Boerin uit Namibië
Je bent een boerin uit Namibië, een arm land in Zuidelijk Afrika. Je hebt vier kinderen en woont in een afgelegen gebied, op vijf uur wandelen van het dichtstbijzijnde dorp. Je hebt een kudde melkkoeien en je verkoopt melk aan de melkerij in het dorp. Of dat deed je tot voor kort. Sinds een maand koopt de melkerij jouw melk niet meer. Je besloot naar de baas te stappen en hem te vragen waarom, omdat je nu moet zien te overleven met een kwart van je normale inkomen. Je jongste kind huilt van de honger en je hebt geen idee hoe je het schoolgeld voor de andere drie moet betalen.
|
Melkerijeigenaar uit Namibië
Een vrouw uit een nabijgelegen dorp is je komen opzoeken. Vroeger kocht je haar melk maar nu kun je geïmporteerde melk en rundvlees uit Europa kopen aan de helft van de prijs van melk en rundvlees uit eigen land. Plaatselijke boeren kunnen onmogelijk hun melk en rundvlees verkopen aan zulke lage prijzen ze zouden zelfs niet voldoende verdienen om hun koeien eten te geven! Je vindt het heel erg dat de vrouw haar melk en rundvlees niet kan verkopen maar je kunt er niets aan doen. Er is zopas een Zuid-Afrikaanse melkerij geopend in jouw straat en zij kopen de Europese melk ook. Als je als bedrijf wilt blijven bestaan, zul je hetzelfde moeten doen.
|
Minister van landbouw, een Europees land
Je staat onder druk. De verkiezingen komen eraan en de boeren, die een zeer grote en belangrijke groep vormen, hebben gezegd dat ze niet voor jouw partij zullen stemmen tenzij je hen helpt hun landbouwoverschotten te verkopen. Het probleem is dat er teveel voedsel wordt geproduceerd in Europa. Je beslist om het extra voedsel te laten verkopen aan een derdewereldland. Maar
boeren in arme landen kunnen goedkoper voedsel produceren dan Europese boeren, dus ook goedkoper verkopen. Daarom geef je de boeren extra financiële steun. Als ze het voedsel uitvoeren krijgen ze extra geld, zodat ze hun voedsel niet met verlies moeten verkopen. Door dat extra geld kan het voedsel in het Zuiden aan een heel lage prijs verkocht worden. De belastingbetaler weet niet wat je met zijn/haar geld doet, de boeren zijn tevreden en jij wordt herverkozen perfect!
|
Europese boer
Je moet vechten om te overleven met je boerderij, die al generaties lang een familiebedrijf is. Je concurreert met landbouwbedrijven die groter en groter worden. Dat betekent dat zij goedkoper voedsel kunnen produceren dan jij. De enige manier om te kunnen concurreren, is zoveel pesticiden en meststoffen te gebruiken als nodig om je gewassen groter te doen worden en sneller te doen groeien. Je werkt steeds harder en harder maar het blijft moeilijk. Je denkt eraan jouw boerderij aan je buurman te verkopen die een grotere boerderij bezit. Maar als je een voldoende steun zou krijgen van de overheid om je producten die je hier niet verkocht krijgt, elders te verkopen, dan zou je de boerderij kunnen houden.
|
| Europese consument
Je moet de huishoudrekeningen beperkt houden omdat je kinderen opgroeien en allerlei dingen nodig hebben. Je oudste zoon gaat naar de universiteit en dat kost veel geld. Het is belangrijk voor jou dat voedsel goedkoop is en je hebt zelfs een brief naar de minister van landbouw geschreven om hem te vragen of hij, als hij verkozen wordt, kan proberen de prijs van voedsel naar beneden te brengen. Je bent soms echter een beetje achterdochtig wat betreft het voedsel dat je koopt hoe kunnen die wortels allemaal zo perfect zijn en hoe is het mogelijk dat ze allemaal even lang worden? Ze smaken ook niet echt als wortels. Je vraagt je af of we niet beter een beetje meer zouden betalen voor gezonde voeding
?
|
|
|