Spelregels uitgebreide versie


Het spelbord

  • Op de situatiekaart (spelbord) staan de landgrenzen en een aantal rivieren.
  • De kaart is ingedeeld in vakjes.
  • Per vakje dient de regering van elk land (de verschillende groepen) nu op één of andere manier aan water te komen. Dit kan via het boren van waterputten, het bouwen van waterstuwdammen of het aanleggen van kanalen.
  • De vakjes waar een rivier doorloopt zijn al voorzien van water.
  • Het land dat als eerste al zijn vakjes met watervoorzieningen gevuld heeft, is gewonnen.

Geld verzamelen

  • Voor de bouw van deze watervoorzieningen moet er uiteraard betaald worden. Hoe meer water de nieuwe watervoorziening voortbrengt, hoe duurder de watervoorziening is. Een stuwdam is uiteraard veel duurder dan een kanaal en een kanaal is duurder dan een waterput.
  • Geld om deze watervoorzieningen te kunnen betalen, kunnen de groepjes verdienen door vragenlijsten over ‘water’ in te vullen (bijlage 3). Per ingevulde vragenlijst krijgen de groepjes van de spelbegeleider een bepaald bedrag waarmee watervoorzieningen aangekocht kunnen worden.
  • De vragen moeten binnen de 10 minuten opgelost worden maar voor de rest maakt het weinig uit hoe snel de vragen beantwoord zijn. (Als de groepen niet allemaal gelijktijdig hun antwoorden aan de begeleider geven, is het voor de begeleider gewoon gemakkelijker om de vragen te verbeteren, zodat andere groepen niet moeten wachten.)
  • De spelbegeleider verbetert de antwoorden a.d.h.v. de verbetersleutel (bijlage 4) en rekent (met een rekenmachine) uit hoeveel geld de groepjes verdiend hebben met de vragenreeks.

  • Het bedrag dat de spelers krijgen voor de ingevulde vragenlijsten, hangt af van het aantal juiste antwoorden:
    • 5 vragen juist = 50.000 EUR + joker (bijlage 7)
    • 4 vragen juist = 40.000 EUR
    • 3 vragen juist = 30.000 EUR
    • 2 juist = 20 000 EUR
    • 1 juist = 10 000 EUR

  • Het bedrag dat ze krijgen hangt ook af van de grootte van het land. Want hoe groter een land hoe meer watervoorzieningen er moeten zijn, hoe meer geld er dus ook nodig is. Daarom wordt het bedrag dat door de ingevulde vragenlijsten verdiend kan worden, vermenigvuldigd met de bevolkingfactor van het land. Hoe groter het land, hoe hoger de bevolkingsfactor, hoe meer geld verdiend kan worden. De bevolkingsfactoren zijn de volgende:
    • Hindustan: factor 15 (gewonnen bedrag X 15)
    • Democratic Republic Kandundia (D.R.K.): factor 12 (gewonnen bedrag X 12)
    • Muraja: factor 6 (gewonnen bedrag X 6)
    • Mymensingh: factor 5 (gewonnen bedrag X 5)
    • Burtan: factor 4 (gewonnen bedrag X 4)

  • Groepen die geen of weinig geld verdiend hebben na een vragenronde, kunnen onderhandelen met andere groepen om juiste antwoorden af te kopen. De onderhandeling gebeurt als volgt:
    • Groepen die antwoorden willen kopen, moeten even wachten tot andere groepen hun antwoorden hebben laten controleren, om te weten welke vragen bij welke groep juist beantwoord zijn.
    • De groep die juiste antwoorden wil kopen vraagt aan een groep (of aan enkele groepen) welke antwoorden ze correct hebben en hoeveel ze moeten betalen voor een juist antwoord. Ze kunnen prijzen vragen aan verschillende groepen, zodat ze kunnen vergelijken en de goedkoopste prijs voor een juist antwoord kunnen kiezen.
    • Voor andere groepen is het interessant om antwoorden te verkopen want dat brengt geld op. Dus, de groepen kunnen ervoor zorgen dat ze, door de goedkoopste prijs aan te bieden voor een antwoord, het meeste kans maken om antwoorden te verkopen. Antwoorden doorverkopen kan ook wel zijn nadelen hebben. Een buurland kan op die manier geld verdienen om watervoorzieningen te kopen, die ook wel eens negatieve gevolgen kunnen hebben voor de verkoper van het antwoord. Onderhandelen is dus de boodschap.
    • Groepen die door het kopen van antwoorden, extra juiste antwoorden verzameld hebben, gaan opnieuw naar de begeleider die hen het geld geeft voor het aantal juiste antwoorden.
    • Opmerking: Een juist antwoord kan maar 1 keer doorverkocht worden, een aangekocht antwoord kan niet meer doorverkocht worden.

  • Bij een fout antwoord mag de groep een joker inzetten (die de groep daarvoor verdiend heeft door in een vorige ronde alle antwoorden juist te hebben). Op die manier kan een groep een bijkomend correct antwoord verdienen, waar ze ook het geld voor krijgt.

Het land voorzien van water

De groepjes kunnen hun land op de volgende manieren van water voorzien:

Door het graven van een waterput:

  • Een waterput kost 70.000 EUR.
  • Maar een waterput brengt echter niet altijd water voort. Er moet namelijk ook water in de grond zitten.
  • Hoe kunnen de spelers weten of er water in de grond zit en of er dus water in de waterput zal zitten?
    • Ze kunnen een waterpeiling laten uitvoeren voor een bepaald vakje. Hiervoor betalen ze 10.000 EUR aan de spelbegeleider. De spelbegeleider kijkt op de kaart voor de begeleider (Bijlage 2: de aanwezigheid van water staat aangeduid als zwarte bolletjes) en zegt of er in het vakje een waterbron aanwezig is of niet. Als er geen water aanwezig is, is de groep 10.000 EUR armer en is er geen extra vakje bevoorraad. Gewoon pech dus. Als er wel een waterbron in het vakje aanwezig is, kunnen ze een waterput aanschaffen voor 70.000 EUR en is het vakje van water bevoorraad.
    • De groepjes kunnen echter ook gewoon gokken en een waterput laten bouwen in een bepaald vakje. Als er geen water in de grond blijkt te zitten (begeleider kijkt hiervoor op de kaart voor de begeleider) hebben ze ook pech, want dan zijn ze 70.000 EUR kwijt en hebben ze nog steeds geen water in dat bepaald vakje.
    • Een geslaagde waterput wordt aangeduid door een blauw bolletje in het vakje. (De groepjes kunnen best op hun klein spelbord ook hun peilingen en hun mislukte waterputten aanduiden, zodat ze weten waar ze zeker geen waterput meer moeten zetten.)
    • Na de 6de ronde maakt de begeleider bekend dat er op bepaalde plaatsen in bepaalde landen arseen in het grondwater zit. Op de kaart voor de begeleider staat aangeduid welke waterbronnen met arseen vervuild zijn. De begeleider duidt de vervuilde waterbronnen aan door de vakjes rood te arceren. De waterbron in de arseenvakjes zijn niet meer bruikbaar. Mensen kunnen namelijk ziek worden als ze dat water gebruiken. De begeleider zegt echter niet op voorhand dat sommige waterbronnen met arseen vervuild zijn. Dit moet als een complete verrassing komen.

Door het bouwen van een stuwdam:

  • Een stuwdam kost 300 000 EUR.
  • Om een stuwdam te mogen bouwen moet de groep eerst onderstaande opdracht uitvoeren:
    • Maak met de mensen van je land (groep) als bouwstenen een originele menselijke constructie (brug, piramide, ...). Bewijs dus dat je land over de nodige bouwstenen en goede ingenieurs beschikt om een stuwdam te kunnen bouwen. De begeleider beslist samen met de andere groepen of de opdracht geslaagd is. Als deze opdracht saai wordt, of niet zo goed lukt, kan de begeleider opdrachten gebruiken uit de lijst met kanaalopdrachten. Blijf in ieder geval voor voldoende afwisseling zorgen, wat betreft de opdrachten.
    • Voor de eerste 3 rondes: Het land dat een stuwdam wil bouwen moet tenslotte ook winnen in het ‘politiek getouwtrek’. Dit houdt in dat het land dat een dam wil bouwen moet touwtrekken tegen alle landen die stroomafwaarts liggen van de rivier waarop ze de dam willen bouwen. Het is namelijk niet evident om zomaar een dam te bouwen want dan verliezen de landen die stroomafwaarts van de rivier liggen, water. Als dat meerdere landen zijn, is de kans groot dat het land dat een dam wil bouwen verliest, omdat de andere in de meerderheid zijn. De bouw van de dam gaat dan niet door. Bijvoorbeeld: als Burtan een dam wil bouwen op de Gangria (die vanuit Burtan door Hindustan naar Mymensingh stroomt), dan moet Burtan winnen in het touwtrekken tegen Hindustan en tegen Mymensingh (een bijna onhaalbare, want onevenwichtige strijd, maar je weet nooit…); als Hindustan een dam wil bouwen op de Gangria moet het enkel winnen tegen Mymensingh; terwijl Mymensingh niet hoeft te winnen in het touwtrekken om een dam te bouwen, aangezien stroomafwaarts van de Gangria enkel nog de Golf van Myngola ligt.
    • Vanaf de 4de ronde: de Verenigde Naties zijn het beu dat bij het politieke getouwtrek rond rivieren die door verschillende landen lopen, de wet van de sterkste nog steeds van kracht is. Daarom neemt de VN een Internationaal Verdrag aan omtrent de grensoverschrijdende rivieren.
      Praktische vertaling in het spel: touwtrekken wordt vervangen door onderhandelingen. Landen die stuwdammen willen bouwen moeten onderhandelen met landen die daar de nadelen van zullen ondervinden door bv. waterverlies. Dit kan bv. door financiële compensatie of door bv. gemeenschappelijke dammen te bouwen, die beide landen van water voorzien, ...
  • Als de groep alle opdrachten goed vervuld heeft of onderhandeld heeft, kan de dam gebouwd worden.
  • Het bouwen van een dam gebeurt als volgt:
    • De groep kiest een vakje op een rivier waar de dam gebouwd zal worden.
    • De dam wordt door de begeleider aangeduid door in het vakje een zwart boogje over de rivier aan te brengen.
    • 5 vakjes die aan dat vakje grenzen worden ook voorzien van water (dankzij de mogelijkheid van irrigatiekanaaltjes die de omgeving van de dam kunnen bevoorraden). De groep mag 5 vakjes kiezen die aan elkaar grenzen, (ze moeten niet alle 5 aan het vakje met de dam grenzen, wel aan elkaar, waarvan minstens één van de 5 aan het vakje met de dam). Er mogen ook vakjes met water doorgegeven worden aan de buurlanden. De vakjes die van water voorzien worden, worden door de begeleider blauw gearceerd.
    • Stroomafwaarts van de dam zijn er vier vakjes die zonder water vallen, ook al loopt de rivier erdoor. Als deze vakjes in een ander land liggen, verliest dit land dus door een stuwdam 4 vakjes met water. De begeleider duidt dit aan door kleine rode streepjes op de rivier aan te brengen. Zijrivieren hebben hierbij geen invloed op de hoofdrivier.

Door het aanleggen van een kanaal:

  • Een kanaal kost 150 000 EUR per vakje.
  • De groep die een kanaal wil aanleggen, moet eerst een kanaalopdracht vervullen (zie lijstje met kanaalopdrachten) per keer dat er een kanaal (of stukje kanaal) aangelegd wordt.
  • Er mogen dus in meerdere vakjes tegelijkertijd kanalen aangelegd worden, maar dit moet niet. Uiteraard moeten die vakjes aan elkaar grenzen. De lengte van het kanaal en het aantal vakjes die daardoor van water voorzien worden, hangt dus af van het budget van de groep.
  • Een kanaal kan alleen starten aan een rivier (een vakje grenzend aan een vakje waar een rivier doorstroomt). Als een stuk rivier drooggelegd wordt, door bv. een stuwdam stroomopwaarts, zal het kanaal dat uit die ‘droge’ vakjes vertrekt, ook droog komen te liggen.
  • Een kanaal wordt door de begeleider aangeduid met een rechte zwarte lijn in het vakje. Als er meerdere vakjes met een kanaal aan elkaar liggen, lopen de zwarte lijntjes uiteraard in elkaar over.
  • Mogelijke kanaalopdrachten:
    Opdrachten voor buiten of voor in de turnzaal (of ander groot lokaal):

    • Transportband: alle leden van de groep liggen op hun buik evenwijdig naast elkaar op de grond, hoofden in dezelfde richting en vrij dicht bij elkaar. Één persoon gaat er bovenop liggen, dwars op de onderliggende deelnemers. Deze persoon houdt een bekertje met water vast. Nu gaan de onderliggende personen in 1 richting over een bepaalde afstand rollen en transporteren zo de bovenliggende persoon samen met het water.
    • Doorgeven van een bekertje water: door de benen, boven de hoofden, afwisselend, met de voeten, met de mond, met de ellebogen (Je kan ook waterballonnen gebruiken. Deze kan je ook laten doorgeven met de knieën en/of met de buik.)
    • Water in de mond overbrengen over een afstand en zo een fles opvullen.
      Met water in de mond een liedje zingen. De andere groepsleden raden welk lied gezongen wordt.

Opdrachten voor in een kleiner lokaal (of een lokaal dat niet nat mag worden):

    • Doe een waterbron na. Wees zo creatief en origineel mogelijk.
    • Beeld een kanaal op een originele wijze uit. (bv. 2 evenwijdige lijnen tekenen, twee mensen evenwijdig laten liggen, idem met potloden, in 2 evenwijdige rijen gaan staan, ...)
    • Zing een liedje waar het woord ‘water’ voorkomt (eventueel mag men ook ‘rivier’, ‘zee’, … en hun Engelse varianten gebruiken), vb.: “het water is veel te diep…”
    • Maak een kort gedichtje over water.
    • Iemand van de groep beeldt iets uit i.v.m. water, de anderen raden, bv. waterval, watertekort, overstroming, spuitwater, rivier, irrigatie, dorst, ...
    • Iemand van de groep tekent iets, de anderen raden, bv. moessonregens, droogte, woestijn, afwaswater, vervuilde zee, bergmeertje, ...
    • Zoek een spreekwoord met het woord ‘water’.
    • Spreekwoorden tekenen of uitbeelden:

    • Hij zit op water en brood. Hij zit in de gevangenis.
    • Stille wateren hebben diepe gronden. In de gedachten van stille mensen gaat vaak toch een heleboel om.
    • Vuil water blust ook vuur. In tijd van nood moet men zich ook met mindere zaken kunnen behelpen.
    • Hij keek of hij water zag branden. Hij keek zeer verbaasd.
    • Water naar de zee dragen. Nutteloos werk verrichten.
    • Dat is water en vuur. Dat zijn twee mensen die elkaar haten.
    • Het water loopt altijd naar de zee. Mensen die al rijk zijn, krijgen dikwijls nog veel meer geld.
    • Het water staat hem aan de lippen. Hij bevindt zich in een bijzonder netelige (lastige) situatie.
    • Hij is zo rijk als het water diep is. Hij is zeer rijk.
    • Iemand een steek (schoten) onder water geven. Iemand in bedekte termen(op een voorzichtige manier) iets zeggen, wat hij niet prettig vindt.
    • Zijn plan is in het water gevallen. Zijn plan is mislukt.

Wie is de winnaar?

  • Het land dat als eerste in alle vakjes een watervoorziening (een symbooltje) heeft, is gewonnen.
  • Als er na het oplossen van 10 reeksen watervragen (na 10 rondes) nog geen enkele groep alle vakjes gevuld heeft, wordt nagegaan welke groep, in verhouding met de grootte van het land, de grootste oppervlakte met water heeft ingevuld. Er wordt ook nagegaan hoe het komt dat geen enkele groep erin geslaagd is om na 10 rondes alle vakjes van water te voorzien.
  • Voor alle duidelijkheid: een vakje waardoor een rivier loopt, is voorzien van water. Een vakje dat grenst aan de zee niet, omdat zoutwater niet bruikbaar is. Ook alle grensvakjes (vakjes die in 2 zijn gedeeld door een grens) moeten ingevuld worden en dit door beide landen afzonderlijk.

venster sluiten