| Thema's |
sport, discriminatie en xenofobie, gezondheid
|
| Belangrijke datum
10 oktober
Werelddag van Geestelijke gezondheid
|
|
| Complexiteit |
niveau 2 |
| Groepsgrootte |
8+
|
| Duur |
120 minuten |
| Overzicht |
Dit is een energie opslorpende activiteit. De deelnemers moeten hun verbeelding en creativiteit inschakelen om nieuwe spelen uit te denken. Onderwerpen die aan bod komen zijn:
spelregels bepalen, rechtvaardigen en sanctioneren;
de mensenrechten als leefregels;
discriminatie in de sport.
|
| Welke rechten? |
het recht op gezondheid
gelijkheid in waardigheid en rechten
|
| Doelstellingen |
Bewust maken van sociale en politieke discriminatie bij sportactiviteiten.
Vaardigheden ontwikkelen met betrekking tot groepswerk, samenwerking en creativiteit.
Menzen aanzetten tot nadenken over mensenrechten als basis voor fair play in het dagelijkse leven.
|
| Materiaal |
per groep van 4 personen, heb je het volgende nodig:
4 grote emmers of papiermanden
1 bol dik touw
2 ballen (ter grootte van een voetbal)
2 oude kranten
een stuk krijt
een schaar
|
- Vertel de deelnemers over het concept Sport voor allen. Maak duidelijk dat de Nationale Sportraad, bij de overgang naar het nieuwe millennium, een wedstrijd heeft uitgeschreven met de bedoeling een nieuwe sport uit te denken die door iedereen kan gespeeld worden.
- Laat de deelnemers zich indelen in groepen van vier.
- Leg uit dat elke groep 20 minuten heeft om een sport of een spel te bedenken en hierbij enkel het aangeboden materiaal mag gebruiken. Elke groep bepaalt zelf de spelregels en de bedoeling van het spel.
- Laat de deelnemers elkaars spelen spelen.
Begin met een evaluatie van de manier waarop de interactie binnen de verschillende groepen verliep en stel hierbij ook de vraag of de deelnemers deze activiteit leuk vonden. Ga dan verder met het bespreken van de uitgedachte spelen zelf en de regels die hierbij horen. Maak tenslotte de overgang naar een gesprek over sport en spel in het dagelijkse leven.
- Was het moeilijk om een nieuw spel te bedenken?
- Hoe verliep de samenwerking in de groep? Had iedereen inspraak of was er één persoon die alle beslissingen nam?
- Werden de taken verdeeld? Was er bijvoorbeeld iemand die de ideeën voorstelde, terwijl iemand anders deze ideeën concretiseerde, terwijl nog iemand anders de link legde naar de concrete spelvorm, enz.?
- Welke sportactiviteit of welk spel sprak de deelnemers het meeste aan? Aan welke criteria moet voldaan zijn om te kunnen spreken van een goed spel?
- Welke groepen wilden graag de spelregels veranderen nadat het spel was gespeeld? Waarom wilden ze de regels veranderen, en hoe deden ze dit? (Werd dit door de hele groep gedaan, door slechts een deel van de groep, of door slechts één persoon?)
- Zijn een duidelijke doelstelling en eerlijke regels van belang om ervoor te zorgen dat iedereen zich aangesproken voelt om deel te nemen aan het spel?
- Voelde iedereen zich in staat om volop mee te doen? Voelde iemand zich bevoordeeld of benadeeld?
- Hoe probeert men in onze samenleving bepaalde groepen mensen uit te sluiten van sportbeoefening? Wanneer kunnen we hier spreken van een inbreuk op de mensenrechten?
- De verschillende artikels van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens kan men zien als regels voor het leven in een pluralistische wereld. Zijn het goede regels? Zijn ze bijvoorbeeld aanvaardbaar voor alle spelen (voor iedereen ter wereld)? Kunnen de regels volstaan of zijn er te veel? Zijn de regels eerlijk? Worden deze regels door alle 'spelers' (landen) toegepast?
Probeer ervoor te zorgen dat de groepen erg heterogeen zijn samengesteld. Laat grote en kleine personen, mensen met en zonder een bril, mannen en vrouwen, verschillende leeftijden, sportieve en minder sportieve types,
samenwerken.
Soms kan het nuttig zijn om te beginnen met een brainstorm over sport en spel in het algemeen. Zo kan je ertoe komen dat elke sport duidelijke doelstellingen en regels nodig heeft.
Het is ook mogelijk om vooraf bepaalde beperkingen op te leggen: bijvoorbeeld dat het spel niet langer dan 20 minuten mag duren, of dat het spel op een bepaalde plaats moet doorgaan. Laat ook de vrijheid om regels aan te passen als bij het spelen ervan ontwerpfouten worden vastgelegd.
Bij de bespreking kan op verschillende manieren het verband gelegd worden tussen het spel en mensenrechten. Je kan je concentreren op de gelijkenissen en de verschillen tussen spelregels en mensenrechten. De mensenrechten zijn goede spelregels, ze zorgen er namelijk voor dat het spel eerlijk verloopt, vooral omdat ze overwicht van bepaalde spelers over anderen uitsluiten. De spelregels moeten voor alle spelers van toepassing zijn, net zoals de mensenrechten universeel zijn. Regels tonen vaak aan dat mensen rechten en plichten hebben. Een voetbalspeler mag bijvoorbeeld wel tegen de bal stampen, maar niet tegen een andere speler. Als er een grote overtreding gebeurt, zorgt een straf ervoor dat rechtvaardigheid geschiedt.
De manier waarop beslissingen genomen worden over veranderingen in de spelregels kan vergeleken worden met de manier waarop wetten in het echte leven kunnen veranderd worden. Worden ze aangepast door een decreet, door de politiek of door gewone mensen in referenda, of via besprekingen met o.a. ngos?
Bij de nabespreking kan het gebeuren dat mensen beweren dat in de sportwereld discriminatie en uitsluiting niet veel voorkomen, aangezien mensen altijd kiezen voor een sport waarvoor ze talent hebben. Als je groot bent, ga je bijvoorbeeld basketbal spelen, minder energieke mensen kiezen misschien eerder voor snooker of schaken. Toch mogen we hier niet uit het oog verliezen dat sporters die veelbelovend zijn meer aandacht en kansen krijgen dan mensen die enkel voor het plezier komen sporten. Voor sommige sporten sluit men in zekere zin arme mensen uit, aangezien een dure uitrusting of opleiding vereist is.
Je kan hier de groep vertellen over het Street Sports project, een initiatief met jongeren in de Balkan ter bevordering van verdraagzaamheid en mensenrechten (voor meer informatie zie Sport en Mensenrechten; opm: dit staat nog niet online).
Als je het belangrijk vindt dat de deelnemers beter leren samenwerken in de groep, kan je de ene groep vragen om een spel te ontwerpen waarbij het samenspelen essentieel is, terwijl de andere groep een spel moet uitdenken dat vooral competitief is. Bij de eindevaluatie kan je er dan bij stilstaan hoe leuk beide spelen waren.
| Suggesties voor follow-up |
Als de deelnemers graag nog meer werken rond het thema gelijkheid, kunnen ze doorgaan met De weg naar het Land van Gelijkheid. Hier wordt vooral dieper ingegaan op de gelijkheid tussen man en vrouw.
Je kan een sportdag organiseren, waarbij samen sporten centraal staat. Nodig jongeren van andere scholen, sportclubs, jeugdbewegingen enz. uit om jullie nieuwe spelen uit te testen. De groep moet er zelf voor zorgen dat het een integraal, goed georganiseerd gebeuren wordt.
| Verdere informatie |
|
Sport voor allen is een vereniging die het olympische ideaal verdedigt, namelijk dat sport een mensenrecht is voor iedereen, welk ras, geslacht of welke sociale achtergrond zij ook hebben. Daarom promoot deze organisatie ook sportactiviteiten die kunnen beoefend worden door jong en oud, man en vrouw, arm en rijk. Zie www.olympic.org/ioc/e/org/sportall.
|
|