Startpagina VORMEN vzw | Vorige | Inhoudstafel | Volgende | Overzicht activiteiten

KOMPAS: Zie wat we wel kunnen!

Thema's discriminatie en xenofobie, sociale rechten, sport
Belangrijke datum

3 december

Internationale Dag van de personen met een handicap

Complexiteit niveau 3
Groepsgrootte

6-36

Duur

120 minuten

Overzicht Een concrete activiteit om empathie met mensen met een handicap aan te moedigen.Bij de behandelde onderwerpen zijn ondermeer:
  • de obstakels die personen met een handicap moeten overwinnen bij hun integratie in de samenleving;
  • de rechten van personen met een handicap bekeken als mensenrechtennorm.
  • Welke rechten?
  • het recht om niet gediscrimineerd te worden
  • gelijkheid in waardigheid en rechten
  • het recht op sociale zekerheid
  • Doelstellingen
  • Bewustmaking van sommige alledaagse problemen waarmee personen met een handicap te kampen hebben.
  • Ontwikkelen van inzicht in de noden van personen met een handicap en van de vaardigheid om hiermee om te gaan.
  • Empathie en solidariteit bevorderen.
  • Materiaal
  • inleiding: per deelnemer een blad papier en een pen.
  • deel twee, per paar:
    • een plastic tas met daarin een kool- of slablad, een potlood, een stuk krijt, een blad (van gelijk welke boom), een gekleurd stuk papier en een fles of blik van gelijk welke frisdrank
    • een blinddoek
    • een blad papier en een balpen
  • deel 3, per paar:
    • 1 rolfiche
    • een blad papier en een balpen
  • deel 4:
    • rolstoelen, 1 per acht personen
    • ruimte om een hindernissenparcours te kunnen bouwen. (Een tweede lokaal is misschien het beste, maar is niet noodzakelijk. Ruimte buiten is een andere mogelijkheid.)
    • hindernissen, zoals bv. tafels en stoelen, houten planken, stapels oude kranten, enz.
    • een groot vel papier of een bord en stiften
    • een horloge of chronometer
  • Voorbereiding Maak de rolfiches. Ofwel kies je één van de situaties die bij deze activiteit voorgesteld worden, ofwel stel je er zelf een op.
    Zorg indien mogelijk voor een tweede lokaal dat je op voorhand kan klaarmaken voor het hindernissenparcours, of nog beter: ga naar buiten waar je het parcours over een meer uitdagend terrein kan aanleggen. Gebruik als je het binnen opstelt tafels en stoelen om nauwe doorgangen te maken en houten planken of oude kranten op de vloer als vervanging voor moeilijk natuurlijk terrein.

    Instructies

    Deze activiteit bestaat uit vier delen:
  • deel 1: de inleiding
  • deel 2: de blinddoekentocht
  • deel 3: gebaren
  • deel 4: de rolstoelenrace

    Deel 1. Inleiding (10 minuten).

    - Leg uit dat de activiteit zich toespitst op drie specifieke handicaps: blindheid, doof(stom)heid en verlamming.
    - Nodig de deelnemers uit om een paar minuten na te denken over hoe ze wel -- en hoe niét - zouden willen behandeld worden, als ze een persoon met een handicap zouden zijn. Laat ze een paar kernwoorden opschrijven.
    - Vraag nu aan de deelnemers om op te schrijven waar ze het bangst voor zouden zijn als ze een persoon met een handicap zouden zijn.
    - Wanneer dit gedaan is, vraag je aan de deelnemers om hun papieren om te draaien en zich klaar te maken om ‘in de realiteit’ te stappen.

    Deel 2. De blinddoekentocht.

    - Vraag de deelnemers om per twee te gaan staan. Deel de blinddoeken uit. Eén persoon zal de persoon met een handicap zijn en de andere diens gids. Het is de verantwoordelijkheid van de gids om op elk moment de veiligheid van zijn of haar partner te verzekeren. Ze mogen op eenvoudige vragen over veiligheid alleen met “ja” of “nee” antwoorden.
    - Vraag de gidsen om hun partners mee te nemen voor een 5 minuten durende wandeling, waarbij ze trappen op of af gaan en indien mogelijk naar buiten gaan.
    - Laat bij terugkomst in de kamer de gidsen hun partners naar hun stoelen leiden. Er ligt een verrassing op de stoel! Een tas! Wat zit er in?
    - De blinde spelers moeten de inhoud identificeren. Het is de taak van hun gidsen om hun gissingen op te schrijven.
    - Laat dan de ‘blinden’ hun blinddoek afnemen en de objecten zien. Nodig de partners uit om kort hun ervaringen en verrassingen met elkaar te bespreken.
    - Geef de deelnemers een paar minuten om uit hun rol te komen en ga dan over tot deel 3.

    Deel 3. Gebaren.

    - Vraag de paren om te wisselen: de gidsen zullen nu personen met een handicap zijn (deze keer mensen die stom zijn, d.w.z.niet kunnen praten) en hun partners de valide helpers.
    - Deel aan elke speler met een handicap één van de situatiekaarten uit. Ze mogen deze niet laten zien aan hun partners. Geef aan de helpers een blad papier en een balpen.
    - Leg uit dat de stomme spelers hun probleem moeten duidelijk maken aan hun helper. Ze mogen niet spreken, schrijven of tekenen. De helpers moeten noteren waar ze denken dat de boodschap over gaat.
    - Wanneer de ‘stomme’ spelers zo goed als ze kunnen gecommuniceerd hebben, tonen ze de rolfiche aan hun helper. Nodig de paren uit om kort hun bedoelingen, problemen en frustraties met elkaar te bespreken.

    Deel 4. Rolstoel-hindernissenrace.

    - Toon het hindernissenparcours aan de deelnemers. Leg uit dat degene die het snelst rond raakt de winnaar is. Er zijn strafpunten voor wie onderweg tegen een obstakel aanrijdt.
    - Hou de resultaten bij op een groot blad papier.
    - Neem een korte pauze wanneer iedereen die wou aan de beurt gekomen is, en ga dan over tot nabespreking en evaluatie.

    Nabespreking en evaluatie

    Doe dit in groep. Begin met een bespreking van deel 2, 3 en 4 van de activiteit en ga dan verder met nadenken over wat mensen reeds bij het begin wisten en over wat ze uit deze ervaringen geleerd hebben.

    Begin met de blinddoekentocht. Vraag zowel aan degenen die geblinddoekt waren als aan hun begeleiders om hun reacties te vertellen:

    Hoe voelde elk van hen zich tijdens de oefening?
    Wat was het moeilijkst? Wat was grappig? Wat was akelig?
    Hoe moeilijk is het om te vertrouwen en om betrouwbaar te zijn?
    Hoe goed slaagden mensen erin om de voorwerpen in de tas te herkennen? Welke zintuigen gebruikten ze? Hoeveel mensen durfden de fles of het blikje te openen om van de drank te proeven?

    Ga dan verder met de bespreking van deel 3, de gebaren:

    Hoe voelde elk van hen zich tijdens de oefening?
    Wat was het moeilijkst? Wat was grappig? Wat was akelig?
    Was het frustrerend om te gebaren en niet begrepen te worden?
    Was het frustrerend of gênant om niet te kunnen verstaan?

    Bespreek hierna de rolstoel-hindernissenrace:

    Hoe voelden ze zich toen ze niet zo mobiel waren?
    Wat was het moeilijkst? Wat was grappig? Wat was akelig?

    Bespreek nu de angsten en verwachtingen die mensen in het begin van de opdracht noemden. Vraag hen om naar de kernwoorden te kijken die ze toen opgeschreven hebben:

    Werden sommige in hun angsten bevestigd tijdens de activiteit?
    Hoe probeerden ze hun partner te helpen?
    Hoe werd hun hulp ontvangen?
    Hoe makkelijk is het om uit te maken hoeveel hulp er moet gegeven worden?

    Waarvan hadden ze, bij het gehandicapt zijn, het meest schrik? Waar baseerden ze hun angst op? Zijn er onder jullie ooit bang geweest om gehandicapt te worden door een ongeluk of door ziekte?

    Wat was het meest verrassende dat ze door de activiteit geleerd hebben?

    Kennen ze iemand die blind of doofstom is of in een rolstoel zit? Hoe is het sociale leven van deze mensen? Hoe reageren andere mensen op hen?

    Kijk in de omgeving naar de gebouwen en de straten. Hoe gebruiksvriendelijk zijn ze voor personen met een handicap?

    Wat kan en zou er moeten gedaan worden om de gelijkheid en waardigheid van personen met een handicap te verzekeren?

    Zijn de rechten van personen met een handicap ook een kwestie van mensenrechten? Welke rechten in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zijn vooral relevant?

    Wat kan je school, vereniging of jeugdgroep doen om de gelijkheid en waardigheid van personen met een handicap te bevorderen?

    Tips voor begeleiders

    Maak het hindernissenparcours van deel 4 niet te lang. 2-3 minuten is voldoende, vooral als je maar twee of drie rolstoelen hebt, omdat mensen zullen moeten wachten en zich kunnen vervelen. Je kan proberen om de rolstoelen te lenen van een plaatselijk ziekenhuis of van een organisatie die rolstoelen uitleent aan mensen die tijdelijk een rolstoel nodig hebben. Als alternatief kan je ook improviseren om de deelnemers een fysieke handicap te geven. Bijvoorbeeld door ze enorme rubberen laarzen aan de verkeerde voeten te laten dragen!

    Hoe je deze activiteit leidt, hangt voor een groot deel af van de groep. Zorg er zeker voor dat iedereen zich realiseert dat ze verschillende ‘simulaties van de realiteit’ zullen ondergaan tijdens dewelke ze kunnen experimenteren met hun gevoelens over - en reacties op hoe het is om gehandicapt te zijn. Leg uit dat het niet de bedoeling is om met mensen te lachen, of nodeloze stress of schaamte te veroorzaken. Ze zouden zich ‘natuurlijk’ moeten gedragen en niet overdrijven. Verzeker mensen ervan dat ze zich op sommige momenten vreemd of onzeker kunnen voelen, maar dat hen niets gevaarlijks of schadelijks zal overkomen.

    Als je de tijd niet hebt om alle simulaties te doen, doe er dan één of twee. De ervaring van het geblinddoekt zijn is misschien wel de meest persoonlijke, uitdagende en beklijvende confrontatie uit de voorgestelde reeks. Het is daarom is aan te raden dat, als je maar één simulatie kan doen, je deze kiest. Laat de partners omwisselen zodat ze alle twee de ervaring van de handicap kunnen hebben. Vergeet in dit geval niet een tweede reeks van voorwerpen om te identificeren klaar te hebben leggen.

    Al is dit een ernstige activiteit, verwacht je aan vele grappige situaties. Laat dit gewoon gebeuren. Voel je enkel geneigd om in te grijpen of commentaar te leveren wanneer mensen onveilige dingen doen of opmerkingen maken die personen met een handicap belachelijk maken. Je kan er ook voor kiezen om dit slechts in de nabespreking aan te kaarten, met vragen als:
    Wanneer lachen mensen met personen met een handicap?
    Wie doet het en waarom?
    Wanneer is het OK om grappen te maken over iemands handicap?
    Hoe kan je weten waar de grens ligt tussen een goeie grap en een belediging?

    Varianten

    Je kan nog vele andere soorten handicaps simuleren, inclusief de minder zichtbare zoals leerstoornissen of taalstoornissen, afhankelijk van wat het dichtste bij de realiteit van de groep staat. Eén mogelijkheid is om handicaps te simuleren die te wijten zijn aan hoge leeftijd: dit kan bijdragen tot het verhogen van het bewustzijn van jonge mensen omtrent ouderen en omtrent de (ontbrekende) voorwaarden voor een leven in waardigheid.

    Suggesties voor follow-up

    Als je met kinderen werkt, kan je eens kijken naar artikel 23 van het kinderrechtenverdrag, waarin staat dat kinderen met een handicap recht hebben op speciale zorg, onderwijs en opleiding die hen helpen om van een volwaardig en degelijk leven te genieten. Je zou de groepen kunnen vragen ominformatie in te winnen in hun eigen omgeving (inclusief familie) over personen die te kampen hebben met één of andere handicap. Ze kunnen dan onderzoeken tot welke diensten en voorzieningen deze mensen toegang hebben.

    Zijn er kinderen met een handicap in de school of jeugdbeweging?
    Kunnen ze hetzelfde doen als alle anderen?
    Indien niet, waarom niet?

    Als de groep zou willen bekijken hoe te reageren op een andere ‘alledaagse‘ vorm van discriminatie – zoals discriminatie op grond van etnische afkomst – dan zouden ze de activiteit Een antwoord geven op racisme kunnen doen.
    Ideeën voor actie

    De groep kan ervoor kiezen om een kwetsbare groep te identificeren en te beslissen wat ze kunnen/moeten doen om deze te steunen. Raadpleeg dit handboek voor richtlijnen en ideeën over hoe “actie ondernemen”. Het is belangrijk om samen te werken met organisaties die met personen met een handicap werken en om te vertrekken vanuit de noden van de personen met een handicap, zoals ze vastgesteld en herkend worden door de persoon met een handicap zelf.


    Verdere informatie

    Het niveau van zorg en de bescherming van de rechten van personen met een handicap verschilt erg van land tot land, schijnbaar omwille van economische redenen maar in werkelijkheid omwille van redenen die waarschijnlijk meer te maken hebben met het al dan niet ernstig nemen van gelijkheid en solidariteit. Hoorapparaten kunnen bijvoorbeeld wel of niet door de sociale zekerheid betaald worden. Er kunnen wel of geen speciale bijdragen zijn voor extra telecommunicatiemateriaal voor dove mensen en wanneer iemand een elektrische rolstoel nodig heeft, is het soms de gemeenschap of de overheid die deze betaalt.

    Informatie over discriminatie van mensen met een handicap kan je vinden bij de achtergrondinformatie over discriminatie en xenofobie (opm: dit staat nog niet online). Informatie over de paralympische spelen kan je vinden in de achtergrondinformatie over sport en mensenrechten (opm: dit staat nog niet online).

    Opmerking: deze activiteit werd ons voorgesteld door Dr. Mónika Mádai, voorzitter van de Common Fate Organisation (Közös Sors Egyesület, een Hongaarse NGO die werkt aan de bevordering van sociale integratie van personen met een handicap en validen). Ze is ook lid van de Hongaarse Nationale Raad van mindervaliden, die Hongarije vertegenwoordigt in Rehabilitation International, is een internationale jongerentrainer, en is een maatschappelijk bewogen persoon met een handicap sinds haar geboorte.

    Bijlagen

    situatiekaarten


  • Startpagina VORMEN vzw | Vorige | Inhoudstafel | Volgende | Overzicht activiteiten