| Themas |
democratie, burgerschap, algemene mensenrechten
|
| Belangrijke datum
24 oktober
Dag van de Verenigde Naties
|
|
| Complexiteit |
niveau 2 |
| Groepsgrootte |
om het even
|
| Duur |
45 minuten
|
| Overzicht |
Een activiteit die op debat gebaseerd is en zich richt op:
rechten en verantwoordelijkheden verbonden aan een democratie
democratisch debat
|
| Welke rechten? |
het recht om deel te nemen aan het democratische proces
vrijheid van mening en meningsuiting
|
| Doelstellingen |
Nadenken over enkele omstreden aspecten van een democratische samenleving.
Luistervaardigheid, spreekvaardigheid en overtuigingskracht oefenen en verder ontwikkelen.
Samenwerking aanmoedigen.
|
| Materialen |
een open ruimte
kaart (A4) en schrijfgerief met verschillende kleuren om de symbolen te maken
kleefband
kleine kaarten en schrijfgerief om notities te nemen (facultatief)
|
| Voorbereiding |
Maak twee symbolen "akkoord" en "niet akkoord", en kleef er telkens één aan het uiteinde van een lange muur. Er moet voldoende plaats overblijven langs de muur waar de deelnemers in een lange rechte lijn kunnen gaan staan.
Plaats twee stoelen in het midden van de ruimte, een 50-tal cm uit elkaar. De deelnemers moeten rond de stoelen kunnen bewegen.
|
| 1. |
Bekijk de symbolen op de muur en leg uit dat je een stelling gaat voorlezen waarmee de deelnemers in mindere of meerdere mate kunnen akkoord gaan. |
| 2. |
Kies een stelling uit de lijst en lees ze voor. |
| 3. |
Vraag aan de deelnemers om zich langs de muur te plaatsen tussen de twee symbolen in. De plaats die ze innemen is afhankelijk van de mate waarin ze akkoord gaan. Als ze volledig akkoord of helemaal niet akkoord gaan, gaan ze aan de uiteinden staan. Anders staan ze ergens tussen de twee uitersten in. |
| 4. |
Als ze hun plaats ingenomen hebben, worden de twee die zich het dichtst bij de uiteinden geplaatst hebben uitgenodigd om op de stoelen te zitten. De andere deelnemers verzamelen rond de stoelen in overeenstemming met hun keuze. De deelnemers die geen standpunt ingenomen hebben, blijven in het midden staan. |
| 5. |
De personen die op de stoelen plaatsgenomen hebben, krijgen een minuut om hun standpunt over de oorspronkelijke stelling uiteen te zetten. Niemand mag onderbreken of helpen. Iedereen luistert. |
| 6. |
Na de uiteenzetting scharen de andere deelnemers zich achter één van de twee sprekers (iedereen neemt een plaats in, ze moeten een keuze maken). Op die manier is er een groep "voor" en een groep "tegen". De groepen krijgen tien minuten om hun argumenten voor te bereiden. Daarna brengt één woordvoerder per groep de argumenten naar voor. |
| 7. |
Na de voorbereiding worden de twee nieuwe woordvoerders met hun aanhangers uitgenodigd om plaats te nemen op de stoelen. |
| 8. |
De woordvoerders krijgen drie minuten om hun argumenten naar voor te brengen. De aanhangers kunnen na de uiteenzetting van plaats veranderen. De overtuigingskracht van de sprekers kan leiden tot verandering van positie van de aanhangers. |
| 9. |
De groepen krijgen opnieuw vijf minuten om hun argumenten te staven. Er wordt voor de derde maal een woordvoerder aangeduid. Na de uiteenzettingen kunnen de aanhangers opnieuw van positie veranderen. |
| 10. |
De groep komt opnieuw samen voor de nabespreking. |
|
Nabespreking en evaluatie |
Het is belangrijk dat de spelvorm zelf geëvalueerd en besproken wordt: het belang van het debat en de waarde van een pluralistische samenleving. Probeer niet terug in discussie te gaan over de onderwerpen.
- Veranderde er iemand van gedacht tijdens de discussie? Zo ja, op basis van welke argumenten?
- Denken de deelnemers dat ze overtuigd werden door andere factoren dan de eigenlijke argumenten, bijvoorbeeld, door groepsdruk, emotioneel taalgebruik of het gevoel van rivaliteit?
- Vonden de deelnemers die niet van gedacht veranderden, de discussie waardevol? Kunnen ze zich argumenten of redenen inbeelden waardoor ze hun mening wel zouden herzien?
- Waarom hebben mensen verschillende meningen ? Wat moet hieraan gedaan worden in een democratische maatschappij ?
- Moeten in een democratie alle meningen aanvaard worden?
Het eerste deel van de activiteit, wanneer de sprekers zich positioneren, mag zeker niet meer dan een paar minuten in beslag nemen. Het is hier enkel de bedoeling dat de deelnemers een startpositie innemen en zien waar ze staan in vergelijking met de anderen.
De bedoeling van deze activiteit is enerzijds communicatievaardigheden en overtuigingskracht te ontwikkelen en anderzijds door te denken over de onderwerpen. Het is bijgevolg belangrijk dat de deelnemers aangemoedigd worden niet enkel over hun argumenten na te denken maar ook over de manier waarop ze de argumenten overtuigend naar voor kunnen brengen. Het is de bedoeling om zo veel mogelijk deelnemers achter zich te scharen. De pauzes tussen de uiteenzettingen kunnen gebruikt worden om na te denken over het standpunt van de tegenstanders en over manieren om dit te verzwakken.
Er kunnen andere stellingen dan die uit het lijstje gebruikt worden. Het is belangrijk dat de stellingen aanvechtbaar zijn.
Het duurt ongeveer dertig minuten per stelling. Als je meer stellingen wilt aanbrengen, moet je meer tijd uittrekken.
Flexibiliteit is aangeraden in het verloop van de activiteit. Alles hangt af van de sterktes en zwaktes van de groep en van de levendigheid van de discussie.
Bijvoorbeeld:
- Meer tijd spenderen aan het voorbereiden van de argumenten zodat verschillende sprekers de kans krijgen om hun standpunten uiteen te zetten.
- Als je de activiteit al eens gedaan hebt, kun je kleine variaties aanbrengen en zelfs wanneer je het spel nog niet gespeeld hebt, kun je een verrassingselement inlassen door bijvoorbeeld telkens de personen te kiezen die op de derde laatste plaats staan.
- Je kan tijdens de voorbereidingstijd aan de "aanhangers" vragen om met de tegenstander te werken ze moeten dan argumenten zoeken tegen hun eigen standpunt in. Dat is een goede manier om aan de deelnemers het tegenovergestelde standpunt te verduidelijken en kan interessant zijn als de deelnemers weinig of niet van positie veranderen.
De sprekers kunnen eventueel gebruikmaken van notities om te vermijden dat ze sommige argumenten zouden vergeten.
De vraag of "pluralisme" of vrijheid van meningsuiting in een tolerante samenleving moeten onderworpen worden aan beperkingen, kun je eventueel ook aanbrengen. Bijvoorbeeld: kan men fascistische of nationalistische betogingen laten plaatsvinden?
| Suggesties voor follow-up |
Als je geïnteresseerd bent in een vervolgactiviteit i.v.m. hoe meningen vooral door de media gevormd en veranderd worden, bekijk dan de activiteit Voorpagina.
Als je de stelling over stemmen kiest, kan je de activiteit laten volgen door een onderzoek naar het stemgedrag in je omgeving; zie de activiteit Gaan stemmen, of niet gaan stemmen?
|
Stellingen voor de discussie
|
- We zijn moreel verplicht om onze stem te laten gelden bij verkiezingen.
- We moeten alle wetten gehoorzamen, ook al zijn ze niet rechtvaardig.
- De enige mensen die macht hebben in een democratie zijn de politici.
- Mensen krijgen de leiders die ze verdienen".
- Het is de verantwoordelijkheid van de burgers om de dagelijkse activiteiten van de regering te controleren.
|
|