Startpagina VORMEN vzw | Startpagina RECHT-vaardig | Vorige | Volgende | Overzicht workshops | Inhoudstafel

RECHT-vaardig, menswaardig:
Economische en sociale rechten


Historische achtergrond van het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten
Inhoud van het Internationale Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten
Afdwingbaarheid van economische en sociale rechten
Nog even een blik op het Europees Sociaal Handvest
Relatie tussen burgerlijke en politieke rechten en economische en sociale rechten
Links
Werkvormen

Historische achtergrond van het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten

De eerste pogingen van geletterde samenlevingen om te schrijven over rechten en verantwoordelijkheden gaan meer dan 4000 jaar terug tot de Babylonische Code van Hammourabi. Deze code, het Oude en het Nieuwe Testament van de Bijbel, de Analecten van Confucius, de Koran en de Hindu Vedas zijn de 5 oudste geschreven bronnen die de plichten, rechten en verantwoordelijkheden van de mens omschreven. Ook de Inca’s, de Azteken en de Iroqois hadden gedrags- en rechtvaardigheidscodes die teruggaan tot de 18e eeuw. Andere documenten van voor Wereldoorlog II zoals de Engelse Bill of Rights, de Amerikaanse grondwet en de Bill of Rights van de Franse Verklaring van de Rechten van de mens en de Burger, concentreerden zich vooral op burgerlijke en politieke rechten: o. a. het recht van de burgers op gelijkheid, vrijheid en een goede rechtsbedeling en op deelname aan het politieke leven van hun gemeenschap en maatschappij via het stemrecht.

Onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog ontstond het mensenrechtenverdrag als antwoord op de gruweldaden van staten tegenover onschuldige burgers. Dit verdrag moest internationale relaties verbeteren maar daarnaast, en vooral, moesten staten hun burgers bepaalde rechten vrijwaren. Het doel van deze rechten was bescherming bieden aan iedereen waar ook ter wereld.

Het eerste officiële document van de internationale mensenrechten was de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, unaniem goedgekeurd en geratificeerd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 10 december 1948. De kernboodschap van het verdrag komt hierop neer: inherente menselijke waardigheid aan eenieder. Samen met de Universele Verklaring ontstond er ook een nieuwe visie rond mensenrechten: de erkenning dat mensenrechten onderling afhankelijk zijn, ondeelbaar en universeel zijn.
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens bepaalt wat de basisrechten voor iedereen in de wereld zijn. Regeringen hebben bij de ondertekening beloofd bepaalde rechten te vrijwaren voor iedereen, zowel voor burgers in eigen land als in andere landen. Met andere woorden, staatsgrenzen mogen niet verhinderen anderen te helpen om effectief hun rechten te verkrijgen. De verklaring moet enerzijds burgerlijke en politieke vrijheden garanderen (door het recht op leven, op fysieke integriteit, vrije meningsuiting, op geloof, op eerlijke rechtszaken,...) en anderzijds het economisch en sociaal welzijn (door het recht op een behoorlijke levensstandaard, op voedsel, op onderdak, op onderwijs, op werk en gezondheid.)
Sinds 1948 is de UVRM de internationale standaard voor de mensenrechten. In 1993 hebben 171 staten die samen 99% van de wereldbevolking vertegenwoordigen, in een wereldconferentie herbevestigd dat ze de mensenrechten ernstig willen nemen.
Al is de UVRM de inspiratiebron voor een groot deel van het internationaal recht betreffende mensenrechten, zelf heeft het geen bindende kracht. Wel heeft het als algemene principeverklaring een belangrijk gewicht in de publieke opinie.
Daarom was het de bedoeling om de principes van de UVRM te vertalen in een internationaal verdrag. De oorspronkelijke bedoeling om zowel de burgerlijke en politieke vrijheden als de economische en sociale rechten in het verdrag op te nemen, mondde echter uit in een ideologische discussie tussen Oost en West over de aard van mensenrechten, tegen de achtergrond van de Koude Oorlog. Het Westen vond dat de economische en sociale rechten niet op gelijke voet stonden met de burgerlijke en politieke rechten. Economische en sociale rechten konden namelijk niet juridisch afdwingbaar zijn.

Deze ideologische discussie leidde uiteindelijk tot de aanname van twee verschillende verdragen: Het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten, dat de zogenaamde rechten van de ‘eerste generatie’ bevat en het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten of de rechten van de ‘tweede generatie’.

Alle landen die deze verdragen hebben geratificeerd (d.w.z. dat ze dan werden aangenomen door het parlement) hebben daarmee beloofd de wetten in hun land hiermee in overeenstemming te brengen. Meer dan de helft van de staten hebben echter minstens één van deze verdragen niet geratificeerd.
Daarnaast zijn er ook regionale en specifieke mensenrechteninstrumenten die geïnspireerd werden door de UVRM. Zo is er het Afrikaans Charter voor de Rechten van Mensen en Volken, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, Het Europees Sociaal Handvest, de Amerikaanse Conventie betreffende de Rechten van de Mens, Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, Verdrag inzake de Uitbanning van Alle Vormen van Discriminatie van Vrouwen, Verdrag tegen Foltering en andere Wrede, Onmenselijke of Onterende Behandeling of Bestraffing, …

top

Inhoud van het Internationale Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten

Dit verdrag handelt onder meer over discriminatie, gelijkheid van de geslachten, keuze van arbeid, werkomstandigheden, beloning, vakverenigingen, stakingsrecht, vereniging en vergadering, gezin, huwelijk, verlof bij zwangerschap, voedsel, gezondheid, onderwijs, culturele participatie en vooruitgang in de wetenschap . De meeste van deze rechten zijn geformuleerd als aanbevelingen of streefdoelen en daardoor minder bindend dan die van het Verdrag voor Burgerlijke en Politieke Rechten. Bij het verdrag hoort een VN Comité voor Economische, Sociale en Culturele Rechten. Dit comité werd ingesteld in 1987 om toezicht te houden op de uitvoering van het verdrag. Dit verdrag vereist ook dat staten al het mogelijke doen om de rechten te realiseren die beschreven staan in het verdrag. Het verdrag bevestigt bovendien dat de rechten van mannen en vrouwen op dezelfde manier gerealiseerd moeten worden. Het verdrag bepaalt ook het recht van alle mensen op een toereikende levensstandaard, met inbegrip van voedsel en het recht om geen honger te lijden. Het verdrag legt staten op specifieke programma’s te ontwikkelen en verplichtingen aan te gaan ten opzichte van de mensen om hen deze rechten te verzekeren. Ook verplicht het verdrag zijn staten om te streven naar een lager sterftecijfer bij zuigelingen en kinderen en het onder controle krijgen van ziekten.

Staten hebben dus volgens het verdrag vooral verplichtingen. Een staat is verplicht om de economische en sociale rechten te respecteren, te beschermen en te vervullen.
Respecteren betekent dat staten reeds verworven rechten van hun burgers niet mogen schenden. Dit kan bijvoorbeeld wel gebeuren wanneer een staat land onteigent van boeren waardoor het recht op voedsel en een behoorlijke levensstandaard geschonden wordt.
Beschermen betekent dat een staat verplicht is om zijn burgers te beschermen tegen mensenrechtenschendingen van een derde partij zoals bvb. andere staten of bedrijven.
Vervullen betekent dat staten er stap voor stap voor moeten zorgen dat alle rechten voor alle burgers verwezenlijkt worden. Regeringen moeten er bijvoorbeeld voor zorgen dat voedselzekerheid voor iedereen verzekerd wordt, dat iedereen over gratis onderwijs kan beschikken, dat er met andere woorden in de samenleving condities gecreëerd worden waardoor alle rechten vervuld kunnen worden.
Staten moeten er dus op vooruitgaan, achteruitgang is een schending van het verdrag.

Alle economische en sociale rechten kunnen echter niet tegelijkertijd vervuld worden. Er is tijd voor nodig op ze stapsgewijs te verwezenlijken. Om het recht op onderwijs te vervullen, moeten bijvoorbeeld eerst voldoende leerkrachten opgeleid en aangeworven worden, om het recht op gezondheid te verwezenlijken, moeten er misschien eerst nieuwe verplegers en dokters opgeleid worden, ... Toegang tot landbouwgrond voor arme boeren maakt deel uit van de verwezenlijking van het recht op voedsel en een behoorlijke levensstandaard. Er is ook heel wat tijd nodig om alle vormen van discriminatie op de werkvloer tegenover vrouwen, allochtonen of gehandicapten,... uit te bannen, ...
Zeker voor arme landen is het onmogelijk om al deze economische en sociale rechten tegelijk te verwezenlijken. In rijkere landen heerst er daarentegen vaak het probleem dat de verwezenlijking van economische en sociale rechten geen prioriteit is.

Lidstaten van het verdrag kunnen het verdrag op verschillende manieren schenden waaronder de volgende:

top

Afdwingbaarheid van economische en sociale rechten

Het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten (IVBPR) kent 3 procedures: de rapportageprocedure, een statenklachtprocedure en een individuele klachtenprocedure. In een rapportageprocedure moeten staten verslag uitbrengen van de maatregelen die ze genomen hebben om de rechten te respecteren. De rapporten worden voorgelegd aan de Secretaris-Generaal en aan het Comité dat door het verdrag ingesteld werd. Daarnaast is er een statenklachtprocedure waarin staten elkaar kunnen aanklagen voor het schenden van het verdrag. Daarop wordt door het Comité een uitgebreide procedure opgestart waarin de klacht wordt onderzocht. Tenslotte bestaat er nog een procedure op basis van een individueel klachtrecht. Als staten het Optioneel Protocol waarmee deze mogelijkheid aan het IVBPR gekoppeld wordt, geratificeerd hebben, kunnen individuele burgers van die staat een klacht indienen als hun rechten uit dit verdrag geschonden worden.

Het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (
IVESCR) kent alleen een rapportageprocedure. Staten moeten rapporten voorleggen aan de Secretaris-Generaal die vervolgens het rapport voorlegt aan de Economische en Sociale Raad en het Comité inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten.

De formuleringen van de rechten in het IVESCR zijn inhoudelijk veel vager dan die in het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke rechten (IVBPR). De rechten in het IVBPR zijn allemaal op deze manier geformuleerd: ‘ieder heeft het recht op ...’. In de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zijn zowel de burgerlijke en politieke rechten als de economische, sociale en culturele rechten op deze manier geformuleerd (ieder heeft het recht op vrijheid, ieder heeft het recht op werk, ...). De formulering in het IVESCR is daarentegen de volgende: ‘De staten die partij zijn bij dit verdrag erkennen het recht op ...’, ofwel worden staten in het verdrag gewoon aangespoord tot actie of om maatregelen te nemen om bepaalde rechten te verwezenlijken. Op deze manier is het IVESCR veel vager geformuleerd en wordt het idee opgewekt dat de rechten niet bindend zijn.
Het bindend karakter van het IVESCR is natuurlijk ook minder sterk aanwezig dan in het IVBPR. Ondanks een positieve evolutie in de rapporteringsprocedure, verkeren de economische en sociale rechten nog steeds in een tweederangs positie.

Zoals hierboven al gezegd, is er aan het Internationaal Verdrag voor Burgerlijke en Politieke Rechten een optioneel protocol toegevoegd dat toelaat dat burgers uit een staat een klacht kunnen indienen tegen de staat als hun rechten geschonden worden. Deze mogelijkheid bestaat bij het IVESCR nog niet. Vanaf de jaren ’90 wordt er gesproken over een mogelijke invulling van zo een protocol om later aan het verdrag toe te voegen. In het ontwerp wordt niet alleen een klachtrecht voor individuen voorzien, maar ook voor groepen hetgeen in het protocol van het IVBPR niet het geval is. Op die manier kunnen in de toekomst niet alleen individuen maar ook groepen opkomen voor hun economische en sociale rechten en kunnen staten aangeklaagd worden als deze rechten geschonden worden. De invulling van dit protocol is echter niet vanzelfsprekend en stuit nog op heel wat tegenstand en discussies.

top

Nog even een blik op het Europees Sociaal Handvest

Er is ook een Europese tegenhanger van het Internationaal Verdrag voor Economische, Sociale en Culturele Rechten: het Europees Sociaal Handvest.
Terwijl de Europese Conventie over Mensenrechten de burgerlijke en politieke rechten waarborgt, verzekert het Europees Sociaal Handvest de economische en sociale rechten van de burgers van de betrokken staten.
Het Sociaal Handvest werd in 1961 aangenomen door de Raad van Europa en 3 protocollen werden toegevoegd in 1988, 1991 en 1995. Het Handvest en het Protocol van 1988 waarborgen een reeks rechten die we in 2 categorieën kunnen onderbrengen :

Het herziene Sociaal Handvest in 1996 werd aangenomen. Het werd op 1 juli 1999 van kracht en zal geleidelijk het Handvest van 1961 vervangen. Dit nieuw document waarborgt: gelijkheid tussen man en vrouw, bescherming in geval van ontslag, de waardigheid van de werknemers in de werkplaats, bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting, het recht op huisvesting, de uitbreiding van het recht om niet gediscrimineerd te worden, enzovoort.
Het Handvest heeft een controlemechanisme gebaseerd op de overhandiging van nationale verslagen door de lidstaten (het 1991 Protocol) alsook een systeem van collectieve klacht (1995 Protocol) dat toelaat dat o.a. vakbonden en NGO’s collectieve klachten indienen. Een individueel klachtenrecht bestaat er bij het Europees Sociaal handvest echter (nog) niet.

top

Relatie tussen burgerlijke en politieke rechten en economische en sociale rechten

Ondanks het feit dat beide soorten rechten door een verschillende ideologische achtergrond in twee verschillende verdragen terecht gekomen zijn, kunnen beide ‘generaties’ mensenrechten niet los gezien worden van elkaar.
Om sociale, economische en culturele rechten te verwerven, heb je in elk geval burgerlijke en politieke rechten nodig en omgekeerd.

Deze beide soorten rechten komen samen in een verklaring die niet universeel aangenomen is maar waarnaar wel vaak wordt verwezen in VN-documenten en –vergaderingen: de Verklaring van het Recht op Ontwikkeling. De Algemene Vergadering van de V.N. erkent in dit document namelijk dat ‘ontwikkeling een economisch, sociaal, cultureel en politiek proces is dat een voortdurende verbetering eist van het welzijn van de gehele bevolking en van alle individuen op basis van hun actieve, vrije en betekenisvolle deelname in ontwikkeling en eerlijke verdeling van de voordelen die hieruit voortkomen.’ Het feit dat ontwikkeling of het verwerven van sociale en economische rechten ook een politiek proces is, impliceert de noodzaak van burgerlijke en politieke rechten in dit proces. Om sociale en economische rechtvaardigheid te promoten heb je burgerlijke en politieke rechten nodig om een stem te hebben in de beleidsvoering: recht op inspraak, recht op een eigen mening, ... Je kan politieke en burgerlijke rechten m.a.w. gebruiken om op te komen, actie te voeren voor economische en sociale rechten.
Het verleden heeft al vaak bewezen dat actievoeren voor sociaal-economische rechten in een klimaat waarin de burgerlijke en politieke rechten afwezig zijn (zoals het recht op vrijheid, op vrije meningsuiting, op bescherming van de persoon, op inspraak,...) , desastreuze gevolgen kan hebben, zowel voor een individu als voor een hele gemeenschap. Talrijke activisten die opkwamen voor economische en sociale rechten zijn al opgepakt, of zelfs vermoord...

In elke maatschappij staan beide soorten rechten dus volledig met elkaar in verband. Mensen aan wie de burgerrechten en politieke rechten ontzegd worden, beschikken niet over de mogelijkheid om de economische, sociale en culturele rechten te beschermen die hen hun basisbehoeften moeten garanderen. In een maatschappij waar niet voldaan wordt aan de basis overlevingsbehoeften zijn burgerrechten en politieke rechten betekenisloos als een individu zich eerst moet bekommeren om het verkrijgen van voldoende voedsel, bescherming en gezondheidszorg.

Links
Werkvormen bij dit thema

Hintionary

Ontwerp eens een land

top


Startpagina VORMEN vzw | Startpagina RECHT-vaardig | Vorige | Volgende | Overzicht workshops | Inhoudstafel