| Niveau |
1 |
| Doelstellingen |
- Weten dat het recht op voedsel een mensenrecht is.
- Met voorbeelden kunnen aantonen dat structurele ontwikkelings-projecten effectiever zijn dan noodhulp.
- De betekenis van duurzame ontwikkeling kennen en kunnen aantonen met voorbeelden.
- Inzien dat recht op voedsel meer betekent dan gewoon een dagelijkse portie eten en dat voedsel vaak een onderdeel vormt van een cultuur.
- Inzien dat niet al het voedsel binnen een bepaalde cultuur gegeten wordt en dat dit voor problemen kan zorgen in de ontwikkelingshulp.
- Beseffen dat iedereen zijn steentje kan bijdragen tot de realisatie van het recht op voedsel/het recht op een behoorlijke levensstandaard.
- Producten van eerlijke wereldhandel kennen en weten waar ze te koop zijn.
|
| Onderwerpen en rechten |
- Het recht op voedsel en een behoorlijke levensstandaard
Het recht op culturele eigenheid
Belang van duurzame ontwikkeling: structurele ontwikkelingshulp versus noodhulp
|
| Tijdsduur/timing |
Totaal: 1 uur
Fase 1: 5 minuten
Fase 2: 5 minuten
Fase 3: 30 minuten
Fase 4: 20 minuten
|
| Materiaal |
- Het verhaal van de planeet Hunnie (bijlage 1)
- De situaties (bijlage 2)
- Een ontbijtbordje voor elk groepje
- Mandjes, kommetjes of doosjes voor de voedselkaartjes van de planeet Hunnie (1 per groep met alle voedsel)
- De voedselkaartjes van de planeet Hunnie (bijlage 3) en de kaartjes met het Andere-planeten-eten (bijlage 4)
- Een tafel voor elke groep
- Een stoel voor elke deelnemer
|
| Korte omschrijving |
De deelnemers leven op de planeet Hunnie waar grote hongersnood heerst. De planeet Hunnie krijgt echter voedsel aangeboden van de omliggende planeten.
Bij elk aanbod van voedsel worden de deelnemers voor een keuze gesteld: het aangeboden voedsel aannemen, of op hun eigen, steeds slinkende voorraden teren. Verondersteld wordt dat zij zich het liefst zullen houden aan wat zij kennen en dat ze op het einde van het spel door hun rantsoen heen zitten. Dan wordt in een discussie de terugkoppeling naar de realiteit gemaakt.
|
| Voorbereiding |
- Kopieer Het verhaal van de planeet Hunnie (bijlage 1) en de situaties (bijlage 2), hier heeft alleen de begeleider een exemplaar van nodig.
- Kopieer de voedselkaartjes op stevig papier en knip ze uit: de Hunnie-voedselkaartjes en de kaartjes met het Andere-planeten-eten (bijlage 3).
- Zorg ervoor dat je zeker voldoende kaartjes hebt gekopieerd. Het aantal kaartjes hangt af van het aantal groepjes:
- Alle Hunnie-voedselkaartjes (bijlage 3) voor elke groep, én nog een voorraad Hunnie-voedselkaartjes om eventueel later uit te delen
- Alle kaartjes met het Andere-planeten-eten (bijlage 4) voor elke groep.
- Maak de mandjes klaar (een mandje stelt de reusachtige diepvries voor waar al het eten van de planeet Hunnie in bewaard wordt): voor elk groepje een mandje met 1 reeks van de Hunnie-voedselkaartjes.
- Zet voor elke groep een tafel en stoelen klaar zodat de groepjes onmiddellijk samen kunnen gaan zitten bij het begin van het spel.
- De kaartjes met het Andere-planeten-eten worden bijgehouden door de begeleider. Wanneer een groepje na het voorlezen van een situatie beslist om te kiezen voor dit andere-planeten-eten, geeft de begeleider aan de groep het kaartje in kwestie. De overige Hunnie-voedselkaartjes (die niet in de mandjes van de deelnemers liggen) worden ook bijgehouden door de begeleider, en pas uitgedeeld als dat nodig is...
|
FASE 1: UITLEG BIJ DE MANDJES EN DE ONTBIJTBORDJES
Geef elke groep een ontbijtbordje en een mandje met Hunnie-voedsel. Vertel erbij dat het mandje de grote diepvries voorstelt met de resterende voedselvoorraad, het enige voedsel dat (voorlopig) nog te vinden is op de planeet Hunnie. Het voedsel dat op het ontbijtbordje terecht komt, is voedsel dat zogezegd geconsumeerd is. De hunniebewoners hebben het met andere woorden opgegeten en (voorlopig) hun honger ermee gestild.
FASE 2: HET VERHAAL VAN DE PLANEET HUNNIE
De begeleider staat voor de groep en leest het verhaal van de planeet Hunnie voor en de deelnemers luisteren aandachtig (bijlage 1). Het is belangrijk dat het verhaal heel expressief wordt voorgelezen zodat de aandacht van de deelnemers niet verzwakt. Vertel er eventueel bij dat de deelnemers goed moeten luisteren naar de inhoud van het verhaal, dat bepaalde zaken hen later nog van pas zullen komen.
FASE 3: VOORLEZEN VAN DE SITUATIES EN KEUZES MAKEN
- Na het verhaal worden de situaties of de keuzemogelijkheden één voor één voorgelezen (bijlage 2).
- Na elke voorgelezen situatie mogen de groepjes even overleggen over de keuze die ze zullen maken of de alternatieve oplossing die ze kunnen voorstellen. Het is handig voor de begeleider om deze alternatieve oplossing te noteren, een groep kan daar later extra voedsel mee verdienen.
- Wie beslist het Andere-planeten-eten te aanvaarden krijg een kaartje met het Andere-planeten-eten van de begeleider en legt het op het ontbijtbordje. Wie beslist de eigen voorraad aan te spreken, neemt het voedselkaartje uit het mandje en legt dit op het ontbijtbordje.
- Opgelet: de kaartjes die op het ontbijtbordje van de deelnemers liggen, worden verondersteld geconsumeerd te zijn, de kaartjes die in het mandje liggen, behoren tot de voedselvoorraad (het mandje stelt de grote diepvries voor...)
- De groepjes die een andere (duurzame) oplossing aanbieden, krijgen na een volgende ronde extra voedsel. Wanneer dit precies gebeurt, staat in de situaties aangegeven. Deze situaties worden ook voorgelezen door de begeleider. De alternatieve oplossingen die de groepjes voorgesteld hebben moeten niet noodzakelijk overeenkomen met de oplossingen die in de situaties voorgesteld worden. Als de voorgestelde oplossing ook duurzaam is, krijgt het groepje ook extra voedsel dat ze in het mandje mogen leggen (het duurzaam voedsel vult met andere woorden de voedselvoorraad in de diepvries aan, zodat ze er op langere termijn nog iets aan hebben).
- Als alle situaties doorlopen zijn, telt elke groep het aantal kaartjes in de grote diepvries (het mandje), de kaartjes op het ontbijtbordje worden niet meegeteld omdat deze geconsumeerd zijn. De groep met het meeste Hunnie-voedselkaartjes is de winnaar en heeft het meeste voedsel voor de toekomst.
- Veel groepjes zullen echter op het einde van het spel door hun voedselvoorraad in de diepvries (het mandje) heen zitten en de diepvries niet aangevuld hebben met nieuw voedsel omdat zij het Andere-planeten-eten niet aantrekkelijk genoeg vonden of omdat ze geen andere duurzame oplossingen gevonden hebben.
FASE 4: GROEPSGESPREK
Hierna mag ieder groepje om de beurt zijn bevindingen naar buiten brengen en gaat de discussie in de hele groep, onder leiding van de begeleider, verder. Het eerste gedeelte van de vragen heeft betrekking op het spel zelf, de volgende reeksen vragen zijn opgedeeld in verschillende themas. Als wegens tijdgebrek niet alle vragen gesteld kunnen worden, selecteer dan op voorhand de vragen of themas die je zeker aan bod wilt laten komen.
Vragen:
Vragen over de planeet Hunnie
- Hoeveel voedsel zit er nog in jullie diepvries (in het mandje)? Hoe komt het dat er zo weinig (of veel) inzit? Zullen jullie hier nog lange tijd mee toekomen? Wat gaan jullie dan doen?
- Hoe voelen jullie Hunniebewoners je nu?
- Wat hadden de andere planeten nog kunnen doen om jullie te helpen? (bv.: ze hadden ons kunnen vragen wat wij graag eten, wat er bij ons gegeten wordt).
- Kan je de bewoners van de planeet Hunnie begrijpen? (Je kan hier de link leggen met vegetarisme of veganisme, vraag of er vegetariërs zijn in de klas en of deze situatie vergelijkbaar is.)
- Hebben jullie al eens honger gehad? Wat betekent honger hebben voor jou?
Voedsel is cultureel bepaald
- Waarom hebben Hunniebewoners soms voedsel van andere planeten geweigerd?
- Zou jij dingen eten die je echt niet lust als je echt grote honger hebt, zou je als vegetariër vlees eten als je grote honger hebt?
- Eten alle mensen over de hele wereld hetzelfde? Zijn er dingen die sommige mensen eten en mensen uit andere landen of culturen nooit zullen eten? Wat vind je daarvan? Zijn er zaken die mensen van bepaalde godsdiensten nooit zullen eten? (voorbeelden: eten van hondenvlees in China, in meeste delen van de wereld is paard eten een taboe, varkensvlees is taboe voor Islamieten, ...).
Voedselhulp en ontwikkelingshulp
- Wat vond je ervan dat de andere planeten de bewoners van de planeet Hunnie kwamen helpen?
- Wordt er op onze planeet ook iets gedaan als er mensen honger hebben? Geef voorbeelden. (voedselhulp, voedselpakketten, ontwikkelingsprojecten,...)
- Wat denk je dat het meeste nut heeft om mensen die honger hebben, die arm zijn, te helpen? (de link leggen met duurzame ontwikkeling en de betekenis ervan, structurele hulp versus noodhulp,...)
- Is ontwikkelingssamenwerking alleen ervoor zorgen dat mensen voldoende voedsel hebben? Of is het veel meer dan dat? Geef voorbeelden.
- Wanneer is het recht op voedsel volgens jou gerealiseerd? (ook hier kan je terugkomen op duurzaamheid, op het zelf voortbrengen van voedsel (landbouw), voldoende inkomsten om voldoende voedsel te verzekeren, gezond, gevarieerd en aangepast voedsel, ...)
Wat kunnen we zelf doen?
- Kunnen wij zelf ook een steentje bijdragen om mensen in het Zuiden te helpen? Hoe dan?
- Heb je zelf al zoiets gedaan? Je ouders? Hoe voelde je je toen?
- Ben je na deze workshop meer gemotiveerd om iets te ondernemen. (deelnemen aan acties van NGOs, producten van eerlijke wereldhandel kopen,...)?
| Bijlagen |
Bijlage 1: Het verhaal van de planeet Hunnie
Bijlage 2: De situaties voedselhulp van de andere planeten
Bijlage 3: Hunnie-voedselkaartjes
Bijlage 4: Kaartjes met het Andere-planeten-eten
|
|