Startpagina VORMEN vzw | Startpagina RECHT-vaardig | Vorige | Volgende | Overzicht workshops | Inhoudstafel

RECHT-vaardig, menswaardig: Armoede bij ons: Wat? Waardoor? Wat dan?


Niveau 4
Doelstellingen
  • Kritisch nadenken over oorzaken en gevolgen van armoede.
  • Inzicht hebben in de verschillende factoren die aan de basis liggen van armoede.
  • Inzicht hebben in de vicieuze cirkel van armoede.
  • Zich kunnen inleven in en solidariteit voelen met de situatie van een arme.
  • Inzien dat de armoedeproblematiek en dus het niet realiseren van economische en sociale rechten ook een probleem is in het Noorden en dit concreet kunnen aantonen met voorbeelden.
  • Inzien dat schendingen van het recht op een behoorlijke levensstandaard ook in het Noorden voorkomen. Dit kunnen aantonen met voorbeelden.
  • Inzien wat de mogelijke oorzaken zijn van armoede in het Noorden.
Onderwerpen en rechten
  • Oorzaken en gevolgen van armoede bij ons
  • Recht op een behoorlijke levensstandaard
Tijdsduur/timing

Totale duur: 50 minuten
Fase 1: 5 minuten
Fase 2: 30 minuten
Fase 3: 15 minuten

Materiaal
  • Bijlage 1: kaartjes met armoedefeiten
  • Een kleefstift per groepje
  • Een groot blad papier (minstens A3-formaat)
Groepsgrootte

15 à 25 deelnemers

Korte omschrijving

Met enkele armoedefeiten als basis maken de deelnemers een armoedeweb aan de hand van oorzaken en gevolgen van armoedeaspecten.

Voorbereiding

Kopieer de feitenkaartjes (bijlage 1) 1 of 2 keer op stevig papier en knip ze uit. Het aantal hangt af van het aantal deelnemers. De deelnemers moeten per groepje van 3 à 4 deelnemers 3 kaartjes hebben. Er zijn 15 feiten. Als er meer dan 5 groepjes zijn, kopieer je de feitenkaartjes 2 keer. Het is niet erg als sommige feitenkaartjes 2 keer voorkomen.


Verloop

FASE 1

  • Verdeel de groep in kleine groepjes (3 à 4 personen)
  • Geef elke groep willekeurig een 3-tal feitenkaartjes (Bijlage 1) of laat de deelnemers zelf willekeurig kaartjes met feiten trekken.
  • Elk feit wordt in het midden van een (groot) blad papier gekleefd.

FASE 2

  • Elk groepje kiest één van de drie feitenkaartjes om mee te starten en kleeft dit in het midden van het blad.
  • Eerst zoekt elk groepje een rechtstreekse oorzaak en een rechtstreeks gevolg van het feit op hun feitenkaartje.
  • Vervolgens wordt er weer een oorzaak en gevolg gezocht van de vorige oorzaken en gevolgen. De groepjes proberen op die manier voor elke oorzaak of elk gevolg dat ze gevonden hebben een nieuwe oorzaak of nieuw gevolg te vinden, tot ze niet meer verder kunnen.
  • De overige 2 feitenkaartjes die de groepjes gekregen hebben, moeten in het schema ingepast worden (moeten met andere woorden fungeren als oorzaak en/of gevolg.)
  • Vervolgens worden alle oorzaken en gevolgen die met elkaar te maken hebben met lijnen verbonden.
  • Op die manier ontstaat er een wirwar van lijnen tussen oorzaken en gevolgen van verschillende armoedeaspecten: een armoedeweb.
  • Het is echter wel de bedoeling om zoveel mogelijk oorzaken en gevolgen te verzamelen. De groep die er het meest verzameld heeft is namelijk gewonnen.
  • De groepjes krijgen precies 30 minuten tijd voor deze opdracht.

FASE 3: NABESPREKING

  • Elk groepje stelt zijn armoedeweb voor aan de andere groepjes.
  • Ze beginnen bij de voorstelling van het feit en gaan verder door systematisch alle oorzaken en gevolgen uit te leggen, eventueel aan de hand van voorbeelden. Andere groepen mogen natuurlijk altijd andere voostellen doen of de oorzaken en gevolgen tegenspreken. Je mag gerust een discussie op gang laten komen!!

Enkele vragen voor de nabespreking:

  • Waarom is er een web ontstaan? Wat is de belangrijkste conclusie? (Omdat in armoede heel veel aspecten met elkaar samenhangen, het één brengt vaak het ander met zich mee, ...)
  • Wat is het gevolg hiervan? (moeilijk om uit armoede te geraken als je er één keer mee te maken hebt.)
  • Wat zijn de belangrijkste factoren die bijdragen tot armoede?
  • Wat zou jij als eerste veranderen bij mensen die in armoede leven als je kon kiezen en je de macht had om het te realiseren?
  • Ken je mensen in je omgeving die in armoede leven? Hoe ga je daar mee om?
  • Hoe wordt er in de klas/jeugdbeweging omgegaan met kinderen of jongeren uit kansarme gezinnen? Krijgen zij gelijke kansen?
  • Geef tenslotte elke deelnemer een sociaal of economisch recht (bijlage: overzicht economische en sociale rechten vereenvoudigd). Elke deelnemer zoekt voor dat recht een voorbeeld uit één van de webben, of m.a.w. een feit, oorzaak of gevolg dat ze tijdens de workshop gehoord hebben.
  • Alle voorbeelden bij elk recht worden door de hele groep geëvalueerd.
Bijlagen

armoedefeiten (om uit te knippen)


Startpagina VORMEN vzw | Startpagina RECHT-vaardig | Vorige | Volgende | Overzicht workshops | Inhoudstafel