Startpagina VORMEN vzw | Startpagina RECHT-vaardig | Vorige | Volgende | Overzicht workshops | Inhoudstafel

RECHT-vaardig, menswaardig: Armoedeweb of armoedecirkel


Niveau 3
Doelstellingen
  • Inzicht hebben in de vicieuze cirkel van armoede.
  • Zich kunnen inleven in en solidariteit voelen met de situatie van een arme.
  • Inzien dat de armoedeproblematiek en dus schendingen van economische en sociale rechten ook een probleem is van het Noorden en dit concreet kunnen aantonen met voorbeelden.
  • Inzicht hebben in de verschillende factoren die aan de basis liggen van armoede.
  • Kritisch nadenken over de oorzaken en gevolgen van armoede.
  • Kunnen uitleggen hoe staten het recht op een behoorlijke levensstandaard kunnen realiseren.
  • Inzien dat schendingen van het recht op een behoorlijke levensstandaard ook in het Noorden voorkomen. Dit kunnen aantonen met voorbeelden.
  • Organisaties kennen (in België) die zich bezig houden met armoedebestrijding in België.
  • Inzien waar de problemen van armoede in het Noorden vandaan komen
Onderwerpen en rechten
  • Armoede in onze samenleving
  • Vicieuze cirkel van armoede
  • Recht op een behoorlijke levensstandaard
Tijdsduur/timing

Totaal: 50 minuten
Fase 1: 10 minuten
Fase 2: elke werkvorm 30 minuten
Fase 3: 10 minuten

Materiaal

Brainstorm:
- Witte etiketten (3 per deelnemer, zorg voor enkele reserve etiketten) en een stift per deelnemer.

Mogelijkheid 1 ‘Het armoedeweb’:
- Een bolletje wol

Mogelijkheid 2 ‘De vicieuze cirkel in kleine groepjes’
- Een groot blad papier per groep (minstens A3-formaat)
- 1 tafel per groepje
- 1 stoel per deelnemer

Mogelijkheid 3 ‘De armoedecirkel - een cirkel met de hele groep’
- Geen extra materiaal nodig.

Groepsgrootte

15 à 25 deelnemers

Korte omschrijving

De deelnemers brainstormen over allerlei zaken die te maken hebben met armoede.
Vervolgens kan er met het resultaat van deze brainstorm 3 dingen gebeuren:

  • Deelnemers maken een armoedeweb door verbanden te zoeken tussen hun brainstormresultaten.
  • Deelnemers maken in kleine groepjes een ‘armoedecirkel’ op papier.
  • Deelnemers maken met de hele groep een kring die de vicieuze armoedecirkel voorstelt.
Voorbereiding
  • Lees eerst de drie mogelijkheden voor deze workshop en beslis (op basis van je groep) welke werkvorm het meest geschikt is.
  • Kopieer de 7 armoedethema’s (bijlage 1) en hang ze op in het lokaal (indien mogelijk op A3-formaat).
  • Deel de etiketten uit.

Verloop

FASE 1: BRAINSTORM

  • Deelnemers brainstormen over allerlei woorden, feiten of beschrijvingen die te maken hebben met armoede (oorzaken van armoede, gevolgen, gebeurtenissen/situaties, allerlei factoren, beschrijvingen ..): de zogenaamde ‘armoedelinks’. (de woorden en omschrijvingen worden in deze werkvorm verder ‘armoedelinks’ genoemd).
  • Deelnemers proberen een armoedelink te vinden uit drie verschillende thema’s. Ze kunnen kiezen uit de volgende 7 thema’s die in het lokaal omhoog hangen (Bijlage 1): werk, onderwijs, gezondheid, huisvesting, gezin, voeding, ontspanning, geld, levens-omstandigheden. Zeg erbij dat ze ook andere armoedelinks mogen zoeken die niet exact onder één van deze thema’s onder te brengen zijn.
  • Deze thema’s dienen namelijk enkel als hulpmiddel, om zoveel mogelijk armoedelinks uit zoveel mogelijk domeinen te verzamelen. Elke deelnemer denkt hier individueel over na en zoekt 3 verschillende armoedelinks, uit verschillende thema’s.
  • De deelnemer schrijft elke armoedelink op een etiket en plakt de 3 etiketten op zich.
  • De deelnemers krijgen hiervoor 10 minuten tijd.

FASE 2

Mogelijkheid 1: Het armoedeweb

  • De deelnemers verspreiden zich in het lokaal.
  • Eén deelnemer houdt een bolletje wol vast en roept één van zijn 3 ‘armoedelinks’ (bv. ‘werkloosheid’)
  • Als een andere deelnemer een verband ziet tussen de geroepen armoedelink en één van zijn armoedelinks, reageert hij door zijn armoedelink te roepen. Degene met het bolletje wol gooit het bolletje naar een deelnemer die gereageerd heeft. Als er meerderen reageren, mag de werper het bolletje wol gooien naar de deelnemer die als eerste reageert of kiezen naar wie hij het bolletje gooit als er deelnemers tegelijk reageren.
  • Vervolgens legt de deelnemer die het bolletje wol vangt, het verband tussen de armoedelinks uit aan de hand van een voorbeeldje. (bv. Deelnemer reageert op de armoedelink ‘werkloosheid’ met de armoedelink ‘schulden’ en legt het verband uit aan de hand van een voorbeeld: ‘iemand die werkloos is en toch zijn vroegere levensstijl wil behouden, gaat geld lenen om luxeproducten aan te kopen. Na langdurige werkloosheid kan de persoon zijn leningen niet meer terugbetalen en zit hij met een schuldenlast.’)
  • Op deze manier wordt telkens een ‘armoedelink’ geroepen, het bolletje wol doorgegeven en het verband uitgelegd aan de hand van een voorbeeld.
  • Het is mogelijk dat sommige armoedelinks meerdere malen voorkomen. Dan moeten de deelnemers proberen om zoveel mogelijk andere verbanden of voorbeelden te zoeken.
  • Het web is gevormd als alle armoedelinks aan bod gekomen zijn.

Mogelijkheid 2: De armoedecirkel op papier

  • Je kan de groep ook in groepjes van 4 à 5 deelnemers indelen.
  • Per groep krijgen de deelnemers een groot blad papier.
  • Ze proberen in groepjes alle etiketten met de armoedelinks die op de groepsleden kleven, nu in een cirkel te kleven.
  • De armoedelinks op de etiketten die naast elkaar gekleefd worden, moeten met elkaar te maken hebben. De deelnemers moeten met andere woorden het verband tussen de etiketten kunnen aantonen aan de hand van een voorbeeld.
  • Ook het eerste en het laatste briefje moet met elkaar te maken hebben zodat de cirkel mooi rond is.
  • Dit is een iets moeilijkere opdracht, maar als de verbanden in de cirkel juist zijn, is het wel een mooie visuele weergave van de oorzaken en gevolgen in de armoedeproblematiek.
  • Als je over voldoende tijd beschikt, kan je elke cirkel met de hele groep evalueren. Anders ga je als begeleider best van groepje tot groepje om na te gaan of de verbanden tussen de verschillende armoedelinks duidelijk zijn.

Mogelijkheid 3: De armoedecirkel - Een cirkel met de hele groep

  • Het is de bedoeling dat de deelnemers zich in een kring opstellen zodat de personen die naast elkaar staan één van hun armoedelinks aan elkaar kunnen linken. De deelnemers vormen op deze manier zelf een armoedecirkel.
  • Elke deelnemer gaat eerst op zoek naar een andere deelnemer met een armoedelink (één van de 3) die samenhangt met één van zijn of haar 3 armoedelinks. (In deze werkvorm moeten de deelnemers dus niet gebruik maken van ALLE woorden, ze mogen telkens één van de drie woorden kiezen zodat er makkelijker personen te vinden zijn met bij elkaar passende links.)
  • De deelnemers bespreken onderling welke armoedelinks verband kunnen houden met elkaar. De deelnemers maken best eerst een menselijke ketting. Eerst kunnen kleine ‘kettinkjes’ gevormd worden, met slechts enkele personen.
  • Vervolgens moeten die verschillende kleine groepjes aaneengehecht worden tot een grote ketting, om tenslotte een kring te vormen.
  • Als de eerste en de laatste persoon van de ketting bij het sluiten van de kring geen armoedelinks hebben waartussen verbanden te leggen zijn, kunnen andere deelnemers best van plaats verwisselen totdat de kring wel klopt.
  • Zowel de persoon rechts als de persoon links van elke deelnemer moet dus in de kring een ‘armoedelink’ hebben die verband houdt met één van de eigen ‘armoedelinks’. Aangezien de deelnemers telkens de keuze hebben tussen 3 armoedelinks, zullen de links aan de rechterkant en die aan de linkerkant niet dezelfde zijn.
  • De etiketten die uiteindelijk niet gebruikt worden of niet van toepassing zijn, worden weggehaald wanneer de kring samengesteld is, zodat duidelijk is om welk etiket het uiteindelijk wel gaat.
  • Wanneer de kring volledig is, worden de verbanden tussen de verschillende armoedelinks uitgelegd.

FASE 3: NABESPREKING

  • Zijn alle aspecten die met armoede te maken hebben aan bod gekomen in deze workshop? Ken je er nog andere? Waar zou je ze plaatsen in het web of in de cirkel?
  • Wat kunnen we vaststellen na deze workshop? Waarom is er een web/cirkel ontstaan? Wat is de belangrijkste conclusie? (Omdat in armoede heel veel aspecten met elkaar samenhangen, het één brengt vaak het ander met zich mee, armoede is een cirkel waar je moeilijk uitgeraakt, kinderen die in arme gezinnen geboren worden, komen later meestal ook in armoede terecht: verwijzen naar term generatie-armoede ...)
  • Wat is het gevolg hiervan? (moeilijk om uit armoedecirkel te geraken als je er één keer mee te maken hebt gehad omdat zoveel armoedefactoren met elkaar samenhangen.)
  • Wat zijn de belangrijkste aspecten die bijdragen tot armoede?
  • Wat zou jij als eerste veranderen bij mensen die in armoede leven als je kon kiezen en de macht had om het te realiseren?
  • Ken je mensen in je omgeving die in armoede leven?
  • Hoe ga je daar mee om?
  • Hoe wordt er in de klas/jeugdbeweging omgegaan met kinderen of jongeren uit kansarme gezinnen?
  • Krijgen zij gelijke kansen?
  • Hoe zou je je zelf voelen als je arm zou zijn? Wat zou je eraan doen? Hoe zou je ermee omgaan?
  • Ken je organisaties in België die zich bezighouden met kansarmoede bij ons? Ken je initiatieven/campagnes/acties om kansarmen te helpen?
  • Wat kan er zoal gedaan worden voor de armen bij ons? Wat kunnen we zelf doen?
Tips voor de begeleider

Voorbeelden van armoedelinks:

Onderwijs:
leerproblemen, negatief zelfbeeld, niet op schoolreis kunnen gaan, BSO, buitengewoon onderwijs, geen computer thuis, andere leefwereld, spijbelen, geen hulp bij huiswerk, onbeleefd, andere woordenschat, andere taal, alleen dialect spreken, weinig vrienden, vooroordelen, geen schoolgerief, geen diploma, drop-out, ongelijke kansen, geen plaats thuis voor huiswerk, er niet bijhoren, ...

Huisvesting: krotwoning, achtergestelde buurt, kleine woning, sociale woning, elektriciteit afgesloten, geen verwarming, uit huis gezet worden, veel verhuizen, gebrek aan sanitair, ongezonde vochtige woningen, veel lawaai, weinig hygiëne, gebrek aan ruimte, geen tuin, ...

Gezin: echtscheiding, alleenstaande moeder, geen kinderopvang, veel ruzie, drankprobleem, mishandeling, plaatsgebrek, veel kinderen, plaatsing van de kinderen, jonge moeders, ongewenste zwangerschap, ouders zijn analfabeet, jeugddelinquentie, kinderen achter in ontwikkeling

Werk: werkloosheid, handenarbeid, laag loon, ontslag, interimjobs, werk-onzekerheid, discriminatie op werk, ...

Geld: laag inkomen, leefloon, OCMW, schulden, kinderbijslag, werkloosheids-uitkering, geldgebrek, budgetplanning, geen zakgeld ...

Ontspanning: geen vakanties, geen geld voor ontspanning, geen cultuur, slechte buurt om buiten te spelen, stress, rondhangen op straat ...

Gezondheid: geen geld voor ziekteverzekering, geen geld voor de dokter, geen geld voor medicijnen, ongezonde voeding, naar spoedafdeling i.p.v. dokter, vaak ziek, slechte verzorging, slechte hygiëne ...


Opmerking: Als je denkt dat deze opdracht te moeilijk is voor de groep waar je mee wil werken, kan je deze ‘armoedelinks’ (of andere) op etiketten schrijven en de etiketten willekeurig uitdelen aan de deelnemers. Op die manier moeten ze zelf geen armoedelinks meer zoeken, alleen verbanden zoeken tussen de verschillende links. Het armoedeweb en de 2 werkvormen rond de armoedecirkel kunnen voor de rest op dezelfde manier uitgevoerd worden.

Bijlagen

7 thema’s om in het lokaal op te hangen


Startpagina VORMEN vzw | Startpagina RECHT-vaardig | Vorige | Volgende | Overzicht workshops | Inhoudstafel