Startpagina VORMEN vzw | Startpagina RECHT-vaardig | Vorige | Volgende | Overzicht workshops | Inhoudstafel

RECHT-vaardig, menswaardig: Nike: het verhaal achter de sportschoen


Niveau Deel 1: Niveau 2
Deel 2
Mogelijkheid 1: niveau 2
Mogelijkheid 2: niveau 3
Doelstellingen Deel 1:
  • Inzien dat globalisering heel dicht bij de eigen leefwereld staat.
  • Het begrip globalisering kunnen uitleggen en voorbeelden kunnen geven.
  • Kunnen uitleggen wat het verband is tussen globalisering en het schenden van economische en sociale rechten.
  • Beseffen waar de eigen consumptiegoederen vandaan komen en nagaan of de producten met respect voor de economische en sociale rechten vervaardigd werden.
  • Weten hoe multinationals economische en sociale rechten kunnen schenden.
  • Inzien waarom een boycot van producten van multinationals nadelige gevolgen kan hebben voor de arbeiders.
  • Inzien dat de arbeidsrechten niet vanzelfsprekend zijn voor iedereen en dit kunnen aantonen met voorbeelden.
  • Zich kunnen inleven in de situatie van iemand voor wie deze rechten niet vanzelfsprekend zijn.
  • Het belang inzien van veilige en hygiënische werkomstandigheden, van eerlijke beloning, van recht op rustpauzes, behoorlijke werktijden, vakanties, ...

    Deel 2:
  • Mogelijkheid 1 – Mensenrechtentest
  • Dezelfde doelstellingen als deel 1
  • Mogelijkheid 2 – Rollenspel ‘Nike in China’
  • Dezelfde doelstellingen als deel 1.
  • Kritische houding hebben tegenover multinationals en deze mening kunnen verantwoorden.
  • Inzicht hebben in de positie van multinationals in de wereld.
  • De noodzaak inzien van het recht op vakverenigingen en van stakingsrecht.
  • Zich kunnen inleven in de werkomstandigheden van arbeiders uit het Zuiden en weten wat er kan/moet veranderd worden.
  • Onderwerpen en rechten
  • Globalisering
  • Arbeidsomstandigheden in lageloonlanden (sweatshops): arbeidsrechten
  • Multinationals
  • Tijdsduur/timing Deel 1: 40 of 50 minuten
  • Fase 1: 10 minuten
  • Fase 2: 20 minuten
  • Fase 3: 10 minuten + 10 minuten

    Deel 2:
    Mensenrechtentest
    : 20 minuten
    of
    Rollenspel ‘Nike in China’: 90 minuten
  • Fase 1: 10 minuten
  • Fase 2: 60 minuten
  • Fase 3: 20 minuten
  • Materiaal Deel 1:
  • Bolletje wol
  • Stoel voor elke deelnemer
  • Bijlagen

    Deel 2:
    Mensenrechtentest
  • Lijstje economische en sociale rechten Rollenspel ‘Nike in China’
  • Stoelen
  • Tafel voor elke groep
  • Pen en papier
  • Bijlagen
  • Groepsgrootte

    Minimum 15, maximum 20 deelnemers

    Korte omschrijving

    In het eerste deel maken de deelnemers kennis met het verhaal van de multinational Nike, zodat ze een concreet beeld krijgen van wat globalisering in de praktijk precies betekent. Elke deelnemer krijgt een personagekaartje en speelt op die manier een rol in ‘het verhaal van Nike’. De globalisering en de samenhang tussen de verschillende landen in de wereld worden symbolisch weergegeven door een web van draden.
    Deel 1 van deze activiteit kan afzonderlijk gespeeld worden.

    Het tweede deel bestaat uit 2 afzonderlijke activiteiten, waaruit je kan kiezen, afhankelijk van je groep:

    De eerste mogelijkheid is een mensenrechtentest die best aan het eerste deel gekoppeld wordt. Het is een uitbreiding ervan, waarin nagegaan wordt wie in het hele ‘Nike-verhaal’ van de meeste economische en sociale rechten kan genieten en wie niet. De kloof tussen arm en rijk in het Nike-verhaal wordt ook symbolisch weergegeven door de fysieke afstand tussen de deelnemers.

    De tweede mogelijkheid is een rollenspel: ‘Nike in China’. Deze activiteit kan gekoppeld worden aan deel 1 (in dit geval is deel 1 eerder een inleidende activiteit). De activiteit kan ook afzonderlijk gespeeld worden.
    In een rollenspel moeten verschillende partijen (arbeiders, onderaannemer van Nike, NGO-afgevaardigde, vertegenwoordigers van Nike, ...) samen naar oplossingen zoeken voor de problemen van de arbeiders. Ze worden tijdens deze zoektocht echter telkens geconfronteerd met nieuwe feiten die het zoeken naar oplossingen moeilijker maken en de discussie in een heel andere richting kunnen sturen.

    Voorbereiding
  • Zet de stoelen in een kring
  • Kopieer de personagekaartjes (bijlage 1) op karton of dik papier en knip ze uit.
  • Als er minder deelnemers zijn dan 20, selecteer dan op voorhand de personagekaartjes op de volgende manier: zorg ervoor dat je kaartjes weglaat van landen die meerdere malen voorkomen (vooral V.S. en Indonesië).
  • Lees het ‘Nike-verhaal’ en de personagekaartjes op voorhand aandachtig, lees eventueel de achtergrondinformatie.

  • Eerst even dit...

    Nike is in het verleden regelmatig het doelwit geweest van kritiek op de arbeidsomstandigheden in haar onderaannemingen, vooral in Azië. Ook in allerlei acties en campagnes voor betere werkomstandigheden in textielfabrieken en in de sportschoenenindustrie speelde Nike meestal de hoofdrol.
    Voor velen zal deze workshop dan ook de zoveelste confrontatie zijn met dit onderwerp.

    Toch hebben we gekozen voor Nike omdat dit merk toch nog steeds een duidelijk voorbeeld is om het concept globalisering en de gevolgen ervan uit te leggen. Het merk maakt namelijk deel uit van de leefwereld van veel jongeren.

    In de workshops wordt verscheidene malen verwezen naar de positieve evolutie met betrekking tot verbetering van arbeidsomstandigheden en de zogenaamde invoering van een gedragscode. Volgens de website van de Schone Kleren campagne heeft Nike inderdaad een gedragscode maar: “daarin ontbreekt de norm van een leefbaar loon. Bovendien wordt de code niet onafhankelijk gecontroleerd. We kunnen dus nooit zeker weten of de Nike-producten die we kopen, in rechtvaardige omstandigheden gemaakt zijn. In veel landen zijn nog steeds voorbeelden te vinden van onveilige Nike-fabrieken met ongezonde arbeidsomstandigheden, waar vakbonden geweerd worden en met lange werkweken voor lonen waar nauwelijks van te leven valt.”

    Voor de inhoud van de getuigenissen in deze workshop werd zoveel mogelijk gebruik gemaakt van recent informatiemateriaal. Dit is niet altijd gelukt. Nike werd vooral in de jaren ’90 geviseerd, waardoor er dus meer informatie uit deze periode te vinden is en dat heel recent materiaal bijna onvindbaar is. Toch zijn alle aspecten die aan bod komen in de getuigenissen en de situaties nog actueel. Misschien komen ze in mindere mate voor bij Nike (in vergelijking met de jaren ’90) maar ze zijn zeker nog schering en inslag in veel (kleding- en schoenen)fabrieken, vooral in Azië. Het kan natuurlijk zijn dat de situatie in bepaalde fabrieken, die in de getuigenissen vermeld worden, veranderd is. We willen dan ook beklemtonen dat het niet de bedoeling is om bepaalde fabrieken waar de situatie misschien verbeterd is, opnieuw in een negatief daglicht te plaatsen. We willen met de getuigenissen en de situaties gewoon de problematiek concretiseren. De situaties in de getuigenissen zijn immers niet uit de lucht gegrepen, ze zijn gebaseerd op bestaande rapporten of informatie over bepaalde fabrieken (bronnen staan telkens boven de getuigenis). De situaties en gebeurtenissen hebben dus effectief plaatsgevonden, en vinden nog steeds plaats (misschien in andere fabrieken, misschien in mindere mate...).


    Verloop

    Deel 1

    Fase 1: kennismaking met het personage

    • De deelnemers zitten nog niet in de kring, maar staan verspreid over het lokaal.
    • Zorg ervoor dat ze op een redelijke afstand van elkaar kunnen staan.
    • Geef elke deelnemer een personagekaartje (getuigenis) (bijlage 1). Geef ze de opdracht het kaartje aandachtig te lezen en zich goed in te leven in de situatie van het personage. Vertel er ook bij dat ze moeten weten uit welk land hun personage komt en dat ze dit goed moeten onthouden. Ook moeten ze een korte beschrijving van hun personage kunnen geven. Ze moeten de situatie van hun personage dus echt goed kennen en memoriseren.

    Fase 2: een web van verbanden

    • De deelnemers zitten in een kring, de begeleider ook. De begeleider houdt het bolletje wol vast.
    • De begeleider leest het ‘Verhaal van Nike’ voor (bijlage 2).
    • In het verhaal worden voortdurend landen vernoemd. De deelnemers moeten reageren door luid ‘NIKE’ te roepen, als ze de naam van het land horen waar hun personage vandaan komt. Ze mogen ook reageren (‘NIKE’ roepen) wanneer de voorgelezen passage overeenkomt met de rol van hun personage in het Nike-verhaal.
    • Het bolletje wol wordt toegeworpen naar de deelnemer die als eerste ‘NIKE’ roept, bij het horen van zijn of haar land of zijn/of haar rol in het Nike-verhaal.
    • De deelnemer die het bolletje wol opvangt, moet zich voorstellen en heel kort zijn functie in het Nike-verhaal omschrijven (naam, land van herkomst, beroep of rol in het Nike-verhaal).
    • Het is uiteraard de bedoeling dat elke deelnemer een stuk garen vasthoudt, als hij of zij het bolletje wol verder werpt. Op die manier ontstaat er een groot web van draden.
    • De deelnemers moeten zeer aandachtig zijn, want sommige landen of ‘rollen’ worden maar één keer vermeld in het Nike-verhaal, of andere landen (bv. Indonesië, Australië, V.S., ... ) worden precies evenveel keren vermeld als het aantal personagekaartjes voor dat land. Wanneer een deelnemer dus niet reageert bij het horen van zijn of haar land of functie binnen het Nike verhaal, kan het zijn dat hij of zij de kans mist om het bolletje wol in handen te krijgen. De deelnemers moeten dus goed opletten en elke gelegenheid benutten om te reageren.

    Fase 3: bespreking

    • Dit eerste deel wordt afgesloten met een groepsgesprek aan de hand van de volgende vragen:
    • Waarvoor staat het web dat we hier gemaakt hebben symbool? (onderlinge afhankelijkheid tussen landen)
    • Weet iemand hoe we deze wereldwijde samenhang tussen landen noemen? (begrip ‘globalisering’ eventueel aanhalen en verder uitleggen)
    • Welke werelddelen (en/of landen) zijn allemaal aan bod gekomen in het Nike-verhaal?
    • Hoe noemen we zo’n bedrijf dat op verschillende plaatsen in de wereld gevestigd is, dat zijn producten in verschillende landen in de wereld maakt en verkoopt?
    • Ken je nog andere voorbeelden van multinationals? (of transnationale/multinationale ondernemingen)
    • Wat is het verband tussen multinationals en globalisering?
    • Wat zijn de grootste problemen van de arbeiders uit het Zuiden, onder welke omstandigheden moeten zij werken? (deelnemers sommen belangrijkste problemen kort op, aan de hand van de informatie op de personagekaartjes: lage lonen, gevaarlijk/ongezond werk, geen recht op staking, vakbonden, heel veel overuren, vernedering, soms mishandeling, geen/weinig vakantiedagen ...)

    Indien je enkel deel 1 van deze activiteit doet, kan je best de nabespreking uitbreiden met volgende vragen. Als je deel 2 erbij neemt, mag je deze vragen overslaan. Ze komen in deel 2 terug aan bod.

    • Welke jobs hebben de personages? (deelnemers omschrijven kort welke job hun personage heeft)
    • Welke personages hebben de beste jobs? Welke de slechtste? (deelnemers schetsen kort hun arbeidsomstandigheden)
    • Welke personages leven in rijkdom/armoede? (deelnemers schetsen kort de levensomstandigheden van de personages)
    • De deelnemers verdelen zich in twee groepen. Ze moeten er zelf achter komen (door onderling overleg) volgens welke criteria ze de groep in 2 kunnen delen (bv. Westen/Lageloonlanden, Noorden/Zuiden, Rijke landen/arme landen, leven in rijkdom/armoede, ...). Het is de bedoeling dat ze op die manier inzien dat er in het hele Nike-verhaal een kloof is tussen arm en rijk, dat er mensen zijn die van het Nike-succes kunnen ‘profiteren’ en dat er mensen zijn die uitgebuit worden of in armoede leven ...

    Als je dieper wil ingaan op het concept globalisering, kan je de volgende vragen stellen:

    • Ga je akkoord met de volgende stelling? ‘Globalisering vergroot de kloof tussen arm en rijk’
    • Wat is het verband tussen het schenden van sociaal-economische rechten en globalisering?
    • Kan globalisering alleen negatief zijn of ook positief?
    • Wat moet er veranderen? Hoe kan dit gebeuren?
    • Wat kunnen we zelf doen? Zou een boycot van producten die onder slechte omstandigheden gemaakt zijn, de problemen kunnen oplossen?
    • Waarom/waarom niet? (dieper ingaan op nadelen van, problemen bij een boycot)
    • Is je beeld van multinationals veranderd? Kijk je er nu anders tegenaan? Waarom (niet)?


    Deel 2: mogelijkheid 1: De mensenrechtentest

    Fase 1: Doe de test

    • Alle deelnemers gaan naast elkaar, op een rechte lijn staan. Zorg ervoor dat de deelnemers voldoende plaats hebben om naar voor of naar achter te gaan.
    • De deelnemers zitten nog steeds in de huid van hun personage.
    • De begeleider leest de sociale en economische rechten één voor één voor.
    • Wanneer de deelnemers denken dat het personage op hun kaartje van het voorgelezen recht kan genieten, gaan ze een stap vooruit. Wanneer het voorgelezen recht van hun personage geschonden wordt, gaan ze een stap achteruit.
    • Op die manier wordt de kloof tussen de verschillende actoren binnen het Nike-verhaal letterlijk weergegeven. De personages uit het Westen zullen veel meer vooraan staan dan de personages uit het Zuiden.
    • De deelnemers blijven tijdens de nabespreking in dezelfde positie staan!

    Fase 2: Nabespreking

    • Welke personages staan meer vooraan? Waarom?
    • Hoe voel je je om meer vooraan/meer achteraan te staan?
    • Wie haalt voordeel uit het ‘Nike-verhaal’? Wie nadeel?
    • Wat is dan het verband tussen economische en sociale rechten en het verhaal van Nike?
    • Wat is het verband tussen economische en sociale rechten en globalisering?
    • Kan globalisering alleen negatief zijn of ook positief?
    • Wat moet er veranderd worden? Hoe kan dit gebeuren?
    • Wat kunnen we zelf doen? Zou een boycot van producten die onder slechte omstandigheden gemaakt zijn, de problemen kunnen oplossen?
    • Waarom/Waarom niet? (dieper ingaan op nadelen van, problemen bij een boycot)
    • Is je beeld van multinationals veranderd? Kijk je er nu anders tegenaan? Waarom (niet)?


    Deel 2: Mogelijkheid 2: Rollenspel ‘Nike in China’

    Fase 1

    • De deelnemers worden in groepjes van 6 (of meer) verdeeld.
    • Elke deelnemer uit het groepje krijgt een nieuw personagekaartje (bijlage 3). Indien er meer dan 6 personen in een groepje zitten, geef dan hetzelfde personagekaartje van een arbeidster aan 2 verschillende personen.
    • Zorg ervoor dat iedereen een ander kaartje heeft dan in de eerste ronde. Enkele personagekaartjes zijn namelijk hetzelfde (kaartje van Li Wong, Chung Tsai en Bill Renton).
    • Elke deelnemer leest zijn personage aandachtig en probeert zich goed in te leven in de rol.

    Fase 2

    Het rollenspel bestaat uit verschillende rondes:

    Eerste ronde:

    • De personages stellen zich aan elkaar voor. Ze omschrijven nauwkeurig wie ze zijn, wat hun problemen zijn, wat voor een soort leven ze leiden... Het is niet nodig dat ze elk detail van het personage vertellen, maar de groepsgenoten moeten wel een goed beeld hebben van wie wie is.
    • Elke groep krijgt de eerste twee ‘feitenkaartjes’ (bijlage 4). Iemand uit de groep leest elk kaartje voor.
    • In elke groep wordt gedurende 15 minuten overlegd wat de belangrijkste problemen zijn, en welke problemen opgelost moeten worden. (zowel de problemen uit de getuigenissen als de problemen op de feitenkaartjes)
    • Iemand van de groep schrijft dit neer.
    • Na 15 minuten vertelt elke groep welke problemen ze hebben vastgesteld en welke plannen ze hebben om de problemen op te lossen.
    • Elk groepslid tracht daarbij de problemen en de oplossingen vanuit het standpunt van zijn of haar personage te bekijken!!

    Tweede ronde:

    • Tijdens het brainstormen over mogelijke oplossingen, krijgen de deelnemers om de 5 minuten een kaartje met een feit (bijlage 4). Dit feit kan de discussie grondig in de war sturen of gewoon een nieuwe richting in sturen. Vertel er ook bij dat de deelnemers gebruik moeten maken van de kennis die ze opgedaan hebben in het eerste deel uit de personagebeschrijvingen De begeleider geeft elke groep dus om de 5 minuten een nieuw feitenkaartje volgens de volgorde in de bijlage.
    • Volgende feiten komen aan bod:
      • Verbod op onafhankelijke vakbonden
      • Arbeidsrechten in Internationaal verdrag voor economische en sociale rechten worden in China niet gerespecteerd
      • Nike laat geen externe controle toe in fabrieken
      • 59 Nike-fabrieken in China: allemaal afhankelijk van bestellingen uit de V.S.
      • Nike wil goede relatie met Chinese overheid behouden, wil niet pleiten voor meer arbeidsrechten
    • De reeks feiten die de deelnemers krijgen, is zo opgebouwd dat elke meest voor de hand liggende oplossing met een volgend feit omver geworpen wordt. Wanneer de deelnemers met andere woorden een idee krijgen voor een oplossing, is deze oplossing even later misschien niet meer mogelijk (door het bijkomende feit) en zullen zij dus op zoek moeten gaan naar een nieuwe oplossing. Een voorbeeldje: Tijdens de eerste ronde komen de deelnemers waarschijnlijk op het idee om te staken of om vakbonden op te richten om hun rechten af te dwingen. Dit lijkt een logische oplossing. Maar in een volgende ronde krijgen ze het feitenkaartje dat hen vertelt dat staken en onafhankelijke vakbonden in China verboden zijn. Ze moeten dus op zoek gaan naar een andere oplossing.
    • Indien je denkt dat deze opdracht te moeilijk is voor jouw doelgroep, kan je gebruik maken van de ‘tips voor mogelijke oplossingen’ (bijlage 5). Deze steekwoorden kunnen de deelnemers helpen nadenken over mogelijke oplossingen. Deelnemers mogen natuurlijk ook andere oplossingen naar voor schuiven.
    • Wanneer alle feitenkaartjes uitgedeeld zijn, krijgen de deelnemers nog 10 minuten tijd om na te denken over de uiteindelijke oplossingen die ze gaan voorstellen. Ze schrijven deze oplossingen op.

    Fase 3: Nabespreking

    • Laat eerst elke groep haar oplossingen voorstellen, zonder commentaar te geven en zonder dat andere groepen commentaar geven. Onthoud wel wie wat ongeveer gezegd heeft.
    • Stel vervolgens de volgende vragen aan de hele groep:
      • Wat moet er veranderd worden zodat mensenrechten (of economische en sociale rechten) nageleefd worden?
      • Welke oplossingen zijn realistisch? Welke niet? Waarom?
      • Wat waren de oplossingen die jullie in de eerste instantie hadden voorgesteld? Waarom zijn ze niet mogelijk?
      • Vergelijk de verschillende oplossingen die de verschillende groepen voorgesteld hebben. Welke zijn de beste? De meest haalbare? de meest realistische? ...
    • Stel eventueel nog andere oplossingen voor of geef een kort overzichtje van eisen van NGO’s.
    • Als je wil kan je ook hier nog dieper ingaan op globalisering in het algemeen, op het verband tussen globalisering en schending van economische en sociale rechten, op multinationals (en boycots), ... Je kan hiervoor gebruik maken van de discussievragen uit het eerste gedeelte.

    Bijlagen

    Kopieer de bijlagen op dik papier of karton en knip de kaartjes uit.
    Bijlage 1: personagekaartjes Nike (algemeen)
    Bijlage 2: Het verhaal van Nike
    Bijlage 3: Personagekaartjes Nike in China
    Bijlage 4: Feitenkaartjes
    Bijlage 5: Tips voor mogelijke oplossingen


    Startpagina VORMEN vzw | Startpagina RECHT-vaardig | Vorige | Volgende | Overzicht workshops | Inhoudstafel