Startpagina VORMEN vzw | Startpagina RECHT-vaardig | Vorige | Volgende | Overzicht workshops | Inhoudstafel

RECHT-vaardig, menswaardig: Over de handleiding...


DOELGROEP

Voor wie is de handleiding bedoeld?
De handleiding kan gebruikt worden door een hele reeks multiplicatoren: leerkrachten en jeugdwerkers in de eerste plaats, maar verder ook door vormingswerkers, educatieve medewerkers van organisaties voor mondiale vorming en ontwikkelingseducatie, pedagogische medewerkers in het onderwijs, educatieve medewerkers van Vierde Wereld organisaties,...

Gebruik van de handleiding in het onderwijs
In veel scholen worden er nu al heel wat projectdagen en/of –weken georganiseerd waar ontwikkelingseducatie, interculturele vorming of mondiale vorming de centrale begrippen vormen. De werkvormen in deze handleiding kunnen in deze context perfect gebruikt worden. We hebben geprobeerd om met dit pakket voldoende materiaal aan te bieden (zowel materiaal voor de werkvormen als informatief materiaal) waarmee de leerkracht zelf aan de slag kan.

Uiteraard zijn de werkvormen niet alleen bedoeld voor gebruik tijdens projectdagen. Projectdagen kunnen het bewustmakingsproces versterken maar een integratie van deze thema’s in de dagdagelijkse schoolpraktijk zal zeker ook haar vruchten afwerpen. De meeste werkvormen zijn immers ook bruikbaar in de klas tijdens de gewone lesuren: tijdens de les geschiedenis, zedenleer, godsdienst, menswetenschappen, aardrijkskunde, economie, ... Veel thema’s uit deze handleiding kunnen gelieerd worden aan eindtermen van verschillende vakken, in verschillende graden. De meeste werkvormen duren wel langer dan een lesuur dus misschien moet er dan wel op de bereidwilligheid van collega’s gerekend worden om eventueel lesuren om te wisselen...

Voor de leerkrachten die zich toch nog afvragen of er wel nog plaats is voor deze thema’s binnen het traditionele onderwijs willen we nog even verwijzen naar de vakoverschrijdende eindtermen ‘opvoeden tot burgerzin’ en ‘opvoeden tot wereldburger’, enkele voorbeelden van eindtermen waarvoor deze handleiding relevant kan zijn:

1e graad S.O. ‘Opvoeden tot burgerzin’

- Zijn bereid zich in te zetten voor solidariteit- en andere acties in de klas of op school.
-
Kunnen een kritische houding aannemen ten aanzien van allerlei vormen van berichtgeving.

2e graad S.O. ‘Opvoeden tot burgerzin’
MENSENRECHTEN
- Inhoud van de mensenrechten toelichten aan de hand van voorbeelden uit de mensenrechtenverdragen.
- Herkennen van mensenrechtenschendingen.
- Belangstelling en respect voor mensenrechten hebben en bereid zijn zich actief en opbouwend in te zetten voor hun eigen rechten en die van anderen.
- ...

3e graad S.O. ‘Opvoeden tot wereldburgerschap’

- De rol van internationale instellingen demonstreren.
- Kunnen aantonen dat de mondiale dimensie in onze samenleving steeds explicieter wordt op o.m. politiek, economisch en cultureel vlak en dat deze evolutie voordelen biedt maar ook problemen en conflicten oplevert.
- Kunnen aangeven dat er verschillende opvattingen zijn over welvaart en over de herverdeling van deze welvaart.
- Kunnen de complexiteit van internationale samenwerking toelichten aan de hand van de concepten ‘onderlinge afhankelijkheid’, beelden en beeldvorming, sociale rechtvaardigheid, conflict en conflicthantering, verandering en toekomst.
- Gevoelig zijn voor het belang van persoonlijke inzet voor de verbetering van het welzijn en de welvaart in de wereld.

In de subthema’s van de 2e en 3e graad (in ‘uitgangspunten opvoeden tot burgerzin’) worden mensenrechten al eerste vermeld, met inbegrip van de economische en sociale rechten.


INHOUD EN GEBRUIK VAN DE HANDLEIDING

Opbouw en inhoud van de handleiding
De handleiding bestaat uit 8 verschillende hoofdstukken, die zeker niet los van elkaar staan en die ook wel deelthema’s met elkaar delen. Elk hoofdstuk bestaat uit een informatief gedeelte en uit werkvormen. De informatieve teksten geven de nodige informatie over de thema’s of de rechten die aan bod komen in de werkvormen. Deze informatie zou voldoende bagage moeten meegeven om de werkvorm te begeleiden. Achter de informatieve tekst staan er telkens verwijzingen naar internetbronnen (zowel Nederlandstalige als Engelstalige) die nog meer informatie bieden over de onderwerpen. De infoteksten kunnen ook gebruikt worden om na de werkvorm aan de deelnemers uit te delen, in sommige gevallen kan het zelfs nuttig zijn om vooraf de informatie mee te geven. De werkvormen die bij de infoteksten horen, staan er vlak achter. Het materiaal (op papier) staat steeds achter de workshop als genummerde bijlagen. Soms wordt er ook verwezen naar een algemene bijlage achteraan in het pakket: dit betreft dan het Internationaal Verdrag Inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (volledige versie), de verkorte versie ervan, de rechten in kadertjes om uit te knippen en/of een verkorte versie van het Internationaal Verdrag Inzake Burgerlijke en Politieke Rechten.

Het eerste hoofdstuk is gericht op de kennismaking met economische en sociale rechten om deelnemers een beeld te geven wat economische en sociale rechten zijn en welke rechten er precies zijn. In de volgende 2 hoofdstukken worden twee thema’s behandeld die goed illustreren wat economische en sociale rechten betekenen in de praktijk van Noord-Zuidverhoudingen en armoede (zowel in het Noorden als in het Zuiden). Het is namelijk in deze context dat economische en sociale rechten bekeken en vooral gepromoot moeten worden. De volgende hoofdstukken gaan over enkele economische en sociale rechten afzonderlijk, hoe ze geschonden worden in de praktijk, in welke specifieke contexten. Via concrete situaties ervaren de deelnemers de betekenis van economische en sociale rechten in de praktijk en leren ze het belang en het nut ervan inzien. Het laatste hoofdstuk bestaat uit cartoons samen met enkele ideeën om met de cartoons te werken. Enkele van deze werkvormen zijn geschikt als inleidende activiteit om kennis te maken met economische en sociale rechten, andere zijn dan weer ideeën voor verwerking van de inhoud (bvb. in het kader van een projectweek).

Gebruik van de handleiding
We raden aan om eerst even kort door de handleiding te gaan om zo een algemeen overzicht van de inhoud te krijgen. Er is geen speciaal beginpunt. De bedoeling is dat je er de werkvormen uithaalt die voor jouw doelgroep, vak of doelstellingen relevant zijn. Als je het gevoel hebt of als je weet dat jouw deelnemers helemaal geen idee hebben wat economische en sociale rechten zijn, kan je best een werkvorm uit het eerste hoofdstuk of een werkvorm bij de cartoons gebruiken om de economische en sociale rechten te introduceren.
Ga eerst na welke thema’s je wil behandelen: wil je de economische en sociale rechten zelf onder de loep nemen? Wil je mensenrechten binden aan concrete thema’s als armoede of globalisering? Wil je dieper ingaan op bepaalde economische of sociale rechten? ...
Ook moet je op voorhand uitmaken of de workshop die je wil doen afgestemd is op je doelgroep. We hebben er bewust voor gekozen om geen leeftijdscategorieën op de werkvormen te plakken. We hebben de werkvormen opgedeeld in 4 niveaus, die wijzen op de abstractiegraad van een werkvorm (let op, er wordt wél altijd vanuit concrete situaties vertrokken!). Je kan er wel van uitgaan dat de werkvormen van niveau 1 bestemd zijn voor deelnemers vanaf 12 jaar, voor de werkvormen van niveau 3 of 4 is niemand te oud...

METHODOLOGISCH KADER EN RICHTLIJNEN

De educatieve benadering
Voor je de activiteiten begint, is het belangrijk om de educatieve benadering die we gebruikt hebben, te begrijpen. Mensenrechteneducatie gaat over bijdragen tot verandering, zowel persoonlijk als sociaal. Het gaat over de ontwikkeling van de competentie van jongeren om actieve burgers te zijn die deelnemen aan de promotie en bescherming van mensenrechten. Onze focus is het educatieproces van het ontwikkelen van kennis, vaardigheden, waarden en attitudes. In dit proces:

Ervaringsgericht leren
Mensenrechteneducatie, samen met bijvoorbeeld ontwikkelingseducatie, vredeseducatie of burgerschapseducatie, gebruikt een methodologie van ervaringsgericht leren, gebaseerd op een leercyclus met 5 fasen.

Fase 1: Ervaren (een activiteit, iets doen)
Fase 2: Rapporteren (reacties en ervaringen delen)
Fase 3: Reflectie (discussie over samenhang en mechanismen om inzicht in de ervaring te verkrijgen)
Fase 4: Veralgemening (discussie over de opgedane ervaring en inzichten en het verband met de ‘echte’ wereld)
Fase 5: Toepassing (gebruiken wat ze geleerd hebben, veranderen van gedragspatronen)

In fase 5 verkennen mensen concrete acties met betrekking tot het onderwerp in kwestie. Het is cruciaal dat mensen mogelijkheden tot engagement vinden. Dit is niet alleen een logisch resultaat van het leerproces, maar ook een significante manier om nieuwe kennis, vaardigheden en attitudes af te dwingen, die de basis vormen voor een nieuwe ronde van de leercyclus.

Wanneer je de werkvormen in de handleiding gebruikt, zou je de bovengenoemde leercyclus in gedachten moeten houden.
De activiteiten vereisen participatie en engagement zodat de mensen die ze doen een ervaring opdoen via dewelke ze niet alleen met hun hoofd kunnen leren, maar ook met hun hart en handen. Deze soort activiteiten worden soms ‘spelletjes’ genoemd, omdat ze leuk zijn en mensen ze met enthousiasme spelen. Toch moet je eraan denken dat de activiteiten of spelletjes niet enkel voor het plezier zijn maar dat ze een doelmatige manier zijn om educatieve doelen te halen.
Je kan een activiteit niet gewoon doen (fase 1 van de leercyclus). Het is essentieel om verder te gaan met een ‘debriefing’ en een evaluatie om mensen de kans te geven na te denken over wat gebeurd is (fase 2), om hun eigen ervaring te evalueren (fase 3 & 4) en verder te gaan met het nemen van beslissingen over wat ze er verder mee zullen doen (fase 5). Op die manier komt men terug bij fase 1 van de volgende cyclus van het leerproces.
In een schoolomgeving kunnen activiteiten helpen om kunstmatige barrières tussen vakken te verminderen en manieren voorzien om de verbanden tussen vakken en eigen interesses uit te breiden om zo een meer holistische benadering van een onderwerp te promoten. In een informele educatieve omgeving kunnen activiteiten interesses in onderwerpen doen ontwaken. Gezien ze leren op een niet-didactische manier promoten, wordt het vaker intrinsiek beter geaccepteerd door jongeren.

Activiteiten bieden een kader en een structuur voor groepservaringen die je zullen toelaten om te werken binnen de beperkingen van je eigen ervaringen en competenties en die van de jongeren. Bij zorgvuldige begeleiding kunnen activiteiten een effectieve leermethode zijn in een taakgerichte omgeving.

Begeleiding
In deze handleiding gebruiken we het woord ‘begeleiders’ voor de mensen die de activiteiten voorbereiden, presenteren en coördineren. Een begeleider is iemand die mensen helpt te ontdekken wat ze al kennen en kunnen, die ze aanmoedigt om bij te leren en ze helpt om hun eigen potentieel te verkennen. Begeleiding houdt in dat er een omgeving gecreëerd wordt waarin mensen kunnen leren, experimenteren, verkennen en groeien. Het gaat niet over één persoon die een ‘expert’ is en kennis en vaardigheden doorgeeft aan anderen. Iedereen moet groeien door het delen van ervaringen, zowel deelnemers als begeleiders.


Startpagina VORMEN vzw | Startpagina RECHT-vaardig | Vorige | Volgende | Overzicht workshops | Inhoudstafel