| Thema's |
algemene mensenrechten, burgerschap, armoede
|
| Belangrijke datum
5 december
Internationale vrijwilligersdag voor economische en sociale ontwikkeling
|
|
| Complexiteit |
niveau 2 |
| Groepsgrootte |
om het even
|
| Duur |
50 minuten |
| Overzicht |
Dit is een discussieactiviteit over:
de basisvoorwaarden van menselijke waardigheid;
het respectievelijke belang van burgerlijke en politieke rechten en van sociale en economische rechten;
de plichten van de overheid in verband met sociale en economische rechten.
|
| Welke rechten? |
allemaal
|
| Doelstellingen |
Het verschil tussen burgerlijke en politieke rechten en sociale en economische rechten leren inzien.
Nadenken over sommige complexe problemen in verband met het beschermen van rechten.
Discussie- en argumentatievaardigheden ontwikkelen.
|
| Materiaal |
een kopie van het blad met stellingen
grote bladen papier of een flipchart, schrijfgerief
touw of krijt (optioneel)
kopieën van de vereenvoudigde versie van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
|
| Voorbereiding |
Maak twee posters klaar één die luidt akkoord en een ander die zegt niet akkoord en hang ze op aan verschillende uiteinden van het lokaal, zodat mensen een rechte lijn tussen de stellingen kunnen vormen (misschien kan je een krijtlijn tekenen die de twee uitersten verbindt of hiervoor een stuk touw gebruiken).
|
- Begin met een korte inleiding over het verschil tussen burgerlijke en politieke rechten enerzijds, en sociale en economische rechten anderzijds.
- Brainstorm een vijftal minuten over welke rechten in welke categorie thuishoren. Schrijf deze rechten op de bladen neer onder de titels burgerlijke en politieke rechten en sociale en economische rechten.
- Leg nu uit dat je een aantal stellingen zal voorlezen waar de deelnemers het in meerdere of mindere mate mee eens kunnen zijn.
- Wijs op de twee extreme posities akkoord en niet akkoord. Leg de deelnemers uit dat ze zich op elk punt op de (denkbeeldige) lijn tussen deze twee extremen kunnen plaatsen en vraag hen zich te plaatsen bij personen die ongeveer dezelfde mening hebben. Korte discussies bij het innemen van de plaatsen zijn toegelaten!
- Lees de stellingen één voor één voor. Verander het ritme: sommige stellingen moeten kort na elkaar voorgelezen worden, terwijl je voor anderen meer tijd moet uittrekken om discussie mogelijk te maken.
- Moedig discussie en nadenken aan. Vraag de mensen dicht bij de uitersten waarom ze daar staan. Vraag de mensen in het midden of hun positie voortkomt uit een gebrek aan een uitgesproken mening of een gebrek aan kennis.
- Geef de deelnemers de mogelijkheid om van positie te veranderen terwijl ze de argumenten van anderen beluisteren.
- Als je alle stellingen hebt afgewerkt, breng je de groep terug samen voor de nabespreking.
Overloop eerst de activiteit zelf en bespreek dan wat mensen hebben bijgeleerd.
- Waren er vragen waar sommigen onmogelijk op konden antwoorden ofwel omdat het te moeilijk was een mening te vormen, ofwel omdat de vraag verkeerd werd gesteld?
- Waarom veranderden sommigen tijdens de discussie van mening?
- Waren de deelnemers verrast over de mate waarin de meningen verschilden?
- Maakt het uit dat er verschillende meningen zijn over mensenrechten?
- Denk je dat er een juiste en een foute reactie is op de stellingen, of gaat het louter om een persoonlijke mening?
- Is het wel mogelijk om tot een consensus te komen over mensenrechten?
- Is er een fundamenteel verschil tussen de eerste twee generaties mensenrechten: de burgerlijke en politieke rechten enerzijds en de sociale en economische rechten anderzijds? Is het mogelijk om te zeggen welke van de twee het belangrijkste zijn?
- Hebben we nog meer rechten nodig? Kan er nog een derde generatie rechten zijn?
Deze activiteit behandelt alle rechten, maar toch komen sociale en economische rechten in het bijzonder aan bod, bijvoorbeeld het recht op werk en vrije tijd, op gezondheidszorg en op een minimum levensstandaard (artikels 16 en 22-29 van de UVRM).
De stellingen die hieronder worden weergegeven, zijn gemaakt om bepaalde discussiepunten in verband met het verschil tussen enerzijds de politieke en burgerlijke rechten en anderzijds de sociale en economische rechten aan bod te laten komen. Het is niet nodig om hier aan het begin van de activiteit diep op in te gaan, omdat veel van deze zaken toch aan bod zullen komen in de discussie.
Toch is het misschien nuttig om twee zaken in de inleiding te vermelden. Ten eerste het eenvoudige onderscheid dat politieke en burgerlijke rechten die morele eisen zijn die we stellen aan de overheid in verband met politieke themas, zoals het recht op een eerlijk proces, het stemrecht, het recht op vrije meningsuiting, enz. Economische en sociale rechten zijn eisen die verband houden met sociale en economische themas zoals dakloosheid, ontoereikende gezondheidszorg, armoede enz. Het eerste type rechten worden ook de eerste generatie rechten genoemd, en het andere de tweede generatie rechten, en dit wegens de historische volgorde waarin ze werden erkend als universele mensenrechten.
Ten tweede is het zo dat sommige mensen een fundamenteel onderscheid zien tussen deze twee soorten rechten. Sociale en economische rechten zijn volgens velen minder belangrijk en/of moeilijker te garanderen dan politieke en burgerlijke rechten. Anderen zijn het hier niet mee eens. Je vindt hierover meer informatie in hoofdstuk 4.
Tijdens het brainstormen kan je de deelnemers als geheugensteuntje de vereenvoudigde versie van de UVRM geven. Je kan ook een aantal artikels voorlezen en hun vervolgens vragen om het recht in de juiste categorie onder te brengen. De artikels 16 en 22 tot 29 worden meestal beschouwd als zijnde sociale en economische rechten.
Als je dat wenst, kan je de stellingenfase van de activiteit relatief kort houden, door tijdens het innemen van de posities niet al te veel tijd te geven voor discussie tussen de deelnemers, om er daarna twee of drie posities uit te kiezen en deze meer in detail te bespreken met heel de groep. Toch is het zinvol om de activiteit soms even te onderbreken om de deelnemers de kans te geven na te denken over verschillende van de punten en over hun eigen positie met betrekking tot andere.
Schrijf andere stellingen neer of vraag de deelnemers om er zelf te verzinnen.
| Suggesties voor follow-up |
Organiseer een meer formeel debat over deze themas, waarin je mensen vraagt om op voorhand hun argumenten voor te bereiden. Aan het eind van het debat kan je dan een stemming houden. Je kan ook andere jongeren of het brede publiek uitnodigen om mee te doen.
Mensenrechten kennen is belangrijk, maar een actieve burger zijn, is ook van cruciaal belang als rechten gevrijwaard willen blijven. Je kan de activiteit De werking van de democratie uitproberen. Deze bestudeert net de methodes waarop we anderen trachten te overtuigen.
Contacteer een plaatselijke organisatie die rond mensenrechten of sociaal welzijn werkt en zoek uit hoe je eraan kan bijdragen.
| Verdere informatie |
|
Hoofdstuk vier van dit handboek bevat achtergrondinformatie over de verschillende generaties rechten, ook over de derde generatie rechten. (opm: dit staat nog niet online)
|
|