Startpagina VORMEN vzw | Vorige | Inhoudstafel | Volgende | Overzicht activiteiten

KOMPAS: Een antwoord geven op racisme

Iedereen in de schoolgemeenschap heeft de verantwoordelijkheid om raciale pesterijen en racistische incidenten te controleren en aan te pakken.


Thema's

opvoeding, discriminatie en xenofobie, algemene mensenrechten

Belangrijke datum

21 maart

Internationale dag voor de uitbanning van rassendiscriminatie

Complexiteit niveau 3
Groepsgrootte

4-50

Duur 120 minuten
Overzicht Deze activiteit maakt gebruik van rollenspel en een bijzonder voorval om deelnemers te laten nadenken over hun idee van cultuurverschillen. Ook aan de hand van discussie en collectief schrijven worden onderwerpen aangekaart omtrent:
  • hoe moeilijk het is om uit je eigen culturele perspectief te stappen;
  • racisme, stereotypes en culturele verschillen;
  • hoe om te gaan met racisme op school of binnen een andere educatieve omgeving.
  • Welke rechten?
  • gelijkheid in waardigheid en rechten
  • het recht om niet gediscrimineerd te worden
  • het recht op vrijheid van gedachte, overtuiging en religie
  • Doelstellingen
  • Interesse in mensenrechten en racisme stimuleren.
  • Capaciteiten ontwikkelen voor democratische deelname, communicatie en samenwerking.
  • Verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid en solidariteit promoten.
  • Materiaal
  • grote vellen papier en stiften
  • 4 vrijwilligers om een rollenspel naar voor te brengen
  • bijzonder voorval rolfiche en richtlijnen voor begeleiders, deelnemersblad 1;
  • de richtlijnen over raciale incidenten en het beleid van de school (of organisatie) hieromtrent
  • kopieën van deelnemersblad 2, “Een paar praktische aandachtspunten” (of schrijf de punten op een groot vel papier of een overheadtransparant)
  • Voorbereiding
  • Bekijk het bijzonder voorval voorgesteld in deelnemersblad 1 en pas het aan aan je eigen situatie.
  • Kies vier vrijwilligers en vraag hen om zich voor te bereiden om een heel kort rollenspel naar voor te brengen dat gebaseerd is op het bijzonder voorval.

  • Instructies

    Deze activiteit bestaat uit twee delen: deel 1, een bespreking: wat begrijpen we onder de term ‘racisme’?; deel 2, een beleid uittekenen voor het omgaan met racistische incidenten op school (of in de club of organisatie).

    Deel 1. Een bespreking: wat verstaan we onder de term ‘racisme’?

    1. Begin de activiteit met een brainstorm over racisme. Je zou kunnen proberen om deelnemers uit te dagen op racisme te reageren door een racistische mop te vertellen en hen te vragen wat ze ervan denken. Schrijf hun reacties op het grote vel papier.
    2. Racistische incidenten en potentiële interculturele misverstanden gebeuren elke dag. Ga verder met brainstormen over welke soorten van gebeurtenissen en gedrag mensen als racistisch bestempelen.
    3. Werk nu met het bijzonder voorval. Deel pennen en papier uit. Vraag hen om naar het rollenspel te kijken en om met een paar kernwoorden op te schrijven wat hun reactie is bij elke pauze in de voorstelling. Laat de vrijwilligers het rollenspel spelen.
    4. Hou een korte bespreking van de verschillende commentaren:
      • Wat schreven mensen op in de eerste pauze? Wat deed de deelnemers tot hun conclusies komen?
      • Wat schreven mensen op in de tweede pauze? Wat bracht hen tot die conclusies?
      • Wat beseften mensen op het einde? Welke veronderstellingen hadden ze gemaakt?

    Deel 2. Stel een beleid op om met racistische incidenten op school (of in een organisatie) om te gaan.

    1. Stel de volgende opdracht voor, namelijk het opstellen van een beleid voor de school, jeugdgroep of organisatie.
    2. Hou een korte bespreking over de verschillende spelers binnen hun school of club. Bijvoorbeeld, in een school zijn er leerlingen/studenten, leraars, een directeur, schoonmaakpersoneel, bibliothecarissen, schoolbuschauffeurs en toezichthouders zoals bijvoorbeeld op de speelplaats.
    3. Vraag daarna aan de deelnemers om zich in kleine groepen van vier of vijf te verdelen om de plichten en verantwoordelijkheden van de verschillende leden van de schoolgemeenschap met betrekking tot racistische incidenten te bespreken. De bedoeling is om richtlijnen op te stellen over hoe deze mensen zouden moeten omgaan met zo’n incidenten. Geef de groepen 30 minuten voor discussie en om een verslag met kernwoorden op een groot vel papier voor te bereiden.
    4. Vraag de deelnemers om terug samen te gaan zitten om verslag uit te brengen over hun werk. De begeleider zou een samenvatting moeten maken van hun punten en de deelnemers vragen ze te vergelijken met het beleid of de richtlijnen die daarover reeds bestaan in hun school.
    5. Moedig nu elke groep aan om verder te werken aan één aspect (stap of maatregel). Bijvoorbeeld: als er een algemene schoolverklaring over racisme en discriminatie nodig zou zijn, dan moet er een groep aangesteld worden om die te schrijven. Groepen zouden het ook moeten hebben over manieren om hun resultaten aan de gehele groep voor te stellen, door bijvoorbeeld niet alleen gebruik te maken van geschreven tekst, maar ook tekeningen, collages en lichaamstaal te gebruiken om hun gevoelens beter uit te drukken.
    6. In een plenair gedeelte vraag je nu de groepen om verslag uit te brengen van hun bespreking en na te gaan hoe hun ideeën kunnen worden toegepast.
    Nabespreking & evaluatie

    Begin met een bespreking van de activiteit zelf en ga dan verder met het bespreken van wat ze bijgeleerd hebben en wat het volgende is dat hen te doen staat.

    • Hoe gangbaar is racisme in de school of de jeugdgroep? En in de samenleving in het algemeen?
    • Welke groepen hebben er het meest onder te lijden? Waarom? Werden twintig of vijftig jaar geleden dezelfde groepen geviseerd?
    • Zijn hun opvattingen over wat een racistisch incident is, veranderd door de activiteit? Hoe? Geef voorbeelden
    • Wiens verantwoordelijkheid is het om ervoor te zorgen dat racistische incidenten op jouw school (of organisatie) niet voorkomen?
    • Denk terug aan het bijzonder voorval. Wat zouden de leraars, Abdallah’s vader en de directeur moeten gedaan hebben om een rechtvaardige afloop te verzekeren?
    • Het is goed om een beleid te hebben rond het omgaan met racistische incidenten, maar zou het niet beter zijn om er helemaal geen nodig te hebben?
    • Wat kan en zou er moeten gedaan worden om de oorzaken van racistisch gedrag aan te pakken, zowel op school als in de samenleving in het algemeen?
    Tips voor begeleiders

    Wees bewust van de achtergrond van de groepsleden en pas de activiteit daaraan aan. Mensen zullen meer betrokken zijn als je onderwerpen behandelt die ‘echt’ zijn voor de groep. Langs de andere kant moet je voorbereid zijn op de emoties die hierdoor naar boven kunnen komen. Het is belangrijk om aandacht te hebben voor de gevoelens van deelnemers die het gevoel hebben dat ze zelf op school gediscrimineerd werden. Het kan nuttig zijn om, in plaats van te focussen op één bijzonder voorval, inzichten te verzamelen vanuit verschillende voorbeelden en verschillende standpunten. Deze aanpak zal het je mogelijk maken om rekening te houden met verschillende machtsrelaties : bijvoorbeeld, de gevolgen van racisme tussen klasgenoten en racisme afkomstig van een leraar of directeur.
    Als je bij het begin wil provoceren, door een racistische mop te vertellen, kan je voor eentje kiezen die de spot drijft met een groep die niet vertegenwoordigd is in je klas of groep. In elke land bestaan er tradities van grappen over andere nationaliteiten. Je zou de discussie kunnen beginnen door de groep te vragen om er zelf één of twee te vertellen. Je kan dan verdergaan met praten over de scheidingslijn tussen racistische en niet-racistische grappen. Zijn grappen over Pakistani of Turken bijvoorbeeld racistisch of nationalistisch? Dit zou kunnen leiden tot de definitie van een racistische grap en van een racistisch incident (zie verder bij ’verdere informatie’.)

    Het kan gebeuren dat op het einde van deel 2, bij stap 4, de conclusies voor de deelnemers niet voldoende duidelijk zijn om er op verder te gaan bij de volgende stap. In dit geval kan je deelnemersblad 2 “enkele praktische punten om rekening mee te houden” gebruiken en de groepen aanmoedigen om de eerste vier stappen op te bouwen.

    Varianten

    De activiteit kan aangepast worden om onderwerpen zoals pesten aan te kaarten. Wanneer pesten een probleem is, kan je, vooraleer je een anti-pestenbeleid probeert te ontwikkelen, de activiteit Kan het anders? eens nader bekijken.

    Suggesties voor follow-up

    Bespreek het probleem regelmatig, één of twee keer per jaar. De aanpak moet regelmatig opnieuw bekeken worden om er zeker van te zijn dat ze inderdaad de doelstellingen haalt. Een samenleving verandert, dus een beleid moet ook bijgewerkt worden om er zeker van te zijn dat het aan de eisen van de veranderde omstandigheden tegemoet komt.
    Het zou kunnen dat de groep wil bekijken hoe aspecten van racisme meespelen bij commerciële besluitvorming. De activiteit Toegang tot geneesmiddelen bespreekt verschillende onderwerpen, waaronder racisme, die aan bod kwamen in de rechtszaak uit 1990 tussen de Zuid-Afrikaanse overheid en bedrijven die geneesmiddelen produceren voor de behandeling van AIDS.

    Ideeën voor actie

    Blijf werken aan het beleid van je eigen school of organisatie en zorg ervoor dat het toegepast wordt. De groep zou zich ook kunnen aansluiten bij antiracistische projecten, zoals Scholen zonder racisme, een programma in België dat vereist dat tenminste 60% van de schoolbevolking een algemeen antidiscriminatie handvest ondertekent en toepast of eventueel bij andere initiatieven in het buitenland.

    Verdere informatie

    Definities van racisme

    Racisme, in algemene termen, bestaat uit gedrag, woorden of praktijken die mensen bevoordelen of benadelen op basis van hun huidskleur, cultuur of etnische oorsprong. Het is in meer subtiele vormen even schadelijk als in openlijke vorm.
    Geïnstitutionaliseerd racisme is het collectieve falen van een organisatie om een geschikte en professionele dienstverlening te verlenen aan mensen omwille van hun huidskleur, cultuur of etnische origine. Het kantot uiting komen in evoluties, houdingen en gedrag die leiden tot discriminatie door ondoordacht vooroordeel, onwetendheid, onnadenkendheid en racistische stereotypering die mensen van etnische minderheden benadeelt. Racistische incidenten en pesterijen kunnen voorkomen in elke organisatie, ongeacht het aantal mensen van verschillende etnische achtergrond dat er in aanwezig is.
    Een racistisch incident is elk incident dat als racistisch beschouwd wordt door het slachtoffer of door iemand anders.


    Welk soort incidenten kunnen als racistisch beschouwd worden?
    De onderstaande lijst van handelingen kunnen als racistische incidenten beschouwd worden.

    Fysiek geweld: Dit omvat naast de meer uitgesproken voorbeelden van gewelddadige aanvallen of fysieke intimidatie, van zowel kinderen als volwassenen uit minderheidsgroepen, ook incidenten van ”lichte” intimidatie die een cumulatief effect kunnen hebben.

    Verbaal geweld: Het gebruik van scheldnamen voor mensen uit minderheidsgroepen en het spotten met iemands achtergrond of cultuur (vb. muziek, kledij of eetgewoontes) zijn de meest flagrante voorbeelden. Er zijn ook andere vormen van verbaal geweld waarbij leerlingen, leraars of andere volwassenen betrokken zijn, die minder rechtstreeks en nadrukkelijk lijken maar wel beledigend zijn, zoals terloopse opmerkingen van racistische aard.

    Non-coöperatie en gebrek aan respect: Als onderwijsmensen of opvoeders samenwerking of respect weigeren aan leerlingen, studenten, leraars, trainers, jongerenleiders en anderen uit minderheidsgroepen, kan dit, indien er bewijs bestaat van de racistische motivatie of als het ‘slachtoffer’ racisme als een motief beschouwt, beschouwd worden als een racistisch incident. Een gebrek aan respect kan ook de vorm aannemen van onachtzaamheid, zoals wanneer een leraar zich op een manier dat het slachtoffer zich lastig gevallen of ongemakkelijk gaat voelen onwetend toont over de culturele gebruiken van een leerling.

    Andere incidenten: racistische grappen en racistisch taalgebruik, het dragen van racistische insignes, badges, T-shirts, enz., racistische graffiti, het verdelen van racistische literatuur of posters, de aanwezigheid van racistische of fascistische organisaties op of rond de school, of stereotypering door volwassenen die tot discriminatie zou kunnen leiden.
    Racistische incidenten kunnen ook minder uitgesproken zijn. Het verraderlijke hieraan is dat ze het moeilijkst zijn om op te sporen en mee om te gaan. Veel racistische incidenten waarbij leerlingen of studenten betrokken zijn zullen niet onder de ogen van leraars of volwassenen gebeuren. Het is daarom belangrijk dat scholen een strategie ontwikkelen waarbij alle leden van de schoolgemeenschap betrokken zijn en verantwoordelijkheid nemen voor het rapporteren van en omgaan met incidenten.


    Enkele praktische punten ter overweging in verband met een antiracistisch beleid.

    Voor het omgaan met raciale pesterijen en racistische incidenten is het noodzakelijk dat een hele school (of organisatie) meewerkt aan de ontwikkeling en toepassing van een beleid. Het is belangrijk dat de aanpak van racistische incidenten overeenstemt met het algemene (school)reglement en de toepassing daarvan. Het onderwerp moet beschouwd worden als ‘speciaal maar niet apart’.

    Enkele praktische punten ter overweging zijn:

    • Er moet een duidelijk statement opgesteld worden over de aanpak waarin aangetoond wordt dat racistische incidenten en raciaal geweld niet getolereerd worden.
    • De school moet een duidelijke richtlijn hebben over welke procedures er gevolgd zullen worden wanneer er zich een racistisch incident voordoet.
    • De integrale schoolaanpak, inclusief procedures en werkwijzen bij het omgaan met incidenten, moet zich uitstrekken over alle leden van de schoolgemeenschap: bestuurders, personeel (onderwijzend en niet-onderwijzend), ouders, leerlingen, studenten en bezoekers.
    • Het moet voor iedereen duidelijk zijn dat iedereen in de schoolgemeenschap een verantwoordelijkheid heeft om raciaal geweld en racistische incidenten in de gaten te houden en aan te pakken.
    • De aanpak dient consistent te zijn, zodat alle betrokkenen zich bewust zijn van wat er van hen verwacht wordt.
    • Het moet duidelijk zijn dat wanneer een incident zich voordoet of gerapporteerd wordt er meteen gereageerd wordt.
    • Elke verdere follow-up op een incident moet gebeuren binnen een afgesproken tijdspanne.

    (Bron: Northamptonshire Country Council)


    Bijlagen

    Startpagina VORMEN vzw | Vorige | Inhoudstafel | Volgende | Overzicht activiteiten