Startpagina VORMEN vzw | Inhoudstafel | Vorige | Volgende | Overzicht activiteiten

KOMPAS: Armoede

Educatieve activiteiten over dit thema: klik hier.

“We mogen aan de toekomstige generaties geen egoïstisch Europa doorgeven, dat doof en blind is voor de behoeften van anderen.”

Vaclav Havel

“Economische groei vergroot de materiële basis voor de voldoening van de menselijke behoeften, maar de mate waarin aan deze behoeften wordt voldaan hangt af van de verdeling van de middelen tussen de mensen en de verdeling en aanwending van de kansen, vooral de kansen op de arbeidsmarkt”

Moreira

De Vierde Wereld Jongeren Beweging
Is een deel van de Vierde Wereld Beweging, een organisatie die de strijd tegen de armoede als doelstelling heeft.

In de Millennium Verklaring (september 2000), verbond de wereldgemeenschap zich ertoe om de armoede uit te roeien, met als concreet streven het aantal mensen met een inkomen van minder dan 1 USD per dag tegen 2015 te halveren.

Belangrijke data

17 oktober
Internationale dag voor de eliminatie van armoede
5 december
Internationale vrijwilligersdag voor economische en sociale ontwikkeling


Armoede is een wereldwijd probleem dat nog toeneemt. Wij hebben de neiging om armoede in verband te brengen met gebieden als Sub-Saharaans Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Maar ook in Europa worden miljoenen mensen ermee geconfronteerd. Van de 400 miljoen inwoners van de EU leven er 60 miljoen onder de armoedegrens (die is vastgelegd op 50 % van het gemiddelde inkomen in een land) en zijn er 2,7 miljoen dakloos. In Spanje leeft 20 % van de bevolking onder de relatieve armoede-grens en 4,5 % van de bevolking leeft in extreme armoede. In het Verenigd Koninkrijk groeit een derde van de kinderen op in armoede.

Armoede tijdens de periode van overgang

“… bijna alle voormalige socialistische landen werden tijdens de periode van overgang geconfronteerd met een belangrijke toename van de armoede. Desalniettemin is armoede er geen absoluut nieuw fenomeen en is ze niet alleen aan het overgangsproces te wijten. Armoede bestond al eerder in de Sovjet Unie en de regio, alhoewel het wegens politieke en ideologische redenen niet erkend werd. Een sociale groep die vroeger geen armoede kende zijn de werknemers in de openbare sector, die hun salarissen en levensstandaard dramatisch hebben zien verminderen. Werkloosheid is een van de belangrijkste redenen van armoede in de regio.” UNDP, 2001.

Armoede in de wereld

“In de rijke landen haalt minder dan 1 kind op 100 zijn vijfde verjaardag niet, terwijl in de armste landen 1 kind op 5 sterft voor het 5 jaar oud is. Terwijl in de rijke landen minder dan 5 % van alle kinderen onder de vijf jaar ondervoed zijn, geldt dat voor de helft van de kinderen in de arme landen.” De Wereldbank, 2000.

De definities van armoede

Absolute armoede wordt gemeten met wat beschouwd wordt als het minimum om te overleven. Door deze definitie wordt er van uit gegaan dat er minimum standaarden zijn en dat mensen die daaronder blijven beschouwd kunnen worden als ‘arm’. Een van de meest gebruikte maatstaven is het inkomensniveau: wanneer het inkomen van een persoon of een gezin onder een bepaald niveau blijft dat als een minimum wordt gesteld om een redelijke levensstandaard te hebben, dan wordt die persoon of dat gezin als arm beschouwd.

Bij relatieve armoede wordt de status van een specifieke groep bepaald en gemeten in verhouding tot anderen in dezelfde leefomgeving, gemeenschap of hetzelfde land. Bijgevolg kan iemand die in een ontwikkeld land als arm beschouwd wordt een hoger inkomen hebben dan iemand die in een minder ontwikkeld land als bemiddeld wordt beschouwd. De betekenis van armoede hangt af van de gewoontes, de standaarden en de waarden van elk land en elke regio. In deze zin is er ook een culturele dimensie in de perceptie van wat armoede is.

In deze tijd erkennen velen dat armoede niet noodzakelijk vermindert door de economische groei van een land. In landen met een economische groei is de armoede niet verdwenen. Zo kent bv. Polen in economisch opzicht een aanzienlijk succes, maar de armoede is er nog toegenomen. Het wordt in brede kringen aangenomen dat “armoede een multi-dimensioneel fenomeen is dat bestaat uit mentale, politieke, maatschappelijke en andere aspecten”, samen met een materiële dimensie (normaal uitgedrukt als financiële waarde). De onderliggende factoren kunnen economisch, sociaal, politiek of ecologisch zijn. Armoede heeft vele gezichten: zij kan ruraal of stedelijk zijn, een permanente of tijdelijke situatie. Sommigen kunnen hun hele leven arm zijn, terwijl anderen in armoede terechtkomen en er terug uit los geraken. Het is geen statische toestand.

Nog een belangrijke dimensie van armoede betreft wat vaak de “vervrouwelijking van armoede” wordt genoemd. Dit betekent dat er een overwicht van vrouwen bij de armen is, wat gekoppeld wordt aan, naast andere oorzaken, de naar geslacht scheefgetrokken gevolgen van armoede.

Armoede en mensenrechten

De Verklaring van Wenen en het Actieprogramma dat werd goedgekeurd gedurende de Wereldconferentie Mensenrechten in Wenen, in juni 1993, stellen dat “het bestaan van alom verspreide extreme armoede het volledige en effectieve genot van mensen-rechten belet... vooral de economische, sociale en culturele rechten.” (Artikel 14)
Het is belangrijk om te beseffen dat het ontzeggen van doeltreffende gezondheidszorg, onderwijs, gelijkheid, onderdak enzovoort (wat enkele van de gevolgen zijn van armoede en sociale uitsluiting), de toegang verhindert tot burgerlijke en politieke rechten, wat op zijn beurt mensen belet om hun economische, sociale en culturele rechten op te eisen. Dat is een duidelijk voorbeeld van de ondeelbaarheid en de onderlinge afhankelijkheid van de mensenrechten.

Amnesty International en economische, sociale en culturele rechten

De Internationale Algemene Vergadering van Amnesty International, die in augustus 2001 plaatsvond, keurde de uitbreiding van het mandaat van de organisatie goed, ten einde haar toe te laten om voor een brede waaier van mensenrechten te werken. Vanaf nu zal de organisatie niet alleen strijden tegen marteling of voor gewetensgevangenen, maar ook tegen alle vormen van discriminatie, of ze nu burgerlijke en politieke rechten beperken, of economische, sociale en culturele rechten.

De Verklaring over het Recht op Ontwikkeling, die op 4 december 1986 door de Algemene Vergadering van de VN aanvaard werd, is het eerste internationale instrument dat exclusief verwijst naar het recht op ontwikkeling. Het is nauw verbonden met de tweede generatie van mensenrechten, zoals die beschreven zijn in het Internationaal Verdrag over Economische, Sociale en Culturele Rechten. Ontwikkeling is in Artikel 1 omschreven als “een globaal economisch, sociaal, cultureel en politiek proces dat streeft naar verbetering van het welzijn van alle mensen en personen, gebaseerd op hun vrije, actieve en betekenisvolle deelname aan de ontwikkeling en aan de eerlijke verdeling die er het gevolg van is.” Artikel 2 van dezelfde verklaring benadrukt dat “de menselijke persoon het belangrijkste onderwerp van ontwikkeling is en dat hij/zij een actieve deelnemer aan, en genieter van, het recht op ontwikkeling zou moeten zijn.”

? Denk je dat alle teksten die door regeringen zijn goedgekeurd een verschil kunnen maken in de strijd tegen wereldwijde armoede?

Op de Wereldtop voor Sociale Ontwikkeling in 1995, bekend als de Top van Kopenhagen, verbonden 185 landen zich ertoe, bij monde van hun afgevaardigden, om de absolute armoede uit te roeien. Daartoe aanvaardden ze concrete plannen en voorstellen. De staatshoofden en regeringsleiders namen een verklaring aan en een actieplan, bekend als “Kopenhagen + 6”, maar in September 2001 werd geen enkel van de gestelde doelen volledig bereikt.

Het bestaande internationaal en regionaal instrumentarium heeft een beperkte invloed gehad op de strijd tegen armoede. Een reden daarvoor is dat vele van deze instru-menten geen mechanismen bevatten om die rechten af te dwingen. Een andere reden is dat, alhoewel er gedurende de laatste 50 jaren vooruitgang is geboekt wat betreft de ontwikkeling van een raamwerk voor mensenrechten, en alhoewel de internationale gemeenschap aanvaard heeft dat duurzame menselijke ontwikkeling onmogelijk is zonder respect voor mensenrechten, er nog altijd geen uitdrukkelijk verband wordt gelegd tussen armoede en mensenrechten. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de twee internationale mensenrechtenverdragen verwijzen in hun inleiding wel naar het vrij zijn van gebrek, en de mensenrechtenverdragen voorzien wel degelijk in het recht op een adequate levensstandaard die voldoende voeding, kledij en wooncomfort inhoudt.

Het Europees Sociaal Handvest

Met het oog op het verzekeren van een daadwerkelijke uitoefening van het recht op bescherming tegen armoede en sociale uitsluiting, verbinden de Partijen zich om :

  1. maatregelen te nemen, in het kader van een alomvattende en gecoördineerde aanpak, om aan personen en families, die in een situatie van sociale uitsluiting of armoede leven of dat risico lopen, de toegang te bevorderen tot werkgelegenheid, huisvesting, opleiding, opvoeding, cultuur en sociale en medische bijstand.
  2. deze maatregelen te herzien en ze zo nodig aan te passen.
    Het herziene Europees Sociaal Handvest, artikel 30.

Slotbeschouwingen

Eén van de meest algemene vooroordelen over armen is dat ze zich in die situatie bevinden omdat ze dat willen of omdat ze niet hard genoeg werken – wat inhoudt dat ze lui en onverantwoordelijk zijn. Dat is een manier om de armen met de volledige verantwoordelijkheid voor hun situatie op te zadelen. Het laat vermoeden dat de maatschappij niet verantwoordelijk voor hen zou zijn en dat ze niets voor hen kan doen. Deze aanpak gaat niet samen met een cultuur van mensenrechten, omdat het de mensen die zichzelf uitgesloten zien de kans ontneemt om waardig te leven en hun rechten uit te oefenen. Zij haalt bovendien de gevolgen van armoede (veranderd gedragspatroon, drugsmisbruik, de weigering om te werken, alcoholgebruik enz.) dooreen met de ingewikkelde grondoorzaken.

Om de armoede uit te roeien moeten we haar wortels aanpakken, niet alleen de on-middellijke noden, en dat vereist een belangrijke politieke inspanning van staten en internationale organisaties: armoede heeft dus een sterke politieke dimensie.

De strijd tegen armoede is een door en door politiek onderwerp.
In de meeste samenlevingen heeft armoede te maken met de
ongelijkheden in de verdeling van macht, rijkdom en kansen.”

UNDP 2001

? Ben je het eens met deze stelling?

Voorbeelden van sociale indicatoren die verband houden met armoede: werkloosheid en jongeren in Oost-Europa

Zoals in het Westen hebben jongeren te lijden van hogere werkloosheidscijfers dan andere volwassenen. In 1999 waren er in Centraal en Oost Europa en in de Gemeenschap van Onafhankelijke Staten (in het totaal 27 landen) 65 miljoen jongeren tussen 15 tot 24 jaar. Van de totale jeugdige bevolking was 27% (18 miljoen) niet in het onderwijs ingeschakeld noch tewerkgesteld. De gemiddelde jongerenwerkloosheidsgraad voor 18 van deze landen bedroeg 30 %, dit is het dubbele van de algemene werkloosheidsgraad. Jongerenwerkloosheid is bijzonder hoog in Zuid-Oost Europa (71 % in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, 61 % in voormalig Joegoslavië, 35 % in Bulgarije), in de Kaukasus (46 % in Azerbeidzjan, 27 % in Georgië), en in Centraal Azië (37 % in Kirgizië, 33 % in Tadzjikistan).*

*Instituto del Tercer Mundo (1992), Third World Guide, Uruguay.

Voorbeeld van een nationaal plan voor armoedebestrijding

De situatie van de kinderen in Moldavië is verontrustend. Voor vele families is de bescheiden kinderbijslag de belangrijkste inkomstenbron. De laatste jaren werd een achteruitgang van de voedingsstandaarden bij kinderen uit arme families vastgesteld, met nadelige gevolgen voor hun gezondheid en hun verstandelijke ontwikkeling. Tengevolge daarvan heeft de regering beslist om een speciaal programma ter bestrijding van kinderarmoede te ontwikkelen, als deel van het nationaal korte termijn programma ter beperking van de armoede. Dit initiatief stelt een brede waaier van maatregelen in om een systeem van sociale zorg in te stellen voor wezen, mindervalide kinderen en kinderen van arme families.*

*Uit Unicef, “Young people in changing societies”, Regional Monitoring Reports, No7, Florence: Innocenti Research Centre, 2000.

Bronnen

Aanverwante activiteiten


Startpagina VORMEN vzw | Inhoudstafel | Vorige | Volgende | Overzicht activiteiten