| Thema's |
burgerschap, democratie, algemene mensenrechten
|
| Belangrijke datum
9 november 1989
De val van de Berlijnse muur
|
|
| Complexiteit |
niveau 4 |
| Groepsgrootte |
8-20
|
| Duur |
90 minuten |
| Overzicht |
De activiteit betreft de onderhandeling over de rechten en de verantwoordelijkheden van burgers, regering, ngo's en de media in een democratie. |
| Welke rechten? |
stemrecht
het recht tot indienstneming
het recht tot kandidaatstelling voor verkiezingen
vrijheid van informatie en meningsuiting
verplichtingen aan de gemeenschap
|
| Doelstellingen |
Het begrijpen van het verband tussen rechten en verantwoordelijkheden.
Ontwikkelen van een gevoel voor de complexiteit van de verbanden tussen de verschillende geledingen in de democratie.
Bevorderen van samenwerking en burgerzin.
|
| Materiaal |
een groot blad (A3) of flipchartpapier voor elke groep
twee stiften van verschillende kleur (vb groen en rood) voor elke groep
een bol touw of wol (liefst groen)
een rol kleefband voor elke groep
scharen
|
| Voorbereiding |
Snij 24 draden wol op een lengte van 1.5 m
|
- Leg uit dat het opzet van de activiteit erin bestaat een kaart te tekenen van de verschillende verbindingen tussen vier sectoren binnen (een ideale) democratische maatschappij
- Verdeel de deelnemers in vier even grote groepen om respectief vier spelers in een democratie te vertegenwoordigen: de regering, de ngos, de media en de burgers.
- Geef aan elke groep een groot blad en stiften en vraag hen om 10 minuten na te denken over de rol die hun speler heeft in een democratische maatschappij, met name hun belangrijkste functies hierin. Ieder dient op het groot blad met rode stift de vijf belangrijkste functies neer te schrijven.
- Breng de groepen samen om hun ideeën voor te stellen. Laat de groepen hun opmerkingen meedelen. Vraag hen of zij akkoord gaan met de belangrijkste functies van de vier spelers. Geef de groepen dan de kans hun lijsten aan te passen.
- Splits de vier groepen opnieuw en vraag hen na te gaan wat zij van elk van de andere spelers verwachten om hun eigen functies te kunnen uitoefenen, met name wat zij van elk van de andere spelers willen verkrijgen. Dit zou met groene stift in aparte rubrieken moeten opgetekend worden. Geef hen vijftien minuten voor deze opdracht.
- Wanneer de tijd bijna verstreken is, vraag je de groepen de volgens hen zes belangrijkste verzoeken aan te duiden. Geef elke groep plakband en woldraden om deze elementen aan te geven.
- Verdeel kopieën van de Spelregels, overloop deze en vergewis je ervan dat iedereen begrijpt wat hij moet doen. Vraag de groepen hun papier in het midden te brengen en leg ze met ongeveer 1 m tussenruimte in een vierkant. (Zie schema). Vraag de deelnemers van elke groep zich op te stellen bij hun eigen hoek.
- De onderhandelingsronde kan nu beginnen. Geef voor iedere ronde 10 minuten tijd. Herinner de deelnemers eraan dat wanneer een verzoek werd aanvaard er een stuk wol moet vastgehecht worden tussen de twee papieren om de aanvaarding van de verantwoordelijkheid aan te geven.
- Op het einde van de activiteit, zouden de vier spelers moeten verbonden zijn door een complex netwerk van woldraden. Ga over tot nabespreking en evaluatie terwijl de deelnemers nog steeds rond de kaart zitten.
Vraag de deelnemers het netwerk te bekijken dat zij gemaakt hebben en vraag hierover hun mening.
- Was het moeilijk om de functies te ontdekken die de regering, de ngos, de media en de burgers in de democratie vervullen?
- Waren er meningsverschillen binnen de groepen over het al of niet aanvaarden van een verzoek?
- Welke verzoeken, gesteld aan andere groepen, werden niet als verantwoordelijkheid aanvaard? Waarom was dit zo? Denk je dat deze gevallen in werkelijkheid problemen kunnen veroorzaken?
- Waren er verantwoordelijkheden die iedere groep aanvaardde, maar waar voordien niet aan gedacht was? Wat denk je er nu over?
- Heeft deze activiteit je iets nieuws geleerd omtrent de democratische maatschappij dat je voordien niet wist? Waren er verrassingen?
In fase 4 van de instructies, nadat de groepen hun lijst met functies opgesteld hebben, wijd je best niet te veel tijd aan het plenair bespreken van de themas. Dit moet eerder dienen als een inleiding tot het daaropvolgende groepswerk. Groepen noteren dan graag de functies van de andere groepen.
Wanneer zij hun lijst met verzoeken (fase 5) opmaken, vraag hen realistisch te zijn bij het opstellen van hun vragen voor de andere spelers. De verantwoordelijkheden moeten aanvaardbaar zijn, zij mogen geen onbillijke of onredelijke eisen stellen.
Wanneer de groep de onderhandeling start (fase 8), mag dit niet als een competitie worden voorgesteld. Ook deze fase mag niet te lang duren. Benadruk dat zij het moeten beschouwen als samenwerken met mekaar: het komt erop aan een maatschappij uit te werken waar alle spelers samenwerken ten voordele van iedereen. Daarom moeten de gesprekken nogal snel gaan: zeg aan de groepen dat ze de verzoeken aanvaarden als ze billijk blijken of in het tegengestelde geval afwijzen.
De twijfelachtige gevallen behoud je voor een later moment.
De activiteit kan meer of minder complex gemaakt worden door meerdere aantallen spelers in de maatschappij in te schakelen: je kan wellicht de zakenwereld, de minderheden, of marginale groepen toevoegen. Dit zal het onderhandelen heel wat moeilijker maken. Je kan ook vastleggen dat niet alle groepen verzoeken aan elkaar moeten doen. Je kan ook verschillende categorieën vervangen door andere die de jongeren meer rechtstreeks aanspreken bijvoorbeeld burgers vervangen door jongeren en regering door school.
De activiteit zou vereenvoudigd kunnen worden door één of meerdere groepen weg te laten: bijvoorbeeld alleen werken met burgers en regering. Dit is te verkiezen als je met een kleine groep werkt.
Je kan de activiteit ook uitwerken zonder gebruik van de kaart: tijdens het onderhandelingsproces zou dan iemand van de ene groep het ene uiteinde van een stuk wol vasthouden en het andere aanbieden aan iemand van de tweede groep. Als iedereen zijn eind vasthoudt, zou na verloop van het proces de volledige maatschappij met elkaar verbonden zijn.
| Suggesties voor follow-up |
Door verschillende groepen uit de samenleving toe te voegen zou de kaart verder uitgebreid kunnen worden (zie Variaties). Men kan de kaart overbrengen op een ander blad om deze duidelijker te maken en de verbindingen met verschillende kleuren aangeven bijvoorbeeld, rood voor de regering, geel voor de media, groen voor de ngos, enz. Ga na welke verbindingen in je eigen land niet goed ontwikkeld zijn en wat hieraan gedaan zou kunnen worden.
Voor groepen die willen werken aan een concreet project van verbinding en van samenwerking tussen de plaatselijke regering, de ngos en de media in hun eigen gemeenschap, is de activiteit Tuin in één nacht een aanrader.
|