| Niveau |
4 |
| Doelstellingen |
- Factoren kunnen opsommen die de kloof tussen Noord en Zuid in de hand werken.
- Inzicht krijgen in de gevolgen van politieke en economische beslissingen in het Noorden voor de voedselzekerheid in het Zuiden.
- Economische maatregelen kunnen opnoemen die de Noord-Zuidrelaties kunnen verbeteren.
- Inzien dat structurele moeilijkheden in het Zuiden het gevolg zijn van een groter geheel aan interne en externe factoren.
- Inzicht hebben in de invloed van het Europese landbouwbeleid (subsidies) op de landbouw, de handel en dus ook op de levensstandaard in het Zuiden.
- Inzien dat dumping van landbouwproducten uit het Noorden in het Zuiden nefaste gevolgen heeft voor de landbouw in het Zuiden en op de economische en sociale rechten van mensen in het Zuiden.
- Kunnen uitleggen wat het verband is tussen globalisering en schending van de economische en sociale rechten.
- Inzien dat ontwikkeling essentieel is voor de realisatie van economische en sociale rechten en dat economische en sociale rechten essentieel zijn voor ontwikkeling.
- Inzicht hebben in verschillende factoren die aan de basis liggen van armoede.
|
| Onderwerpen en rechten |
- Effecten van globalisering op de levensstandaard in het Zuiden (algemeen), aangetoond aan de hand van het Europees suikerbeleid: Europese exportsubsidies met dumping als gevolg. Gevolgen van Europees suikerbeleid voor de economische en sociale rechten van mensen in het Zuiden.
|
| Tijdsduur/timing |
Totale duur: 100 minuten
fase 1: 5 minuten
fase 2: 50 minuten
fase 3: 20 minuten
fase 4: 25 minuten
|
| Materiaal |
- de bijlagen
- 4 à 5 tafels
- stoel voor elke deelnemer
- 7 scharen
- 3 lijmstiften
- 10 bladen papier
- 6 potloden
- 20-tal witte en 20-tal bruine suikerklontjes
|
| Groepsgrootte |
10 à 20 deelnemers
|
| Korte omschrijving |
In dit simulatiespel moeten de deelnemers in 2 groepen (groep Noorden en groep Zuiden) op een speelse manier suiker produceren met productiemiddelen die aangekocht worden met een startkapitaal. Vervolgens moeten ze nagaan hoe de suiker verhandeld kan worden en worden ze geconfronteerd met de oneerlijkheid van de suikerhandel. De groep Noorden krijgt namelijk te maken met voordelen en de groep Zuiden met obstakels... Aan de hand van een groepsgesprek wordt de suikerproblematiek verder geanalyseerd en wordt er nagedacht over mogelijke oplossingen.
In het tweede gedeelte maken de deelnemers kennis met een concreet voorbeeld van de suikerproblematiek: Mozambique. Ze gaan na wat de invloed is van de suikerproblematiek op het leven van boeren of arbeiders op suikerplantages in Mozambique, hoe met andere woorden hun economische en sociale rechten geschonden worden.
Het verdere verloop van de workshop bestaat voornamelijk uit een groepsgesprek en eventueel een discussie waarbij nagedacht wordt over de belangrijkste aspecten van de suikerproblematiek en van globalisering in het algemeen.
|
| Voorbereiding
|
- Het is belangrijk dat de begeleider de workshop inhoudelijk goed voorbereidt. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van het informatief gedeelte (Globalisering en landbouw: algemeen, suiker) en/of de vermelde bronnen m.b.t. de problematiek.
- Bereid de bijlagen voor: kopiëren, uitknippen,...
- Maak een grote ruimte vrij, zorg voor een stoel voor elke deelnemer, zet de stoelen klaar in 2 groepen (zo ver mogelijk van elkaar verwijderd)
- Leg de productiemiddelen (scharen, potloden, papier, lijm, ...) klaar op twee tafels (voor elke groep één, op enkele meters van elkaar)
- Verdeel de groep in 2 gelijke groepen.
|
Deel 1: Suikerproductie en suikerhandel
FASE 1: BEGINSITUATIE EN STARTKAPITAAL
Geef beide groepen een kaartje met de beginsituatie (bijlage 1). Daarop staat vermeld hoeveel het startkapitaal voor de suikerproductie van beide groepen bedraagt. De groep Noorden krijgt 30.000 EUR als startkapitaal en de groep Zuiden slechts 15.000 EUR. Het kaartje verklaart waar het startkapitaal vandaan komt. Beide groepen lezen hun beginsituatie aandachtig en gaan na of ze alles begrijpen.
FASE 2: AANKOOP VAN PRODUCTIEMIDDELEN EN PRODUCTIE VAN DE SUIKER
Vervolgens krijgen de beide groepen een blad met de prijzen voor de productiemiddelen samen met de instructies voor de productie (bijlage 2).
De groepen krijgen 45 minuten de tijd om hun productiemiddelen aan te kopen en de suiker te produceren zoals omschreven in hun opdracht.
A) Aankoop van de productiemiddelen:
- Elke groep stelt eerst iemand aan die verantwoordelijk is voor de aankopen van de productiemiddelen
- Deze verantwoordelijke mag de productiemiddelen gaan aankopen aan de tafels die klaargezet werden tijdens de voorbereiding. Uiteraard moet niet alles ineens aangekocht worden, tijdens de productiefase mogen opnieuw productiemiddelen gekocht worden. Alleen de aankoopverantwoordelijke van elke groep mag naar de verkooptafels komen.
- De groep spreekt op voorhand af hoe ze het geld gaan investeren. Ze moeten hierbij nagaan wat ze allemaal nodig hebben bij de productie en hoeveel geld ze in wat kunnen investeren. De begeleider neemt het geld aan tijdens de aankopen en geeft de productiemiddelen aan de aankoopverantwoordelijken van elke groep.
Enkele opmerkingen voor de begeleider:
- Beide groepen hebben voldoende startkapitaal om alle productiemiddelen aan te kopen. Vertel dit echter niet op voorhand.
- De groep Zuiden krijgt wel minder productiemiddelen ter beschikking, zoals ook in de realiteit het geval is. Op deze manier zal de productie kleiner zijn dan die van de groep Noorden. Vertel dit ook niet op voorhand.
- De productiemiddelen voor de groep Zuiden zijn goedkoper dan die van de groep Noorden. Ook dit stemt overeen met de realiteit. Houd deze opmerking voor de nabespreking.
B) Productie van de suiker:
De suiker moet als volgt geproduceerd worden (de deelnemers krijgen deze opdracht op papier samen met de prijzen van de productiemiddelen (bijlage 2):
- zaden uitknippen uit het zadenblad en kleven op een blad papier
- voor elk uitgeknipt en opgeplakt zaadje mogen de deelnemers een suikerplant produceren (suikerriet of suikerbiet)
- het voorbeeld van de suikerriet- of suikerbietplant wordt zo zorgvuldig mogelijk overgetekend van het voorbeeld, uitgeknipt en op een blad papier gekleefd.
- Na 45 minuten geeft de begeleider een teken dat de productie afgelopen is.
- De suikerplantjes worden op het einde van de productiefase ingeruild bij de begeleider voor suikerklontjes (witte klontjes voor groep Noorden en bruine klontjes voor groep Zuiden)
FASE 3: HANDEL IN SUIKER
Beide groepen hebben nu een hoeveelheid suikerklontjes verzameld. De groep Noorden heeft een grotere hoeveelheid klontjes aangezien zij meer productiemiddelen konden aankopen.
In deze fase is het de bedoeling dat de mechanismen van de suikerhandel op een vereenvoudigde wijze voorgesteld worden. Beide groepen krijgen een opdrachtenkaartje waarin nauwkeurig omschreven wordt welk bedrag ze met de suiker moeten binnenhalen. (bijlage 3)
Elke groep leest aandacht het opdrachtenkaartje. De begeleider vraagt of de deelnemers alles begrepen hebben.
de groepen hebben de volgende opdrachten:
- De groep Noorden moet 70 000 EUR halen uit de suikerproductie. De groep geeft de helft van de suikerklontjes aan de begeleider en krijgt in ruil EUR 40 000 EUR (dit is zogezegd de prijs die ze op de Europese markt krijgen, aangevuld met de interventieprijs: een minimumbedrag dat de Europese Unie geeft aan de suikerproducenten.).
Meer suiker krijgen ze op de Europese markt niet verkocht. Ze moeten nu nog 30 000 EUR verdienen.
- De groep Zuiden krijgt de opdracht dat ze 20 000 EUR moeten halen uit hun suiker door verkoop in hun buurland. Ze moeten naast het terugwinnen van de productiekosten (15 000 EUR) nog 5000 EUR winst maken.
Vervolgens wordt het simulatiespel even stilgelegd voor een korte bespreking:
- De deelnemers uit het Noorden leggen uit aan het Zuiden dat zij nog 30 000 EUR moeten halen uit de overschot van hun suiker die ze op de markt in het Noorden niet meer kwijt kunnen. Ze zeggen dat ze de suiker willen verkopen op de markt in het Zuiden voor 30 000 EUR. De begeleider stelt voor dat hij als buurland van de groep Zuiden, de suiker wel wil kopen.
- De groep Zuiden moet op dit voorstel reageren. Ze moeten hun suiker namelijk ook verkocht krijgen aan hun buurland (de begeleider). Het is de bedoeling dat ze er achter komen dat het Noorden geen kans maakt om de suiker kwijt te geraken op hun markt voor 30 000 EUR aangezien zij hun suiker kunnen verkopen voor 20 000 EUR. De marktprijs in het Zuiden ligt dus veel lager en hun buurland zal voor de laagste prijs kiezen.
- Indien de groepen zelf niet op deze manier redeneren, stel dan volgende vragen om hun redenering in de juiste richting te sturen:
- Voor welk bedrag moet het Zuiden de suiker verkopen aan hun buurland om de productiekosten te dekken en om daarbovenop winst te maken?
- Vergelijk dit met het bedrag dat het Noorden wil vragen op de markt in het Zuiden. Wat stel je vast?
- Voor welke suiker zou het buurland dus kiezen? Waarom?
- Wat kan je hieruit besluiten?
Opmerking: De deelnemers moeten ervan uitgaan dat het bij het suikeraanbod van het Noorden en het Zuiden om dezelfde hoeveelheid suiker gaat, ook al zal het in het simulatiespel niet om precies hetzelfde aantal suikerklontjes gaan... Als de deelnemers zelf deze opmerking niet maken, hoef je het er in principe niet bij te vertellen.
Vervolgens geeft de begeleider de groep Noorden 15 000 EUR extra en vertelt erbij dat suikerproducenten uit het Noorden van de Europese Unie geld krijgen om hun suiker goedkoper te kunnen verkopen in het suiker. De begeleider legt uit dat dit exportsubsidies zijn. De begeleider houdt de reacties op deze interventie nauwlettend in het oog. Hierbij worden volgende vragen gesteld:
- Hoeveel moet de groep Noorden nu vragen voor de suiker op de markt in het Zuiden? (slechts 15 000 i.p.v. 30 000 EUR)
- Voor welk bedrag moet het Zuiden de suiker verkopen aan het buurland om de productiekosten te dekken en daarnaast winst te maken?
- Wat zal er gebeuren op de markt van het Zuiden? Voor welke suiker zouden de kopers in het Zuiden kiezen? Waarom? (voor suiker uit Noorden: is goedkoper. Leg kort uit dat het Noorden de suiker aan dumpingprijzen verkoopt (prijzen die de helft tot eenderde zijn van de prijs op de markt in het Noorden) in het Zuiden, de suiker dus dumpt)
- Wat zijn de gevolgen voor de suikerproducenten in het Zuiden? (ze geraken de suiker niet meer kwijt op de markt in het Zuiden)
FASE 4: NABESPREKING SIMULATIESPEL
Hoe voelde het Zuiden zich toen ze hoorden dat het Noorden wilde verkopen op hun afzetmarkt? Hoe waren de reacties/gevoelens toen bleek dat het Noorden daar dan nog eens voor gesubsidieerd werd of geld kreeg om de suiker aan een lagere prijs te kunnen verkopen?
- Welke aspecten van het simulatiespel kwamen volgens jou overeen met de realiteit? Hoe ziet die realiteit er dan uit? Bijvragen:
- Wat waren de verschillen tussen het aantal productiemiddelen? De prijs van de productiemiddelen? Is dit realistisch? Waarom?
- Wat was het verschil in startkapitaal? Is dit realistisch? Waarom?
- Dumping?
- Noorden dat markten van Zuiden inpalmt?
- Inbreng van de Europese Unie?
- Geef eventueel wat extra uitleg, vertel dat de algemene ideeën die in het simulatiespel aan bod kwamen, gebaseerd zijn op de realiteit.
- Wie/wat is de grootste boosdoener in het grote suikerverhaal/wat is de oorzaak van het probleem in de suikerhandel? (Het beleid van de EU tegenover de suikerhandel. Geef hierover wat meer uitleg.)
- Wat zijn de grootste gevolgen voor de suikerproducenten in het Zuiden? (te grote concurrentie van suiker uit Noorden, suikermarkt in Zuiden ontwricht)
- Hoe zou deze suikerproblematiek opgelost kunnen worden? (producenten EU verplichten minder te produceren zodat ze overschotten niet moeten dumpen, afschaffing van exportsubsidies)
- Waar zou het Zuiden haar suiker nog kunnen verkopen, als de markten (buurlanden) in het Zuiden al bezet zijn door de suiker van het Noorden?
- Waarom zou het Zuiden haar suiker gemakkelijk verkocht krijgen in het Noorden? (Noorden verkoopt suiker veel duurder op de markt in het Noorden, Zuiden kan suiker goedkoper verkopen dankzij de lagere productiekosten.)
- Is dit in de praktijk mogelijk? (geef hier wat meer uitleg over het principe van invoerheffingen of importtaksen in Europa)
- Waarom kunnen we spreken over oneerlijke handel (Noorden kan dumpen in het Zuiden maar houdt tegelijkertijd de grenzen gesloten voor producten uit het Zuiden, beschermt haar eigen markt)
Deel 2: Gevolgen van Europese exportsubsidies voor de economische en sociale rechten in het Zuiden.
De volledige groep wordt nu ingedeeld in groepjes van 4 tot 6 personen. Er zijn 6 verschillende getuigenissen. Zorg ervoor dat per groepje elke deelnemer een andere getuigenis krijgt. Bij groepjes van 4 of 5 deelnemers kunnen de laatste en de voorlaatste getuigenissen weggelaten worden. Elke deelnemer krijgt de volgende materialen:
De verschillende groepjes krijgen de volgende opdracht:
Individueel:
- Welke economische en sociale rechten van de arbeid(st)ers worden geschonden? (deelnemers schrijven individueel de rechten op die geschonden worden in de getuigenis)
Overleggen in groep:
- Hoe komt dit? Wat is hiervan de belangrijkste oorzaak?
- Wat moet er veranderen?
De deelnemers krijgen 20 minuten tijd voor deze opdracht.
Vervolgens worden de resultaten van het individueel werk en groepswerk met de hele groep besproken.
vragen voor groepsgesprek:
- Welke economische en sociale rechten worden er zoal geschonden? Wat is de oorzaak ervan? Wat moet er veranderen?
- Welke schendingen hebben rechtstreeks/onrechtstreeks te maken met de Europese subsidies?
- Geef voorbeelden van veranderingen voor de Mozambikanen wanneer de suikerhandel op volle toeren zou draaien.
- Kunnen we zelf ons steentje bijdragen om de suikerboeren in het Zuiden te helpen? Hoe? (vooral: suiker kopen in wereldwinkel, ook: opkomen voor een eerlijke wereldhandel door bijvoorbeeld te betogen, ...)
Slot: nabespreking
Het is de bedoeling dat in de nabespreking de problematiek in een bredere context geplaatst wordt en dat de begeleider meer achtergrondinformatie geeft waar nodig. De begeleider kan de reikwijdte van deze informatie kan zelf invullen en afstemmen op de doelgroep.
- Wist je dat Europese landbouwsubsidies een invloed hebben op het leven in het Zuiden? Had je hierover al gehoord? Ben je verbaasd?
- Hoe heet deze wereldwijde handel of het fenomeen waarin de grenzen opengesteld worden voor handel tussen het Noorden en het Zuiden, dat ervoor zorgt dat producten over de hele wereld verhandeld worden? (vrijhandel, (economische) globalisering)
- In welke context heb je al over globalisering gehoord? Welke soorten van globalisering bestaan er? (dieper ingaan op culturele globalisering, economische globalisering, ...)
- Wat hebben multinationals met globalisering te maken? Wat zijn de negatieve gevolgen van deze vorm van globalisering?
- Kan globalisering ook positief zijn? Kan je voorbeelden geven? Welke voorwaarden zijn daaraan gekoppeld? (integratie van Zuiden in de wereldhandel, eerlijke handel, eerlijke prijzen en eerlijke beloningen, werkgelegenheid zonder uitbuiting,...)
- Welke instelling bepaalt de regels voor de wereldhandel, legt afspraken voor handel vast en ziet erop toe dat die afspraken nageleefd worden? (WTO, geef wat meer uitleg, evt. ook over het feit dat de suikerdumping en de hoge importtarieven van de EU eigenlijk tegen de internationale handelsregels indruisen maar dat er voor de EU en de V.S. toch uitzonderingen gelden of trucjes ingebouwd zijn om deze regels te omzeilen)
- Hoe sta je zelf tegenover globalisering? Onder welke voorwaarden? Welke niet?
- Wat kunnen we zelf doen aan de negatieve gevolgen van globalisering?
- Wie zal zijn koopgedrag veranderen na deze workshop? Hoe? Waarom?
| Tips voor de begeleider |
Uiteraard is de realiteit veel complexer dan de manier waarop deze handels-mechanismen gesimuleerd worden in deze workshop. Het is echter alleen de bedoeling om de belangrijkste principes (symbolisch) voor te stellen. Als er vragen komen over het realiteitsgehalte van bijvoorbeeld de prijzen (van productiemiddelen, opbrengsten, ... ) zeg dan duidelijk dat het om een simulatie gaat van de oneerlijke handelsprincipes (exportsubsidies, importtaksen, gevolgen voor markten in het Zuiden,...). Maak in de nabespreking indien nodig voldoende duidelijk wat de verbanden zijn tussen deze simulatie en de realiteit.
|
|
|