Startpagina VORMEN vzw | Vorige | Inhoudstafel | Volgende | Overzicht activiteiten

KOMPAS: Onderwijs voor iedereen?

Heb je een goed geheugen? Dit is het moment om het te testen!


Thema's

educatie, globalisering, burgerschap

Belangrijke datum

8 januari

Werelddag van de Alfabetisering

Complexiteit niveau 2
Groepsgrootte

6-30

Duur 90 minuten
Overzicht In deze activiteit moeten de deelnemers bij elkaar horende kaarten vinden terwijl ze nadenken over de ongelijkheden in de onderwijsvoorzieningen wereldwijd en hoe men “Onderwijs voor iedereen” kan bekomen.
Welke rechten?
  • het recht op onderwijs
  • het recht op de volledige ontwikkeling van de persoonlijkheid
  • het recht op gelijkheid ongeacht het geslacht of de sociale status
  • Doelstellingen
  • Nadenken over onderwijs als een mensenrechtenthema.
  • Kritisch analyseren van het toegangsniveau voor kwaliteitsonderwijs wereldwijd.
  • De verantwoordelijkheid aanmoedigen om het doel “Onderwijs voor iedereen” te bereiken.
  • Materiaal
  • een spel speelkaarten per drie of vier deelnemers
  • 2 bladen stijf papier of dun karton (A4) per drie of vier deelnemers; liefst ook lijm
  • een schaar
  • papier en schrijfgerief voor de notities in het tweede deel
  • Voorbereiding
  • Leer de kaarten kennen.
  • Kopieer de bladen van de speelkaarten en kleef ze op stijf papier zodat de kaarten steviger zijn. Knip de 40 kaarten uit. Schud ze goed door elkaar zodat gelijke kaarten niet bij elkaar zitten.

  • Instructies

    De activiteit bestaat uit twee delen: het eerste deel is het geheugenspel en het tweede deel bestaat uit een bespreking en verslaggeving ervan.

    Deel 1, het geheugenspel (10 minuten)

    1. Leg uit dat er 20 paren kaarten zijn: elk paar bestaat uit een tekstkaart en een kaart met een prentje. De opdracht bestaat erin de kaarten te identificeren en samen te brengen. De tekst op de kaarten heeft te maken met de doelstellingen van het World Education Forum (WEF) om “onderwijs voor iedereen” tot stand te brengen, of gaat over algemene onderwerpen met betrekking tot mensenrechten en onderwijs.
    2. Leg de deelnemers uit hoe ze moeten spelen. De deelnemers vormen groepen van drie of vier personen. Ze spreiden de kaarten uit met de afbeelding of tekst naar beneden. Om beurt draaien de spelers twee kaarten om. Als een (of twee) van de kaarten een tekstkaart is, dan leest de speler de tekst voor. Als de kaarten een paar vormen, dan houdt de speler het paar bij en mag hij nog eens spelen. Als de kaarten niet bij elkaar passen, dan draait de speler de kaarten opnieuw om met de tekst of de afbeelding naar beneden, op dezelfde plaats. De volgende speler mag dan twee kaarten omdraaien. Het is een geheugenspel, want de spelers moeten onthouden waar de verschillende kaarten liggen zodat ze de bij elkaar passende paren kunnen vinden.
    3. De speler die de meeste paren kan vormen, wint het spel.

    Deel 2, Bespreking en verslag (60 minuten)

    1. Vat de onderwerpen samen op een flip-over. Vraag aan de spelers om de titel op de kaarten voor te lezen (niet opnieuw de volledige tekst) terwijl jij hem opschrijft.
    2. Vraag aan de groep om vier tot zes onderwerpen uit te kiezen waarvoor ze interesse hebben.
    3. Verdeel de groep in subgroepen van 4 of 5 personen. Vraag aan elke subgroep om twee onderwerpen uit te kiezen waarover ze willen discussiëren. Probeer het zo te organiseren dat twee groepen dezelfde onderwerpen hebben zodat je meer ideeën kan verzamelen; dat houdt in dat de subgroepen moeten onderhandelen over de gespreksonderwerpen.)
    4. Wanneer er een akkoord is bereikt over de onderwerpen en de verdeling is gebeurd, krijgt elke groep 20 minuten om te discussiëren over de twee onderwerpen. De focus van de discussies zal lichtelijk verschillen naargelang de kaart. Als er op de kaart een vraag staat, moet die beantwoord worden. Als het over een stelling gaat, moeten de spelers een kritisch commentaar voorbereiden.
    5. Na 20 minuten worden de spelers samengeroepen voor de verslaggeving. Elk onderwerp wordt afzonderlijk besproken. Elke groep krijgt 5 minuten om verslag te geven. Geef niet meer dan 5 minuten extra voor vragen van de anderen.
    6. Nadat alle groepen verslag hebben uitgebracht, ga je over tot de nabespreking.
    Nabespreking & evaluatie

    Na de bespreking kan je nu overgaan tot de evaluatie van het spel zelf en van wat de deelnemers geleerd hebben.

    • Vonden de deelnemers het een leuk spel?
    • Was het een goede manier om een discussie over onderwijsproblemen op te starten?
    • Hoe verliepen de groepsdiscussies? Had iedereen het gevoel dat hij/zij eraan kon deelnemen?
    • Zijn er teveel problemen die overwonnen moeten worden? Is het wel mogelijk om “onderwijs voor iedereen” te hebben?
    • Wat kan jij, je groep of de samenleving doen om “onderwijs voor iedereen” te realiseren in je eigen land of in ontwikkelingslanden?
    Tips voor begeleiders

    De bedoeling van deze werkwijze is om op een plezierige manier informatie in te winnen die nodig is voor de discussie.
    Het is een vrij eenvoudige activiteit. Lees alle kaarten op voorhand. Maak dat je op voorhand weet welke kaarten samengaan zodat je tijdens het spel kunt begeleiden en nagaan of de paren juist gevormd worden. Je kunt de uitleg illustreren door een paar samenhorende kaarten te tonen.
    Op sommige kaarten staan letterwoorden, bijvoorbeeld WEF. Leg uit waarvoor deze letterwoorden staan (zie “Verdere informatie”).
    Een derde van de kaarten bevat stellingen die te maken hebben met onderwijsdoelstellingen, zoals bepaald door de WEF, Dakar (Senegal) in april 2000. De andere kaarten verwijzen naar mensenrechten en onderwijsthema’s of naar onderwerpen die te maken hebben met goede onderwijskwaliteit voor iedereen.

    Varianten

    Als er onvoldoende tijd is om over te gaan tot het tweede deel, kan je de werkwijze gebruiken die beschreven wordt in de activiteit In één minuut. Vraag aan elke deelnemer om een onderwerp te kiezen en er één minuut zonder aarzelen of herhaling over te praten. Dit is ook een goed alternatief wanneer je ervaart dat de groep werk zijn mondelinge presentatievaardigheid dient te verbeteren.

    Suggesties voor follow-up

    Verschillende onderwerpen die in het geheugenspel naar voor komen, kunnen verder gezet worden in andere activiteiten. Als je bijvoorbeeld het onderwerp betreffende de onderwijsbegroting en andere sociale voorzieningen en de militaire begroting wil bestuderen, kan je de activiteit Geld om te besteden gebruiken. Om thema’s te bestuderen die te maken hebben met kinderarbeid en het gebrek aan toegang tot onderwijs, kun je Ashique’s verhaal gebruiken.

    Ideeën voor actie

    De geheugenkaarten tonen vele problemen die “Onderwijs voor iedereen” in de weg staan. De groep kan gelijk welk probleem kiezen en gebruiken voor verder onderzoek, om ideeën voor oplossingen te vinden en uiteindelijk over te gaan tot actie. Verwijs naar Hoofdstuk 3 (opm: dit staat nog niet online) waarin tips beschreven worden om tot actie over te gaan.
    Er kunnen bijvoorbeeld brieven gestuurd worden naar parlementsleden en politici om na te gaan wat er in eigen land ondernomen wordt om de doelstellingen die uitgestippeld werden op het WEF, te helpen realiseren.

    Verdere informatie

    Het recht op onderwijs is een van de erkende sociale en economische rechten. Ook al bestaat er een algemene aanvaarding en verbintenis door de staten om gratis basisonderwijs voor iedereen aan te bieden, in werkelijkheid is gratis onderwijs niet voor iedereen maar voor een minderheid.
    Om deze uitdaging aan te gaan kwam de internationale gemeenschap in 2000 in Senegal bijeen op een "World Education Forum" (WEF). De doelstellingen van de conferentie waren de vooruitgang te bekijken in de jaren negentig die geboekt werd om basisonderwijs te verschaffen en de belofte van “Onderwijs voor Iedereen” kracht bij te zetten. Ongeveer 1100 deelnemers uit 164 landen aanvaardden het Dakar Framework for Action en beloofden kwaliteitsbasisonderwijs voor iedereen tegen 2015. Aan de UNESCO werd de verantwoordelijkheid toevertrouwd om alle internationale spelers op het veld te coördineren en om het mondiale monumentum kracht bijzetten.
    Men gaf toe dat de problemen verschillend waren van land tot land. Sommige landen hebben te kampen met een gebrek aan middelen, terwijl in andere landen de politieke wil ontbreekt. Een van de resultaten van de bijeenkomst was de erkenning dat, om de doelstellingen te bereiken en te ondersteunen, het noodzakelijk was om samenwerkingsverbanden in landen op te zetten die ondersteund werden door regionale en internationale agentschappen en instellingen.
    Tijdens deze samenkomst werd de nadruk gelegd op het fundamentele belang van onderwijs voor duurzame ontwikkeling, voor vrede, voor een efficiënte deelname aan de samenleving en voor een gezonde economie in de 21ste eeuw. Een prijzenswaardig resultaat van de WEF was het opstellen van specifieke doelstellingen, met vastgelegde tijdslimieten en met de beschrijving van de acties die moeten ondernomen worden op alle niveaus om “Onderwijs voor Iedereen” te bereiken. Of deze doelstellingen bereikt zullen worden en de acties uitgevoerd, is een vraag die enkel kan beantwoord worden als iedereen op elk niveau van de samenleving er zich van bewust is en vecht voor “Onderwijs voor Iedereen”.

    Bron: UNESCO, Education for all: World Education Forum Final Report, 2000.

    Bijlagen

    memorykaartjes:
  • deel 1
  • deel 2


  • Startpagina VORMEN vzw | Vorige | Inhoudstafel | Volgende | Overzicht activiteiten