| Niveau |
2 |
| Doelstellingen |
- Weten welke factoren kunnen bijdragen aan een negatief mensenrechtenklimaat.
- Inzien dat armoede en schending van economische en sociale rechten nauw samenhangen.
- Inzien dat de rijkdom in de wereld ongelijk en oneerlijk verdeeld is.
- Inzicht hebben in de vicieuze cirkel van armoede.
- Inzien dat armoedeproblematiek en dus schendingen van economische en sociale rechten ook een probleem van het Noorden is en dit probleem concreet kunnen aantonen met voorbeelden.
- (Kritisch nadenken over de oorzaken en de gevolgen van armoede.)
|
| Onderwerpen en rechten |
- Ongelijke verdeling van de rijkdom in de wereld
- Het verband tussen economische en sociale rechten en armoede/rijkdom
- Vicieuze cirkel van armoede
|
| Tijdsduur/timing |
Totale duur: 2 uur 15 minuten (Deel 2 kan eventueel weggelaten worden)
Deel 1: 75 minuten
Fase 1 (verzamelen van munten): 15 minuten
Fase 2 (levenskaartjes kopen): 15 minuten
Fase 3 (mensenrechtentest): 30 minuten
Fase 4 (Evaluatie): 15 minuten
Deel 2: 1 uur
Fase 1 (toekomst voorspellen): 30 minuten
Fase 2 (Evaluatie): 30 minuten |
| Materiaal |
Deel 1
Ongeveer 5 keer zoveel munten als het aantal deelnemers (best 1 eurocentjes, vb. 20 deelnemers +/- 100 muntjes)
Tafel
Materiaal voor handicaps (hoeveelheid afhankelijk van aantal deelnemers):
- handschoenen, kousen;
- touw of sjaaltjes (om handen en/of benen aan elkaar te binden);
- blinddoeken.
Brede tape (of evt. krijt) om een startlijn aan te brengen op de vloer
Levenskaartjes (bijlage 1)
Kaartjes met categorieën (bijlage 2), aantal kopieën afhankelijk van het aantal deelnemers.
Deel 2
Pen en papier
Stoel voor elke deelnemer, tafel voor elk groepje
Toekomstkaarten: alle kaartjes uitgeknipt voor elke groep (bijlage 3)
|
| Groepsgrootte |
Minstens 18 deelnemers, maximum 25.
Opmerking: de workshop is ontworpen voor een groep van minstens 18 deelnemers maar kan eventueel ook gebruikt worden voor een kleinere groep. De begeleider moet dan op voorhand enkele levenskaartjes selecteren die weggelaten worden, want er moeten minstens 2 deelnemers zijn met hetzelfde levenskaartje.
|
| Korte omschrijving |
Deel 1
In het eerste deel zullen de deelnemers de ongelijke verdeling van rijkdom in de wereld aan den lijve ondervinden. Elke deelnemer moet zoveel mogelijk munten oprapen die in het midden van het lokaal liggen. De meeste deelnemers zullen hierbij echter belemmerd worden door allerlei handicaps die het verzamelen van de rijkdom op een oneerlijke manier laten verlopen...
Op basis van de verzamelde rijkdom, krijgt elke deelnemer een levenssituatie toegewezen.
Deel 2
In het tweede deel, worden er groepjes gevormd op basis van de verdiende levens. Deelnemers voorspellen de toekomst van de persoon op hun kaartje...
|
| Voorbereiding |
Deel 1
Maak een ruimte vrij voor het verzamelen van de munten.
Strooi de munten uit over de ruimte, let op dat de munten niet te dicht bij elkaar liggen.
Breng op een afstand van 3 à 4 meter van de munten de startlijn aan (met tape of krijt).
Kopieer de levenskaartjes 3 keer op verhard papier of karton en knip ze uit.
Zorg ervoor dat je 3 kaartjes van elk leven hebt. Leg dezelfde levenskaartjes bij elkaar en sorteer ze per categorie.
Deel 2
Zet tafel en stoelen klaar voor elke groep.
Knip de toekomstkaartjes (bijlage 3) uit voor elke groep.
|
Deel 1: Verdien een leven...
FASE 1
- Verdeel onderstaande handicaps willekeurig onder 3/4 van de deelnemers, 1/4 van de deelnemers krijgt geen handicap. Zorg ervoor dat alle handicaps ongeveer even veel voorkomen.
- Handen op de rug gebonden
- Handen op de buik samengebonden
- Kousen over de handen
- Geblinddoekt
- Aan elkaar gebonden benen
- Handschoenen
- Laat de deelnemers eventueel zelf of bij elkaar de handicaps aanbrengen maar vertel er steeds bij welk handicap aangebracht moet worden. Controleer steeds of de handicaps goed aangebracht zijn.
- Alle deelnemers staan op de startlijn. Bij het startteken krijgen de deelnemers 1 minuut tijd om zoveel mogelijk munten te verzamelen. Als de minuut voorbij is, mag geen enkele deelnemer nog munten opnemen.
FASE 2
- De deelnemers tellen het aantal munten dat ze verzameld hebben en begeven zich naar de kooptafels. Daar worden ze door de begeleider in een rij achter elkaar opgesteld.
- Elke deelnemer zegt om de beurt hoeveel munten hij of zij verzameld heeft, de begeleider zet de deelnemers in een bepaalde volgorde: de deelnemer met de meeste munten staat vooraan, de deelnemer met de minste munten (of zonder munten) achteraan.
- Op deze manier kan de begeleider gemakkelijk de levenskaartjes verdelen. De begeleider gaat hiervoor achter de tafel staan, de deelnemers schuiven in de rij aan en ontvangen een levenskaartje van de begeleider. De levenskaartjes worden op de volgende manier verdeeld:
- Zorg ervoor dat er telkens minstens 2 deelnemers zijn die hetzelfde levenskaartje hebben.
- Zorg ervoor dat:
- er minstens 6 deelnemers een kaartje krijgen uit de categorie heel arm
- er minstens 8 deelnemers een kaartje krijgen uit de categorie arm
- er minstens 4 deelnemers een kaartje krijgen uit de categorie rijk
- Zorg er ook voor dat de groep met kaartjes uit de categorie arm de grootste groep is en de groep met kaartjes uit de categorie rijk de kleinste.
- Geef aan maximum 3 personen hetzelfde levenskaartje
- Belangrijke opmerking: vertel niet aan de deelnemers wie er hetzelfde levenskaartje heeft, vertel er ook niet bij uit welke categorie het levenskaartje komt.
- De deelnemers verspreiden zich vervolgens in het lokaal.
- De deelnemers lezen de inhoud van hun levenskaartje en gaan vervolgens op zoek naar deelnemers met hetzelfde levenskaartje. De deelnemers wandelen kris kras door elkaar in de ruimte en beschrijven elkaar het personage op hun kaartje.
- Deelnemers die elkaar gevonden hebben, vormen een groepje en gaan samenzitten. Ze lezen aandachtig hun levenskaartje en wisselen even hun ideeën uit betreffende de levenssituatie van de persoon op hun kaartje.
FASE 3: MENSENRECHTENTEST
In deze fase wordt nagegaan welke groep het meest kan genieten van economische en sociale rechten en welke groep het minst.
- Alle duos of trios staan op de startlijn.
- De begeleider leest de verschillende economische en sociale rechten voor (vereenvoudigde versie).
- Als een groepje vindt dat de persoon op hun kaartje kan genieten van het recht dat voorgelezen wordt, stapt ieder van die groep een halve meter vooruit. Als het personage slechts in geringe mate kan genieten van een bepaald recht (dus als een recht niet volledig geschonden wordt) mag iedereen van die groep een pasje van 10 cm vooruit. Als hun personage helemaal niet kan genieten van het voorgelezen recht blijft het groepje staan.
- De groepsleden mogen eerst kort overleggen om na te gaan of hun personage al dan niet kan genieten van het recht.
- Na elk voorgelezen recht pikt de begeleider er enkele groepjes uit die kort moeten uitleggen waarom ze een stap vooruit hebben gezet of waarom ze bleven staan...
- Als alle rechten voorgelezen zijn, wordt nagegaan welke groep in welke positie staat:
- Welke groep staat op kop? Komt dit overeen met de levenssituatie van het personage? (groepsleden vertellen kort deze levenssituatie aan rest van de deelnemers)
- Welke groep staat als laatste? Komt dit overeen met de levenssituatie van het personage? (groepsleden vertellen kort deze levenssituatie aan rest van de deelnemers)
- Waar staan de allerarmsten tegenover de rest?
- Wat is het verband tussen armoede en economische en sociale rechten? Welke rechten worden geschonden in welke levenssituaties?
FASE 4: EVALUATIE
Volgende vragen kunnen gebruikt worden in het evaluatiegesprek:
- Op welke manier werden de munten verdeeld? Is dit op een eerlijke manier verlopen? Wat heeft dit te maken met de werkelijkheid?
- Hoe was de verhouding tussen verschillende verzamelingen munten? Hoeveel mensen hadden er veel munten, hoeveel weinig? Wat heeft dit te maken met de realiteit?
- Wat is het verband tussen het aantal munten en het levenskaartje?
- Wat is het verband tussen het aantal mensenrechten en de levenssituatie op het kaartje? Wat kan je hieruit besluiten?
- Hoe voelde je je toen je amper vooruit geraakte bij de mensenrechtentest? Voelde je je benadeeld?
- Voelde je een zekere oneerlijkheid?
- Vind je dat mensenrechten een belangrijk instrument kunnen zijn om een betere levenssituatie op te eisen? Waarom? Waarom niet? Voorbeelden?
Deel 2: ... en voorspel de toekomst.
FASE 1
- De begeleider legt uit dat elke groep een team van waarzeggers vormt, die de toekomst van het personage op het levenskaartje moet voorspellen.
- Als hulpmiddel krijgt elk team van waarzeggers 5 kaarten met bepaalde icoontjes die telkens betrekking hebben op een bepaald aspect van het leven van hun personage, de toekomstkaarten (bijlage 3).
- Uit de reeks toekomstkaarten (icoontjes liggen naar beneden) kiest iemand uit elk team willekeurig 5 kaarten. De teams trachten te achterhalen op welke levensaspecten de 5 tekeningetjes betrekking hebben.
- De begeleider gaat vervolgens van groep tot groep om na te gaan of de icoontjes juist geïnterpreteerd zijn of de teams met andere woorden de juiste levensaspecten zullen bespreken. In de bijlage zit een overzicht voor de begeleider met de betekenis van de verschillende icoontjes.
- Elke groep bedenkt vervolgens een toekomst voor het personage o.b.v. de levensaspecten die door de icoontjes weergeven worden. Het is de bedoeling dat de groepjes concrete situaties voorspellen, de situatie in de toekomst precies beschrijven, oorzaken geven, vertellen wie bij de situatie betrokken is, ... Ze moeten wel rekening houden met de huidige situatie van het personage. De toekomstvoorspelling moet zo realistisch mogelijk zijn. Als de toekomst rooskleuriger wordt, moet deze positieve evolutie realistisch zijn en verantwoord worden.
- De verschillende teams krijgen een half uur tijd om de toekomst van hun personage te voorspellen. De deelnemers schrijven hun voorspellingen neer.
- De begeleider gaat ondertussen van groep tot groep om na te gaan of de toekomstsituatie die ze verzonnen hebben, realistisch is en een logisch gevolg is van de huidige situatie. De begeleider noteert dit misschien best zodat hij bij de nabespreking hierop kan inspelen. (zie voorbeeldvragen bij fase 2 van dit deel)
FASE 2: BESPREKING VAN DE TOEKOMSTVOORSPELLINGEN
De situatie van elk personage (zowel de situatie in het heden als in de toekomst) wordt geëvalueerd aan de hand van de volgende vragen. Zorg ervoor dat alle groepen een antwoord geven op de vragen, eventueel met een korte beschrijving van de situatie van hun personage.
- Is de toekomst beter, slechter of hetzelfde dan de huidige situatie van jullie personage? Worden er in de toekomstige levenssituatie van jullie personage meer of minder mensenrechten geschonden?
- Wat zijn de oorzaken van eventuele veranderingen? Zijn deze oorzaken realistisch?
- Is jullie toekomstvoorspelling realistisch of heb je de toekomst rooskleuriger voorgesteld dan dat ze waarschijnlijk zal worden? Waarom is ze realistisch/onrealistisch? (hier moeten zeker de groepen die een onrealistische toekomstvisie hebben weergegeven, aan het woord gelaten worden)
- Waarom blijven arme mensen meestel arm en rijke mensen meestal rijk?
- Wat is een vicieuze armoedecirkel? Hoe kan je dit in verband brengen met de levenssituatie en de voorspelde toekomst van jullie personage?
- Wat kan je hieruit besluiten?
| Bijlagen |
Bijlage 1: Personages (levenskaartjes)
Bijlage 2: Kaartjes met categorieën (zeer arm, arm, rijk)
Bijlage 3: Toekomstkaarten: icoontjes die levensaspecten weergeven
|
|