Startpagina VORMEN vzw | Vorige | Inhoudstafel | Volgende | Overzicht activiteiten

KOMPAS: Zet een stap voorwaarts

“Alles begint met de rechten van de anderen en met mijn nooit eindigende plicht om deze te eerbiedigen.”
Emmanuel Lévinas


Thema's

discriminatie en xenofobie, armoede, algemene mensenrechten

Belangrijke datum

18 december

Internationale dag van de migranten

Complexiteit niveau 2
Groepsgrootte

10-30

Duur 60 minuten
Overzicht We zijn allen gelijk, maar sommigen zijn meer gelijk dan anderen. In deze oefening ontdekken de deelnemers wat het betekent om in hun samenleving iemand anders te zijn. Volgende onderwerpen komen ter sprake:
  • overzichtuitsluiting en discriminatie begint vaak bij sociale ongelijkheid;
  • de mogelijkheden en grenzen van empathie.
  • Welke rechten?

    algemene mensenrechten

    Doelstellingen
  • Aanmoedigen van een empathische houding tegenover mensen die anders zijn.
  • Bewust worden van de ongelijke verdeling van mogelijkheden in deze samenleving.
  • Inzicht brengen in wat de gevolgen zijn voor een persoon van het behoren tot een bepaalde sociale of culturele minderheid.
  • Materiaal
  • rolfiches
  • een grote ruimte (een grote kamer, een gang of buiten)
  • een cassette- of cd-speler met zachte en rustgevende muziek
  • Voorbereiding
  • Lees eerst aandachtig de instructies. Bekijk de lijst met “situaties en gebeurtenissen” en pas ze aan aan de groep waarmee je zal werken.
  • Maak de rolfiches, één per deelnemer. Kopieer hiervoor het (aangepaste) blad, knip de strookjes uit en plooi ze dubbel.

  • Instructies
    1. Zet zachte achtergrondmuziek op, zodat er rust komt in de ruimte. Je kan ook gewoon aan de deelnemers vragen om stil te zijn.
    2. Deel de rolfiches willekeurig uit zodat iedere deelnemer één fiche heeft. Vraag dat ieder dit voor zich houdt en niet aan de anderen toont.
    3. Nodig nu iedereen uit om te gaan zitten, liefst op de grond, en om zijn rol te lezen.
    4. Het is nu de bedoeling dat iedereen zich inleeft in zijn rol. Ter ondersteuning kan je enkele van onderstaande vragen voorlezen. Laat voldoende pauze na elke vraag zodat de deelnemers kunnen nadenken en zich een duidelijker beeld kunnen vormen van hun personage.
      • Hoe was jouw kindertijd? Hoe zag het huis eruit waarin je opgroeide? Welke spelletjes speelde je? Wat voor werk deden je ouders?
      • Waaruit bestaat jouw dagelijkse leven nu? Waar, wanneer en hoe ga je met mensen om? Wat doe je ’s morgens, ‘s namiddags en ’s avonds?
      • Hoe kan je jouw levensstijl omschrijven? Waar leef je? Hoeveel geld verdien je per maand? Waarmee vul je je vrije tijd? Wat doe je als het vakantie is?
      • Wat vind je spannend en wat schrikt je af?
    5. Vraag de deelnemers om op te staan en zich in absolute stilte op één lijn op te stellen.
    6. Vertel de deelnemers dat je een aantal situaties of gebeurtenissen gaat voorlezen. Telkens wanneer zij in hun rol “ja” kunnen antwoorden op de stelling, moeten ze een stap voorwaarts zetten. Is het antwoord “neen”, dan blijven ze gewoon staan.
    7. Lees de situaties één voor één voor. Geef de deelnemers voldoende tijd om na de stelling al dan niet een stap voorwaarts te doen. Kijk ook goed naar de posities die ze ten opzichte van elkaar innemen.
    8. Op het einde vraag je of iedereen zijn slotpositie goed wil bekijken en onthouden. Geef dan de groep enkele minuten om uit hun rol te stappen, waarna je kan overgaan tot de evaluatie in groep.
    Nabespreking & evaluatie

    Vraag eerst aan de deelnemers hoe de activiteit verlopen is en hoe ze het vonden. Praat dan verder over de onderwerpen die ter sprake kwamen en over wat ze leerden van de oefening.

    1. Hoe voelde het om een stap voorwaarts te zetten, of om dit juist niet te doen?
    2. Voor diegenen die vaak een stap vooruit zetten, wanneer begonnen ze te beseffen dat de anderen niet zo snel volgden. Wanneer gebeurde dat?
    3. Had iemand tijdens de oefening het gevoel dat zijn of haar fundamentele mensenrechten niet gerespecteerd werden?
    4. Kan men raden welke de rol van de anderen was? (Laat iedereen vertellen wat zijn of haar rol was).
    5. Was het eerder moeilijk of gemakkelijk om de verschillende rollen te spelen? Hoe stelden zij zich de persoon voor die ze speelden?
    6. Weerspiegelt deze oefening op de één of andere manier de samenleving? Hoe?
    7. Bekijk nu één voor één de rollen en stel je de vraag welke mensenrechten op het spel staan. Was het voor sommigen zo dat hen bepaalde mensenrechten ontzegd werden?
    8. Wat zijn de eerste stappen die kunnen genomen worden om de ongelijkheden in onze samenleving aan te pakken?
    Tips voor begeleiders

    Als je deze activiteit buiten laat doorgaan, zorg er dan voor dat alle deelnemers je kunnen horen, zeker wanneer de groep groot is! Mogelijk heb je je mede-begeleiders nodig om de stellingen duidelijk naar iedereen over te brengen.
    Tijdens de inlevingsfase bij het begin van de oefening kan het zijn dat iemand opwerpt dat hij of zij zeer weinig weet over het leven van de persoon die hij of zij moet spelen. Maak duidelijk dat dit niet erg is, en dat het voldoende is als iedereen zijn best doet en zijn fantasie zo goed mogelijk gebruikt.
    De kracht van deze activiteit ligt in het zien hoe de afstand tussen de deelnemers zichtbaar groter wordt, vooral op het einde als er een grote afstand is tussen de verschillende posities. Om dit besef te vergroten kan het zeer zinvol zijn om vanuit het de rollen aan te paseen zodat ze de werkelijkheid weerspiegelen van het leven van de deelnemers. Als je dit doet, moet je de rollen zo aanpassen dat er slechts een minderheid veel stappen voorwaarts kan zetten (‘ja’ antwoorden). Dit is ook van toepassing als de groep groter is en je extra rollen moet uitdenken.
    Tijdens de nabespreking is het belangrijk erbij stil te staan bij wat de deelnemers wisten over de rol die ze moesten spelen. Wisten ze dit uit persoonlijke ervaring of uit andere informatiebronnen (nieuws, boeken, moppen, …)? Zijn ze zeker dat de informatie en de ideeën die ze hebben over de betreffende rollen betrouwbaar zijn? Hier past het iets te vertellen over hoe stereotypes en vooroordelen werken.
    Deze activiteit is bijzonder handig om verbanden te leggen tussen verschillende soorten ‘rechten’ (burgerlijke / politieke / sociale / economische / culturele) en de toegang ertoe. Problemen zoals armoede en sociale uitsluiting zijn niet alleen een kwestie van formele rechten, hoewel dat voor vluchtelingen en asielzoekers bijvoorbeeld wel het geval kan zijn. Het probleem betreft vaak de daadwerkelijke toegang tot deze rechten.

    Varianten

    Een manier om meer ideëen boven water te krijgen en om het inzicht van de deelnemers uit te diepen, is eerst in kleine groepjes te werken en hen dan plenair hun ideëen te laten uitwisselen. Daarvoor heb je dan wel mede-begeleiders nodig. Test dit uit door het tweede deel van de nabespreking, nadat alle rollen werden bekendgemaakt, in kleinere groepen te laten verlopen. Stel de volgende vragen: Wie in onze samenleving krijgt minder kansen of mogelijkheden en wie meer? Welke eerste stappen kunnen ondernomen worden om de ongelijkheden aan te pakken? Het is ook mogelijk om ieder een bepaalde rol uit het spel te laten bekijken en je dan af te vragen wat kan gedaan worden, b.v. wat zijn de plichten en verantwoordelijkheden van de persoon in kwestie, van de gemeenschap en van de regering tegenover deze situatie?

    Suggesties voor follow-up

    Afhankelijk van de sociale context waarin je werkt, kan het zinvol zijn om mensen die opkomen voor de rechten van bepaalde minderheden uit te nodigen om te komen praten. Probeer van hen te weten te komen wat hun actuele actiepunten zijn en hoe jij en jonge mensen dit kunnen ondersteunen. Zo‘n ontmoeting kan ook boeiend zijn als gelegenheid om een aantal vooroordelen en stereotypes, die in het gesprek naar voor kwamen, aan bod te laten komen.
    Als de groep verder wil ingaan op ongelijkheid in de toegang tot onderwijs wereldwijd, alsook op de maatregelen die worden genomen om dit probleem aan te pakken, dan kan je verder gaan met de activiteit Onderwijs voor iedereen
    ?.

    Ideeën voor actie

    Ga verder in op wat eerder werd gezegd bij de ‘suggesties voor follow-up’. Denk grondig na over hoe jijzelf en de jongeren bepaalde groepen en organisaties kunt helpen. Zet de ideeën ook om in praktijk.

    Bijlagen

    Startpagina VORMEN vzw | Vorige | Inhoudstafel | Volgende | Overzicht activiteiten