Startpagina VORMEN vzw | Inhoudstafel | Vorige | Volgende | Overzicht activiteiten

KOMPAS: Menselijke veiligheid

Educatieve activiteiten over dit thema: klik hier.

“De betekenis van menselijke veiligheid is synoniem met deze van ‘de veiligheid van de mensen’… Het objectief van menselijke veiligheid is de veiligheid en overleving van alle mensen.”

Dr. Sverre Lodgaard

“Veiligheid is een voorwaarde die andere zaken mogelijk maakt.”

Emma Rothschild

“… redelijke mensen kunnen gewoon niet blijven toekijken op systematische bloedbaden die door de staat worden geleid. Fatsoenlijke mensen kunnen dit simpelweg niet tolereren en kunnen niet nalaten te hulp te komen als een reddingsactie binnen hun mogelijkheden ligt.”

Vaclav Havel

Jongeren en menselijke veiligheid

Van jongerenorganisaties die in programma’s werken die bijvoorbeeld vrede, mensenrechteneducatie, milieukwesties en hongerbestrijding promoten, kan men zeggen dat ze allemaal ijveren voor een grotere menselijke veiligheid: ze proberen condities te ontwikkelen waarin mensen vrijer zijn van angst en van noden.

Het concept van menselijke veiligheid kwam pas op het einde van de 20ste eeuw opzetten. Tijdens de periode van 300 jaar voordien was het concept van veiligheid van de staat gebruikelijk en aanvaard. Staten hadden het recht, en werden effectief verwacht, hun territoriale integriteit te beschermen tegen externe bedreigingen, waarbij zelfs speciale maatregelen konden worden aanvaard. De notie van veiligheid echter, ten minste op internationaal niveau, stopte aan de landsgrenzen.
Het discours omtrent veiligheid veranderde in de jaren ’90. De internationale gemeenschap begon het belang te aanvaarden van speciale maatregelen om niet alleen staten, maar ook mensen te beschermen tegen bedreigingen voor hun veiligheid, zelfs wanneer dit ingaat tegen de wensen van de betrokken regering. Voorheen werd het woord ‘veiligheid’ ook wel gebruikt met betrekking tot mensen, maar de radicale verandering in de jaren `90 lag in het internationale discours: voor de eerste maal werd de bescherming van een volk, wat voorheen werd beschouwd als de soevereine zaak van de afzonderlijke natiestaten, potentieel de zaak van de internationale gemeenschap.

De woorden veranderden, en zo ook de daden

Collectieve veiligheidsacties, die een coalitie van staten onder leiding van de VN betrekken, werden niet enkel ondernomen om de veiligheid van staten te vrijwaren, maar in de eerste plaats in naam van de veiligheid van mensen en volkeren. Gebeurtenissen waar eerder slechts naar verwezen werd als humanitaire rampen, werden nu herbenoemd in termen van veiligheid en vrede. Dit werd gebruikt om internationale handhavingsmaatregelen te rechtvaardigen. Eén van de eerste voorbeelden daarvan was het humanitaire interventieprogramma in Somalië (1992-1193), waar de VN stelde dat

“de omvang van de menselijke tragedie … een bedreiging vormt voor de internationale vrede en veiligheid.”

De Operatie van de VN in Somalië (UNOSOM) werd in 1992 tot stand gebracht om toezicht te houden op het staakt-het-vuren in Mogadishu en om humanitaire konvooien en verdeelcentra doorheen Somalië te beschermen.

"De Veiligheidsraad,
In gedachten houdend, de doelen en principes van het Handvest van de Verenigde Naties, en de primaire verantwoordelijkheid van de Veiligheidsraad voor het behoud van de internationale vrede en veiligheid,
Vastbesloten de ernstige humanitaire situatie in Kosovo, Voormalige Republiek Joegoslavië, op te lossen en in een veilige en vrije terugkeer van alle vluchtelingen en verplaatste personen naar hun huis te voorzien,
Vaststellend dat de situatie in de regio een bedreiging blijft vormen voor de internationale vrede en veiligheid … en handelend voor deze doelen onder Hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties,
“… beslist dat de verantwoordelijkheden van de internationale veiligheidsmacht die zaal ontplooid worden en actief zijn in Kosovo zullen omvatten:
  1. Het ontmoedigen van hernieuwde vijandigheden … ;
  2. De demilitarisering van het Kosovaars Bevrijdingsleger (KLA) … ;
  3. Het tot stand brengen van een veilige omgeving waarin vluchtelingen en verplaatste personen terug naar huis kunnen keren … en waarin humanitaire hulp geleverd kan worden;

Publieke veiligheid en orde verzekerend…”

Uittreksels van Resolutie 1244 (1999). Aangenomen door de Veiligheidsraad van de VN op haar 4011de bijeenkomst, op 10 juni 1999.

Twee aspecten van verandering:

Het bovenstaande stukje uit de VN resolutie over Kosovo illustreert de twee fundamentele veranderingen in de classificatie van zaken die een bedreiging vormen voor de internationale veiligheid.

  1. De soorten gebeurtenissen die als bedreigend voor de veiligheid gezien worden;
  2. De uitbreiding van veiligheidsconcerns zodat die binnenstaatse gebeurtenissen alsook conflicten tussen staten betreffen.

Wat heeft tot deze verandering geleid?

Er zijn een heel aantal invloeden die deze verschuiving van de definitie van veiligheid die focust op de staat naar een die focust op hebben beïnvloed. Eén ervan was ongetwijfeld het einde van de Koude Oorlog, dat er voor zorgde dat de belangen van overheden en mensen die voorheen verborgen waren, nu het daglicht zagen. Een resultaat ervan was een uitbarsting van complexe en scherpe conflicten, dikwijls binnen staten, waarvan het verlies aan mensenlevens een nieuw soort antwoord vereiste.
Toch was er misschien een belangrijkere invloed dan vooral het besef dat de bescher-ming van de mensen soms een internationale respons vereiste. Dit besef bestond eigenlijk al langer, doch het was de interventie in wat gezien werd als interne conflicten die als onmogelijk of onaanvaardbaar werd beschouwd. Nu heeft echter het pprofiel van mensenrechtenbezorgdheden in de wereld geleid tot een rechtvaardiging die, indien niet universeel, dan toch wijd verspreid aanvaardbaar was: mensenrechten bekommeren zich immers om mensen, eerder dan om staten, en alle landen zeggen het tenminste in principe met deze normen eens te zijn.

? In hoeverre zou het binnenlands beleid van staten onderworpen moeten zijn aan het toezicht van de internationale gemeenschap?

Het centrale idee achter mensenrechten is dat er een bepaald niveau van menselijke waardigheid bestaat, waaraan door geen enkele regering of individu geraakt kan worden. Een onvermijdelijk gevolg van het omarmen van mensenrechten omarmen, beperken ze automatisch is dus dat staten een deel van hun soevereiniteit, in de oude betekenis van die term, inleveren. Door mensenrechtenverdragen te ondertekenen, gaan ze ermee akkoord het individu op de voorgrond van al hun acties te plaatsen, waarmee ze de mogelijkheid verliezen om eender wat te doen in naam van de staat.
Dit idee heeft de laatste tien jaar terrein gewonnen op het vlak van de internationale relaties. Het resultaat daarvan was niet enkel een toegenomen aantal operaties van de Verenigde Naties met een breder mandaat dan voorheen, maar ook de toegenomen druk om een permanent internationaal strafhof op te richten, waar overtreders van mensenrechten buiten de grenzen van een bepaalde staat vervolgd kunnen worden.

The International Criminal Court

Tussen 15 en 17 juli 1998 hield de internationale gemeenschap in Rome een bijeenkomst. Daar werd een statuut opgesteld dat, toen het goedgekeurd werd door 60 landen, een Internationaal Strafhof tot stand bracht. Het is een permanent hof om individuen te berechten die beschuldigd worden van genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Voortdurende debatten: vrij zijn van ‘noden’

De oorsprong van de nieuwe focus op menselijke veiligheid wordt vaak gezocht in de publicatie, in 1992, van een “Agenda voor Vrede” door de VN Secretaris-Generaal Boutros Boutros-Ghali. Dit document stelde dat bedreigingen voor de veiligheid niet enkel van militaire aard zijn:

“Een poreuze ozonlaag kan een grotere bedreiging vormen voor de blootgestelde bevolking dan een vijandig leger. Droogte en ziekte kunnen een bevolking even genadeloos decimeren als oorlogswapens.”

Er werd gesteld dat stabiliteit van het leefmilieu, armoede, hongersnood en onderdrukking niet enkel op zich kritische veiligheidskwesties waren, maar dat zij evenzeer oorzaak en gevolg waren van conflicten.
Het Human Development Report van 1994, van het VN Ontwikkelingsprogramma, gin g verder op het idee van een bredere interpretatie van het concept veiligheid. Het stelde dat het concept van menselijke veiligheid opgesplitst kon worden in twee factoren:

  1. “bescherming tegen plotselinge en pijnlijke ontwrichtingen van het dagelijks leven” (vrij zijn van angst)
  2. “veiligheid voor de constante bedreigingen van honger, ziekte, misdaad en onderdrukking” (vrij zijn van noden).

Het rapport werkte deze concepten verder uit en identificeerde zeven aparte componenten van menselijke veiligheid:

Niettemin werd deze brede opvatting van menselijke veiligheid bekritiseerd. Velen geloofden dat hoe meer elementen je in het concept betrekt, hoe minder bruikbaar het wordt voor de beleidspraktijk. Eén van de stichters van het internationale ‘Human Security Partnership’, het Canadese departement voor Buitenlandse Zaken en Internationale Handel (DFAIT), stelt een veel beperktere definitie voor: “Menselijke veiligheid betekent vrijwaring van zowel gewelddadige als niet-gewelddadige bedreigingen. Het is een conditie of toestand gekarakteriseerd door het vrij zijn van hardnekkige bedreigingen voor de rechten van mensen, hun veiligheid, of zelfs hun leven … De manier om te bepalen of het nuttig is een zaak in termen van menselijke veiligheid te stellen is de graad waarin de veiligheid van mensen op het spel staat.”

? Wat zijn de voor- en nadelen van de uitbreiding van het concept menselijke veiligheid zodat het zowel het vrij zijn van behoefte als het vrij zijn van nood inhoudt?

De Human Security Agenda

Ondanks de verschillende interpretaties, definities en klemtonen, hebben de verscheidene concepten van menselijke veiligheid een aantal gemeenschappelijke componenten. De volgende karakteristieken doen hun opmars als centrale elementen op de agenda van de menselijke veiligheid.

Persoonlijke veiligheid en de ECHR

Het recht op vrijheid en veiligheid van een persoon wordt gegarandeerd door artikel 5 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) Het belang van dit artikel werd al snel duidelijk in enkele van de eerste zaken die behandeld werden in Straatsburg. Van de eerste 10.000 zaken bestond bijna een derde uit zaken van individuen die van hun vrijheid beroofd waren.
Het artikel handelt over de bescherming van fysische vrijheid en in het bijzonder over het vrij zijn van willekeurige arrestatie of vasthouding. Het garandeert een aantal procedurele basisrechten zoals het recht onmiddellijk geïnformeerd te worden over de reden van arrestatie, het recht om snel voor een rechter gebracht te worden en het recht om stappen te zetten waarbij over de rechtmatigheid van de detentie of van de voortdurende detentie snel door een rechtbank mag beslist worden.

Voorbeelden van zaken die voor het Europees Hof van de Rechten van de Mens gebracht werden, zijn:

  1. Bozano versus Frankrijk, 1986
    Het Hof vond dat de omstandigheden van de arrestatie en deportatie van de aanklager van Frankrijk naar Zwitserland noch wettelijk waren noch compatibel met het recht op veiligheid van een persoon.
  2. Brogan en anderen versus het Verenigd Koninkrijk, 1988
    Het Hof vond dat de vasthouding van de aanklagers onder een preventieve antiterrorismewet voor een periode van langer dan vier dagen, zonder dat beslist werd over de legitimiteit van hun vasthouding, een schending vormde van het recht om snel voor een rechter gebracht te worden.
  3. De Wilde, Ooms en Versyp versus België, 1970-1971
    Het Hof stelde dat de voor de aanklagers beschikbare procedures om de wettelijkheid van hun vasthouding onder de landloperswetgeving aan te klagen hen niet voldoende toegang gaf tot een verweer dat hen de noodzakelijke garanties gaf om de lange vrijheidsberoving, van zeven maanden tot een jaar en negen maanden, aan te vechten.

Bronnen

Aanverwante activiteiten


Startpagina VORMEN vzw | Inhoudstafel | Vorige | Volgende | Overzicht activiteiten