Startpagina VORMEN vzw | Startpagina RECHT-vaardig | Volgende | Overzicht workshops | Inhoudstafel

RECHT-vaardig, menswaardig: Hintionary (1)


Niveau 1
Doelstellingen Economische en sociale rechten in het algemeen (kennismaking met deze rechten)
Onderwerpen en rechten
  • Weten wat economische en sociale rechten zijn.
  • Algemene inhoud kennen van de economische en sociale rechten in het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten.
  • Corrigeren van de beeldvorming en het begrip inzake mensenrechten: inzien dat mensenrechten niet alleen burgerlijke en politieke rechten zijn.
  • Economische en sociale rechten kunnen toetsen aan de realiteit, aan concrete situaties.
Tijdsduur/timing

45 minuten

Materiaal
  • Kaartjes met economische en sociale rechten (bijlage 1) gekopieerd en uitgeknipt voor elke groep. Je legt de kaartjes best recht per recht bij elkaar, omdat elk team in elke ronde hetzelfde kaartje moet hebben.
  • Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten, voor elke groep een tweetal exemplaren (achteraan in het pakket).
  • Voldoende papier en stiften (of pennen) voor elke groep.
  • Flip-chart, groot blad of bord met stift of krijt om de scores op te schrijven.
  • Een tafel voor elk team en een stoel voor elke deelnemer
  • Een voldoende groot lokaal zodat de teams op een behoorlijke afstand van elkaar kunnen zitten.
  • Plakband of speldjes om de tekeningen op te hangen.
Groepsgrootte

Tussen 8 en 25 deelnemers

Korte omschrijving

Een teamspel waarin deelnemers economische en sociale rechten op een creatieve manier moeten uitbeelden of tekenen. Andere teamspelers zoeken uit om welk recht het gaat.

Voorbereiding

  • Kopieer de reeks economische en sociale rechten zoveel keer als het aantal groepen en knip ze uit.
  • Leg dezelfde rechten samen zodat je ze gemakkelijk kan uitdelen tijdens het spel.
  • Kopieer het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele rechten: voor elke groep een tweetal exemplaren (achteraan in het pakket terug te vinden).
  • Zet de tafels en de stoelen klaar in het lokaal, op een voldoende afstand van elkaar.
  • Zet het scorebord klaar.

Verloop

INLEIDING

Vraag aan de deelnemers of ze weten wat mensenrechten zijn. Laat ze enkele voorbeelden geven. Maak nog geen onderscheid tussen burgerlijke en politieke rechten en economische en sociale. De voorbeelden zullen vooral burgerlijke en politieke rechten zijn (recht op vrijheid, recht op vrije meningsuiting, recht op privacy, ...). Als ze geen economische en sociale rechten als voorbeeld hebben gegeven, vraag er dan ook niet naar.

FASE 1: VOORBEREIDING VAN DE TEAMS

  • Vraag aan de deelnemers om zich te op te delen in groepjes van vier tot vijf personen. Elke groepje bedenkt een naam voor zijn team. De naam moet iets te maken hebben met economische en sociale rechten. Vertel er op dat moment nog niet bij wat economische en sociale rechten zijn. Laat ze zelf nadenken en een naam verzinnen, zo zie je of de deelnemers al enig idee hebben wat economische en sociale rechten zijn.
  • Schrijf de namen van alle teams op een groot blad (of flipchart) of op een bord. Achter de namen wordt per ronde genoteerd of het team een punt behaald heeft.
  • De teams nemen verschillende bladen papier en een potlood en verspreiden zich over de ruimte. De teams zitten op een voldoende afstand van elkaar zodat ze niet kunnen afluisteren.

FASE 2: HINTIONARY

  • In het begin van elke ronde ontvangt één persoon per team een verkorte versie van een artikel uit de het Internationaal Verdrag inzake Economische en Sociale en culturele rechten (bijlage 1).
  • Roep per team telkens één persoon bij je en geef hen één van de rechten (elke persoon hetzelfde recht).
  • Deze personen gaan terug naar hun team om het recht te tekenen of uit te beelden. De begeleider bepaalt of het recht getekend of uitgebeeld wordt. Je kan best afwisselen. Het tekenen of uitbeelden mag pas beginnen als de begeleider een startsein gegeven heeft.
  • De andere leden van het team moeten raden over welk recht het gaat. Ze mogen hierbij gebruik maken van het Internationaal Verdrag inzake Economische en Sociale rechten (volledige versie, achteraan in de bundel). Het team dat het recht als eerste raadt, krijgt een punt. Uiteraard moet elk recht beginnen met ‘het recht op...’ . Dit mag je erbij vertellen.
  • Op het moment dat iemand uit het team het juiste antwoord zegt, steekt de ‘uitbeelder’ of de tekenaar zijn of haar hand in de lucht en roept ‘juist’. De begeleider controleert vervolgens of het antwoord juist is. Het team met de meeste punten wint. De punten worden opgeschreven onder (of naast) de teamnaam op een groot blad papier of op een bord, zodat ze voor iedereen zichtbaar zijn.
  • Bij het tekenen mogen geen letters of cijfers gebruikt worden, bij het uitbeelden mag er uiteraard niet gesproken worden. Ook mogen er geen vragen gesteld worden, de teamleden mogen alleen raden.
  • Hou ondertussen in het oog op welke manier de rechten getekend of uitgebeeld worden. Het is natuurlijk het gemakkelijkst om voorbeelden uit te beelden of te tekenen waarmee het recht verband houdt. Rechten zelf zijn misschien te abstract om te tekenen of uit te beelden. Als sommigen niet met voorbeelden werken, mag je ze de tip geven dat wel te doen... Wacht echter eerst enkele ronden af zodat ze de tijd hebben om zelf uit te zoeken hoe ze de rechten het best tekenen of uitbeelden.
  • Na elke tekenronde vraag je aan de tekenaars om het recht op hun tekening neer te schrijven, ongeacht of het recht geraden werd of niet. Daarna leggen ze het papier opzij.
  • Zorg ervoor dat iedereen in elke team zowel getekend als uitgebeeld heeft. Na maximum 10 rondes rond je het spel af.
  • Op het einde van het spel hangen de teams hun tekeningen op of worden ze centraal op de grond gelegd zodat de verschillende interpretaties en tekeningen van de verschillende rechten kunnen vergeleken en besproken worden. Ook wordt er kort besproken op welke manier rechten uitgebeeld of getekend werden, welke voorbeelden er gebruikt werden, wat het verband is tussen de voorbeelden en de rechten, ...

FASE 3: NABESPREKING

  • Was het makkelijker of moeilijker dan jullie verwachtten om economische en sociale rechten af te beelden?
  • Zou het uitbeelden of tekenen van burgerlijke en politieke rechten makkelijker of moeilijker zijn? Waarom? (geef desnoods nog enkele voorbeelden van burgerlijke en politieke rechten zodat iedereen het verschil met economische en sociale rechten goed begrijpt. )
  • Ga vervolgens na wat de deelnemers bijgeleerd hebben over economische en sociale rechten: wisten jullie dat dit ook mensenrechten zijn? Waarom wordt er minder over deze rechten gesproken denk je? Zijn deze mensenrechten makkelijker of moeilijker te verwezenlijken dan de burgerlijke en politieke rechten? Waarom wel, waarom niet?
  • Vinden jullie het vanzelfsprekend om deze rechten te hebben? Voor wie is dit niet vanzelfsprekend?
  • Zijn economische en sociale rechten belangrijk in jullie leven? Waarom wel, niet? Voor wie zijn ze heel belangrijk?
  • Welk recht is je het meest bijgebleven, heeft je het meest doen nadenken? Waarom?
Bijlage 1

Kaartjes met rechten

(1) Naar “Teken-het-woordspel” uit Kompas, een handleiding voor mensenrechteneducatie met jongeren, Nederlandstalige vertaling door VORMEN vzw van COMPASS, Council of Europe.


Startpagina VORMEN vzw | Startpagina RECHT-vaardig | Volgende | Overzicht workshops | Inhoudstafel