Startpagina VORMEN vzw | Inhoudstafel | Volgende | Overzicht activiteiten

KOMPAS: Democratie

Educatieve activiteiten over dit thema: klik hier.

“Niemand wordt als een goed burger geboren, geen enkele natie wordt als democratie geboren. Beiden zijn eerder processen die zich levenslang verder ontwikkelen. Jonge mensen moeten er vanaf de geboorte aan deelnemen .”
Kofi Annan
“Een stembriefje is sterker dan de kogel.”
Abraham Lincoln
“Twee hoera’s voor democratie: één omdat ze verscheidenheid toestaat en twee omdat ze kritiek toelaat. Twee hoera’s zijn meer dan genoeg: er is geen kans om er drie te geven.”
E.M. Forster
De wil van het volk zal de grondslag zijn van het gezag van de regering; deze wil zal tot uiting komen in periodieke en eerlijke verkiezingen, die gehouden zullen worden krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht en bij geheime stemmingen of volgens een procedure, die evenzeer de vrijheid van de stemmen verzekert.”
Art.21(3) Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
“In Noord-Ierland spreken we over een nieuwe Bill of Rights. Ik wil het verband leggen tussen de rechten in deze verklaring en het leven van de jongeren in onze jeugdclub.”
Tara Kinney, Noord-Iers Jeugdforum, deelnemer aan het Forum van Mensenrechteneducatie, 2000
“Democratie is de theorie dat de gewone mensen weten wat ze willen en het verdienen om te krijgen wat ze vragen.”
H.L. Mencken
Democratie beschrijft een systeem van het maken van regels voor groepen. Het komt van de Griekse woorden demos – wat ‘mensen’ betekent – en kratos wat ‘macht’ betekent. Democratie wordt dan ook vaak gedefinieerd als “de heerschappij van het volk”: een systeem waarbij de mensen hun eigen regels opstellen.
Kan zo’n systeem bestaan en kan het een goede manier zijn om beslissingen te nemen? Waarom is zo’n idee ontstaan en waarom wordt het vandaag door de meeste mensen en de meeste landen beschouwd als het enige systeem dat onze aandacht verdient? Is het echt zinvol om iedereen te laten besturen?

Waarom democratie?

Er zijn twee fundamentele principes die aan de basis liggen van de idee van demo-cratie en die haar aantrekkingskracht helpen verklaren:

  1. Het principe van individuele autonomie: niemand moet onderworpen zijn aan regels die worden opgelegd door anderen.
  2. Het principe van gelijkheid: iedereen moet evenveel gelegenheid krijgen om de beslissingen te beïnvloeden die mensen in de samenleving raken.

Beide principes trekken intuïtief iedereen aan en een democratisch regeersysteem is het enige dat, ten minste in theorie, beide als fundamenteel aanvaardt. Andere systemen, zoals oligarchie, plutocratie of dictatuur, schenden normaal gezien beide principes: ze geven macht aan een bepaald (vast) deel van de samenleving en deze mensen nemen dan beslissingen voor de rest van de bevolking. In zulke gevallen worden noch de gelijkheid, noch de individuele autonomie gerespecteerd.

De twee bovenstaande principes vormen de morele rechtvaardiging voor democratie, en we kunnen opmerken dat beide in feite sleutelprincipes van de rechten van de mens zijn. Er zijn ook pragmatische redenen die vaak als rechtvaardiging worden aan-gehaald voor een democratisch systeem van regeren, eerder dan elk ander systeem.

  1. Er wordt vaak beweerd dat een democratisch systeem een meer efficiënte vorm van regeren oplevert, omdat de genomen beslissingen vaker zullen worden gerespecteerd door het volk. Mensen breken niet vaak hun “eigen” regels.
  2. Beslissingen zullen waarschijnlijk beter aanvaard worden omdat ze werden genomen nadat een consensus werd bereikt tussen verschillende fracties; de regels zouden niet realistisch zijn als ze onaanvaardbaar waren voor brede lagen van de bevolking. Er is dus een vorm van interne controle op de soorten wetten die een democratische regering zou moeten overwegen.
  3. Een democratisch systeem wordt ook verondersteld het initiatief te koesteren en daardoor beter te reageren op wijzigende omstandigheden, volgens het “twee weten meer dan één”-principe.

? Heb je het gevoel dat de regels in jouw land ‘de jouwe’ zijn? Wat kunnen de redenen hiervoor zijn?

Een goede theorie…

In de praktijk is het natuurlijk niet redelijk om van iedereen in de samenleving te verwachten dat hij meewerkt aan het regelgevingproces. En niet iedereen wil dit. Vele landen gebruiken dan ook een systeem waarbij burgers vertegenwoordigers aanduiden om voor hen beslissingen te nemen: d.i. een representatieve in plaats van directe democratie. In theorie heeft elke burger evenveel mogelijkheid om die persoon te kiezen van wie hij denkt dat die het beste zijn belangen zal vertegenwoordigen. Op deze manier is het principe van gelijkheid gerespecteerd.

Dit was niet altijd het geval: bij het ontstaan van de democratie, in het Oude Grieken-land, konden vrouwen, slaven en uiteraard ook kinderen niet stemmen,. Vandaag hebben vrouwen in de meeste landen stemrecht, maar deze strijd werd pas relatief recent gewonnen.

Er zijn andere lagen van de samenleving, waartoe gewoonlijk migranten, gevangenen en kinderen behoren, die niet het recht hebben te stemmen, hoewel ze verplicht zijn de wetten van het land na te leven.

? Is het te rechtvaardigen dat bepaalde groepen uit de samenleving niet mogen deelnemen aan het democratische proces?

Controle over het proces van regelgeving

Het gelijkheidsprincipe mag dan vandaag de dag wel min of meer gerespecteerd worden, ten minste wat het stemmen betreft, maar hoe doet het principe van autonomie het in de bestaande democratieën?. In welke mate hebben individuen in deze samenlevingen het gevoel dat de wetten die door hun vertegenwoordigers gemaakt worden ‘van hen zijn’? Het antwoord hier is heel wat minder bemoedigend. Inderdaad, de meeste mensen, in de meeste democratieën van de wereld, beweren dat de wetten van het land hen ‘opgelegd’ worden door regelgevers die hun belangen niet echt vertegenwoordigen. Is het eerste principe dan op een dwaalspoor geraakt?

? Kunnen mensen in een representatieve democratie echt macht hebben over de beslissingen die in hun naam worden genomen?

Volgens bepaalde opvattingen kan worden gezegd dat mensen enige controle hebben over het proces van regelgeving in een representatieve democratie. Opnieuw moeten we het ideale model in beschouwing nemen, ook al geeft het de politieke situatie in vele landen niet accuraat weer. Het helpt ons op zijn minst de probleemgebieden aan te duiden en hiervoor oplossingen te zoeken.

  1. Burgers beïnvloeden het proces van regelgeving, omdat ze mensen selecteren die de wetten zullen maken: theoretisch kiezen de burgers bij verkiezingen tussen verschillende mogelijke vertegenwoordigers van hun belangen. Ze kunnen dus de persoon kiezen die het platform aanbiedt dat het dichtste aansluit bij hun eigen voorkeuren.
  2. Politici worden niet voor het leven verkozen. In de periode tussen twee verkiezingen zullen wetgevers er zich van bewust zijn dat ze bij de volgende verkiezing zullen worden beoordeeld op wat ze presteerden en dat ze daarom beter geen wetten aannemen die duidelijk onaanvaardbaar zullen zijn voor de bevolking. Dit is een vorm van stilzwijgende controle.
  3. Er zijn, in principe, ruime mogelijkheden voor burgers om actief hun ongenoegen te uiten over een bepaald beleid of bepaalde wetten en zo een boodschap van bezorgdheid over te brengen aan hun vertegenwoordigers.
  4. Theoretisch hebben burgers ook de mogelijkheid om een positievere invloed te hebben op het wetgevende proces door via NGO’s of via andere drukkingsgroepen en adviesorganen adviezen te geven aan politieke vertegenwoordigers.
  5. Ten slotte is elk individu vrij om bij de verkiezingen op te komen als hij het gevoel heeft dat geen van de andere kandidaten zijn belangen kan behartigen.

Vrije en eerlijke verkiezingen – een middel voor een doel

Verkiezingen zijn een methode om controle uit te oefenen op de wetgevers. Deze controle vloeit voort, tenminste in theorie, uit het verlangen of de nood van politici om bij alles wat ze doen aan hun kiezers te denken. Zo’n methode vereist duidelijk dat verkiezingen vrij en eerlijk zijn, maar het vereist ook iets fundamenteler: dat politici geloven dat ze de rekening zullen gepresenteerd krijgen door het electoraat als ze falen om hun belangen te verdedigen. Geen enkele politicus heeft de behoefte belangen te verdedigen die verschillen van de zijne/hare, tenzij hij/zij de afstraffing door het electoraat vreest. De efficiëntie van het systeem hangt daar van af, m.a.w. van het feit dat de kiezers bereid zijn (of ten minste bereid lijken) om indien nodig deze sanctie toe te passen.

‘Verkiezingen’ kunnen dus vrij gemakkelijk in een politiek systeem geïntroduceerd worden zonder dat ze daarom dat systeem helemaal democratisch maken. Struc-turele verkiezingen dragen enkel bij tot een democratisch systeem als het electoraat ze gebruikt om de vertegenwoordigers tot de orde te roepen. Een hoge graad van onverschilligheid bij de kiezers in de meeste democratische landen bedreigt bij het begin van de 21ste eeuw de efficiëntie van dit controlesysteem. Die apathie stelt ook de legitimiteit van zogenaamd democratisch verkozen regeringen in vraag: in sommige gevallen zijn ze eigenlijk verkozen door een minderheid van het totale kiezerskorps.

Verkiezingen en onverschilligheid

“Stockholm, 17 mei (IPS) – De onverschilligheid van de kiezers dempte de feestvreugde na de eerste verkiezing ooit van het Zweedse inheemse volk van rendierherders, de Saami, in een nationaal parlement …de opkomst voor de inaugurale verkiezing van zondag was laag: minder dan 50% van de 12 000 kiesgerechtigden ging stemmen.” InterPress Third World News Agency (IPS), 1993

“De verkiezingen voor de stadsdoema van Vladiovostok, voorzien op 17 december, hebben al te maken met ernstige tegenslagen, daar 12 kandidaten vanwege de afwezigheid van kiezers bij de verkiezingen hun aanstelling introkken.” Vladivostok Daily, 29 November 2000

“Hoewel de verkiezingsresultaten een zwaai naar links vertonen, is de lage stemopkomst meer indicatief voor de politieke sfeer in Roemenië. De opkomst was een historisch dieptepunt: slechts 44,5% van de kiesgerechtigden nam deel aan de verkiezing, tegenover 56,4% in 1996.” Central Europe Review, 12 juni 2000

“De opkomst voor de algemene verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk kende haar laagste cijfer in 80 jaar: slechts 60% van het kieskorps vond het de moeite zijn stem uit te brengen. De laagste cijfers werden genoteerd in Liverpool Riverside, waar slechts 34,1% van de kiezers opdaagde. Polluitslagen lijken aan te tonen dat over heel het land de onverschilligheid bij de 18 tot 25-jarigen het grootst was.” BBC, 9 juni 2001

“Terwijl de opkomst bij de Sloveense parlementsverkiezingen van 1994 meer dan 70% bedroeg, wordt geschat dat de opkomst van kiezers tussen 18 en 25 jaar niet meer dan 20% bedroeg.” Rock volieb, 1998

Democratie in de echte wereld

Er zijn even veel verschillende vormen van democratie als er democratische naties zijn in de wereld. Geen twee systemen zijn gelijk en geen enkel systeem kan als ‘model’ van democratie naar voren worden geschoven. Er zijn presidentiële en parlementaire democratieën; democratieën die federaal, confederaal of unitair zijn; democratieën die constant gebruik maken van referenda; democratieën die veel of weinig beroep doen op externe organisaties; democratieën die een proportioneel kiessysteem gebruiken en anderen die een meerderheidssysteem gebruiken – of die de twee combineren; enz.

Elk van deze systemen kan aanspraak maken op het label ‘democratisch’ door het feit dat ze, in naam althans, gebaseerd zijn op een bepaalde mate van persoonlijke autonomie. Het is duidelijk niet realistisch om te denken dat ‘autonomie’ betekent dat elk individu kan doen wat hij of zij wil. Het systeem erkent daarentegen, door het toekennen van een gelijkwaardige stem aan alle burgers, dat elk individu in staat is om onafhankelijke keuzes te maken en er recht op heeft dat er rekening gehouden wordt met die keuze. Een groot deel is zo dus afhankelijk van de individuele burgers.

Hoewel bijna elke natie ter wereld zichzelf ‘democratisch’ noemt, lijdt het geen twijfel dat elk democratisch systeem dat heden ten dage bestaat, in staat is nog democratischer te zijn; iets waar elk systeem nood aan heeft.

Problemen met democratie

Er bestaat wereldwijde bezorgdheid over de staat van de democratie aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Die bezorgdheid is in grote mate gebaseerd op de lage deelname van burgers aan verkiezingen, die een gebrek aan interesse en betrokken-heid vanwege de burgers lijkt aan te tonen en die het democratische proces ondermijnt, zoals hierboven beschreven.

Hoewel dit ontegensprekelijk een probleem is, zijn er studies die aantonen dat andere vormen van inspraak in de lift zitten – bv. drukkingsgroepen, burgerlijke initiatieven, adviesorganen, enzovoort. Deze vormen van participatie zijn even essentieel voor het effectief functioneren van democratie als de stemopkomst bij verkiezingen, zoniet essentiëler. Verkiezingen zijn al bij al een ruwe manier om te verzekeren dat de belangen van de mensen accuraat vertegenwoordigd worden. Vier of vijf jaar, de normale tijds-spanne tussen verkiezingen, is ook een lange tijd om te wachten om de regering ter verantwoording te roepen. Mensen hebben een kort geheugen!

Er zijn nog twee andere problemen die meer intrinsiek verbonden zijn met het begrip van representatieve democratie. Deze betreffen de belangen van minderheids-groepen. Het eerste probleem is dat de belangen van minderheden vaak door het kiessysteem niet worden vertegenwoordigd. Dit kan gebeuren als hun aantal te gering is om het minimumniveau te bereiken dat nodig is voor vertegenwoordiging, of, wat frekwenter voorkomt, omdat het kiessysteem een “alles-voor-de-winnaar”-systeem gebruikt. Het tweede probleem is dat zelfs wanneer ze vertegenwoordigd zijn in de wetgevende organen, hun vertegenwoordigers een minderheid zullen zijn waardoor zij misschien niet in staat zijn om de nodige stemmen te vergaren om de vertegenwoordigers van de meerderheid te verslaan. Om deze redenen wordt democratie vaak aangeduid als ‘de heerschappij van de meerderheid’.

Men kan niet rekenen op de democratie zelf om het tweede probleem op te lossen. Het is perfect denkbaar – en het is ook een ontelbaar aantal keren gebeurd – dat de meerderheid beslissingen neemt die schadelijk zijn voor de minderheid. Dat het de ‘wil van het volk’ is, is geen rechtvaardiging voor zulke beslissingen. De fundamentele belangen van minderheden zowel als van meerderheden kunnen enkel veilig gesteld worden door het aanhangen van de principes van de rechten van de mens, versterkt door een efficiënt wettelijk mechanisme – wat de wil van de meerderheid ook moge zijn.

We vechten voor:

vrijheid en mensenrechten, zodat elk individu, vrouw en man, volledige politieke rechten kan hebben zonder gediscrimineerd te worden op basis van klasse, kaste, sekse, religie of ras.

gelijkheid, en tegen elke vorm van discriminatie tussen individuen; voor sociale rechtvaardigheid; voor gelijkheid tussen de seksen; voor gelijke kansen en gelijke toegang tot kennis.

democratie, gebaseerd op de principes van vrijheid en gelijkheid; en tegen autoritarisme, populisme en dictatuur; voor het recht op zelfbeschikking, op vrijheid en op vrijheid van meningsuiting voor alle mensen.

wereldwijde solidariteit, omdat we geloven in de mogelijkheid van collectieve actie voor de bevrijding van individuen.

politieke oplossingen voor problemen, omdat we geloven dat mensen de mogelijkheid hebben om de wereld te veranderen.

Bronnen
• Beetham, D., Democracy and human rights, Polity Press, 1999.
• International Institute for Democracy, www.iidemocracy.coe.int/.
• Inter-Parliamentary Union, www.ipu.org/.
• Lijphart, A., Patterns of democracy, Yale University Press, 1999.
• Politeia Network for Citizenship and Democracy in Europe, www.politeia.net.
• Rock Volieb, Slovakia, www.icm.sk/zipcem/volby2002.html.

Aanverwante activiteiten
De werking van de democratie.
Verbanden leggen.
Gaan stemmen, of niet gaan stemmen?
Vakbondsvergadering.
Startpagina VORMEN vzw | Inhoudstafel | Volgende | Overzicht activiteiten