| Thema's |
leefmilieu, burgerschap en gezondheid
|
| Belangrijke datum
5 juni
Wereldmilieudag
|
|
| Complexiteit |
niveau 3 |
| Groepsgrootte |
6+
|
| Duur |
180 minuten |
| Overzicht |
Dit is een creatieve activiteit waarin gebruik wordt gemaakt van tekenen en modelbouw om na te denken over
de krachten die ruimtelijke ordening sturen
hoe stadsontwikkeling al dan niet tegemoet komt aan de noden van de plaatselijke bevolking
hoe beslissingen over stadsontwikkeling worden genomen
|
| Welke rechten? |
het recht op inspraak in besluitvorming
het recht om deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap
het recht op rust en vrije tijd
|
| Doelstellingen |
Begrijpen dat stadsontwikkeling niet noodzakelijk tot ongewenste resultaten moeten leiden.
De noodzakelijke vaardigheden ontwikkelen voor deelname aan de lokale democratie en besluitvorming inzake ruimtelijke ordening.
Creativiteit, groepswerk, samenwerking en respect voor anderen aanmoedigen.
|
| Materiaal |
kaarten en fotos van je woonplaats (vroeger en nu)
een detailkaart van de buurt die je als bouwgrond hebt uitgekozen
balpennen en papier om ontwerpen te tekenen
knutselmateriaal; bijvoorbeeld kleine doosjes, tonnetjes, zijdepapier, verf, koord, wol, kurken van wijnflessen, kartonnen kokers, aluminiumfolie, eierdozen en ander huishoudafval, takjes, stenen, schors, schelpen, etc.
lijm en plakband
verf en verfborstels
hard karton of gelaagd hout (triplex of multiplex) om als ondergrond voor het knutselwerk te gebruiken
|
| Voorbereiding |
Voor deel 1. Bouwprojecten hoe en waarom
Verzamel oude en nieuwe kaarten en fotos van de gemeente of streek waar je woont.
Identificeer mogelijke gronden waarop de groep kan werken. Doe onderzoek in de gemeente, om te weten te komen of er gronden zijn die zullen worden bebouwd.
Voor deel 2. Het plannen van het stadsontwikkelingsproject
Verzamel informatie over de grond die de groep voor bebouwing heeft uitgekozen, zoals bijvoorbeeld krantenartikelen en verslagen van de gemeenteraad.
Als je gaat knutselen met afval, zorg er dan voor dat je over veel materiaal beschikt. Begin ruim op voorhand met het verzamelen van kleine doosjes, rolletjes wc-papier, enz.
|
De activiteit wordt opgesplitst in twee delen: deel 1, Stadsontwikkelingsprojecten hoe en waarom, bestaat uit een discussie over de krachten die ruimtelijke ordening sturen. In deel 2, Het plannen van een project, ontwerpen de deelnemers een bouwproject in hun eigen gemeente en bouwen ze een schaalmodel.
Deel 1. Stadsontwikkelingsprojecten hoe en waarom
- Schets de thematiek van de ruimtelijke ordening en plaatselijke bouwprojecten. Gebruik kaarten en fotos om een discussie op gang te brengen over de ontwikkeling van de plaatselijke omgeving doorheen de laatste 50 tot 100 jaar. Spreek over de politieke, economische en sociale krachten die deze ontwikkeling op gang hebben gebracht. Hebben deze veranderingen over het algemeen tot verbetering geleid? Voor wie en waarom?
- Vraag de groep om voorbeelden te geven van ontwikkelingen die nog tijdens hun leven hebben plaats gevonden, zoals nieuwe vleugels aan bestaande gebouwen, winkelcentrums en woonwijken en vraag hen uit te leggen wie deze ontwikkelingen tot voordeel hebben gestrekt. Voorziet de nieuwbouw bijvoorbeeld goedkope huisvesting voor de plaatselijke bevolking of gaat het om luxeappartementen of vakantiewoningen die bij wijze van investering gebouwd worden?
- Bekijk de detailkaart van je gemeente en kies een stuk grond uit waarrond iedereen wil werken.
Deel 2. Het plannen van het bouwproject
- Hang de detailkaart op en markeer het perceel dat je hebt uitgekozen om rond te werken. Vergewis je ervan dat iedereen de plaats kent en bezoek ze indien nodig.
- Overloop de huidige plannen voor de plaats op basis van informatie uit plaatselijke kranten en verslagen van de gemeenteraad. Van wie zijn de verschillende voorstellen afkomstig en wat zijn hun belangen bij deze voorstellen?
- Houd een brainstorm over verschillende mogelijke projecten voor deze plaats. Gebruik je fantasie!
- Vorm nu groepjes van 4 of 5 personen. In deze groepjes wordt de brainstorm overlopen en wordt kort gediscussieerd over de voor- en nadelen van de verschillende opties.
- De volgende taak voor ieder groepje bestaat erin om tot een gezamenlijke beslissing te komen over het project voor de plaats, om een ontwerp te tekenen en een model van dit ontwerp te maken.
- Wanneer alle modellen af zijn, stelt elk groepje zijn model voor en geeft het uitleg over zijn plannen.
Begin met een bespreking van de manier van werken in elk groepje. Had iedere deelnemer het gevoel betrokken te zijn bij de activiteit? Hoe werden de beslissingen genomen? Bespreek vervolgens de plannen zelf.
- Wat waren de voornaamste overwegingen bij de beslissing over de keuze van het project? Speelden overwegingen zoals kosten, tijd, inspanningen, winst en plaatselijke noden een rol?
- Waren de plannen milieu- en mensvriendelijk? En duurzaam?
- Kwamen de plannen tegemoet aan de noden van ieder lid van de plaatselijke bevolking? Hielden zij bijvoorbeeld ook rekening met de noden van gehandicapten, kinderen en minderheden?
- Welke middelen en grondstoffen zouden er nodig zijn om het plan te realiseren?
- Werden niet-hernieuwbare grondstoffen zo min mogelijk gebruikt?
- Welke invloed zou het bouwproject hebben op het ecosysteem in het algemeen? Werd bijvoorbeeld plaats gemaakt voor een stukje natuur of werden er bomen geplant?
- Welke afvalstoffen zouden worden geproduceerd bij het bouwen en onderhouden van het project? Hoe zouden deze afvalstoffen worden verwerkt?
Deze activiteit veronderstelt dat de meeste jongeren nabij of in een stedelijke omgeving wonen. Bij de keuze van de grond moet je je laten leiden door de plaats en door je groep. Alle gronden hebben een zeker potentieel! Het zou ideaal zijn als de groep zelf een grond zou zoeken en kiezen. In sommige omstandigheden echter, zoals bijvoorbeeld in scholen, laat het strakke lessenrooster dit niet toe, zodat de leraar zal moeten kiezen.
De grond kan mogelijk bebouwd worden met een winkelcentrum, een recreatiecentrum, een school, een woongelegenheid, een parking, een open groene ruimte, een speeltuin, een sportveld, een rustige rozentuin met zitgelegenheid voor bejaarden, een stadsboerderij, een reservaat voor wilde dieren, een pretpark, een bowlingbaan, enz. Moedig de deelnemers aan om bij hun keuze rekening te houden met de noden van verschillende sectoren van de bevolking.
Je kan kiezen voor een gefantaseerd scenario. Wat voor een gebouw zou je bijvoorbeeld graag zien staan op de plaats waar je stadhuis, gemeentebestuur, ziekenhuis, enz. zich nu bevinden? Of als je op het platteland woont, hoe zou er beter gebruik kunnen worden gemaakt van een buiten gebruik geraakte put of van een heuvel van mijnafval?
| Suggesties voor follow-up |
Win meer informatie in over de plannen van de gemeenteraad voor bouwprojecten op het perceel waarrond je hebt gewerkt. Bespreek met de groep wat zij denken van de plannen, en schrijf de gemeenteraad of de lokale krant aan, opdat jullie mening ook door anderen gehoord wordt. Win informatie in over de procedure waarop over projecten in je stad of dorp wordt beslist. Hoeveel invloed heeft de plaatselijke bevolking op de besluitvorming? Hoe kunnen jongeren meer inspraak krijgen in beslissingen over projecten die hen aanbelangen? Indien de groep zich interesseert in een verdere activiteit rond de problematiek van de lokale besluitvorming, kan de activiteit Gaan stemmen of niet gaan stemmen? gedaan worden.
Woon een vergadering bij van de lokale gemeenteraad over ruimtelijke ordening en lever je bijdrage aan het proces van ruimtelijke ordening.
Neem deel aan de Milieudag. Meer informatie over de Milieudag in jouw land vind je op de website www.unep.org.
| Verdere informatie |
|
Het idee voor deze activiteit is afkomstig van het project Have på en nat (Een tuin in één nacht) dat deel uitmaakte van het Festival Kopenhagen Cultuurstad in 1996. Een groep jonge leden van Økologiskeigangsættere, een plaatselijke organisatie van Agenda 21, werkte gedurende twee jaar aan de voorbereiding van het bouwen van een tuin op een verlaten grond in de stad niet echt in 24 uur maar in de loop van een paar dagen. De jongeren kozen ervoor om een openbare tuin aan te leggen op een grond van 300 m2. Ze leerden praktische vaardigheden zoals schrijnwerkerij, loodgieterij, metselen en tuinaanleg, troffen alle voorbereidingen en kweekten alle planten elders op, zodat op het kritieke moment de tuin in bijna 24 uur kon worden aangelegd. De tuin bood voor elk wat wils: kleine paadjes kronkelden doorheen de grond langs een ruimte bedekt met turf, bomen, struiken, bloemen en groenten. De tuin bleef in gebruik tot de grond in april 2001 door de gemeente werd opgeëist om ruimte te bieden voor huizen.
|
|