Het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (ICCPR) (onofficiële samenvatting)


  • Dit verdrag werd op 16 december 1966 aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en werd 23 maart 1976van kracht op. Tegen het einde van 2001 was het Verdrag door 147 staten geratificeerd.
  • Het Verdrag werkt de burgerlijke en politieke rechten en vrijheden opgesomd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens verder uit.
  • Onder Artikel 1 van het Verdrag verbinden de staten er zich toe het recht op zelfbeschikking te verdedigen en dat recht te respecteren. Het Artikel erkent tevens het recht van volkeren om hun natuurlijke rijkdom en bronnen vrijelijk te bezitten, te verhandelen en van de hand te doen.

Onder de rechten van individuen die door het Verdrag worden gewaarborgd bevinden zich:

Artikel 2
Het recht op juridische toevlucht wanneer hun rechten werden geschonden zelfs wanneer de overtreder in een officiële hoedanigheid optrad.

Artikel 3
Het recht op gelijkheid tussen mannen en vrouwen betreffende burgerlijke en politieke rechten.

Artikel 6
Het recht op leven en overleven.

Artikel 7
Vrijheid van onmenselijke of vernederende behandeling of straf.

Artikel 8
Vrijheid van slavernij en dienstbaarheid.

Artikel 9
Het recht op vrijheid en veiligheid van een persoon en vrijheid van willekeurige arrestatie of vasthouding.

Artikel 11
Vrijheid van gevangenis wegens schulden.

Artikel 12
Het recht op vrijheid en vrijheid van beweging.

Artikel 14
Het recht op gelijkheid voor de wet; het recht op onschuld tot de schuld is bewezen en op een eerlijke en publieke behandeling door een onpartijdige rechtbank.

Artikel 16
Het recht om voor de wet erkend te worden als een individu.

Artikel 17
Het recht op privacy en de bescherming daarvan door de wet.

Artikel 18
Vrijheid van denken, geweten en godsdienst.

Artikel 19
Vrijheid van mening en meningsuiting.

Artikel 20
Verbod op propaganda die oorlog of haat wegens nationaliteit, ras of godsdienst bepleit.

Artikel 21
Het recht op vreedzaam vergaderen.

Artikel 22
Het recht op vrijheid van vereniging.

Artikel 23
Het recht te huwen en een gezin te stichten.

Artikel 24
De rechten voor kinderen (rechtspositie als minderjarigen, nationaliteit, registratie en naam).

Artikel 25
Het recht om deel te nemen aan publieke aangelegenheden, om te stemmen en verkozen te worden en de toegang tot publieke diensten.

Artikel 26
Het recht op gelijkheid voor de wet en gelijke bescherming.

Artikel 27
Het recht, voor leden van religieuze, etnische of taalkundige minderheden, om hun cultuur te beleven, hun godsdienst uit te oefenen en hun taal te spreken.

Het Verdrag is wettelijk bindend: het Comité van de Mensenrechten, vervat onder Artikel 28, ziet toe op de uitvoering.

venster sluiten