Startpagina VORMEN vzw | Startpagina RECHT-vaardig | Vorige | Volgende | Overzicht workshops | Inhoudstafel

RECHT-vaardig, menswaardig: Armoede


Armoede algemeen
Definitie van armoede
Armoede en mensenrechten
Armoede in België
De kringloop van de armoede
Links
Werkvormen

Armoede algemeen

Armoede is een wereldwijd probleem dat nog toeneemt. Wij hebben de neiging om armoede in verband te brengen met gebieden als Sub-Saharaans Afrika, Azië en Latijns-Amerika, maar ook in Europa worden miljoenen mensen ermee geconfronteerd.
Van de 400 miljoen inwoners van de EU leven er 60 miljoen onder de armoedegrens (die is vastgelegd op 50 % van het gemiddelde inkomen in een land) en zijn er 2,7 miljoen dakloos. In Spanje leeft 20 % van de bevolking onder de relatieve armoedegrens en 4,5 % van de bevolking leeft in extreme armoede. In het Verenigd Koninkrijk groeit een derde van de kinderen op in armoede.
Toch blijft extreme armoede vooral een probleem van ontwikkelingslanden, de volgende gegevens van de Wereldbank (uit 2000) tonen dit aan:
“In de rijke landen haalt minder dan 1 kind op 100 zijn vijfde verjaardag niet, terwijl in de armste landen 1 kind op 5 sterft voor het 5 jaar oud is. Terwijl in de rijke landen minder dan 5 % van alle kinderen onder de vijf jaar ondervoed is, geldt dat voor de helft van de kinderen in de arme landen.”

De definitie van armoede

Absolute armoede wordt gemeten aan wat als het minimum beschouwd wordt om te overleven.
Bij deze definitie wordt ervan uitgegaan dat er minimum standaarden zijn en dat mensen die daaronder blijven beschouwd kunnen worden als ‘arm’. Eén van de meest gebruikte maatstaven is het inkomensniveau: wanneer het inkomen van een persoon of een gezin onder een bepaald niveau blijft dat als minimum wordt gesteld om een redelijke levensstandaard te hebben, dan wordt die persoon of dat gezin als arm beschouwd.

Bij relatieve armoede wordt de status van een specifieke groep bepaald en gemeten in verhouding tot anderen in dezelfde leefomgeving, gemeenschap of hetzelfde land. Bijgevolg kan iemand die als arm beschouwd wordt in een ontwikkeld land een hoger inkomen hebben dan iemand die als bemiddeld wordt beschouwd in een minder ontwikkeld land. De betekenis van armoede hangt af van de gewoontes, de standaarden en de waarden van elk land en elke regio van de wereld. In die zin is er ook een culture dimensie in de visie op armoede.
In deze tijd erkennen velen dat armoede niet noodzakelijk vermindert door de economische groei van een land. In landen met een economische groei is de armoede niet verdwenen. Zo kent Polen bijvoorbeeld een aanzienlijk succes in economisch opzicht, maar de armoede is er nog toegenomen. Het wordt in brede kringen aangenomen dat “armoede een multi-dimensioneel fenomeen is dat bestaat uit mentale, politieke, maatschappelijke en andere aspecten”, samen met een materiële dimensie (normaal uitgedrukt in termen van financiële waarde). De ondersteunende factoren kunnen economisch, sociaal, politiek of ecologisch zijn. Armoede heeft vele gezichten: zij kan ruraal of stedelijk zijn, permanent of tijdelijke. Sommigen kunnen levenslang arm zijn, terwijl anderen in armoede terechtkomen en er terug uit los geraken. Het is geen statische toestand.
Ook belangrijk is wat vaak de “vervrouwelijking van armoede” wordt genoemd. Dit houdt in dat er een groter aantal vrouwen bij de armen is, gekoppeld aan o.a. de geslachtsgebonden (gender-biased) vooroordelen inzake armoede.

top

Armoede en mensenrechten

Het is belangrijk te beseffen dat schending van economische en sociale rechten zoals doeltreffende gezondheidszorg, onderwijs, gelijkheid, onderdak, ... (enkele gevolgen van armoede en sociale uitsluiting), de toegang belemmert tot burgerlijke en politieke rechten, wat dan weer mensen belet om hun economische, sociale en culturele rechten op te eisen. Dat is een duidelijk voorbeeld van de ondeelbaarheid en de onderlinge afhankelijkheid van de mensenrechten.

De Verklaring over het Recht op Ontwikkeling, die aanvaard werd door de Algemene Vergadering van de VN op 4 december 1986, is het eerste internationale instrument dat exclusief verwijst naar het recht op ontwikkeling. Het is nauw verbonden met de tweede generatie van mensenrechten, zoals die beschreven zijn in het Internationaal Verdrag over Economische, Sociale en Culturele Rechten. Ontwikkeling is omschreven in artikel 1 als “een globaal economisch, sociaal, cultureel en politiek proces dat streeft naar verbetering van het welzijn van alle mensen en personen, gebaseerd op hun vrije, actieve en betekenisvolle deelname aan de ontwikkeling en aan de eerlijke verdeling die er het gevolg van is.” Artikel 2 van dezelfde verklaring benadrukt dat “de menselijke persoon het belangrijkste onderwerp van ontwikkeling is en dat hij/zij een actieve deelnemer aan en genieter van het recht op ontwikkeling zou moeten zijn.”

Op de Wereldtop voor Sociale Ontwikkeling in 1995, bekend als de Top van Kopenhagen, verbonden 185 landen zich ertoe, bij monde van hun afgevaardigden, om de absolute armoede uit te roeien. Daartoe aanvaardden ze concrete plannen en voorstellen. De staatshoofden en regeringsleiders namen een verklaring aan en een actieplan, bekend als “Kopenhagen + 6”, maar in September 2001 was geen enkel van de gestelde doelen volledig bereikt.
Het bestaande internationaal en regionaal instrumentarium heeft een beperkte invloed gehad op de strijd tegen armoede. Een reden daarvoor is dat vele van deze instrumenten geen mechanismen bevatten om die rechten af te dwingen. Een andere reden is dat, hoewel er gedurende de laatste 50 jaar vooruitgang is geboekt wat betreft de ontwikkeling van een kader voor mensenrechten en alhoewel de internationale gemeenschap aanvaard heeft dat duurzame ontwikkeling onmogelijk is zonder respect voor mensenrechten, er nog altijd geen uitdrukkelijk verband gelegd wordt tussen armoede en mensenrechten.

Eén van de meest algemene vooroordelen over armen is dat ze zich in die situatie bevinden omdat ze dat willen of omdat ze niet hard genoeg werken – wat inhoudt dat ze lui en onverantwoordelijk zijn. Dat is een manier om de armen volledig met de verantwoordelijkheid voor hun situatie op te zadelen. Het laat vermoeden dat een maatschappij niet verantwoordelijk voor hen zou zijn en dat ze niets voor hen kan doen. Deze aanpak gaat niet samen met een cultuur van mensenrechten, omdat het de mensen die zichzelf uitgesloten zien, de kans ontneemt om waardig te leven en hun rechten uit te oefenen. Zij doen de gevolgen van armoede (veranderd gedragspatroon, drugsmisbruik, arbeidsweigering, alcoholgebruik enz.) samensmelten met de ingewikkelde basisoorzaken.
Om de armoede uit te roeien moeten we haar wortels aanpakken, niet alleen de onmiddellijke noden en dat vereist een belangrijke politieke inspanning van staten en internationale organisaties: armoede heeft dus een sterke politieke dimensie:

“De strijd tegen armoede is een door en door politiek onderwerp.
In de meeste gemeenschappen betreft armoede de ongelijkheden
in de verdeling van macht, rijkdom en kansen.”

(United Nations Development Report, UNDP 2001)

top

Armoede in België

Meer dan 15% van de bevolking van ons land krijgt vroeg of laat te maken met armoede. Deze mensen zijn extra kwetsbaar: ze zijn laaggeschoold, komen uit een gebroken gezin, worden ziek of invalide, komen zonder werk te staan... en belanden in de armoede. Natuurlijk bestaan er uitkeringen en bestaansminima maar onze welvaartstaat functioneert lang niet perfect. En er is meer aan de hand: de familiale banden zijn minder hecht dan vroeger, het sociale weefsel rafelt uit, niet iedereen kan de flexibiliteit opbrengen die onze 24-uurseconomie vereist... Allemaal factoren die ertoe bijdragen dat mensen door de mazen van het net vallen.

De kringloop van de armoede

Armoede kan niet herleid worden tot louter een inkomensprobleem. Armoede in onze samenleving is een samenhang van vele elementen, vaak tegelijk aanwezig bij arme gezinnen: moeilijkheden in het onderwijs, slechte tewerkstellingskansen, een te klein inkomen, ongezonde huisvesting, moeilijke thuissituaties... Dit alles vormt een kluwen dat we omschrijven als de kringloop van de armoede. Een kringloop waardoor die gezinnen de armoede niet uitgeraken: vele samenhangende problemen versterken elkaar. Bovendien kunnen die zowel oorzaak als gevolg zijn. Armoede is dan ook nooit een eenvoudige zaak.

De kringloop van de armoede maakt ook duidelijk dat sommige bevolkingsgroepen van de eerste tot de laatste dag van hun leven, van wieg tot graf, in een gelijklopend circuit zitten omdat ze van de gewone samenleving zijn uitgesloten. Het wordt soms als het ware doorgegeven van vader op zoon, van de ene generatie op de andere. Daarom spreekt men ook van generatiearmoede. Het is een bevolkingsgroep die ook doorheen de geschiedenis geen aansluiting heeft kunnen maken met de algemene welvaartsstijging en nooit volwaardig heeft kunnen participeren. Zij slagen er niet in om te ontsnappen aan levenslange uitsluiting. Zij zitten in een uitzichtloze kringloop opgesloten.

top

De kringloop in woorden
De meeste armen zijn laag of niet geschoold. Ze hebben slechts lager of middelbaar onderwijs (beroeps of bijzonder onderwijs) genoten. Sommigen verlaten de school zonder voldoende te kunnen lezen of schrijven. Het schoolmilieu is weinig afgestemd op de leefwereld van kinderen die opgroeien in armoede.

Bij de kinderen thuis is er ook niet veel mogelijkheid om te leren: de ouders kunnen niet helpen met het huiswerk, begrijpen de schoolwereld niet, er is vaak geen geld voor schoolgerief, er is geen ruimte of een rustig hoekje om huiswerk te maken... De kinderen worden vaak ook uitgelachen op school om hun kleding en hun leefomstandigheden.

De armsten verlaten vroeg de school om te gaan werken. Door hun lage scholing kunnen zij slechts zwaar en laag betaald werk vinden. Vroeger werkten velen voor interim-bureaus, nu vinden zij zelfs daar geen werk meer. Doordat zij geen werk vinden of slechts af en toe werken, hebben zij een laag en onstabiel inkomen. Hun inkomen is vaak samengesteld uit flarden arbeidsinkomen, sociale zekerheidsgelden (o.a. kindergeld) en vervangingsuitkeringen (o.a. leefloon of invaliditeit).

Doordat zij weinig geld hebben, gaan ze op zoek naar een goedkopere woning. De armste leven heel vaak in vochtige, kleine, onveilige huizen met kamers met onvoldoende sanitaire voorzieningen.

Een ongezonde woonsituatie, gevaarlijke werkomstandigheden en een onevenwichtige voeding zal in vele gevallen gezondheidsproblemen met zich meebrengen. Uit angst en omwille van hun financiële situatie zullen zij pas in uiterste nood naar de dokter gaan. De gezondheid van de meeste armen is dan ook slecht en zij zien er op 40-jarige leeftijd al oud uit. Dat wordt ook doorgegeven aan de kinderen. De levensomstandigheden en de uitsluiting maken dat mensen constant onder stress leven, dat er voor hen en voor hun kinderen geen ontspanning of vakantie is, dat de spanningen in het huishouden vaak hoog oplopen. Onder deze miserabele omstandigheden ligt een levenservaring van voortdurende uitsluiting en marginaliteit. Leven in miserie is leven in onmacht, angst, in onwaardigheid. Men is niemand. Dat is onrecht.

De kringloop van de armoede zien we het duidelijkst bij de harde kern van mensen die van generatie op generatie arm zijn. Maar we merken dat meer en meer mensen in de kringloop terecht komen: langdurig werklozen, alleenstaande ouders met kinderen, oudere mensen met een te klein pensioen, gehandicapten, vluchtelingen... Deze mensen noemen we bestaansonzeker omdat hun inkomen te klein is om te kunnen leven in welzijn. Als die bestaansonzekerheid blijft duren hebben ze geen middelen meer om voor zichzelf en hun kinderen een toekomst uit te bouwen. Daardoor krijgen hun kinderen minder kansen en is de kans zeer groot dat ook zij later bestaansonzeker worden. Zo komen ook zij in de kringloop terecht.

Op eigen kracht uit deze cirkel geraken is erg moeilijk. De klassieke hulpverlening is gespecialiseerd in één of andere sector en heeft veel moeite om zich aan te passen aan de complexe probleemsituaties in arme gezinnen. Zelfs indien er veel goede wil en respect is voor de betrokkenen ontbreken vaak de broodnodige structuren en omkadering om op een aangepaste manier de problemen aan te pakken tezamen met de gezinnen. Toch zijn er in verschillende welzijnssectoren goede pogingen om hulpverlening, opbouwwerk en welzijnswerk te vernieuwen en aan te passen.

Links

top


Startpagina VORMEN vzw | Startpagina RECHT-vaardig | Vorige | Volgende | Overzicht workshops | Inhoudstafel