| Niveau |
3
|
| Doelstellingen |
- Het recht op onderwijs
- Onderwijs in het Noorden en in het Zuiden: verschillen
|
| Onderwerpen en rechten |
- Beseffen dat kinderen in het Westen geluk hebben dat onderwijs verplicht is.
- Beseffen hoe moeilijk het is om dit recht in het Zuiden te verwezenlijken.
- Het belang inzien van onderwijs en alfabetisering.
- Weten wat de concrete gevolgen kunnen zijn van gebrek aan onderwijs.
- Kunnen nadenken over mogelijke oplossingen om het recht op onderwijs te realiseren of het onderwijs te verbeteren.
|
| Tijdsduur/timing |
Totaal 80 minuten
spel: 70 minuten
nabespreking: 10 minuten
|
| Materiaal |
- Een dobbelsteen
- Het spelbord (bijlage 2)
- De situatiekaartjes (bijlage 1)
- Rekenmachine en de rekensom (bijlage 4)
- Budgetkaartjes (bijlage 3)
- Een krant
|
| Groepsgrootte |
15 25 deelnemers
|
| Korte omschrijving |
De deelnemers worden tijdens hun tocht over het ganzenbord met verschillende situaties m.b.t. het recht op onderwijs geconfronteerd. Het doel is zo snel mogelijk hun diploma te behalen.
|
| Voorbereiding
|
- Kopieer alle situatiekaartjes (bijlage 1) op stevig papier en knip ze uit. Schrijf eventueel op de bovenkant van elk kaartje Noorden of Zuiden. Leg de kaartjes op 2 apart stapeltjes.
- Vergroot het spelbord (op A3-formaat) en kopieer het op stevig (eventueel gekleurd) papier. Als je het spelbord langer wil laten meegaan kan je het best plastificeren.
|
- De groep wordt ingedeeld in groepjes van een viertal spelers. Elke groep zoekt een voorwerp dat met onderwijs te maken heeft (vb. Een voorwerp uit de pennenzak) en als pion kan dienen.
- De groep die het hoogste gooit mag beginnen.
- Om de beurt gooit elke groep met een dobbelsteen. Als de groep:
- 1 of 2 gooit, neemt ze het bovenste kaartje van de stapel: ZUIDEN.
- 3 of 4 gooit, gaat ze het aantal ogen dat ze gegooid heeft vooruit op het spelbord
- 5 of 6 gooit, neemt ze het bovenste kaartje van de stapel: NOORDEN
- Op alle kaartjes staat een situatie i.v.m. het recht op onderwijs. Bij de situatie staat een opdracht:
- Een aantal kaartjes laat de spelers geen keuze. Ze moeten de opdracht uitvoeren zoals die er staat.
- In enkele andere gevallen hebben de deelnemers de keuze. Ze kunnen de opdracht uitvoeren (bv. een beurt overslaan) die meestal negatieve gevolgen heeft voor de groep of ze kunnen een oplossing voorstellen voor de problemen op het kaartje. Voor zon alternatieve oplossing moet wel één kaartje uit het budget van het Noorden (Budgetkaartje Noord) of van het Zuiden (budgetkaartje Zuid) (bijlage 3) betaald worden. Is het budget op dan kunnen er geen oplossingen meer gezocht worden.
De overheid (gespeeld door de de andere spelers) moet beslissen of de voorgestelde oplossing aanvaardbaar is en of ze bereid is voor deze oplossing een budgetkaartje te betalen. Hierbij moeten ze rekening houden met o.a. het kostenplaatje, de haalbaarheid, de duurzaamheid, het nut
van de oplossing.
- De groep die als eerste het hele parcours heeft afgelegd en dus zijn diploma haalt, is de winnaar van het spel.
NABESPREKING
- Had de winnaar vooral kaartjes van het stapeltje Noorden of van het stapeltje Zuiden? Zijn jullie verschillen opgevallen in opdrachten voor het Noorden en het Zuiden? (de opdrachten op de kaartjes Noorden zorgen er vooral voor dat de spelers vooruit kunnen, de opdrachten op de kaartjes Zuiden, sturen de spelers terug achteruit of laten ze een beurt overslaan, tenzij er een oplossing voor het probleem gevonden kan worden. Dit is een mogelijk uitgangspunt voor de bespreking van de verschillen tussen het onderwijs in het Noorden en het onderwijs in het Zuiden.)
- Wat zijn zoal de problemen van het onderwijs in het Zuiden (voorbeelden uit de situaties op de kaartjes)?
- Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen het onderwijs in het Noorden en het onderwijs in het Zuiden?
- Was je je bewust van deze verschillen?
- Welke situatie is je bijgebleven, heeft je verrast, heeft de meeste indruk nagelaten, ... ?
- Vind je het goed dat het ondewijs bij ons verplicht is? Waarom wel, niet?
- Waarom is het recht op onderwijs zo moeilijk te verwezenlijken in het Zuiden, wat zijn de belangrijkste oorzaken ervan?
- Wat zijn de gevolgen van te weinig/geen onderwijs?
- Welke voorgestelde oplossingen vond je het meest realistisch, het meest haalbaar,...? Welke voorgestelde oplossingen zouden in de realiteit zeker uitgevoerd moeten worden?
Tips voor de begeleider
|
- Het is de bedoeling dat er over verschillende oplossingen gediscussieerd wordt. Als spelbegeleider kan je die discussie mee aanwakkeren.
- Je kan het spel ook in kleine groepjes spelen zodat er geen groepen tegen elkaar spelen maar individuen. Sommige opdrachten kunnen dan aangepast worden. De begeleiding verloopt natuurlijk wel moeilijker, aangezien de begeleider verschillende groepjes moet volgen. Probeer dan zoveel mogelijk de voorgestelde oplossingen voor de probleemsituaties en de discussies daarrond te volgen.
|
|