nieuw voedsel leren kennen door mensen uit andere streken die hier zijn komen wonen. En omgekeerd zal een Belg die naar het buitenland verhuist, het water in de mond krijgen bij de gedachte aan frietjes, of, wie weet, zelfs witlof of spruitjes
Omdat mensen het doorgaans heel belangrijk vinden voedsel op hun bord te krijgen dat ze lekker vinden, is het voor ontwikkelingssamenwerking ook een belangrijke zaak daarmee rekening te houden. Soms gebeurt het echter dat ontwikkelingssamenwerking zich vergist, en de bevolking die ze wil helpen voedsel voorschotelt dat die bevolking niet kent, niet gewoon is, of niet lust. Kortom, voedsel dat gewoonweg niet binnen bepaalde culturele gewoonten past of voedsel dat door een bepaalde cultuur of godsdienst zelfs niet toegelaten wordt. Af en toe wordt dat voedsel wel geapprecieerd, in sommige streken van Afrika eet men net zon brood als hier, terwijl men dat ginder voorheen niet kende, maar in andere gevallen wordt vreemde voedselhulp niet aanvaard en wordt het voedsel ook gewoon niet opgegeten, zoals in Rwanda gebeurde. In 1992 werd in vluchtelingenkampen in Rwanda maïs uitgedeeld. De meeste Rwandezen kenden echter helemaal geen maïs en wisten ook niet hoe ze het moesten klaarmaken, dus weigerden ze ervan te eten. Jij zou toch ook niet meteen zin hebben in een geroosterde sprinkhaan?
Daarom is het belangrijk dat ontwikkelingssamenwerking niet gelijk staat met het brengen van ons voedsel dat we te veel hebben maar dat er ontwikkelingsprojecten uitgebouwd worden die het mogelijk maken dat mensen in het Zuiden in hun eigen voedsel kunnen voorzien, zowel nu als binnen 20 jaar of meer. Duurzaamheid is hier het sleutelwoord: niet alleen de mensen van nu worden geholpen, maar ook de volgende generaties, de cultuur blijft voortbestaan en het milieu wordt in stand gehouden.