| Thema's |
media, globalisering, algemene mensenrechten
|
| Belangrijke datum
17 mei
Werelddag van de telecommunicatie
|
|
| Complexiteit |
niveau 4 |
| Groepsgrootte |
8-50
|
| Duur |
180 minuten |
| Overzicht |
Deze activiteit omvat zowel discussie in kleine als in grote groep, waarbij volgende onderwerpen ter sprake zullen komen:
de toekomst van het internet en het digitale tijdperk;
het gebruik van het internet om te komen tot een betere toepassing van de mensenrechten.
|
| Welke rechten? |
allemaal
|
| Doelstellingen |
Bewust maken van de implicaties van het internet en van de toegang tot wereldwijde informatie.
Stimuleren van de verbeelding en het kritisch denken.
Aanmoedigen van rechtvaardigheid en van solidariteit met mensen die zich voor mensenrechtenkwesties inzetten.
|
| Materiaal |
een kopie van de deelnemersbladen
grote bladen papier en stiften voor elke groep
voldoende ruimte om te werken in plenum en in kleine groepen
|
| Voorbereiding |
Maak kopieën van deelnemersblad nr. 1, Zes voorspellingen over de toekomst van het internet, zorg ervoor dat er één kopie is per twee personen.
Kopieer ook deelnemersbladen 2, 3, 4, 5 en 6, zodat iedere deelnemer van de vijf werkgroepen één kopie heeft (zie verder).
|
De activiteit wordt opgedeeld in drie delen: deel 1, inleiding (10 minuten), deel 2, voorspellen van de impact van het internet (60 minuten); deel 3, hoe het internet gebruikt kan worden om de mensenrechten te promoten (90 minuten).
Deel 1. Inleiding (10 minuten)
- Leid de activiteit in door te vertellen dat de fantasie en het kritisch denken van alle deelnemers vereist is om in deze oefening te slagen. Het doel is te beseffen hoe groot de impact van het internet en de nieuwe informatietechnologieën is op ons leven en op mensenrechtenwerk.
- Om snel in de sfeer te komen en om wat basiskennis mee te geven, kan je best een aantal basisgegevens over het internet meedelen, en hen dan vragen om per twee te praten over de eigen ervaringen met het internet en de voor- en nadelen van internetgebruik. Geef hiervoor ongeveer 10 minuten de tijd.
Deel 2. Voorspellen van de impact van het internet (60 minuten)
- Deel de kopieën van deelnemersblad nummer 1 uit (Zes manieren om de impact van het internet te voorspellen). Maak duidelijk dat om discussie uit te lokken de scenarios vrij extreem zijn.
- Vraag aan elk duo welk scenario volgens hen het meest, respectievelijk het minst, waarschijnlijk lijkt om in werkelijkheid te gebeuren. Hiervoor zullen ze ongeveer 15 minuten nodig hebben.
- Vraag alle deelnemers om hun standpunten in de grote groep te verdedigen. Probeer een samenvatting te maken van de grootste discussiepunten aangaande:
- het meest waarschijnlijke scenario
- de relevantie van de mensenrechten binnen de informatietechnologie, vb. van het recht op vrije meningsuiting
- de digitale kloof
- Vraag één of twee deelnemers om de kernwoorden op het bord te schrijven.
Deel 3. Hoe het internet kan gebruikt worden om de mensenrechten te promoten
- Verdeel de deelnemers in vijf groepen, van A tot E. Deel de deelnemersbladen uit. Iedereen in groep A zou een kopie moeten hebben van Deelnemersblad voor groep A: Scenarios voor de toekomst: pessimistische visie, de leden van groep B zouden een kopie van Deelnemersblad voor groep B: Toekomstige scenarios: optimistische visie moeten gekregen hebben, enzovoort.
- Geef ze 20 minuten om de deelnemersbladen aandachtig te lezen en algemene opmerkingen uit te wisselen.
- Vestig er de aandacht op dat het de bedoeling is om de informatie op de kopieën in verband te brengen met de besluiten van de discussie van deel 1, over de impact van het internet. Het is van belang om met voldoende aandacht aan dit deel van de activiteit te werken, aangezien we hiervan in de volgende stap nog gebruik zullen maken.
- Verdeel de deelnemers in nieuwe groepen. Elke nieuwe groep zou 5 mensen moeten tellen, één persoon die oorspronkelijk in groep A zat, één van groep B, één van groep C, enz.
- De opdracht die de nieuwe groepen moeten volbrengen, is beslissen welke de drie belangrijkste voordelen of gebruikswijzen van het internet zijn voor de bevordering van de mensenrechten.
- Je kan hen aanraden om te beginnen met het uitwisselen van informatie, waarbij de mensen uit groepen C, D en E best eerst aan bod komen (dat zijn immers de mensen die informatie kregen over de werking van ngos). De leden van groepen A en B komen het laatst aan bod. Hierna zal het gemakkelijker zijn om te komen tot het benoemen van de verschillende manieren om het internet te gebruiken om de mensenrechten te promoten.
- Binnen elke groep moet er iemand aangeduid worden die de resultaten van de discussie meedeelt aan de hele groep. Geef de deelnemers 35 minuten om dit deel te voltooien.
- Roep iedereen bij elkaar om in de grote groep de besluiten van de discussies naar voren te brengen.
|
Begin met een evaluatie van de activiteit en van de manier waarop iedereen meedeed. Vraag vervolgens wat de deelnemers leerden van deze activiteit.
- Hoeveel wisten de deelnemers al over het internet? Hoe vaak maken ze er gebruik van? En waarvoor?
- Was er een digitale kloof bij de deelnemers? Welke invloed had dit op de deelname aan de discussie?
- Waren er mensen die zich uitgesloten voelden omdat ze niet genoeg op de hoogte waren om zelf een bijdrage te leveren?
- Waren er mensen die de beperkte kennis van bepaalde groepsleden als een handicap voor het groepswerk zagen?
- Welke voordelen heeft het werken in een groep mensen met verschillende kennis en meningen over een onderwerp?
- Wat was het meest interessante dat men leerde over de mensenrechten-ngos? Heb je nieuwe, verrassende dingen geleerd?
- Winnen de voordelen van het gebruik van het internet met betrekking tot de promotie van de mensenrechten het van de nadelen?
- Wat kan er gedaan worden aan de nadelen?
Vraag vooraf aan de deelnemers hoe vertrouwd ze zijn met het internet zodat je het niveau en de algemene opzet van de activiteit hierop kan afstemmen.
In de nabespreking is het van belang om zowel aandacht te schenken aan de globale als aan de lokale impact van de nieuwe informatietechnologieën. Zorg ervoor dat diegenen in de groep die geen toegang hebben tot het internet, hun gevoelens en standpunten daaromtrent duidelijk kunnen laten horen. Het stellen van de vragen aangaande de digitale kloof en aangaande de voordelen van verscheidenheid binnen elke groep hebben als doel de leden van de groep aan te moedigen om na te denken over verschillende aspecten van het nemen van beslissingen.
|
|
Het internet is een wereld-wijd netwerk dat computers onderling met elkaar verbindt.
Meer dan 150 miljoen mensen verspreid over heel de wereld hebben toegang tot het internet.
90 % van de internet-gebruikers woont in Noord Amerika, Europa, Japan en Australië.
Men spreekt van de digitale kloof, waarmee men de zeer ongelijke toegang tot de nieuwe informatietechnologie bedoelt.
Het internet zorgt ervoor dat mensen on line informatie kunnen raadplegen en publiceren. Men kan ook direct communiceren met elkaar via elektronische post (e-mail), mailing lists, discussiegroepen en chatrooms.
|
|
Je kan deze oefening uitbreiden door er een oefening in het komen tot een consensus aan toe te voegen.
- In deel 1, na stap 4 (beslissing in groepjes van 2), vraag je elk duo om zich bij een ander te plaatsen. Elke groep van vier vergelijkt dan de verschillende standpunten en probeert tot een consensus te komen over welk scenario het meest (respectievelijk het minst) waarschijnlijk is om echt te gebeuren. Vraag elke groep om ook enkele zinnen hierbij neer te schrijven over mensenrechtenkwesties die een rol spelen in het scenario dat volgens hen het meest waarschijnlijk is om werkelijkheid te worden (bijvoorbeeld vrije meningsuiting). Dit neerschrijven zou ervoor moeten zorgen dat groepen die snel overeen komen, gemakkelijk verder zullen nadenken over het gekozen scenario en er meer zullen achter staan alvorens over te gaan tot de volgende stap.
- Vraag nu aan elke groep van vier om zich samen te voegen met een andere groep van vier. Binnen de groep van acht vergelijken de groepen dan hun standpunten en komen opnieuw tot een consensus over welk scenario het meest (respectievelijk het minst) waarschijnlijk is om in werkelijkheid te gebeuren. Elke groep moet iemand aanduiden die later verslag uitbrengt (15 minuten). Ga vervolgens verder met stap vijf van de activiteit, dit is het bespreken van de resultaten in de grote groep.
- Tijdens de slotbespreking in de grote groep vraag je de deelnemers om ook de bijkomende sleutelzinnen over mensenrechtenaspecten voor te lezen en om de doorslaggevende redenen voor hun keuzen aan te geven. Moedig de deelnemers (niet alleen de afgevaardigde sprekers) aan om:
na te denken over de verschillen en gelijkenissen in de aangehaalde mensenrechtenkwesties in de groepen
- de motivering van deze mensenrechten
- de mensenrechtenkwesties in relatie tot het internet
- de concrete gevolgen van het gekozen scenario
- Vraag de groepsleden ook om even stil te staan bij hun manier van werken.
- Waren er mensen die van gedacht veranderden gedurende de discussie?
- Was het moeilijker om in grotere groepen te werken?
- Wie had de neiging om de leiding te nemen in de discussie (bijvoorbeeld diegenen die ervaring hadden met het internet of diegenen die er geen ervaring mee hadden)?
- Kon iedereen zijn mening verkondigen, los van het feit of de persoon vertrouwd was met het internet of niet?
| Suggesties voor follow-up |
Geef de deelnemers de raad om eens een kijkje te gaan nemen op de websites (en links) die opgesomd zijn in het deelnemersblad NGO Profielen. Daarna kunnen ze nadenken over een project om:
gebruik makend van informatie van het internet meer bewust te worden van mensenrechtenkwesties in hun nabije omgeving
nieuwe manieren te vinden om de mensenrechten te bevorderen via het internet.
een eigen web site te maken en deze te linken aan andere jongerenbewegingen en/of groepen.
Als de deelnemers graag werken met een concreet voorbeeld waarin het internet gebruikt wordt om de mensenrechten te promoten, kunnen ze verdergaan met de activiteit Als morgen komt. Deze oefening, die gaat over het recht op leven, maakt gebruik van een website die gemaakt werd door een gevangene die tot de doodstraf veroordeeld was.
Werk de ideeën uit die aangereikt werden in deze oefening en in de follow-up of werk één van de vele mogelijkheden uit die vermeld staan op de websites (en links) die je kan terugvinden in de deelnemersbladen NGO Profielen.
| Verdere informatie |
|
Het 2001 UNDP Human Development Report gaat dieper in op de digitale kloof en kan je terug vinden op www.undp.org.
|
|